U bevindt zich op: Home › Actueel › Besluiten / beleidsregels
De Staatssecretaris van Financiën,
Gelet op afdeling 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, de
artikelen 12a, 32bb en 32bc van de Wet op de loonbelasting 1964, de
artikelen 30a en 31 van de Wet vermindering afdracht loonbelasting
en premie voor de volksverzekeringen, artikel 35a van de
Successiewet 1956, artikel 8 van de Kostenwet invordering
rijksbelastingen, artikel 7 van de Algemene wet
inkomensafhankelijke regelingen, artikel 10, vierde lid, van de Wet
op de vennootschapbelasting 1969, artikel 10aa van het
Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 en artikel 2 van het
Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet
waardering onroerende zaken;
Besluit:
De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:
A. In artikel 2.10 worden de bedragen in de
tarieftabel zodanig vervangen dat die tabel komt te luiden:
| Bij een belastbaar
inkomen uit werk en woning van meer dan |
maar niet meer dan | bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare inkomen uit werk en woning dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat | |
| I | II | III | IV |
| - | € 18 218
|
- |
2,35% |
| € 18 218 | € 32 738 | € 428 | 10,85% |
| € 32 738 | € 55 817
|
€ 2 003
|
42% |
| € 55 817
|
- | € 11 696
|
52% |
B. In artikel 2.10a worden de bedragen in de
tarieftabel zodanig vervangen dat die tabel komt te luiden:
| Bij een belastbaar
inkomen uit werk en woning van meer dan |
maar niet meer dan | bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare inkomen uit werk en woning dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat | |
| I | II | III | IV |
| - | € 18.218 | 2,35% | |
| € 18 218 | € 32.738 | € 428 | 10,70% |
| € 32 738 | € 55.817 | € 2 003
|
42% |
| € 55 817
|
- | € 11 696
|
52% |
C. In artikel 3.15, eerste lid, wordt “€ 4200”
vervangen door: €4300.
D. Artikel 3.19 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de in het tweede lid opgenomen tabel wordt “€ 1 000 000”
telkens vervangen door: € 1 010 000.
2. In de in het tweede lid opgenomen tabel, derde kolom, wordt “€
13 000” vervangen door: € 13 130.
3. Het laatstvermelde percentage van de in het tweede lid opgenomen
tabel, derde kolom, wordt vervangen door: 1,45%.
E. In artikel 3.41, tweede lid, worden de bedragen
in de tabel zodanig vervangen dat die tabel komt te luiden:
|
meer dan
|
maar niet meer dan
|
bedraagt het percentage
|
|
–
|
€ 2 200
|
0
|
|
€ 2 200
|
€ 37 000
|
25
|
|
€ 37 000
|
€ 72 000
|
21
|
|
€ 72 000
|
€ 106 000
|
12
|
|
€ 106 000
|
€ 140 000
|
8
|
|
€ 140 000
|
€ 175 000
|
5
|
|
€ 175 000 |
€ 209 000
|
2
|
|
€ 209 000
|
€ 245 000
|
1
|
|
€ 245 000
|
-
|
0
|
F. In artikel 3.42, vierde lid, onderdelen a en
b, wordt “€ 113 000 000” vervangen door: € 115 000 000.
G. In artikel 3.68, eerste lid, wordt “€ 11 590”
vervangen door: € 11 811.
H. Artikel 3.76 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid worden de bedragen in de tabel zodanig
vervangen dat die tabel komt te luiden:
