U bevindt zich op: Home › Actueel › Besluiten / beleidsregels
Bij dit besluit is het beleidsbesluit van 7 oktober 2005,
nr. CPP 2005/1510M ingetrokken. Dit besluit (tariefindeling van
bepaalde alcoholhoudende dranken) heeft, gelet op de uitspraak van
het Hof van Justitie van 7 mei 2009 nr. C-150/2008, zijn belang
verloren.
Voorts betreft dit besluit een jaarlijkse actualisering van het
beleidsbesluit van 10 december 2008, nr. CPP2008/2542M. Naast enige
aanpassingen van redactionele aard zijn de volgende beleidsregels
vervallen, gewijzigd of nieuw opgenomen:
- De onder de punten 3.6, 4.12 en 4.13 opgenomen beleidsregels
hebben door wijziging van wetgeving inzake de energiebelasting hun
belang verloren en kunnen vervallen.
- De beleidsregel in punt 4.14 (teruggaaf accijns van minerale olie
door inslag in AGP van benzinedamp) zal niet per 1 januari 2010
vervallen, maar worden vervangen door een nieuwe beleidsregel die
voorziet in een teruggaafregeling die is gekoppeld aan een forfait
van de hoeveelheid met een tankauto uitgeslagen benzine.
- De onder punt 6.1 opgenomen beleidsregel (voorhanden hebben van
laagbelaste minerale oliën in hybride pleziervaartuig) vloeit voort
uit de accijnswetgeving en kan daarom vervallen.
In dit beleidsbesluit wordt verstaan onder:
a. wet: Wet op de accijns;
b. besluit: Uitvoeringsbesluit accijns;
c. regeling: Uitvoeringsregeling accijns
d. richtlijn: Richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992;
e. AGP: Accijnsgoederenplaats als bedoeld in artikel 1a, eerste
lid, onderdeel d, van de wet;
f. AGD: Administratief geleidedocument;
g. accijnsgoederen: goederen genoemd in artikel 1, eerste lid, van
de wet;
h. derde land: een ander grondgebied dan het grondgebied van de
Europese Unie (EU).
De hoofdstukindeling van dit besluit is voor zover mogelijk gelijk
aan de hoofdstukindeling van de wet. De inhoudsopgave ziet er
daarom als volgt uit:
1. Inleidende bepalingen
2. Definities van de accijnsgoederen en tarieven
3. Uitslag en Invoer
4. Vrijstelling en teruggaaf
5. Bijzondere bepalingen
6. Verbodsbepalingen en strafbepalingen
7. Intrekking besluiten
8. Inwerkingtreding
De beleidsregels zijn onder de betreffende hoofdstukken (1 t/m 6) opgenomen.
Op grond van artikel 2, eerste lid, van de wet is het in
beginsel niet toegestaan om accijnsgoederen tijdelijk buiten een
AGP te brengen om ze elders een bewerking te laten ondergaan. Ter
zake van die uitslag is de accijns verschuldigd. Indien de goederen
weer binnen de AGP worden gebracht, kan de accijns worden
teruggevraagd.
Goedkeuring
Ik keur goed dat de inspecteur toestaat dat accijnsgoederen
tijdelijk buiten de AGP worden gebracht om elders een bewerking te
ondergaan. De goederen worden dan geacht niet te zijn uitgeslagen.
De toestemming kan in de vergunning voor de AGP worden opgenomen en
kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
- de bewerking mag niet zodanig zijn dat de bewerkte
accijnsgoederen een hoger accijnsbedrag vertegenwoordigen dan voor
die bewerking het geval was;
- in de administratie moeten de tijdelijke overbrenging en de
onregelmatigheden tijdens de overbrenging worden vastgelegd;
- de overbrenging van of naar de plaats van bewerking moet
plaatsvinden met een bescheid als omschreven in artikel 54 van de
regeling onder vermelding van de tekst "tijdelijke uitslag
AGP" en het nummer van de AGP-vergunning.
Het vervoer van accijnsgoederen onder schorsing van de accijns
kan onder andere plaatsvinden onder geleide van een AGD tussen:
- vergunninghouders van AGP’s onderling;
- een belastingentrepot en een AGP;
- een belastingentrepot en een geregistreerd bedrijf of
niet-geregistreerd bedrijf.
Een AGD kan onder voorwaarden ook vervangen worden door een
commercieel document.
Er is ook sprake van vervoer onder schorsing van de accijns, indien
de accijnsgoederen vanuit een derde land in Nederland in het vrije
verkeer van de EU worden gebracht en deze goederen worden
overgebracht naar een AGP. In deze situatie moet het vervoer
plaatsvinden met een vervoersopdracht.
Bij vervoer onder schorsing moeten de betreffende goederen
daadwerkelijk worden afgeleverd bij de vergunninghouder die als
geadresseerde op het AGD (vak 7), op het (aan een AGD
gelijkgestelde) commercieel document of op de vervoersopdracht is
vermeld.
Bij de vergunninghouders van een AGP of van een geregistreerd
bedrijf bestaat er echter de behoefte om de accijnsgoederen
rechtstreeks vanaf hun leverancier af te (laten) leveren bij hun
afnemer in Nederland (hierna: rechtstreekse aflevering). Dit is
bijvoorbeeld het geval indien de afnemer geografisch dichter bij de
leverancier van de goederen is gesitueerd dan de locatie van de
vergunninghouder. Het is in dat geval niet efficiënt om de goederen
eerst naar de locatie van de vergunninghouder te vervoeren en
daarna pas naar de afnemer.
Rechtstreekse aflevering is op grond van de richtlijn en de wet
niet mogelijk. Alleen een vergunninghouder van een AGP of een
(niet)geregistreerd bedrijf mag op grond van artikel 1a, eerste
lid, onderdelen d, j en k, van de wet accijnsgoederen onder
schorsing van accijns ontvangen. De ontvangst onder schorsing door
een (niet)geregistreerd bedrijf is daarbij slechts toegestaan
indien de leverancier in een andere lidstaat is gevestigd.
Wat betreft de vergunninghouder van een AGP wordt op grond van
artikel 2, eerste lid, van de wet onder uitslag verstaan het
brengen van een accijnsgoed buiten de AGP. Wat betreft het
geregistreerd bedrijf wordt op grond van artikel 2a, eerste lid,
van de wet onder uitslag mede verstaan de ontvangst van een
accijnsgoed dat wordt overgebracht vanuit een belastingentrepot.
Indien goederen rechtstreeks worden afgeleverd bij hun afnemers,
vindt er geen fysieke handeling plaats die als uitslag aangemerkt
kan worden. Dit heeft tot gevolg dat de accijns derhalve niet bij
de vergunninghouder van de AGP of van het geregistreerd bedrijf kan
worden geheven.
Hoewel de huidige systematiek van de wet zich verzet tegen
rechtstreekse aflevering van accijnsgoederen, ben ik van mening dat
sprake is van een gerechtvaardigde wens van het bedrijfsleven om
rechtstreekse aflevering mogelijk te maken. De eventuele heffing
van de accijns moet echter voldoende zijn verzekerd. Daarom is er
aanleiding een regeling te treffen die tegemoet komt aan deze wens
van het bedrijfsleven, maar waarin de heffing van accijns voldoende
is gewaarborgd.
In afwachting van een wijziging van de wet, keur ik het volgende
goed.
De inspecteur kan op schriftelijk verzoek van een vergunninghouder
van een AGP of geregistreerd bedrijf toestaan dat hij goederen
onder schorsing van de accijns ontvangt zonder dat hij deze
goederen fysiek in zijn bezit krijgt maar rechtstreeks aflevert of
laat afleveren bij zijn afnemer. Op de toestemming zijn de onder
punt 1.2.4 genoemde voorwaarden van toepassing. Bij gebleken
misbruik of indien aan één of meer van deze voorwaarden niet wordt
voldaan wordt de verleende toestemming ingetrokken.
Als tijdstip van uitslag als bedoeld in artikel 52 (bij AGP) of
52a, onderdeel a, (bij geregistreerd bedrijf) van de wet wordt
aangemerkt de datum waarop de goederen door de afnemer worden
ontvangen.
De toestemming wordt opgenomen in de vergunning van de houder van
de AGP of het geregistreerd bedrijf die de goederen rechtstreeks
laat afleveren (hierna: vergunninghouder-geadresseerde) aan degene
aan wie hij de goederen heeft doorverkocht (zijn afnemer) in
Nederland. De toestemming is alleen van toepassing op de
accijnsgoederen die in die vergunning zijn vermeld.
De toestemming kan ook worden verleend indien
- wordt afgeleverd aan een afnemer met een AGP-vergunning;
- wordt afgeleverd aan een afnemer met een vrijstellingsvergunning
als bedoeld in artikel 65, derde lid, van de wet;
- de vergunninghouder-geadresseerde of de
vergunninghouder-leverancier in het bezit is van een toestemming
als bedoeld in artikel 2, zesde tot en met dertiende lid, van het
besluit (maandverklaring).
Een toestemming kan niet worden verleend:
- aan een vergunninghouder van een AGP als bedoeld in artikel 42a,
van de wet;
- aan een vergunninghouder niet-geregistreerd bedrijf;
- voor sigaren, sigaretten en rooktabak.
