U bevindt zich op: Home
› Actueel
› Besluiten / beleidsregels
Belasting van personenauto's en motorrijwielen. Fijnstofdifferentia
Besluit / beleidsregel, Fiscaal |
02-04-2009 |
Belastingen op personenauto's en motorrijwielen (BPM), Schone en zuinige auto's
Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling,
Sector brieven & beleidsbesluiten
Besluit van 2 april 2009, nr. CPP2009/46M, Stcrt. nr. 72
De staatssecretaris van Financiën heeft het volgende
besloten.
De fijnstofdifferentiatie BPM is volgens de uitspraak van
14 oktober jl. van het Gerechtshof Den Haag onverbindend. Bij
brieven van 30 oktober en van 6 november aan de Tweede Kamer heb ik
uiteengezet op welke wijze ik met deze uitspraak wil omgaan. De
fijnstofdifferentiatie is per 1 januari 2009 vervangen door een
stimuleringsregeling roetfilters.
Dit besluit bevat een goedkeuring voor de dieselpersonenauto’s die
in de periode vanaf 1 april 2008 tot 1 januari 2009 voor het eerst
zijn geregistreerd.
1. Inleiding
Per 1 april 2008 is in artikel 9b van de Wet op de belasting
van personenauto’s en motorrijwielen1992 (hierna Wet BPM) een
fijnstofdifferentiatie voor dieselpersonenauto’s opgenomen. Als
gevolg van deze maatregel werd een startkorting op het bruto
BPM-bedrag verleend van € 900 bij een fijnstofuitstoot van nihil en
een toeslag geheven van € 200 voor iedere mg per km
fijnstofuitstoot.
Op 14 oktober 2008, onder nummer 200.005.444/01, heeft het
Gerechtshof Den Haag uitspraak gedaan in het hoger beroep inzake
het (civiele) kort geding van de RAI en de BOVAG tegen de Staat
over deze fijnstofdifferentiatie. Het Hof concludeert dat de
fijnstofdifferentiatie in strijd is met het Europees recht
(Verordening 715/2007 inzake de Euro 5 norm voor personenauto’s).
Het Hof verbiedt de Staat met ingang van vier weken na betekening
van dit arrest uitvoering te geven aan art. XVIII onderdeel C van
het Belastingplan 2008.
In mijn brief van 30 oktober aan de Tweede Kamer (Tweede Kamer,
vergaderjaar 2008–2009, 31 704, nr. 15) heb ik aangegeven dat de
juridische gevolgen van de uitspraak van het Gerechtshof strikt
genomen enkel betrekking hebben op de relatie tussen de Staat en de
RAI en de BOVAG. Door deze uitspraak hoeft de
fijnstofdifferentiatie nog niet te worden beëindigd. Ook de
gevolgen van de fijnstofdifferentiatie voor de periode vanaf 1
april 2008 hoeven niet te worden teruggedraaid, nu immers aan de
ordemaatregel geen terugwerkende kracht is toegekend en overigens
is gebaseerd op een voorlopig oordeel in een kortgedingprocedure.
Eerst wanneer dit oordeel in een bodemprocedure is bevestigd,
kunnen er juridische consequenties voor het verleden zijn. Ik vind
het evenwel niet wenselijk om het oordeel in een bodemprocedure af
te wachten, omdat dit betekent dat vanaf 1 april 2008 mogelijk nog
een lange tijd onzekerheid voor alle betrokkenen zal bestaan.
Daarom heb ik bij de Tweede nota van wijziging op het Belastingplan
2009 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008-2009, 31 704, nr. 34)
voorgesteld dat de fijnstofdifferentiatie per 1 januari 2009
vervalt en dat daarvoor in de plaats een nieuwe
stimuleringsregeling roetfilters in de Wet BPM wordt opgenomen.
Deze maatregel is inmiddels in werking getreden.
Daarnaast heb ik in mijn brief aan de Tweede Kamer van 6 november
2008 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008-2009, 31 704, nr. 26)
aangekondigd op korte termijn een beleidsbesluit bekend te maken
over de gevolgen die ik aan deze uitspraak verbind. Dit besluit
strekt daartoe.
2. Goedkeuring
Het Gerechtshof Den Haag heeft geoordeeld dat met ingang van
vier weken na betekening van de uitspraak de fijnstofdifferentiatie
niet mag worden toegepast. Ik keur evenwel goed dat reeds met
ingang van 1 april 2008 aan artikel 9b Wet BPM als volgt uitvoering
wordt gegeven.
Als de toepassing van de fijnstofdifferentiatie leidt tot een
verlaging van de verschuldigde BPM, blijft de per saldo toegepaste
vermindering in stand. Er hoeft geen bedrag aan de Belastingdienst
terugbetaald te worden.
Als de toepassing van de fijnstofdifferentiatie daarentegen
leidt tot een verhoging van de verschuldigde BPM, zal de per saldo
betaalde verhoging worden terugbetaald aan de kentekenhouder van de
dieselpersonenauto. Als er sprake is van opvolgende kentekenhouders
wordt de verhoging aan hen terugbetaald naar gelang de periode dat
zij kentekenhouder zijn of zijn geweest. Als verdeelsleutel daarbij
geldt de afschrijvingstabel van artikel 8, onderdeel 5, van de
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto’s en motorrijwielen
1992. Dit zal op initiatief van de Belastingdienst plaatsvinden
zonder dat daarvoor een actie van de kentekenhouder noodzakelijk
is.
Deze goedkeuring heeft betrekking op dieselpersonenauto’s die
tussen 1 april 2008 en de datum van wetswijziging, te weten 1
januari 2009, voor het eerst zijn geregistreerd. Deze goedkeuring
geldt ook in die gevallen waarin de overgangsregeling van artikel
16a van de Wet BPM is toegepast.
3. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 2 april 2009.
De staatssecretaris van Financiën,
mr.drs. J.C. de Jager.
Meer informatie