|
is gelijk aan of meer dan
|
maar minder dan
|
bedraagt de zelfstandigenaftrek
|
|
-
|
€ 13 960
|
€ 9427
|
|
€ 13 960
|
€ 16 195
|
€ 8764
|
|
€ 16 195
|
€ 18 425
|
€ 8105
|
|
€ 18 425
|
€ 52 750
|
€ 7222
|
|
€ 52 750
|
€ 54 985
|
€ 6593
|
|
€ 54 985
|
€ 57 220
|
€ 5895
|
|
€ 57 220
|
€ 59 450
|
€ 5204
|
|
€ 59 450
|
-
|
€ 4574
|
2. In het derde lid wordt “€ 2070” vervangen door: € 2110.
I. Artikel 3.77 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt “€ 11 806” vervangen door: € 12 031.
2. In het tweede lid wordt “€ 5904” vervangen door: € 6017.
3. In het vierde lid wordt “€ 14 024” vervangen door: € 14 291.
J. Artikel 3.87 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het vierde lid worden de bedragen in de tabel zodanig
vervangen dat die tabel komt te luiden:
|
bij een reisafstand per openbaar vervoer van meer dan |
maar niet meer dan
|
op jaarbasis
|
|
-
|
10 km
|
-
|
|
10 km
|
15 km
|
€ 425
|
|
15 km
|
20 km
|
€ 568
|
|
20 km
|
30 km
|
€ 951
|
|
30 km
|
40 km
|
€ 1178
|
|
40 km
|
50 km
|
€ 1537
|
|
50 km
|
60 km
|
€ 1710
|
|
60 km
|
70 km
|
€ 1898
|
|
70 km
|
80 km
|
€ 1962
|
|
80 km
|
-
|
€ 1989
|
2. In het vijfde lid, onderdeel b, wordt “€ 1951” vervangen
door: € 1989.
3. In het zesde lid wordt “€ 1951” vervangen door: € 1989.
K. In artikel 3.97, tweede lid, onderdeel a, wordt
“€ 4144” vervangen door: € 4262.
L. Artikel 3.112 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de in het eerste lid opgenomen tabel wordt “€ 1 000 000”
telkens vervangen door: € 1 010 000.
2. In de in het eerste lid opgenomen tabel, derde kolom, wordt “€
5500” vervangen door: € 5555.
3. Het laatstvermelde percentage van de in het eerste lid opgenomen
tabel, derde kolom, wordt vervangen door: 0,80%.
4. In het vijfde lid wordt “€ 1 000 000” telkens vervangen door “€
1 010 000”. Voorts worden “€ 9000” en “1%” vervangen door
respectievelijk € 9090 en 1,15%.
M. In artikel 3.114, eerste lid, wordt “€ 4144”
vervangen door: € 4262.
N. Artikel 3.118, eerste lid, wordt als volgt
gewijzigd:
1. In de aanhef wordt “€ 147 500” vervangen door: € 150 500.
2. In onderdeel c wordt en “€ 33 500” vervangen door: € 34 100.
O. In artikel 3.125, eerste lid, onderdeel c,
wordt “€ 20 097” vervangen door: € 20 479.
P. Artikel 3.126a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het vierde lid, onderdeel a, onder 3o, wordt “€ 20 097”
vervangen door: € 20 479.
2. In het vijfde lid wordt “€ 4068” vervangen door: € 4146.
Q. Artikel 3.127 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt “€ 6703” telkens vervangen door “€
6831”. Voorts wordt “€ 13 238” vervangen door: € 13 490.
2. In het derde lid worden “€ 11 345” en “€ 155 827” vervangen door
respectievelijk € 11 561 en € 158 788.
R. Artikel 3.129, tweede lid, wordt als volgt
gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt “€ 424 978” vervangen door: € 433 053.
2. In onderdeel b wordt “€ 212 495” vervangen door: € 216 533.
3. In onderdeel c wordt “€ 106 253” vervangen door: € 108 272.
S. In artikel 3.133, tweede lid, onderdeel d,
wordt “€ 4068” vervangen door: € 4146.
T. In artikel 6.17, derde lid, worden de bedragen
in de tabel zodanig vervangen dat die tabel komt te luiden:
|
meer dan
|
maar niet meer dan
|
wordt gezinshulp geacht extra te zijn voor zover
|
|
–
|
€ 29 901
|
0%
|
|
€ 29 901
|
€ 44 852
|
1%
|
|
€ 44 852
|
€ 59 799
|
2%
|
|
€ 59 799
|
–
|
3%
|
U. Artikel 6.20 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel a, worden “€ 7 152” en “€ 118”
vervangen door respectievelijk € 7288 en € 121.
2. In het eerste lid, onderdeel b, worden “€ 7 152” en “€ 38 000”
vervangen door respectievelijk € 7288 en € 38 722.
3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt “€ 38 000” telkens
vervangen door: € 38 722.
4. In het tweede lid worden “€ 7 152”, “€ 14 304”, “€ 118” en “€
236” vervangen door respectievelijk € 7288, € 14 576, € 121 en €
242.
V. Artikel 6.29 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt “€ 49” vervangen door: € 50.
2. In het tweede lid wordt “€ 56” vervangen door: € 57.
W. In artikel 8.9, eerste lid, wordt “93 1/3%”
vervangen door: 86 2/3%.