De toestemming staat los van:
- de ontheffing van formaliteiten die voor bepaalde minerale oliën
kan worden afgegeven (artikel 2, zesde lid, van de wet en het
administratief akkoord tussen Nederland, Luxemburg, België,
Duitsland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk van 14 mei 1998,
artikel 3);
- de bilaterale overeenkomsten die met bepaalde lidstaten zijn
afgesloten over het veelvuldig vervoer van minerale oliën tussen
twee of meer lidstaten.
Voor het verlenen van de toestemming aan een vergunninghouder
van een AGP of een geregistreerd bedrijf gelden de volgende
voorwaarden:
a. De afnemer aan wie rechtstreeks wordt afgeleverd moet een
ondernemer zijn in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 en
mag niet optreden in de hoedanigheid van een vergunninghouder
geregistreerd bedrijf of niet-geregistreerd bedrijf.
b. De toestemming geldt alleen als alle goederen die op het AGD (of
het daarmee gelijkgestelde commercieel document) of de
vervoersopdracht zijn vermeld, rechtstreeks worden afgeleverd bij
de afnemer van de vergunninghouder geadresseerde. Het is dus
bijvoorbeeld niet mogelijk om een gedeelte van de goederen fysiek
in de AGP in te slaan of te laten ontvangen door een geregistreerd
bedrijf en een ander gedeelte rechtstreeks af te leveren.
c. Een vergunninghouder geregistreerd bedrijf kan niet rechtstreeks
laten afleveren aan een afnemer die in het bezit is van een
vergunning voor een AGP of vrijstellingsvergunning.
d. De goederen worden administratief overgebracht van een
belastingentrepot naar een accijnsgoederenplaats of geregistreerd
bedrijf, of van een accijnsgoederenplaats naar een andere
accijnsgoederenplaats. In beide gevallen vindt de overbrenging
onder geleide van een AGD plaats. In vak 7 wordt de naam en het
volledige adres van de vergunninghouder accijnsgoederenplaats of
geregistreerd bedrijf vermeld. In vak 7a wordt/ worden het adres/
de adressen genoteerd waar de goederen daadwerkelijk worden
afgeleverd. Zo nodig worden de gegevens in een bijlage of op
commerciële vervoersdocumenten vermeld, waarnaar in vak 7a kan
worden verwezen.
e. De vergunninghouder-geadresseerde moet ervoor zorgen dat hij
wordt geïnformeerd over de datum van ontvangst door de afnemer in
Nederland. Deze gegevens worden op de commerciële bescheiden,
behorende bij de fysieke aflevering, vermeld. Tevens moet hij
ervoor zorgen dat hij na de rechtstreekse aflevering(en) het AGD,
commercieel bescheid of vervoersopdracht in zijn bezit krijgt.
f. De vergunninghouder-geadresseerde tekent het AGD voor ontvangst
van de goederen in vak C af. Hij vermeldt daarbij de datum als
bedoeld in punt e hiervoor. Hij tekent de eventuele geconstateerde
verschillen op de desbetreffende exemplaren van het AGD aan.
g. De vergunninghouder-geadresseerde neemt de hoeveelheid die door
de afnemer is ontvangen op in zijn administratie als uitslag en,
bij een AGP-vergunninghouder, ook als inslag. De datum van deze in-
en uitslag is de datum als bedoeld onder punt e hiervoor.
h. De vergunninghouder-geadresseerde moet met overeenkomstige
toepassing van artikel 53 (bij AGP), respectievelijk artikel 53a
(bij geregistreerde bedrijf) van de wet, de accijns op aangifte
voldoen als ware er sprake van uitslag als bedoeld in artikel 2,
respectievelijk artikel 2a van de wet.
i. De desbetreffende vergunninghouder moet voldoende
(administratieve) waarborgen treffen om de accijnsbelangen veilig
te stellen en het toezicht daarop mogelijk maken. In de
administratie moet duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen de
fysieke transacties en de rechtstreekse afleveringen aan zijn
afnemers. Ook moeten alle op de vervoersdocumenten/ AGD’s
geconstateerde verschillen in de administratie worden aangetekend.
j. Iedere wijziging die zich na het verlenen van de toestemming
voordoet, moet schriftelijk aan de inspecteur die de toestemming
voor rechtstreekse aflevering heeft verleend worden gemeld.
Indien nodig kan de inspecteur nog nadere voorwaarden stellen aan
het toezicht op de naleving van bovengenoemde voorwaarden.
Als de toestemming wordt verleend
- aan een vergunninghoudergeadresseerde die aflevert aan een
afnemer met een vrijstellingsvergunning als bedoeld in artikel 65,
derde lid, van de wet of
- aan een vergunninghoudergeadresseerde of
vergunninghouder-leverancier met een toestemming als bedoeld in
artikel 2, zesde tot en met dertiende lid, van het besluit
(maandverklaring)
kan de inspecteur, in plaats van de voorwaarden bedoeld onder punt
d, specifieke voorwaarden vaststellen met betrekking tot de
aanwezigheid en het gebruik van de documenten die het vervoer
moeten begeleiden.
Op grond van artikel 2, zesde lid, van het besluit kan de
inspecteur toestaan dat onder bepaalde voorwaarden het overbrengen
van accijnsgoederen tussen twee AGP’s niet plaatsvindt met een
geleidedocument, maar gebruik wordt gemaakt van een
maandverklaring. Indien deze regeling wordt toegepast door een
houder van een AGP die tevens vergunninghouder is van andere AGP’s,
moet ook deze vergunninghouder maandverklaringen afgeven voor de
overbrengingen van en naar die AGP’s onderling.
Goedkeuring
Ik keur goed dat de inspecteur op verzoek toestemming kan verlenen
om een maandverklaring als bedoeld in artikel 2, zesde lid,
onderdeel b, van het besluit achterwege te laten. De toestemming
kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
- de vergunninghouder van de AGP moet in het bezit zijn van een
toestemming om één aangifte te doen voor alle AGP’s als bedoeld in
artikel 21, eerste lid, van de regeling;
- de overbrengingen onder schorsing van de accijns tussen de verschillende AGP’s zonder geleidedocument moeten zowel in de centrale administratie als in de administratie van de desbetreffende AGP’s op overzichtelijke wijze worden vastgelegd.2 Definities van de accijnsgoederen en tarieven
In artikel 13 van de wet is het tarief van de accijns voor
overige alcoholhoudende producten opgenomen. Het tarief bestaat uit
een bepaald bedrag per volumepercent alcohol per hectoliter
alcoholhoudend product bij een temperatuur van 20° C.
Goedkeuring
Ik keur goed dat voor de berekening van de accijns het
alcoholpercentage voor overige alcoholhoudende producten naar
beneden wordt afgerond op tienden van percenten.
Op grond van artikel 27, eerste lid, onderdeel d, van de wet
wordt de accijns voor vloeibaar gemaakt petroleumgas berekend per
1000 kilogram. In de praktijk wordt vloeibaar gemaakt petroleumgas
veelal verhandeld in liters in plaats van in kilogrammen.
Goedkeuring
Ik keur goed dat voor de omrekening van liters naar kilogrammen
uitgegaan mag worden van een soortelijke massa van 0,54. De
goedkeuring is alleen van toepassing indien vloeibaar gemaakt
petroleumgas (LPG) bestaat uit een mengsel van propaan en butaan en
degene die de accijns is verschuldigd de exacte samenstelling en
soortelijke massa niet kent of kan kennen.
Op grond van de wet is accijns verschuldigd over de invoer of de
uitslag van lichte olie die als brandstof wordt gebruikt voor
tweetaktmotoren van motorrijtuigen ongeacht de toevoegingen. Hoewel
aan de lichte olie smeerolie is toegevoegd blijft het eindproduct
een lichte olie in de zin van de wet en blijft over het gehele
eindproduct de accijns verschuldigd.
In artikel 27 van de wet is voor smeerolie (GN codes 2710 1981 t/m
2710 1999) geen tarief vastgesteld. Op grond van artikel 28 van de
wet is deze minerale olie belast met accijns als het bestemd is
voor gebruik, wordt aangeboden voor de verkoop of wordt gebruikt
als motorbrandstof.
Goedkeuring
Hoewel de smeerolie voor de smering van de tweetaktmotor in
bepaalde gevallen aan de lichte olie wordt toegevoegd, kan men niet
spreken van een product dat wordt aangeboden voor de verkoop als
motorbrandstof of wordt gebruikt als motorbrandstof. Deze smeerolie
wordt in die gevallen niet toegevoegd aan de brandstof om als
brandstof te dienen, maar omdat er vanwege de technische
constructie geen andere manier bestaat om de smeerolie in de motor
te krijgen. Het toevoegen van de smeerolie heeft eerder een
verslechtering van het verbrandingsproces van de brandstof in de
motor tot gevolg. De smeerolie voor tweetaktmotoren is
vergelijkbaar met de smeerolie voor viertaktmotoren, die ook niet
belast is.
Ik keur daarom goed dat de smeerolie die wordt ingevoerd of
uitgeslagen in afzonderlijke verpakking om als smeermiddel voor een
tweetaktmotor te dienen, niet onder de accijnsheffing valt.
In beginsel kan alleen op grond van artikel 18 van de regeling
verkoop van accijnsgoederen plaatsvinden vanuit een AGP aan een
verbruiker.
Goedkeuring
In de praktijk blijkt dat er behoefte bestaat om op kleine schaal
rechtstreeks vanuit een AGP aan een verbruiker veraccijnsde
accijnsgoederen te leveren, de zogenoemde poortverkoop.
