U bevindt zich op: Home › Actueel › Besluiten / beleidsregels
Door middel van dit besluit worden twee versoepelingen
aangebracht op de voorwaarden voor het terugwentelen van verliezen
die betrekking hebben op 2008.
De kredietcrisis is voor het kabinet aanleiding voor het treffen van maatregelen. Zo is bezien of mogelijk de liquiditeitspositie van bedrijven kan worden ondersteund door eenmalige versoepelingen in de uitvoering. Gebaseerd op art. 4:81 Algemene wet bestuursrecht, worden hierna twee versoepelingen in de uitvoering toegestaan. De versoepelingen hebben betrekking op de formele vereisten die gelden bij een voorlopige terugwenteling van een verlies dat is geleden over het jaar 2008.
|
Wet VPB
|
Wet op de vennootschapsbelasting 1969
|
|
UR IB 2001
|
Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001
|
|
UB VPB
|
Uitvoeringsbeschikking vennootschapsbelasting 1971
|
|
IB
|
inkomstenbelasting
|
|
VPB
|
vennootschapsbelasting
|
|
AWR
|
Algemene wet inzake rijksbelastingen
|
Voor belastingplichtigen voor de inkomstenbelasting gaat het om
ondernemingsverliezen als bedoeld in art. 3.148 Wet IB 2001. Voor
belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting gaat het om
verliezen als bedoeld in art. 20 Wet VPB. Bij belastingplichtigen
met een gebroken boekjaar gaat het om verliezen die worden
toegerekend aan het jaar 2008. Dat betekent voor
belastingplichtigen voor de inkomstenbelasting het boekjaar
2007-2008. Voor belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting
zal dat het boekjaar 2008-2009 zijn.
Om het mogelijk te maken sneller een verlies terug te wentelen gelden onder de in onderdeel 4 vermelde voorwaarden de volgende twee versoepelingen. Daarnaast gelden de normale regels, bijvoorbeeld de zogenoemde 80%-regel (art. 23 UR IB 2001 en art. 3 UB VPB).
Een voorlopige terugwenteling van een verlies kan niet eerder
plaatsvinden dan nadat de aangifte waaruit het verlies blijkt, is
ingediend (art. 23 UR IB 2001, art. 3 UB VPB). In afwijking hiervan
sta ik toe dat de belastingdienst een verlies voorlopig
terugwentelt (eventueel bij voorschot) vóórdat de aangifte over het
jaar 2008 is gedaan. De belastingplichtige moet dan wel aannemelijk
maken, aan de hand van een voorlopige jaarrekening of anderszins,
dat een verlies is geleden.
Een voorlopige terugwenteling van een verlies kan alleen
plaatsvinden als de aanslag (VPB) of aanslagen (IB) over het jaar
of de jaren waarnaar wordt teruggewenteld definitief is of zijn
vastgesteld (art. 3.152 Wet IB 2001, art. 21 Wet VPB in combinatie
met art. 2 AWR). In afwijking hiervan sta ik toe dat de
belastingdienst een voorschot geeft op de voorlopige terugwenteling
van een verlies als er slechts een voorlopige aanslag is opgelegd
over het jaar waarnaar kan worden teruggewenteld.
De versoepelingen gelden onder de volgende voorwaarden:
- a. De belastingplichtige stuurt een onderbouwd en
ondertekend verzoek om een voorschot op de terugwenteling van een
verlies aan de bevoegde inspecteur; en
- b. Het doen van het verzoek houdt tevens in dat
- de belastingplichtige zijn vorderingsrecht op het uit te
betalen bedrag dat voortvloeit uit de definitieve terugwenteling
van het verlies tot aan het bedrag van het voorschot overdraagt aan
de Belastingdienst. Dat betekent dat het ontvangen voorschot wordt
ingehouden op het bedrag dat te zijner tijd wordt uitbetaald op de
definitieve terugwenteling van het verlies.
- de belastingplichtige onverwijld het betaalde voorschot
terugbetaalt voor zover het bedrag van de vermindering als gevolg
van de definitieve terugwenteling van het verlies lager is dan het
voorschot. Over dit bedrag wordt rente berekend volgens de regels
voor heffingsrente die normaal gesproken zouden gelden als de
vermindering van de aanslag bij de definitieve terugwenteling van
het verlies afwijkt van de voorlopige terugwenteling.
Ad a. Het verzoek dient een benadering van het fiscale verlies
te bevatten. Deze benadering moet worden onderbouwd, bijvoorbeeld
door middel van een (voorlopige) jaarrekening (3.1). Een
commercieel geleden verlies is immers niet zonder meer gelijk te
stellen met een fiscaal verlies. Indien de aangifte al is ingediend
over het verliesjaar 2008, dan kan in het verzoek voor de
onderbouwing worden volstaan met een verwijzing naar die aangifte.
Ad b. Na beoordeling van het verzoek maakt de inspecteur een
beschikking voorlopige terugwenteling van het verlies op. De onder
3.1. en 3.2 opgenomen versoepelingen maken dat het veelal niet
mogelijk is deze beschikking op normale wijze in de systemen te
verwerken. Om die reden verleent de ontvanger een voorschot. Dit
voorschot wordt verrekend met de vermindering van de aanslag(en)
door de definitieve terugwenteling van het verlies over 2008. Het
bedrag van het voorschot kan achteraf bezien onjuist zijn. In dat
geval stort de belastingplichtige onmiddellijk nadat de beschikking
betreffende de definitieve terugwenteling van het verlies is
ontvangen, terug het teveel ontvangen bedrag, inclusief rente -
berekend als ware het heffingsrente.
De belastingdienst verleent geen voorschot als de aangifte over het
verliesjaar al is gedaan en de aanslag over het jaar waarnaar wordt
teruggewenteld op zeer korte termijn definitief wordt vastgesteld.
In een bijlage bij dit besluit is een opzet voor een verzoek
opgenomen.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en
werkt terug tot en met de dagtekening van dit besluit. Dit besluit
vervalt met ingang van 1 juli 2010.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 8 april 2009.
De staatssecretaris van Financiën,
mr. drs. J.C. de Jager.
14-04-2009
|
PDF bestand, 7 Kb
Besluit / beleidsregel |
08-04-2009
|
PDF bestand, 52 Kb