X. Artikel 8.11 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid, tweede volzin, onderdeel a, worden “1,738%”
en “€ 154” vervangen door respectievelijk 1,737% en € 157.
2. In het tweede lid, tweede volzin, onderdeel b, worden “12,381%”,
“€ 8859” en “€ 1534” vervangen door respectievelijk 11,888%, € 9041
en € 1564.
3. In het tweede lid, tweede volzin, onderdeel c, worden “€ 42 509”
en “€ 54” vervangen door respectievelijk € 43 385 en € 56.
4. In het tweede lid, derde volzin, wordt “€ 42 509” vervangen
door: € 43 385.
5. In het derde lid, onderdeel a, worden “14,747%” en “€ 1792”
vervangen door respectievelijk 14,235% en € 1827.
6. In het derde lid, onderdeel b, worden “17,095%” en “€ 2048”
vervangen door respectievelijk 16,555% en € 2087.
7. In het derde lid, onderdeel c, worden “19,442%” en “€ 2304”
vervangen door respectievelijk 18,884% en € 2348.
Y. Artikel 8.12 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt “€ 8859” vervangen door: €
9041.
2. In het zevende lid worden “€ 8859” en “€ 45 916” vervangen door
respectievelijk € 9041 en € 46 790.
Z. Artikel 8.14a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt “€ 4619” vervangen door: €
4706.
2. In het tweede lid worden “€ 770”, “€ 4619” en “€ 1765” vervangen
door respectievelijk € 785, € 4706 en € 1799.
AA. In artikel 8.15, tweede lid, wordt “€ 902”
vervangen door: € 920.
AB. In artikel 8.16, tweede lid, wordt “€ 1484”
vervangen door: € 1513.
AC. In artikel 8.16a, tweede lid, wordt “€ 678”
vervangen door: € 691.
AD. Artikel 8.17 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt “€ 34 282” vervangen door: € 34 934.
2. In het tweede lid wordt “€ 661” vervangen door: € 674.
AE. In artikel 8.18, tweede lid, wordt “€ 410”
vervangen door: € 418.
AF. In artikel 8.18a, tweede lid, wordt “€ 195”
vervangen door: € 199.
AG. In artikel 9.4, eerste lid, onderdeel a, wordt
“€ 43” vervangen door: € 44.
AH. Artikel 10.7 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid, onderdeel a, wordt “€ 752” vervangen door: €
767.
2. In het zesde lid, onderdeel a, wordt “€ 752” vervangen door: €
767.
De Wet op de loonbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:
A. In artikel 12a, eerste lid, wordt “€ 40 000”
vervangen door: € 41 000.
B. In artikel 32bb, tweede lid, wordt “€ 508 500”
vervangen door: € 519 000.
C. In artikel 32bc, derde lid, wordt “€ 508 500”
vervangen door: € 519 000.
In artikel 10aa, eerste en tweede lid, van het
Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 wordt “€ 10 309” vervangen
door “€ 10 481”. Voorts wordt “€ 11 407” vervangen door: € 11 597.
De Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de
volksverzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
A. Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt “€ 2655” vervangen door: €
2706.
2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt “€ 3186” vervangen door: €
3247.
3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt “€ 1275” vervangen door: €
1299.
4. In het tweede lid wordt “€ 2655” vervangen door: € 2706.
5. In het derde lid wordt “€ 319” vervangen door: € 325.
B. In artikel 14, derde lid, wordt “€ 23 034”
vervangen door: € 23 507.