In verband hiermee keur ik goed dat vanuit een AGP op kleine schaal
accijnsgoederen waarvoor de accijns is betaald aan een verbruiker
worden geleverd. Deze levering is echter alleen toegestaan onder de
volgende voorwaarden:
- de tabaksproducten moeten zijn voorzien van accijnszegels;
- de verkoop vindt plaats vanuit een ruimte die binnen de AGP
duidelijk is afgescheiden;
- als tijdstip van uitslag wordt aangemerkt het tijdstip van opslag
in de verkoopruimte;
- de verkoop aan de verbruikers moet blijken uit de administratie
van de AGP;
- de verkoop aan de poort is een bijzaak van de AGP.
Een AGP is, gelet op artikel 42 van de wet, een geografisch
vastgestelde locatie die in de vergunning is omschreven. Het is
daarom in beginsel niet mogelijk een schip of vrachtauto als AGP
aan te wijzen.
Bij de levering van minerale oliën aan tankstations en schepen is
er op het tijdstip van de uitslag nog niet bekend hoeveel minerale
olie zal worden uitgeslagen. Dit speelt ook bij bier dat vanuit de
AGP met tankauto’s wordt afgeleverd bij horecaondernemers. De
geleverde hoeveelheid staat pas vast bij de daadwerkelijke
aflevering aan het tankstation, aan het schip of aan de
horecaondernemer. Mede ter voorkoming van administratieve
handelingen bestaat er daarom behoefte om voor deze leveringen een
uitzondering te maken.
Goedkeuring
Ik keur goed dat tankauto’s die bier aan horecaondernemingen
afleveren, tankauto’s die minerale olie aan tankstations afleveren
en leurschepen die minerale olie met vrijstelling van accijns
afleveren aan schepen geacht worden deel uit te maken van de AGP
waaruit wordt afgeleverd. Deze goedkeuring moet worden opgenomen in
de vergunning voor de AGP waaruit wordt afgeleverd.
De goedkeuring is van toepassing onder de volgende voorwaarden:
- de afleveringen van de minerale oliën en het bier moeten
plaatsvinden via op de tankauto's aanwezige geijkte meters;
- voor de berekening van de verschuldigde accijns inzake lichte
olie, halfzware olie en gasolie mogen de op de tankstations
afgeleverde actuele liters worden omgerekend naar liters ad 15º C.
op basis van de soortelijke massa van de betreffende minerale olie
en de temperatuur op het moment van belading van de tankauto;
- voor de berekening van de verschuldigde accijns inzake vloeibaar
gemaakt petroleumgas mogen de op de tankstations afgeleverde
actuele liters worden omgerekend naar kilogrammen op basis van een
soortelijke massa van 0,54;
- tijdens het vervoer van de minerale olie of het bier moet de
herkomst worden aangetoond met een bescheid als bedoeld in artikel
54 van de regeling.
De aflevering van minerale oliën met zogenoemde leurschepen kan
alleen plaatsvinden onder de volgende voorwaarden:
- als leurschip wordt aangemerkt een schip dat in eigendom is van
of dat voor minimaal een periode van een jaar gecharterd is door de
vergunninghouder van de AGP;
- de namen en de registratienummers van de leurschepen moeten in de
AGP-vergunning worden opgenomen;
- de vergunninghouder van de AGP moet per leurschip een deugdelijke
administratie voeren van de ontvangen, afgeleverde en voorhanden
zijnde minerale oliën;
- leurschepen mogen alleen minerale olie vervoeren die eigendom
zijn van de vergunninghouder van de AGP;
- vanuit de leurschepen mogen alleen minerale oliën worden
afgeleverd met vrijstelling van accijns op grond van artikel 66 van
de wet;
- tijdens het vervoer van de minerale olie naar de schepen moet de
herkomst worden aangetoond met een bescheid als omschreven in
artikel 54 van de regeling.
Vanaf 1 januari 1993 is het niet meer mogelijk om communautaire
accijnsgoederen andere dan minerale oliën met communautaire
douanedocumenten binnen de Gemeenschap te vervoeren. Aangezien er
geen fysieke opslag plaatsvindt, kan er geen vergunning voor een
AGP worden afgegeven voor andere accijnsgoederen dan minerale
oliën.
Als er echter sprake is van kettingverkopen (verkopen tijdens het
vervoer of de vervoersopslag) is het daardoor niet meer mogelijk om
onder schorsing van accijns te leveren.
Goedkeuring
In verband daarmee keur ik goed dat de inspecteur, onder door hem
te stellen voorwaarden, ook voor andere accijnsgoederen dan
minerale oliën een vergunning voor een AGP als bedoeld in artikel
42a van de wet kan verlenen.
De verkoop van accijnsgoederen op schepen en in luchtvaartuigen
in het verkeer tussen twee lidstaten van de Europese Unie is
gebonden aan de bepalingen van de richtlijn. Volgens de
voorgeschreven formaliteiten zal bij iedere binnenkomst in een
lidstaat over de accijnsgoederen die behoren tot de winkelvoorraad
een aangifte voor de accijns moeten worden gedaan. Daartegenover
staat dat er een recht op teruggaaf ontstaat van de accijns die in
de lidstaat van vertrek is voldaan.
Indien een exploitant van een winkel aan boord van een vliegtuig of
schip in het verkeer tussen twee lidstaten deze winkel gesloten
houdt tijdens het verblijf in één van beide lidstaten, vindt geen
accijnsheffing plaats.
De exploitant van de (mobiele) winkel kan er echter de voorkeur aan
geven om in het bilaterale passagiersverkeer zowel in de ene als in
de andere lidstaat aan de reizigers de gelegenheid te bieden
accijnsgoederen te kopen. In deze situatie zal de exploitant bij
iedere binnenkomst van zijn tot de winkelvoorraad behorende
accijnsgoederen in een andere lidstaat de accijns van die lidstaat
verschuldigd worden. Vervolgens staat er weer een recht op
accijnsteruggaaf van de in de lidstaat van vertrek voldane accijns.
Zonder nadere vereenvoudiging zal één en ander via de algemene
regels van de desbetreffende lidstaat moeten worden aangegeven en
betaald, dat kan leiden tot een fors aantal aangiften en
teruggaafverzoeken van accijns.
Ter vereenvoudiging van de door de belanghebbende ondernemer te
verrichten aangiften en betalingen van accijns en gelet op de
notitie van de Europese Commissie (gepubliceerd in het Pb EG van 10
april 1999 nr. 1999/ C 99/08) en artikel 7, negende lid, van de
richtlijn keur ik het volgende goed.
De inspecteur kan op schriftelijk verzoek en met inachtneming van
de hierna vermelde voorwaarden bij vergunning een vereenvoudigde
regeling treffen. De vergunning ziet op een situatie dat een
exploitant van een (mobiele) winkel veelvuldig en regelmatig
accijnsgoederen overbrengt als winkelvoorraad aan boord van een
schip of vliegtuig in het verkeer tussen twee lidstaten.
Met toepassing van deze regeling is het mogelijk dat de exploitant
van de (mobiele) winkel periodiek een aangifte doet waarin de in
het tijdvak verschuldigd geworden accijns - en, wat betreft
tabaksproducten: BTW 1) - al zijn gesaldeerd met de in
dat tijdvak ontstane rechten op teruggaaf van bedoelde
belastingen.
1) Saldering wat betreft de BTW zal alleen aan de orde zijn voor zover deze wordt geheven als de accijns (d.w.z. bij de tabaksproducten). Voor het overige zal de BTW over de verkopen worden meegenomen met de reguliere BTW-aangiften.
Bij zijn verzoek moet belanghebbende schriftelijk verklaren dat
de niet van Nederlandse accijnszegels voorziene tabaksproducten
tijdens het verblijf binnen het Nederlandse territorium en tijdens
reizen vanuit Nederland naar het territorium van een andere
lidstaat niet worden verkocht.
In de vergunning moet aandacht worden besteed aan de volgende
aspecten: administratie, teruggaaf BTW, afdracht belasting en de
aanwezigheid van tabaksproducten uit andere lidstaten.
Administratie
De exploitant moet een administratie voeren waarin alle in- en
verkopen van de winkel zodanig worden geregistreerd dat daaruit kan
worden vastgesteld welke soorten en hoeveelheden accijnsgoederen
deel uitmaken van de winkelvoorraad op het tijdstip van binnenkomst
in het territorium van de desbetreffende lidstaat. Dit houdt onder
andere in dat in de voorraadadministratie de in- en verkopen van de
mobiele winkel zodanig moeten worden geregistreerd dat daaruit kan
worden vastgesteld welke soorten en hoeveelheden accijnsgoederen
deel uitmaken van de winkelvoorraad op het tijdstip van binnenkomst
in het territorium van de desbetreffende lidstaat. Hieraan kan
bijvoorbeeld worden voldaan door, uitgaande van de voorraad bij
vertrek, bij de winkelverkopen aan boord tevens het tijdstip van de
verkoop te registreren. Voor zover deze gegevens nu niet al worden
bijgehouden, mag worden verwacht dat de registratie hiervan op
relatief eenvoudige wijze - nl. via het kassaregister - valt te
realiseren. Ervan uitgaande dat het verkeer met de andere lidstaat
plaatsvindt in een geregelde dienst, kunnen in de te verlenen
vergunning desgewenst, bij wijze van extra vereenvoudiging, de
tijdstippen van binnenkomst in de andere lidstaat worden vastgelegd
per vaar/ vliegroute en per schip/ vliegtuig.
