U bevindt zich op: Home
› Actueel
› Besluiten / beleidsregels
Inkomstenbelasting. Ten onrechte ontvangen looninkomsten en terecht ontvangen looninkomsten die terugbetaald moeten worden
Besluit / beleidsregel, Fiscaal |
05-08-2009 |
Inkomstenbelasting
Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling,
Sector brieven & beleidsbesluiten
Besluit van 5 augustus 2009, nr. CPP2009/1096M, Staatscourant
2009, 12183
De staatssecretaris van Financiën heeft het volgende
besloten.
Dit besluit beschrijft het fiscale beleid voor ten
onrechte ontvangen looninkomsten. Verder beschrijft dit besluit het
fiscale beleid voor in eerste instantie terecht ontvangen
looninkomsten die later op grond van een afdwingbare verplichting
terugbetaald moeten worden, omdat zij met terugwerkende kracht
vervangen worden door andere looninkomsten. Dit besluit vervangt
het besluit van 5 juli 2001, nr. CPP2001/599M.
1. Inleiding
In het besluit van 5 juli 2001, nr. CPP2001/599M werd het
fiscale beleid beschreven voor ten onrechte ontvangen
looninkomsten. Die inkomsten konden onder voorwaarden buiten de
heffing van de inkomstenbelasting gelaten worden. Dat beleid is
ongewijzigd overgenomen in de onderdelen 2 en 3 van dit besluit.
De situatie kan zich ook voordoen dat in eerste instantie terecht
ontvangen looninkomsten terugbetaald moeten worden, omdat zij met
terugwerkende kracht vervangen worden door andere looninkomsten.
Als de terugbetaling plaatsvindt in een later kalenderjaar dan het
jaar waarin de vervangende looninkomsten zijn ontvangen, kan een
belasting- en/of premienadeel (hierna: belastingnadeel) optreden
door de progressie in het tarief van de inkomstenbelasting. In
onderdeel 4 van dit besluit is een goedkeuring opgenomen dat in
zo'n situatie de terugbetaling (onder voorwaarden) in aanmerking
mag worden genomen in het kalenderjaar waarin de vervangende
looninkomsten zijn ontvangen.
2. Ten onrechte ontvangen looninkomsten niet belast
Ten onrechte ontvangen looninkomsten worden geacht niet te
zijn genoten als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet IB 2001
als belastingplichtige er binnen redelijke termijn blijk van
heeft gegeven dat hij de ten onrechte ontvangen looninkomsten niet
wil behouden (zie bijvoorbeeld het arrest HR 21 december 1988,
BNB1989/120*). In dat geval is er dus geen sprake van looninkomsten
als bedoeld in artikel 3.80 Wet IB 2001.
3. Ten onrechte ontvangen looninkomsten wel belast
3.1 Inleiding
Als belastingplichtige er niet binnen redelijke termijn blijk
van heeft gegeven dat hij de ten onrechte ontvangen looninkomsten
niet wil behouden, zijn die looninkomsten belast op de voet van de
artikelen 3.80 en verder van de Wet IB 2001. Aan de hand van de
feiten en omstandigheden van het geval moet vervolgens worden
beoordeeld of de feitelijke terugbetaling van de ten onrechte
ontvangen looninkomsten kan kwalificeren als negatieve inkomsten.
In gevallen waarin de feitelijke terugbetaling plaatsvindt in een
ander jaar dan het jaar waarin de looninkomsten zijn genoten, kan
door de progressie in het tarief van de inkomstenbelasting een
belastingnadeel optreden ten opzichte van de situatie waarin de
belastingplichtige de looninkomsten in het geheel niet zou hebben
genoten.
In situaties waarin de ten onrechte ontvangen looninkomsten niet te
kwader trouw zijn verkregen acht ik het niet gewenst dat dit
belastingnadeel ontstaat. Daarom keur ik het volgende goed met
toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen (de hardheidsclausule).