De Successiewet 1956 wordt als volgt gewijzigd:
A. In artikel 24, eerste lid, worden de bedragen
in de tarieftabel zodanig vervangen dat die tabel komt te luiden:
| Gedeelte van de belaste verkrijging | Indien geërfd of verkregen wordt door: | ||||||
| I. echtgenoot,
kinderen, afstammelingen in tweede of verdere graad of een verkrijger als bedoeld in het tweede lid 1) |
II. broers, zusters,
bloedverwanten in de rechte opgaande lijn |
III. andere
verkrijgers, uitgezonderd de rechtspersonen bedoeld in het vierde lid |
|||||
| a | b | a | b | a | b | ||
| 0- | 23 196
|
0 | 5 | 0 | 26 | 0 | 41 |
| 23 196- | 46 384
|
1 159 | 8 | 6 030
|
30 | 9 510
|
45 |
| 46 384- | 92 756
|
3 014
|
12 | 12 986
|
35 | 19 944
|
50 |
| 92 756- | 185 501
|
8 578 | 15 | 29 216 | 39 | 43 130
|
54 |
| 185 501- | 370 991 | 22 489 | 19 | 65 386 | 44 | 93 212 | 59 |
| 370 991- | 927 457 | 57 732
|
23 | 147 001 | 48 | 202 651 | 63 |
| 927 457 en het hogere
bedrag van de belaste verkrijging |
185 719 | 27 | 414 104
|
53 | 553 224
|
68 | |
| 1) voor afstammelingen in de tweede of verdere graad bedraagt de belasting het ingevolge deze kolom verschuldigde, vermeerderd met 60% daarvan | |||||||
B. Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onder 4o, onderdeel a, wordt "€ 532
570" vervangen door: € 542 689.
2. In het eerste lid, onder 4o, onderdeel b, worden "€
4556", "€ 10 323" en "€ 13 658" vervangen
door respectievelijk € 4643, € 10 520 en € 13 918.
3. In het eerste lid, onder 4o, onderdeel c, wordt "€ 10
323" vervangen door: € 10 520.
4. In het eerste lid, onder 4o, onderdeel d, worden "€ 10
323" en "€ 27 309" vervangen door respectievelijk €
10 520 en € 27 828.
5. In het eerste lid, onder 4o, onderdeel e, worden "€ 532
570", "€ 266 288", "€ 213 026", "€
159 769" en "€ 106 510” vervangen door respectievelijk €
542 689, € 271 348, € 217 074, € 162 805 en € 108 534.
6. In het eerste lid, onder 4o, onderdeel f, wordt "€ 45
513" vervangen door: € 46 378.
7. In het eerste lid, onder 6o, wordt "€ 10 323"
vervangen door: € 10 520.
8. In het eerste lid, onder 7o, wordt "€ 1976" vervangen
door: € 2014.
9. In het tweede lid worden "€ 13 658”, “€ 10 323” en "€
9105” vervangen door respectievelijk € 13 918, € 10 520 en € 9278.
10. In het derde lid worden "€ 152 166" en "€ 76
089" vervangen door respectievelijk € 155 058 en € 77 535.
C. Artikel 33 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onder 5o, wordt "€ 4556" telkens
vervangen door “€ 4643”. Voorts wordt "€ 22 760"
vervangen door: € 23 193.
2. In het eerste lid, onder 7o, wordt "€ 2734" vervangen
door: € 2786.
De Kostenwet invordering rijksbelastingen wordt als volgt
gewijzigd:
A. In artikel 2 wordt “€ 14” vervangen door: € 15.
B. Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid worden “€ 36” en “€ 10 643” vervangen door
respectievelijk € 37 en € 11 026.
2. In het tweede lid wordt “€ 14” vervangen door: € 15.
3. In het derde lid wordt “€ 14” vervangen door: € 15.
C. Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid worden “€ 50”, “€ 64”, “€ 14” en “€ 25"
vervangen door respectievelijk € 52, € 66, € 15 en € 26.
2. In het tweede lid wordt “€ 14” vervangen door: € 15.
In artikel 7, vijfde lid, van de Algemene wet
inkomensafhankelijke regelingen wordt “€ 4341” vervangen door: €
4424.
In artikel 10, eerste lid, onderdeel j, van de
Wet op de vennootschapbelasting 1969 wordt “€ 508 500” vervangen
door: € 519 000.
In artikel 2, derde lid, van het
Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet
waardering onroerende zaken wordt “€ 21 810 013” vervangen door: €
22 409 788.
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari
2010.
2. Deze regeling wordt aangehaald als: Bijstellingsregeling 2010.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
De Staatssecretaris van Financiën,
mr. drs. J.C. de Jager.