Over deze vastlegging worden tussen de belanghebbenden en de
bevoegde douaneautoriteiten van de betreffende lidstaten afspraken
gemaakt.
Teruggaaf BTW en afdracht
Indien de accijns in Nederland wordt geheven wordt de
omzetbelasting met betrekking tot tabaksproducten geheven als
accijns. Deze systematiek wordt niet in alle lidstaten gehanteerd.
In gevallen waarin een lidstaat met betrekking tot tabaksproducten
de algemene BTW-regels toepast, zal er wegens de verkopen van deze
goederen aan reizigers vanuit die lidstaat op weg naar Nederland
omzetbelasting moeten worden aangegeven en betaald overeenkomstig
de tarieven van de lidstaat van vertrek. Wanneer deze
tabaksproducten van Nederlandse accijnszegels zijn voorzien
ontstaat er een recht van teruggaaf van de in de zegelaankoop
begrepen Nederlandse BTW. Deze bijzondere teruggaaf BTW zal worden
behandeld overeenkomstig een accijnsteruggaaf van tabaksproducten.
Daarbij is het voor het verkrijgen van de teruggaaf niet nodig dat
de accijnszegels worden overgelegd.
De exploitant zal in Nederland periodiek (maandelijks) aangifte moeten doen bij het daartoe bevoegde belastingkantoor van de in het tijdvak verschuldigde accijns, gesaldeerd met de BTW op tabaksproducten waarvoor recht op teruggaaf bestaat (zie hiervoor).
Voorraad tabaksproducten uit andere lidstaten
In de vergunning kan toestemming worden verleend dat
tabaksproducten uit andere lidstaten zich tijdelijk hier te lande
in de voorraad van mobiele verkooppunten mogen bevinden. Omgekeerd
zullen de autoriteiten van de andere lidstaat eenzelfde positie
innemen, zodat belanghebbende desgewenst via een dubbele voorraad
toch gedurende de hele reis tabaksproducten kan verkopen. Hierbij
speelt mee dat ook de andere lidstaten, evenals Nederland, binnen
het toepassingsbereik van hun accijnsregime alleen verkopen zullen
toelaten van tabaksproducten die in overeenstemming zijn met de
gezondheidsvoorschriften en de eventuele accijnsbepalingen van de
desbetreffende lidstaat.
Tabaksproducten die naar het Nederlandse accijnsregime worden
verkocht, moeten steeds van Nederlandse accijnszegels en
gezondheidswaarschuwingen zijn voorzien.
Op grond van artikel 64, eerste lid, onderdeel a, van de wet kan
vrijstelling van accijns worden verleend bij uitslag en invoer van
bier, wijn, tussenproducten en overige alcoholhoudende producten
die rechtstreeks of als bestanddeel van een halffabrikaat worden
aangewend voor de vervaardiging van levensmiddelen, gevuld of
anderszins, waarvan het alcoholgehalte niet meer bedraagt dan 8,5
liter absolute alcohol per 100 kg product voor chocola en 5 liter
absolute alcohol per 100 kg product voor andere producten.
Goedkeuring
Ik keur goed dat ook vrijstelling van accijns wordt verleend bij
uitslag en invoer van levensmiddelen waarin bier, wijn,
tussenproducten of overige alcoholhoudende producten zijn verwerkt.
In deze levensmiddelen mag het alcoholgehalte niet meer bedragen
dan 8,5 liter absolute alcohol per 100 kg product voor chocola en 5
liter absolute alcohol per 100 kg product voor andere
producten.
Op grond van artikel 64, eerste lid, onderdeel b, van de wet kan
vrijstelling van accijns worden verleend voor overige
alcoholhoudende producten die kennelijk niet zijn bestemd voor
inwendig gebruik door de mens. Deze producten moeten wel volgens
artikel 12 van het besluit juncto artikel 25 van de regeling en de
daarbij behorende bijlage A.2 op de voorgeschreven wijze worden
vermengd zodat ze niet meer geschikt zijn voor consumptie.
Goedkeuring
Ik keur goed dat voor producten die worden uitgeslagen in een
kleinhandelsverpakking van niet meer dan 5 liter de vermenging van
ethanol met 5% methanol ook wordt aangemerkt als voldoende te zijn
vermengd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van het besluit
juncto artikel 25 van de regeling en de daarbij behorende bijlage
A.2.
Op grond van artikel 64, eerste lid, onderdeel c, van de wet kan
vrijstelling worden verleend terzake van de uitslag en de invoer
van overige alcoholhoudende producten die worden gebruikt voor de
vervaardiging van geneesmiddelen. Deze geneesmiddelen zijn
omschreven in de richtlijn 2001/83/EG van 6 november 2001 (Pb EG L
311 van 28 november 2001) betreffende geneesmiddelen voor menselijk
gebruik en de richtlijn 2001/82/EG van 6 november 2001 (Pb EG L 311
van 28 november 2001) betreffende geneesmiddelen voor
diergeneeskundig gebruik. Deze richtlijnen zijn geïmplementeerd in
de Geneesmiddelenwet, de Diergeneesmiddelenwet en de op die wetten
gebaseerde besluiten en regelingen.
Hierna is een toelichting en goedkeurend beleid opgenomen voor de
toepassing van deze vrijstelling.
De vrijstelling van accijns voor overige alcoholhoudende
producten die worden gebruikt voor de vervaardiging van
geneesmiddelen is van toepassing voorzover de vervaardigde
geneesmiddelen in Nederland zijn geregistreerd in overeenstemming
met de Richtlijn 2001/83/EG. Deze registratieplicht geldt voor alle
producten die als geneesmiddelen in de richtlijn worden aangemerkt
(waaronder dus ook de homeopathische geneesmiddelen).
In de richtlijn is de wijze waarop de registratieplicht voor
homeopathische geneesmiddelen wordt ingevuld aan de lidstaten
overgelaten. De ene lidstaat kan dus strengere eisen stellen aan de
registratieplicht voor homeopathische geneesmiddelen dan de andere
lidstaat.
De richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de
Geneesmiddelenwet. Op grond van deze wet moeten de geneesmiddelen
voordat zij in de handel worden gebracht in Nederland worden
geregistreerd.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft in de
Geneesmiddelenwet en de daarop gebaseerde wetgeving aangegeven op
welke wijze een geneesmiddel moet worden geregistreerd.
Hierbij wordt het volgende onderscheid gemaakt:
Of een geneesmiddel voor menselijk gebruik in Nederland is
geregistreerd, kan slechts worden vastgesteld aan de hand van een
door het College ter beoordeling van geneesmiddelen (CBG)
samengestelde lijst met geregistreerde geneesmiddelen. De lijst is
via de geneesmiddeleninformatiebank op Internet te raadplegen
(www.cbg-meb.nl).
De vrijstelling kan ook worden verleend indien de overige
alcoholhoudende producten worden gebruikt voor de vervaardiging van
geneesmiddelen voor menselijk gebruik die:
a. worden overgebracht naar een andere lidstaat, mits die
geneesmiddelen in die lidstaat zijn geregistreerd;
b. worden uitgevoerd naar een land buiten de EU en waarvoor aan de
exporteur op grond van de Geneesmiddelenwet een vergunning is
verleend;
c. worden genoemd in artikel 120, eerste lid, van de
Geneesmiddelenwet.
De vrijstelling van accijns voor overige alcoholhoudende
producten die worden gebruikt voor de vervaardiging van
diergeneesmiddelen is van toepassing voorzover de vervaardigde
geneesmiddelen in Nederland zijn geregistreerd in overeenstemming
met de Richtlijn 2001/82/EG. Deze registratieplicht geldt voor alle
diergeneesmiddelen (waaronder dus ook de homeopathische
diergeneesmiddelen).
In de richtlijn is de wijze waarop de registratieplicht voor
homeopathische diergeneesmiddelen wordt ingevuld aan de lidstaten
overgelaten. De ene lidstaat kan dus strengere eisen stellen aan de
registratieplicht voor homeopathische diergeneesmiddelen dan de
andere lidstaat.
De richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de
Diergeneesmiddelenwet. Op grond van deze wet moeten
diergeneesmiddelen in Nederland zijn geregistreerd.
Of een diergeneesmiddel is geregistreerd, kan worden vastgesteld
aan de hand van een door het Bureau Diergeneesmiddelen van het CBG
samengestelde lijst met geregistreerde diergeneesmiddelen. De
lijst, waarin een onderscheid is gemaakt tussen diergeneesmiddelen
en homeopathische diergeneesmiddelen, is ook via Internet te
raadplegen (http://www.cbg-meb.nl).
Indien twijfel bestaat over de registratie van een
diergeneesmiddel, kan met het Bureau contact worden opgenomen.
De vrijstelling kan ook worden verleend indien de overige
alcoholhoudende producten worden gebruikt voor de vervaardiging van
diergeneesmiddelen:
a. die worden overgebracht naar een andere lidstaat, mits die
geneesmiddelen in die lidstaat zijn geregistreerd;
b. andere dan sera, entstoffen of biologische diagnostica, die
worden uitgevoerd en waarvoor aan de exporteur op grond van de
Diergeneesmiddelenwet een vergunning is verleend.