3.2 Goedkeuring
Ik keur goed dat de inspecteur er vanuit gaat dat de ten
onrechte ontvangen looninkomsten geacht worden niet te zijn genoten
in de zin van artikel 2.3 van de Wet IB 2001 als wordt voldaan aan
de volgende voorwaarden:
a. belastingplichtige heeft de looninkomsten niet te kwader
trouw verkregen, én
b. belastingplichtige toont ten genoegen van de inspecteur aan
dat de looninkomsten volledig zijn terugbetaald, én
c. belastingplichtige past ter zake van de terugbetaling van
de looninkomsten geen enkele aftrek op het loon c.q. inkomen toe,
dan wel - als de aftrek al is toegepast - verklaart
belastingplichtige zich akkoord met het terugnemen van de aftrek.
In bijzondere situaties kan het voorkomen dat de ten onrechte
ontvangen looninkomsten gedeeltelijk worden teruggevorderd. In dat
geval kan het voorafgaande worden toegepast op het deel dat wordt
teruggevorderd.
4. Terecht ontvangen looninkomsten die later worden
terugbetaald, omdat zij vervangen worden door andere looninkomsten
4.1 Inleiding
De situatie kan zich voordoen dat in eerste instantie terecht
ontvangen looninkomsten terugbetaald moeten worden, omdat zij met
terugwerkende kracht vervangen worden door andere looninkomsten.
Dat kan bijvoorbeeld als een genoten uitkering volgens de Wet werk
en bijstand met terugwerkende kracht wordt vervangen door een
Ziektewetuitkering. In gevallen waarin de feitelijke terugbetaling
plaatsvindt in een later kalenderjaar dan het jaar waarin de
vervangende looninkomsten zijn genoten, kan een belastingnadeel
optreden door de progressie in het tarief van de
inkomstenbelasting. In het jaar waarin de vervangende looninkomsten
worden genoten, zal het inkomen immers hoger zijn. In het jaar
waarin de terugbetaling plaatsvindt, zal het inkomen lager zijn.
Deze wisseling in inkomen kan ook gevolgen hebben voor
inkomensafhankelijke regelingen zoals de diverse toeslagen.
In situaties waarin (in eerste instantie) terecht ontvangen
looninkomsten op grond van een afdwingbare verplichting moeten
worden terugbetaald en met terugwerkende kracht vervangen zijn door
andere looninkomsten acht ik het niet gewenst dat een
belastingnadeel en mogelijke nadelige gevolgen voor andere
inkomensafhankelijke regelingen ontstaan. Daarom keur ik het
volgende goed met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet
inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule).
4.2 Goedkeuring
Ik keur goed dat de terugbetaling van (in eerste instantie)
terecht ontvangen looninkomsten, in afwijking van artikel 3.146 en
3.147 van de Wet IB 2001, als negatief loon in de zin van artikel
3.81 van de Wet IB 2001 in aanmerking kan worden genomen in het
jaar waarin de vervangende looninkomsten worden genoten.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:
a. belastingplichtige heeft de looninkomsten niet te kwader trouw
verkregen, én
b. belastingplichtige toont ten genoegen van de inspecteur aan dat
de looninkomsten volledig zijn terugbetaald, én
c. de terugbetaling van de looninkomsten vindt plaats binnen drie
maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de vervangende
looninkomsten zijn genoten, of belastingplichtige heeft er binnen
drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de vervangende
looninkomsten zijn genoten blijk van gegeven dat hij de
looninkomsten niet wil behouden en heeft deze in dat kalenderjaar
op een later moment feitelijk terugbetaald, én
d. als de terugbetaling in een ander kalenderjaar als negatief loon
in aanmerking is genomen, verklaart belastingplichtige zich akkoord
met het terugnemen van deze aftrek.
5. Ingetrokken regeling
Het besluit van 5 juli 2001, nr. CPP2001/599M, is ingetrokken
met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.
6. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en
werkt terug tot en met de dagtekening van dit besluit.
In afwijking hiervan treedt onderdeel 4 in werking met ingang
van
1 januari 2009.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 5 augustus 2009.
De staatssecretaris van Financiën,
mr.drs. J.C. de Jager.
Meer informatie