Deze regeling geeft uitvoering aan de indexeringsvoorschriften,
neergelegd in afdeling 10.1 van de Wet IB 2001, de artikelen 12a,
32bb en 32bc van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB
1964), de artikelen 30a en 31 van de Wet vermindering afdracht
loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, artikel 35a van
de Successiewet 1956, artikel 8 van de Kostenwet invordering
rijksbelastingen, artikel 7 van de Algemene wet
inkomensafhankelijke regelingen, artikel 10, vierde lid, van de Wet
op de vennootschapbelasting 1969, artikel 10aa van het
Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (hierna: UBLB 1965) en
artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en
gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken. De voor de
inkomstenbelasting toegepaste indexering aan de hand van de in de
artikelen 10.1 en 10.7 van de Wet IB 2001 bedoelde tabelcorrectie
is ook van belang voor de loonbelasting en de
vennootschapsbelasting. De artikelen 20a, tweede lid, en 22d van de
Wet LB 1964 schrijven voor dat de in artikel 20a van die wet,
onderscheidenlijk in de artikelen 22, 22a, 22aa, 22b, 22c en 22ca
van die wet, vermelde bedragen en percentages bij het begin van het
kalenderjaar van rechtswege worden vervangen door de
overeenkomstige bedragen en percentages van artikel 2.10 van de Wet
IB 2001, onderscheidenlijk in de artikelen 8.10, 8.11, 8.16a, 8.17,
8.18 en 8.18a van de Wet IB 2001. Artikel 8, veertiende lid, van de
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 schrijft voor dat het aan het
slot van het vijfde lid van dat artikel vermelde bedrag van
rechtswege wordt vervangen door het overeenkomstige bedrag van
artikel 3.15, eerste lid, van de Wet IB 2001.
De per 1 januari 2010 toe te passen tabelcorrectiefactor
bedraagt 1,019. De bedragen die worden aangepast ingevolge artikel
I, onderdelen A tot en met K, N tot en met V en Z tot en met AH,
artikel II, artikel V, artikel VII en artikel VIII van deze
regeling zijn bijgesteld op basis van deze tabelcorrectiefactor.
In deze regeling vindt voor het eerst bijstelling plaats van:
• de tarieftabel in artikel 2.10a van de Wet IB 2001 (artikel I,
onderdeel B, van deze regeling). De tabel is bijgesteld op gelijke
wijze als de bijstelling van artikel 2.10 van die wet, namelijk
door de tabelcorrectiefactor op de bedragen toe te passen en de
uitkomst naar boven af te ronden op hele euro’s.
• het bedrag van de hoogste schijf in de tabel voor de berekening
van het eigenwoningforfait in de artikelen 3.19, tweede lid, en
3.112, eerste lid, van de Wet IB 2001 (artikel I, onderdelen D en
L, van deze regeling). De tabel is bijgesteld door toepassing van
de tabelcorrectiefactor en de uitkomst af te ronden op de wijze
zoals is voorgeschreven in artikel 10.5, eerste lid, van die wet,
namelijk door afronding naar beneden op een veelvoud van € 10 000.
• de bedragen van uitgaven voor gezinshulp als bedoeld in de tabel
in artikel 6.17, derde lid, van de Wet IB 2001 (artikel I,
onderdeel T, van deze regeling). Deze tabel stond voor
inwerkingtreding van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en
gehandicapten in artikel 6.18, tweede lid, van de Wet IB 2001. De
bijstelling geschiedt op gelijke wijze als bij het oude artikel
6.18, tweede lid, van de Wet IB 2001, namelijk door de
tabelcorrectiefactor op de bedragen toe te passen en de uitkomst
naar boven af te ronden op hele euro’s.
• de bedragen met betrekking tot de omvang van de in aanmerking te
nemen uitgaven voor specifieke zorgkosten in artikel 6.20 van de
Wet IB 2001 (artikel I, onderdeel U, van deze regeling). De
bijstelling geschiedt door de tabelcorrectiefactor op de bedragen
toe te passen en de uitkomst naar boven af te ronden op hele
euro’s.
• het percentage in artikel 8.9, eerste lid, van de Wet IB 2001
(artikel I, onderdeel W, van deze regeling). Bijstelling geschiedt
op grond van artikel 10.6a van de Wet IB 2001.
• de bedragen ter bepaling van de doorwerkbonus in artikel 8.12 van
de Wet IB 2001 (artikel I, onderdeel Y, van deze regeling). Zie ook
de toelichting op de indexering van de arbeidskorting en de
doorwerkbonus.
• het bedrag van het pensioengevende loon, bedoeld in artikel 32bc,
derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (artikel II,
onderdeel C, van deze regeling). Bij de Bijstellingsregeling 2009
is dit bedrag bijgesteld voor 2009 op grond van artikel V van de
Wet van 11 december 2008 tot wijziging van enige belastingwetten
(Belastingheffing excessieve beloningsbestanddelen) (Stb. 547). De
bijstelling geschiedt door de tabelcorrectiefactor op het bedrag
toe te passen en de uitkomst naar boven af te ronden op hele
euro’s.