Overige alcoholhoudende producten kunnen in een andere lidstaat,
in overeenstemming met Richtlijn 2001/82/EG en Richtlijn
2001/83/EG, als geneesmiddelen zijn geregistreerd en in die
lidstaat met vrijstelling van accijns worden uitgeslagen of
ingevoerd. Indien deze overige alcoholhoudende producten ook in
Nederland zijn geregistreerd, zijn zij ook in Nederland
vrijgesteld.
Als die overige alcoholhoudende producten echter niet in Nederland
als geneesmiddelen zijn geregistreerd, wordt het voorhanden hebben
van deze producten op grond van artikel 2b van de wet als uitslag
aangemerkt en is accijns verschuldigd.
In verband daarmede moet naast de kennisgeving aan de inspecteur
als bedoeld in artikel 3b, derde lid, van het besluit, het vervoer
op grond van het tweede lid van dat artikel kunnen worden
aangetoond met een geleidedocument. Ik keur echter goed dat deze
overige alcoholhoudende producten, in plaats van met een
vereenvoudigd AGD, met een vervoersbescheid naar een ondernemer of
publiekrechtelijke lichaam in Nederland worden vervoerd.
Het kan voorkomen dat geregistreerde geneesmiddelen, vooral homeopathische, op grond van de accijnswetgeving als overige alcoholhoudende producten worden aangemerkt. In verband daarmee keur ik goed dat overige alcoholhoudende producten, die in Nederland als geneesmiddelen zijn geregistreerd, met vrijstelling van accijns worden uitgeslagen of ingevoerd.
De huidige Europese regelgeving voorziet niet in een
vrijstelling van accijns voor minerale olie die zich bevinden in de
brandstoftanks van nieuwe auto’s die naar andere lidstaten worden
verzonden. Het betreft kleinere hoeveelheden minerale oliën die
alleen dienen om de auto’s op eigen kracht op en van het
transportmiddel waarmee ze worden vervoerd, te kunnen rijden.
Goedkeuring
Ik keur, mede gelet op afspraken in EU-verband, goed dat
- bij invoer van nieuwe auto’s uit derde landen de heffing van
accijns op de minerale oliën die zich in de brandstoftank bevinden
achterwege blijft, indien de in de brandstoftank aanwezige
hoeveelheid minerale oliën gering is (maximaal 5 liter);
- bij het overbrengen van nieuwe auto’s tussen Nederland en andere
lidstaten heffing van accijns alleen plaats vindt in de lidstaat
van productie van de auto’s;
- bij de uitvoer van nieuwe auto’s naar derde landen op verzoek
teruggaaf van accijns voor de in de brandstoftank aanwezige geringe
hoeveelheid minerale olie kan worden verleend.
Accijnsgoederen kunnen op grond van artikel 65 van de wet met
vrijstelling van de accijns worden uitgeslagen of ingevoerd indien
daartoe een vrijstellingsvergunning is afgegeven. De
accijnsgoederen waarvoor nog geen vergunning is afgegeven, maar die
wel bestemd zijn om te zijner tijd met een vrijstellingsbestemming
te worden uitgeslagen of ingevoerd kunnen niet met vrijstelling
worden opgeslagen of verhandeld. Handel in die goederen kan daarom
slechts plaatsvinden met betaling van de accijns die later weer kan
worden teruggevraagd.
Goedkeuring
Ik keur goed dat de inspecteur aan handelaren in accijnsgoederen,
die uitsluitend zijn bestemd voor vrijstellingsdoeleinden op grond
van artikel 65, eerste lid, onderdeel a, van de wet, een
vrijstellingsvergunning verleent. In de vergunning moet, naast de
wettelijk voorgeschreven voorwaarden worden aangegeven dat de
administratie zodanig is ingericht dat daaruit op overzichtelijke
wijze blijkt naar welke vrijstellingsgenietende de goederen zijn
overgebracht.
Gelet op artikel 5 van de wet en artikel 7 van het besluit,
kunnen minerale oliën die op grond van artikel 65, eerste lid,
onderdeel b, van de wet met vrijstelling van accijns zijn betrokken
geen bewerking ondergaan. Een dergelijke bewerking kan slechts
plaatsvinden in een AGP.
Goedkeuring
Voor het vervaardigen van bepaalde niet-accijnsgoederen is soms
zuivering van de minerale oliën noodzakelijk. Ik keur goed dat de
inspecteur op verzoek toestemming kan verlenen om minerale oliën in
het bedrijf van vrijstellingsgenietende te zuiveren.
De toestemming wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
- de toestemming wordt opgenomen in de vergunning die is verleend
op grond van artikel 65, derde lid, van de wet;
- de minerale oliën moeten in het bedrijf van
vrijstellingsgenietende worden gezuiverd;
- de gezuiverde minerale oliën moeten worden gebezigd voor het
vervaardigen van niet-accijnsgoederen;
- de zuiveringshandelingen moeten in de administratie van
vrijstellingsgenietende worden vastgelegd.
In beginsel moet de vergunninghouder die accijnsgoederen op
basis van artikel 65, eerste lid, van de wet met vrijstelling
betrekt zekerheid stellen voor de accijns die hij verschuldigd kan
worden.
Indien de accijnsgoederen overeenkomstig artikel 12 van het besluit
en artikel 25 van de regeling zijn vermengd, lijkt
zekerheidstelling overbodig.
Goedkeuring
Gelet op het vorenstaande keur ik het volgende goed.
De inspecteur kan op verzoek toestemming verlenen om het stellen
van zekerheid achterwege te laten. De toestemming wordt alleen
verleend voor alcoholhoudende producten en/of minerale oliën onder
de volgende voorwaarden:
- de met vrijstelling betrokken alcoholhoudende producten en/ of
minerale oliën moeten met het oog op de vrijstellingsbestemming op
de voorgeschreven wijze zijn vermengd;
- de vermenging mag niet plaatsvinden door degene die de goederen
met vrijstelling betrekt.
De vrijstelling van de accijns als bedoeld in artikel 66, eerste
lid, onderdeel b, van de wet is van toepassing op de minerale oliën
die worden gebruikt voor de voortstuwing van een luchtvaartuig,
anders dan een plezierluchtvaartuig.
Goedkeuring
Voor de daadwerkelijke uitvoering van een buitenlandse vlucht is
het noodzakelijk dat de vliegtuigmotoren kort worden getest. Er
bestaat dus een directe relatie met de voorgenomen voortstuwing van
het luchtvaartuig.
Ik keur daarom goed dat de vrijstelling ook kan worden toegepast op
de minerale olie die zich in een brandstoftank van een
luchtvaartuig, niet zijnde een plezierluchtvaartuig, bevindt en
die, voorafgaande aan een specifieke buitenlandse vlucht, gebruikt
wordt voor het testen van dat luchtvaartuig. De minerale olie wordt
dan geacht te zijn gebruikt voor de voortstuwing van een
luchtvaartuig, anders dan een plezierluchtvaartuig.
Gelet op artikel 66, tweede en derde lid, van de wet is de
goedkeuring niet van toepassing op de minerale olie die wordt
gebruikt voor het testen van een luchtvaartuig, niet zijnde een
militair luchtvaartuig, voorafgaande aan een binnenlandse vlucht en
voor plezierluchtvaartuigen.
Voor minerale oliën die worden gebruikt voor de aandrijving van
schepen of als scheepsbehoeften aan boord van schepen wordt op
grond van artikel 66 van de wet vrijstelling van accijns verleend.
De vrijstellingbestemming wordt op grond van artikel 19 van het
besluit aangetoond door een afgetekende bunkerverklaring van de
afnemer.
Goedkeuring
In de praktijk komt het echter voor dat een eigenaar van twee of
meer schepen voor die schepen een eigen opslagplaats heeft waaruit
hij zijn eigen schepen van minerale olie voorziet.
In verband daarmee keur ik goed dat de inspecteur aan de eigenaar
van een aantal schepen, een vergunning verleent om de minerale olie
onder vrijstelling van accijns te ontvangen en op te slaan.
De eigenaar van de schepen moet daartoe een schriftelijk verzoek
indienen bij de inspecteur. In het verzoek en de vergunning moet de
kadastrale ligging van de opslagtanks worden aangegeven. In de
vergunning moet de inspecteur in ieder geval als voorwaarden
opnemen
- dat de bunkerverklaring wordt afgetekend bij aflevering van de
minerale olie in de opslagplaats van de eigenaar;
- dat de leverancier bij de afgetekende bunkerverklaringen een
afschrift van de toestemming moet bewaren;
- dat de opgeslagen minerale olie alleen mag worden afgeleverd aan
de eigen schepen;
- dat de vergunninghouder een administratie bijhoudt waarin de
leveringen aan de eigen schepen worden verantwoord.
Om in aanmerking te komen voor teruggaaf van accijns voor
accijnsgoederen die door een ondernemer zijn overgebracht naar een
ondernemer dan wel een publiekrechtelijk lichaam, anders dan als
ondernemer, in een andere lidstaat, moet belanghebbende voorafgaand
aan het verzenden van de accijnsgoederen een verzoek om teruggaaf
doen (artikel 31a, eerste lid, van het besluit).
Goedkeuring
Ik keur goed dat de inspecteur schriftelijk toestemming verleent om
af te zien van de eis dat een verzoek om teruggaaf moet worden
gedaan voorafgaand aan de verzending van de goederen naar een
andere lidstaat.