• het bedrag van de vergoeding, bedoeld in artikel 2, derde lid,
van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en
gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken (artikel IX
van deze regeling). Het bedrag is bijgesteld aan de hand van de
door het Centraal Planbureau in het Centraal Economisch Plan
gepubliceerde verwachte “prijsmutatie netto materiële
overheidsconsumptie” voor het kalenderjaar, verhoogd met een
volumeopslag van 0,75%.
Vanwege de wijze van indexatie of de in het verleden gekozen
afrondingsregel leidt de inflatiecorrectie bij het begin van 2010
niet tot een aanpassing van de in de artikelen 3.42, derde lid,
3.42a, derde lid, 3.47, derde lid, en 9.4, vijfde lid, van de Wet
IB 2001 en artikel 3, vierde lid, en artikel 4, derde lid, van de
Kostenwet invordering rijksbelastingen vermelde bedragen, het in
artikel 3.87, vijfde lid, onderdeel b, van de Wet IB 2001
eerstgenoemde bedrag, het in artikel 2, tweede lid, van de
Kostenwet invordering rijksbelastingen eerstgenoemde bedrag, het in
artikel 3, eerste lid, van die wet als tweede genoemde bedrag en
het in artikel 6.31, eerste lid, onderdeel a, genoemde percentage.
De bijstelling van de bedragen en percentages van de bijtelling
privé-gebruik woning (artikel 3.19 van de Wet IB 2001), het
eigenwoningforfait (artikel 3.112 van de Wet IB 2001), de
kamerverhuurvrijstelling (artikelen 3.97 en 3.114 van de Wet IB
2001) en de vermindering van de uitgaven voor monumentenpanden
(artikel 6.31 van de Wet IB 2001) vindt plaats ingevolge de
artikelen 10.3, 10.3a, 10.4, 10.5 en 10.6 van de Wet IB 2001 zoals
die artikelen luiden per 1 januari 2010. Bijstelling vindt plaats
op basis van de verhouding van het indexcijfer woninghuren over
juli 2009 tot dat cijfer over juli 2008 (factor ih) en voor de bij
te stellen percentages tevens met de verhouding van het gemiddelde
van de eigenwoningwaarden die betrekking hebben op 2008 en het
gemiddelde van die waarden die betrekking hebben op 2009 (factor
iw). De factor ih voor 2010 bedraagt 107,66/104,70. De verhouding
van het gemiddelde van de eigenwoningwaarden voor 2009 en het
gemiddelde van de waarden voor 2008 bedraagt volgens opgave van de
waarderingskamer 100:100.4 (een gemiddelde waardestijging van
0,4%). De factor iw bedraagt daarmee 100/100,4. Vanwege de op grond
van artikel 10.5 van de Wet IB 2001 toe te passen afrondingen leidt
dit niet tot een aanpassing van de bijtellingspercentages. De
percentages voor eigen woningen met een eigenwoningwaarde van boven
€ 1 mln zijn door toepassing van artikel 10.3a van de Wet IB 2001
verhoogd en vervolgens op dezelfde wijze afgerond als artikel 10.5
van die wet voorschrijft met betrekking tot de in de artikelen 10.3
en 10.4 van die wet bedoelde percentages.
De in artikel 8.11, tweede lid, tweede volzin, onderdelen a en
b, en derde lid, van de Wet IB 2001 vermelde percentages, de in
artikel 8.11, tweede lid, tweede volzin, onderdelen a en b, van die
wet eerstvermelde bedragen en de in artikel 8.12, eerste lid,
onderdeel b, en zevende lid, van die wet eerstvermelde bedragen
worden bijgesteld op basis van artikel 10.7 van die wet en zijn
opgenomen in artikel I, onderdelen X en Y, van deze regeling.
Voor de aanpassing van de percentages is het fiscale equivalent van
50% van het volwassenen-minimumloon per 1 januari 2010 "€
9041" en het fiscale equivalent van 225% van het
volwassenen-minimumloon per 1 januari 2010: € 43 385.