De toestemming kan worden verleend indien:
- een ondernemer per kalenderjaar meer dan eenmaal accijnsgoederen
naar een andere lidstaat verzendt; en
- de toestemming wordt gevraagd voordat met de eerste verzending
wordt begonnen.
In de toestemming worden de eisen opgenomen waaraan de verzoeken om
teruggaaf moeten voldoen.
Op grond van artikel 33 van het besluit moet bij een verzoek om
teruggaaf van accijns steeds de aankoopfactuur van de
desbetreffende accijnsgoederen worden overgelegd.
Goedkeuring
Ik keur goed dat de inspecteur om doelmatigheidsredenen toestaat
dat de aankoopfacturen niet met het verzoek om teruggaaf worden
meegezonden, maar worden bewaard bij de administratie van degene
die om teruggaaf verzoekt.
Op grond van wettelijke milieubepalingen moet damp die zich
bevindt in opslagtanks voor benzine zoveel mogelijk worden
teruggewonnen. Dat geschiedt door middel van dampretourinstallaties
en dampterugwinningsinstallaties. De teruggewonnen benzinedamp kan
worden gebruikt als grondstof voor de vervaardiging van benzine
en/of worden gebruikt voor de opwekking van elektriciteit.
Zonder nadere voorziening moet de damp, die wordt terugontvangen
bij de aflevering van veraccijnsde benzine en die weer wordt
ingeslagen in een accijnsgoederenplaats (AGP) om als grondstof voor
de vervaardiging van benzine te dienen, bij uitslag tot verbruik
van die benzine uit de AGP nogmaals in de accijnsheffing worden
betrokken. Ik acht het redelijk voor deze situaties een voorziening
te treffen waarmee dubbele belastingheffing zoveel mogelijk wordt
voorkomen.
De (retour)damp is een mengsel van de lichte bestanddelen van
benzine, voornamelijk van butaan en propaan, dat ingedeeld moet
worden in postonderverdeling 2711 2900 van de Gecombineerde
Nomenclatuur. Op grond van artikel 26, zevende lid, van de wet moet
deze damp worden aangemerkt als methaan. Het accijnstarief daarvoor
bedraagt ingevolge artikel 27, eerste lid, onderdeel e, van de wet,
nihil.
Ter zake van de uitslag uit de AGP kan niet alleen accijns
verschuldigd zijn, maar ook voorraadheffing (geheven op basis van
de Wet voorraadvorming aardolieproducten). De voorraadheffing (VH)
wordt, voor zover hier van belang, geheven onder dezelfde
voorwaarden en beperkingen als de accijns.
Op grond van artikel 71, eerste lid, onderdeel d, van de wet kan
teruggaaf van accijns worden verleend voor accijnsgoederen die zijn
gebracht binnen een AGP die voor dat soort goed als zodanig is
aangewezen. Voorkomen moet echter worden dat teruggaaf van accijns
wordt verleend voor damp die afkomstig is van benzine waarvoor geen
accijns is voldaan. Daarnaast biedt letterlijke toepassing van die
bepaling voor retourdamp geen oplossing, omdat het tarief voor de
retourdamp nihil bedraagt.
Ik keur dan ook goed dat met overeenkomstige toepassing van artikel
71, eerste lid, onderdeel d, van de wet en met inachtneming van het
hierna gestelde teruggaaf van accijns wordt verleend voor damp die
geacht kan worden uiteindelijk weer in een AGP te zijn ingeslagen.
Teruggaaf aan de vergunninghouder van de AGP waar de damp is
ingeslagen, sluit het meest aan bij het wettelijk systeem. Zonder
ingrijpende technische voorzieningen is echter niet vast te stellen
hoeveel damp exact in een AGP wordt ingeslagen. Omdat
dampretourinstallaties en dampterugwinningsinstallaties verplicht
zijn, is in feite sprake van een gesloten systeem. De teruggaaf kan
daarom ook worden gekoppeld aan de uitslag uit AGP, en worden
gerelateerd aan de hoeveelheid tot verbruik uitgeslagen benzine die
bestemd is om via een tankstation aan de consument te worden
geleverd. Daarmee staan zowel de hoeveelheid uitgeslagen benzine
als de bestemming (uitslag met voldoening van accijns) vast. De
teruggaaf wordt daarom verleend aan de vergunninghouder van de AGP
waaruit de benzine tot verbruik is uitgeslagen.
Aangezien de VH wordt geheven onder dezelfde voorwaarden en
beperkingen als de accijns, keur ik tevens goed dat bij het
verlenen van de teruggaaf van accijns eveneens teruggaaf wordt
verleend van VH.
Voor het bepalen van hoeveelheden damp waarover teruggaaf kan
worden verleend, kan worden uitgegaan van een forfait van 1,7 liter
benzine per 1.000 L, bij een temperatuur van 15° C, uit de
desbetreffende AGP tot verbruik uitgeslagen ongelode lichte olie.
De teruggaaf wordt beperkt tot ongelode lichte olie die via een
tankauto is uitgeslagen.
De teruggaaf van accijns wordt verleend naar het tarief voor
ongelode lichte olie (met een researchoktaangetal van 95 of meer)
als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel a, van de wet naar
de tarieven die van toepassing zijn op het moment van de uitslag
tot verbruik uit de AGP.
Degene die van deze regeling gebruik wenst te maken, dient daartoe een verzoek in bij de inspecteur. De inspecteur neemt de toestemming op in de vergunning van de houder van de AGP waaruit de ongelode lichte olie wordt uitgeslagen. De inspecteur kan daarbij de voorwaarde stellen dat het bedrag waarvoor aanspraak op teruggaaf wordt gemaakt dient te blijken uit de administratie. Het bedrag waarvoor aanspraak op teruggaaf wordt gemaakt moet in mindering worden gebracht op het bedrag dat de houder van de AGP op zijn periodieke (maand)aangifte moet voldoen, overeenkomstig de teruggaaf ter zake van de wederinslag van accijnsgoederen op grond van artikel 71, eerste lid, onderdeel d, van de wet en artikel 31, tweede lid, van het besluit.
Gebleken is dat de brandstof uit brandstoftanks van sloopauto’s
en van auto’s waarin een onjuiste brandstof is getankt, wordt
ingezameld en aangeboden aan een fabrikant van minerale oliën met
een vergunning voor een AGP.
Deze, op grond van de milieuwetgeving ingezamelde olie, wordt door
de fabrikant weer gebruikt in het productieproces van minerale
oliën. De ingezamelde olie bestaat uit een mengsel van lichte olie
(motorbenzine) en gasolie. Voor dit mengsel zal doorgaans geen
accijnstarief zijn vastgesteld, waardoor geen teruggaaf van accijns
kan worden verleend.
Goedkeuring
Om de milieuvriendelijke inzameling en verwerking van de minerale
oliën te bevorderen, keur ik goed dat de inspecteur teruggaaf van
accijns verleent voor de inslag in een AGP van de lichte olie en
gasolie uit brandstoftanks van Nederlandse sloopauto’s en uit
brandstoftanks van auto’s waarin een onjuiste brandstof is getankt.
De teruggaaf wordt, overeenkomstig artikel 71, onderdeel d, van de
wet en artikel 31 van het besluit, verleend onder de volgende
voorwaarden:
a. De lichte olie en gasolie uit de brandstoftanks van sloopauto’s
met een Nederlands kenteken, moet afkomstig zijn van autosloperijen
die voldoen aan de bepalingen van het Besluit beheer autowrakken en
zijn aangesloten bij Auto Recycling Nederland (ARN).
b. De lichte olie en gasolie uit de brandstoftanks van auto’s
waarin een onjuiste brandstof is getankt, moet zijn ingezameld door
een organisatie die (mede) als doel heeft het verlenen van hulp aan
automobilisten en motorrijders bij pech.
c. Bij de inslag van het mengsel minerale olie in een AGP moet door
de vergunninghouder van de AGP de hoeveelheid lichte olie en
gasolie in het mengsel aan de hand van de dichtheid in kg/l bij 15°
C (hierna: dichtheid) worden vastgesteld. Hierbij wordt uitgegaan
van een dichtheid van 0,84 voor gasolie en 0,76 voor lichte olie.
d. Teruggaaf van accijns kan niet worden verleend voor ingezamelde
mengsels met een dichtheid lager dan 0,72 of hoger dan 0,89 is.
e. Het mengsel mag geen andere producten bevatten zoals remolie,
koelvloeistof, smeerolie of een herkenningsmiddel als bedoeld in
artikel 27, derde lid, van de wet.
f. Het mengsel moet na inslag in de AGP worden gebruikt in het
productieproces voor de vervaardiging van minerale oliën. Vervoer
van het mengsel naar een andere AGP is niet toegestaan.
g. De teruggaaf van accijns wordt verleend tegen het tarief van
ongelode lichte olie en zwavelvrije gasolie.
h. In de administratie van de vergunninghouder van de AGP die om
teruggaaf van accijns verzoekt, moeten de volgende gegevens worden
vastgelegd:
In artikel 42, derde lid, van de regeling wordt onder andere
toegestaan dat in het linkervak van lintzegels, andere dan voor
pijptabak, door de aanvrager een code wordt aangebracht, bestaande
uit letters dan wel uit een nummer voorafgegaan door een letter.
Goedkeuring
In het geval dat het linkervak van de lintzegels geheel wordt
afgesneden (zie artikel 45, derde lid, van de regeling), keur ik
goed dat de code niet in het linkervak maar in het rechtervak wordt
vermeld. Voorwaarde is dat er een duidelijk onderscheid is met het
ook in dat vak vermelde nummer dat aan de vergunninghouder is
toegekend.
Het aanbrengen van accijnszegels op sigaren en het gebruik van
een sierring geeft in de praktijk soms praktische problemen.
Goedkeuring
Ik keur goed dat een sierring over de op een sigaar aangebrachte
accijnszegel wordt aangebracht. Voorwaarde is dat de sierring
zonder beschadiging van de op de accijnszegel vermelde gegevens kan
worden verwijderd.
Het komt bij uitzonderlijk dikke sigaren voor dat een accijnszegel
te kort is voor het vormen van een nauwsluitende ring om een
sigaar. In verband daarmee keur ik goed dat de accijnszegel wordt
vastgekleefd aan de sierring of wordt vastgeplakt op een bandje dat
de sigaar omgeeft. De naam van de vergunninghouder of importeur of
wat daarvoor in de plaats komt, moet dan echter op de voorzijde van
de accijnszegel worden vermeld.
Ook keur ik goed dat de accijnszegels voor het stuksgewijs zegelen
van sigaren worden aangebracht op het omhulsel (bijvoorbeeld
cellofaan of aluminium) van de sigaar. Daarbij moet de accijnszegel
zo zijn aangebracht dat het wordt verbroken bij het verwijderen van
het omhulsel.
Ook mag een kleurversiering op de randen van zegels voor het
stuksgewijs zegelen van sigaren worden aangebracht en mogen de
randen van deze zegels worden ingesneden.
Op de verpakking van tabaksproducten moet ingevolge artikel 47,
tweede lid, van de regeling worden vermeld:
a. de soort van het tabaksproduct;
b. de hoeveelheid van het tabaksproduct;
c. de naam van de aanvrager van de accijnszegels of het door het
Ministerie van Financiën vastgestelde nummer; en
d. het merk waaronder het tabaksproduct in de handel wordt
gebracht.
De vereiste gegevens dienen op een duidelijk zichtbare en
opvallende plaats op de verpakking te worden vermeld. De
vermeldingen bedoeld onder de letters a, b en c moeten overigens
ook op de accijnszegels voorkomen.
Goedkeuring
Ik keur goed dat de vermelding van de soort van het tabaksproduct
op de verpakking achterwege kan blijven indien er geen twijfel
omtrent de inhoud kan ontstaan. Zo behoeft bijvoorbeeld op een
assortimentsverpakking de soort van het tabaksproduct niet op de
verpakking te worden vermeld, omdat assortimentsverpakkingen alleen
voorkomen bij sigaren. Bij de vermelding van de soort van rooktabak
kan genoegen worden genomen met de aanduiding "tabak" of
"gekorven tabak", en wordt geen bezwaar gemaakt tegen
aanduidingen onder specifieke benamingen als: Porto Rico, Varinas,
Shag, Herenbaai.
Op grond van artikel 79, eerste lid, van de wet mogen nog niet
aangebrachte, niet-beschadigde accijnszegels door de aanvrager
worden teruggezonden aan de inspecteur. Op grond van artikel 50 van
de regeling kan de aanvrager van de niet-beschadigde accijnszegels
terugzenden aan G4S Value Services BV.
Goedkeuring
Ik keur goed dat het bepaalde in artikel 50 van de regeling ook van
toepassing is ten aanzien van accijnszegels die bij het bedrukken
of versnijden door de drukker of distributeur onbruikbaar zijn
geworden voor de aanvrager. De inlevering mag ook geschieden door
de gemachtigde van de aanvrager.
Op grond van artikel 79 van de wet kan teruggaaf van accijns
worden verkregen voor accijnszegels die onder ambtelijk toezicht
zijn vernietigd.
Blijkens artikel 51 van de regeling is de ambtelijke vernietiging
alleen mogelijk ten aanzien van beschadigde accijnszegels en
accijnszegels die zijn aangebracht op tabaksproducten die de AGP
nog niet hebben verlaten. Deze situatie doet zich ook voor bij het
aanbrengen van de accijnszegels in andere lidstaten van de EU.
Goedkeuring
Ik keur goed dat artikel 51 van de regeling mede van toepassing kan
zijn op in andere lidstaten onder ambtelijk toezicht vernietigde
accijnszegels.
Een verklaring met betrekking tot de vernietiging van accijnszegels
die is afgegeven door een (douane)autoriteit in een andere lidstaat
en bij het verzoek om teruggaaf wordt overgelegd kan dan ook worden
aanvaard.
Op grond van artikel 88, eerste lid, van de wet worden vermissen
in een AGP aangemerkt als te zijn uitgeslagen.
Als de daadwerkelijk in de AGP aanwezige voorraad accijnsgoederen
kleiner is dan de voorraad volgens de administratie, is er sprake
van een vermis. Als de daadwerkelijk in de AGP aanwezige voorraad
accijnsgoederen groter is dan de administratie aangeeft, is sprake
van een meerbevinding.
De Hoge Raad der Nederlanden (arrest nr. 34.000 van 23 december
1998) is van oordeel dat een redelijke toepassing van de wet
meebrengt dat saldering van verschillen binnen groepen van
accijnsgoederen geoorloofd is. Daarbij mogen alle accijnsgoederen
in de vergelijking worden betrokken, mits zij zijn onderworpen aan
hetzelfde accijnstarief. De meer- en minderbevindingen mogen geen
gevolg zijn van andere verschillen zoals productieverliezen,
productieoverschotten of vervoersverschillen.
De Hoge Raad overwoog daarbij dat van belanghebbende, die een
onbetwist deugdelijke administratie voert, niet kan worden verlangd
dat hij de oorzaken van de verschillen aangeeft. Het gaat immers om
verschillen die uitsluitend volgen uit die administratie en niet
verklaarbaar zijn.
Dit betekent, aldus de Hoge Raad, dat de vermiste accijnsgoederen
pas worden aangemerkt als te zijn uitgeslagen, nadat de
meerbevonden accijnsgoederen met hetzelfde accijnstarief daarop in
mindering zijn gebracht. Het vermis en de meerbevinding moeten
betrekking hebben op verschillen tussen de voorraad volgens de
administratie en de daadwerkelijke opgeslagen voorraad. De
administratie van een vergunninghouder AGP vormt de basis voor de
beoordeling of sprake is van een juiste nakoming van de
accijnsverplichtingen.
Goedkeuring
In een AGP kunnen producten bij vergissing worden omgewisseld. Bij
die omwisseling ontstaat een vermis bij het ene artikel en een
meerbevinding bij het andere artikel. In dat geval is het redelijk
om onder bepaalde voorwaarden toe te staan dat een vermis met een
meerbevinding wordt gesaldeerd. Mede gelet op de jurisprudentie
keur ik onder de volgende voorwaarden goed dat meer- en
minderbevindingen worden gesaldeerd.
a. Deugdelijke administratie.
Er moet sprake zijn van een deugdelijke administratie. Dat wil
zeggen dat de administratie moet voldoen aan het bepaalde in
artikel 8 van het besluit. Indien naar het oordeel van de
inspecteur de administratie niet aan deze voorwaarden voldoet, is
er geen sprake van een deugdelijke administratie. De inspecteur
moet dit uiteraard wel voldoende motiveren.
b. Goederen met hetzelfde tarief / kleinhandelsprijs
tabaksproducten.
De saldering kan slechts plaatsvinden als er sprake is van goederen
met hetzelfde accijnstarief. In hoofdstuk II van de wet zijn de
verschillende tarieven opgenomen.
Bij het salderen van overige alcoholhoudende producten met een
verschillend alcoholpercentage moeten de producten eerst worden
omgerekend naar 100% alcohol.
Bij het salderen van bevindingen die betrekking hebben op minerale
oliën moet ook rekening worden gehouden met de tarieven voor de
voorraadheffing.
Het tarief voor tabaksproducten is gerelateerd aan de
kleinhandelsprijs. Gelet op een redelijke toepassing van de wet
geldt voor tabaksproducten tevens de eis dat er sprake moet zijn
van dezelfde kleinhandelsprijs.
c. Periode waarop saldering betrekking heeft.
De Hoge Raad heeft geen uitspraak gedaan over de periode waarover
de saldering mag worden toegepast. In de praktijk worden meer- en
minderbevindingen vastgesteld bij inventarisatie van de
AGP-voorraad.
De administratie van een AGP moet op elk moment een juiste weergave
geven van de daadwerkelijke voorraad. In verband daarmee wordt de
voorraad regelmatig geïnventariseerd. Vervolgens wordt na die
inventarisatie de administratie in overeenstemming gebracht met de
werkelijke voorraad waarbij alle afzonderlijke meer- en
minderbevindingen in de administratie moeten worden opgenomen.
Saldering van de meer- en minderbevindingen moet daarom direct na
de inventarisaties plaatsvinden, ongeacht het aantal
inventarisaties.
Dit betekent dat ook bedrijven die hun voorraad in gedeelten
inventariseren (partiële inventarisaties) direct na die
gedeeltelijke inventarisatie de meer- en minderbevindingen moeten
salderen.
Het opnemen van meer- en minderbevindingen op een aparte lijst na
elke partiële inventarisatie en daarna eenmaal per jaar alle meer-
en minderbevindingen salderen, is hiermee niet in overeenstemming.