Op grond van artikel II van de Fiscale vereenvoudigingswet 2010
vindt artikel 10.1 van de Wet IB 2001 geen toepassing bij het begin
van het kalenderjaar 2010 op de bedragen, genoemd in de artikelen
5.3, 5.5, 5.6, 5.10, 5.13 en 5.16 van de laatstgenoemde wet.
Aanpassing van verschillende bedragen van de Wet vermindering
afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
In artikel V van deze regeling worden de bedragen van de
afdrachtvermindering en het toetsloon voor de afdrachtvermindering
onderwijs aangepast. De aanpassing van de bedragen van de
afdrachtvermindering vindt plaats ingevolge artikel 30a van Wet
vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de
volksverzekeringen. De aanpassing geschiedt door vermenigvuldiging
van de bestaande bedragen met de verhouding van het bedrag van het
volwassenen-minimumloon per 1 januari van het kalenderjaar (zijnde
€ 1407,60) tot dat bedrag per 1 januari van het voorafgaande
kalenderjaar (zijnde € 1381,20). Op grond daarvan zijn de bedragen
van de afdrachtverminderingen vermenigvuldigd met de factor
1407,60/1381,20. De bedragen worden rekenkundig afgerond op hele
euro’s. Het toetsloon voor de afdrachtvermindering onderwijs wordt
op grond van artikel 31 van genoemde wet gesteld op het fiscale
equivalent van 130% van het volwassenen-minimumloon per 1 januari
2010.
De hierna genoemde bij deze regeling bijgestelde bedragen zullen
na die bijstelling per 1 januari 2010 worden vervangen door andere:
• De artikelen 24, 32 en 33 van de Successiewet 1956 en de daarin
genoemde bedragen worden met ingang van 1 januari 2010 vervangen
ingevolge artikel I, onderdelen U, AC, AE en AGa, van de wet van 23
december 2009 tot wijziging van de Successiewet 1956 en enige
andere belastingwetten (Vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling
en herziening tariefstructuur in de Successiewet 1956, alsmede
introductie van een regeling voor afgezonderd particulier vermogen
in de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Successiewet 1956) (Stb
564).
• Het schijventarief van de artikelen 2.10 en 2.10a van de Wet IB
2001 (artikel I, onderdelen A en B, van deze regeling): het tarief
met ingang van 1 januari 2010 is opgenomen in artikel I, onderdelen
B en C, van het Belastingplan 2010;
• De tabel voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek van artikel
3.41 van de Wet IB 2001 (artikel I, onderdeel E, van deze
regeling): de tabel met ingang van 1 januari 2010 is opgenomen in
artikel I, onderdeel H, van het Belastingplan 2010;
• Het maximum bedrag van de arbeidskorting van artikel 8.11, tweede
lid, onderdeel b, van de Wet IB 2001 (artikel I, onderdeel X, van
deze regeling) wordt ingevolge artikel I, onderdeel S, van het
Belastingplan 2010 verlaagd met € 75 tot € 1489. De bedragen in het
derde lid, onderdelen a, b en c, worden eveneens met € 75 verlaagd
tot respectievelijk € 1752, € 2012 en € 2273.
• Het eerstgenoemde bedrag in artikel 8.14a, tweede lid, van de Wet
IB 2001 van de inkomensafhankelijke combinatiekorting (artikel I,
onderdeel Z, van deze regeling) wordt ingevolge artikel I,
onderdeel T, van het Belastingplan 2010 verlaagd met € 10 (tot €
775). Het laatstgenoemde bedrag in artikel 8.14a, tweede lid, van
de Wet IB 2001 wordt verhoogd met € 60 (tot € 1859).
• Het bedrag van de alleenstaande ouderkorting van artikel 8.15 van
de Wet IB 2001 (artikel I, onderdeel AA, van deze regeling) wordt
ingevolge artikel I, onderdeel U, van het Belastingplan 2010
verhoogd met € 25 tot € 945.
• Het bedrag van de ouderenkorting van artikel 8.17, tweede lid,
van de Wet IB 2001 (artikel I, onderdeel AD, van deze regeling)
wordt ingevolge artikel I, onderdeel V, van het Belastingplan 2010
verhoogd met € 10 tot € 684.
• Het bedrag genoemd in artikel 10.7, derde lid, onderdeel a, en
zesde lid, onderdeel a, van de Wet IB 2001 wordt verlaagd met € 50
tot € 717.
De Staatssecretaris van Financiën,
mr.drs. J.C. de Jager