Indien na inventarisatie, saldering en aanpassing van de
administratie een vermis resteert, moet dit vermis worden opgenomen
in de periodieke aangifte van de maand waarin het vermis is
geconstateerd.
In artikel 14, eerste lid, van Richtlijn 92/12 EEG van de Raad
is onder meer bepaald, dat de erkend entrepothouder wordt
vrijgesteld voor de verliezen die inherent zijn aan de aard van de
producten, die onder schorsing van accijns worden vervoerd.
In Nederland is hieraan uitvoering gegeven in artikel 88 van de
wet. Op grond van dat artikel worden verliezen die niet kunnen
worden aangetoond, geacht te zijn uitgeslagen. Verliezen die wel
kunnen worden aangetoond, worden daarom geacht niet te zijn
uitgeslagen.
Gelet op artikel 14, eerste lid, van de richtlijn, waarin wordt
aangegeven dat elke lidstaat moet aangeven onder welke voorwaarden
deze vrijstelling wordt toegekend, keur ik het volgende goed.
Vervoer per tanktruck en tanklichter
Voor bulkvervoer van minerale oliën en ethylalcohol onder schorsing
van de accijns per tanktruck en tanklichter zijn de volgende
vrijstellingsnormen vastgesteld:
- lichte olie: 0,4%,
- halfzware olie: 0,3%,
- gasolie: 0,3%,
- zware stookolie: 0,5%,
- ethylalcohol: 0,4%.
Onder bulkvervoer wordt in dit verband verstaan: het vervoer per
tanklichter of per tanktruck, waarin een hoeveelheid van minimaal
5000 liter of 5000 kg per soort accijnsgoed in een tank of gedeelte
van een tank wordt vervoerd.
Onder een tanktruck wordt verstaan: een voertuig met een vaste of
één of meer losse tankcontainers
Vervoer over zee
Ook bij het vervoer van ethylalcohol en minerale oliën over zee
ontstaan verliezen. Deze verliezen wijken om de volgende redenen af
van de verliezen per tanktruck of per tanklichter:
- het vervoer per zeeschip duurt veelal langer dan het vervoer per
lichter of tanktruck;
- de te vervoeren hoeveelheden zijn veelal groter;
- de techniek om verschillen te voorkomen is in de zeevaart minder
ver ontwikkeld dan bij lichters of tanktrucks.
Voor het bulkvervoer over zee wordt een norm aangehouden van 0,5%
voor alle minerale oliën en ethylalcohol die in tanks worden
vervoerd in hoeveelheden van 150.000 liter of kilogram of meer.
Indien de hoeveelheid minder is dan 150.000 liter of kilogram
moeten de hiervoor genoemde percentages voor vervoer per tanktruck
en tanklichter worden toegepast.
Deze vrijstellingsnormen zijn van toepassing als
a. de ontvangst van de onder punt 5.8.2 genoemde accijnsgoederen
plaatsvindt door de vergunninghouder van de AGP en het
geregistreerde bedrijf;
b. het vervoer per tanklichter, tanktruck of over zee plaatsvindt
onder schorsing van de accijns;
c. het verlies is ontstaan door meetonnauwkeurigheden,
temperatuurschommelingen, verdamping, krimping en uitzetting van
het accijnsproduct en niet is ontstaan door onregelmatigheden
tijdens het vervoer zoals ongeval of diefstal; en
d. bij de ontvangst van de goederen de werkelijk ingeslagen
hoeveelheid en de minder bevonden hoeveelheid accijnsgoederen
worden aangetekend op het administratief geleidedocument en in de
administratie van de vergunninghouder.
Als het daadwerkelijke verlies als bedoeld onder c groter is dan de
vrijstellingsnorm kan de vrijstellingsnorm toch worden toegepast.
Dit betekent echter wel dat bij een niet aantoonbaar verlies dat
groter is dan de vrijstellingsnorm, de accijns en andere
belastingen of heffingen die worden geheven als ware het accijns
zijn verschuldigd over de verliezen boven de vrijstellingsnorm.
Is het daadwerkelijke verlies (bijvoorbeeld 0,1%) minder dan de
maximale vrijstellingsnorm (bijvoorbeeld 0,4%), dan kan alleen over
het daadwerkelijke verlies (0,1%) vrijstelling worden verleend.
Indien de verliezen bij het binnenlands vervoer tussen de AGP’s
groter zijn dan de vrijstellingsnorm, moet dit door de
vergunninghouder aan de inspecteur worden meegedeeld die de
goederen heeft verzonden.
Op grond van artikel 91, tweede lid, onderdeel a, van de wet is
het verboden halfzware olie of gasolie die zijn voorzien van
herkenningsmiddelen als bedoeld in artikel 27, derde lid, van de
wet dan wel bestanddelen bevatten van die herkenningsmiddelen
(hierna: laagbelaste halfzware olie of gasolie) voorhanden te
hebben in een brandstoftank van een pleziervaartuig.
De vaartuigen met een vaste ligplaats zoals woonschepen worden
hoofdzakelijk gebruikt om er op te wonen. De gasolie of halfzware
olie aan boord van die vaartuigen wordt dan ook hoofdzakelijk
gebruikt voor laagbelaste doeleinden zoals de opwekking van
elektriciteit voor het koken en de verwarming. Het gebruik van de
oliën voor de aandrijving van die vaartuigen is bijkomstig.
Goedkeuring
Gelet op dit gebruik keur ik goed dat, in afwijking van artikel 91,
tweede lid, onderdeel a, van de wet, de laagbelaste halfzware olie
of gasolie voorhanden mag worden gehouden in de brandstoftanks van
vaartuigen die uitsluitend of hoofdzakelijk worden gebruikt als
woning met een vaste ligplaats.
Voorts keur ik, in afwijking van artikel 27, derde lid, van de wet,
goed dat de laagbelaste halfzware olie of gasolie ook wordt
gebruikt voor de aandrijving van dit woonschip naar een andere
vaste ligplaats of naar een plaats die speciaal is ingericht voor
onderhoud of reparatie van dit schip.
Als een vaste ligplaats wordt aangemerkt een ligplaats:
- waarvoor door de plaatselijke gemeente een ligplaatsvergunning is
afgegeven;
- die aansluiting kan geven op de waterleiding en het riool; en
- waarvan het adres in de Gemeentelijke Basisadministratie op naam
staat van de bewoner/ eigenaar van het schip.
De eigenaar of bewoner van het woonschip moet bij controle aan
kunnen tonen dat aan de hiervoor bedoelde eisen wordt voldaan.
Op grond van artikel 95, tweede lid, onderdeel a, van de wet is
het niet toegestaan dat een vergunninghouder van een AGP aan andere
dan wederverkopers tabaksproducten verkoopt of levert tegen een
lagere prijs dan die op de accijnszegels is vermeld.
Goedkeuring
Ik keur goed dat, bij uitverkoop of opruiming als gevolg van de
opheffing van een winkelbedrijf, tabaksproducten tegen een lagere
prijs dan die is vermeld op de aangebrachte accijnszegels worden
verkocht of aangeboden. De inspecteur verleent hiertoe op verzoek
een vergunning. Het verzoek moet schriftelijk worden gedaan onder
bijvoeging van een opgaaf van soort, hoeveelheid, merk en
verpakking van de tabaksproducten.
Geen vergunning kan worden verkregen voor goederen uit de tweede
hand gekocht, zoals bijvoorbeeld opkopers plegen te doen. Dit geldt
eveneens voor verkoop uit inrichtingen die niet op een vaste plaats
zijn opgesteld en voor verkoop uit automaten.
Op grond van artikel 95, tweede lid, onderdeel a, van de wet is
het niet toegestaan dat een vergunninghouder van een AGP aan andere
dan wederverkopers tabaksproducten verkoopt of levert tegen een
lagere prijs dan die op de accijnszegels is vermeld. Op grond van
artikel 95, derde lid, van de wet valt onder dit verbod ook elke
andere handeling van de vergunninghouder of wederverkoper die erop
is gericht de koper van tabaksproducten direct of indirect voordeel
te bezorgen. Onder andere is het verboden om in enigerlei vorm
geschenken, toegiften en bonnen te verstrekken.
Goedkeuring
Ik keur echter goed dat een kleinhandelaar bij de aankoop van
tabaksproducten bonnen, zegels of airmiles verstrekt indien:
a. de verstrekking van de bonnen, zegels of airmiles duidelijk
geschiedt in het kader van een spaarsysteem, waarbij die bonnen,
zegels of airmiles pas na verloop van tijd in grotere aantallen -
bij voorbeeld na verzameling in speciale plakboekjes - kunnen
worden ingewisseld;
b. de bonnen, zegels of airmiles worden verstrekt in alle winkels
die tot het bedrijf behoren;
c. de bonnen, zegels of airmiles worden verstrekt bij alle of
nagenoeg alle artikelen die in het betrokken bedrijf worden
verkocht; en
d. de verstrekking van de bonnen, zegels of airmiles voor
tabaksproducten naar dezelfde maatstaf geschiedt als voor alle of
nagenoeg alle andere in het bedrijf verkochte goederen.
De volgende besluiten zijn met ingang van de inwerkingtreding
van dit besluit ingetrokken:
- Besluit van 7 oktober 2005, nr. CPP2005/1510M;
- Besluit van 10 december 2008, nr. BCCP2008/2542M.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2010.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 7 december 2009.
De staatssecretaris van Financiën,
mr.drs. J.C. de Jager.