U bevindt zich op: Home › Actueel › Besluiten / beleidsregels
De Staatssecretaris van Financiën,
Gelet op de artikelen 2, tiende lid, 2d, tweede lid, 2e, zevende
lid, 7, zevende lid, 40, eerste en derde lid, 42, tweede lid, 50c,
derde lid, 50d, vijfde lid, 56, zesde lid, 66, vijfde lid, 66a,
tweede lid, 71a, tweede lid, 73, derde lid, 76a, derde lid, 79,
eerste, tweede en derde lid, van de Wet op de accijns;
Besluit:
De Uitvoeringsregeling accijns wordt als volgt gewijzigd:
A. Artikel 1 komt te luiden:
Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 2, tiende lid,
2d, tweede lid, 2e, zevende lid, 7, zevende, achtste en negende
lid, 26, achtste lid, 27, derde en zevende lid, 37, tweede lid, 38,
40, eerste en derde lid, 41, tweede lid, 42, tweede lid, 42a,
vierde lid, 50c, derde lid, 50d, vijfde lid, 50f, zevende lid, 53,
derde lid, 56, zesde lid, 64, tweede lid, 65, achtste lid, 66,
vijfde lid, 66a, tweede lid, 68, tweede lid, 69, 69a, derde lid,
70, zesde lid, 71, tweede lid, 71a, tweede lid, 71b, vierde lid,
71c, vierde lid, 71d, vierde lid, 71e, vierde lid, 71f, vierde lid,
71g, eerste lid, 73, derde lid, 75, derde lid, 76a, derde lid, 78,
vierde lid, 79, eerste, tweede en derde lid, 80, derde lid, 82,
tweede lid, 83, vierde lid, 84, tweede lid, 84a, zesde lid, 84b,
vijfde lid, 90, zevende lid, 91, vijfde lid, 94, tweede lid, 95,
vierde lid, van de Wet op de accijns en de artikelen 12 en 21,
zevende lid, van het Uitvoeringsbesluit accijns.
B. Artikel 3 komt te luiden:
1. De vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats doet van de
algehele vernietiging of het onherstelbare verlies van
accijnsgoederen door niet te voorziene omstandigheden of overmacht,
bedoeld in artikel 2, vijfde en zesde lid, van de wet, in zijn
accijnsgoederenplaats onverwijld mededeling aan de inspecteur onder
opgaaf van het tijdstip en de oorzaak van de algehele vernietiging
of het onherstelbare verlies.
2. De vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, de
geregistreerde afzender of de geregistreerde geadresseerde doet van
de algehele vernietiging of het onherstelbare verlies van
accijnsgoederen door niet te voorziene omstandigheden of overmacht,
bedoeld in artikel 2, vijfde en zesde lid, van de wet, tijdens het
overbrengen van onder een accijnsschorsingsregeling geplaatste
accijnsgoederen onverwijld mededeling aan de inspecteur onder
opgaaf van het tijdstip en de oorzaak van het verloren gaan.
3. Van een voorgenomen vernietiging van in een
accijnsgoederenplaats voorhanden zijnde accijnsgoederen die
onbruikbaar of onverkoopbaar zijn geworden, wordt uiterlijk twee
werkdagen voor de voorgenomen vernietiging door de vergunninghouder
van de accijnsgoederenplaats mededeling gedaan aan de inspecteur,
onder vermelding van het tijdstip waarop de vernietiging zal
plaatsvinden.
4. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de algehele
vernietiging of het onherstelbare verlies van accijnsgoederen door
niet te voorziene omstandigheden of overmacht, bedoeld in artikel 3
van de wet.
C. Artikel 3a wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt "artikel 2c, derde lid, van de wet"
vervangen door: artikel 2d, tweede lid, van de wet.
2. In onderdeel c wordt "tussenprodukten" vervangen door:
tussenproducten.
3. In onderdeel d wordt "produkten" vervangen door:
producten.
4. In onderdeel e wordt "tabaksprodukten" vervangen door:
tabaksproducten.
D. In artikel 3c wordt "artikel 2b, vijfde
lid, van de wet" telkens vervangen door: artikel 2e, zesde
lid, van de wet.
E. Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Onverminderd de bepalingen van de in artikel 1a, onderdelen b en
l, van het besluit genoemde verordeningen, moet het van toepassing
zijn van het tarief van de accijns, bedoeld in artikel 7, derde
lid, van de wet, bij de uitslag tot verbruik worden aangetoond door
degene die het bier uitslaat tot verbruik.
2. In het tweede lid wordt "uitslag dan wel invoer"
vervangen door "uitslag tot verbruik". Voorts wordt
"produktie" telkens vervangen door: productie.
F. Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt
"tussenprodukten" vervangen door: tussenproducten.
2. In het eerste lid, onderdeel d, wordt "produkten"
vervangen door: producten.
3. In het tweede lid wordt "naar een in een andere lid-staat
gevestigd geregistreerd bedrijf, naar een in een andere lid-staat
gevestigd niet-geregistreerd bedrijf of naar een derde land"
vervangen door: naar een in een andere lidstaat gevestigde
geregistreerde geadresseerde of naar een plaats waar de
accijnsgoederen het grondgebied van de Gemeenschap verlaten.
G. In artikel 18, onderdeel e, wordt "naar
een derde land" vervangen door: naar een derdelandsgebied of
een derde land.
H. Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel d, wordt "produkten"
vervangen door: producten.
2. In het tweede lid wordt "artikel 2, vijfde lid, van het
besluit' vervangen door: artikel 2a van het besluit.
I. Artikel 20a wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt "voor een geregistreerd bedrijf of een
niet-geregistreerd bedrijf dienen met betrekking tot hetgeen in
artikel 50c van de wet is bepaald, in ieder geval te worden
vermeld" vervangen door: voor een geregistreerde geadresseerde
moeten met betrekking tot hetgeen in artikel 50c van de wet is
bepaald, in ieder geval worden vermeld.
2. In onderdeel b wordt "het geregistreerde bedrijf of het
niet-geregistreerde bedrijf" vervangen door: de geregistreerde
geadresseerde.
J. Artikel 20b komt te luiden:
In een verzoek om een vergunning als geregistreerde afzender
moeten met betrekking tot hetgeen in artikel 50d van de wet is
bepaald, in ieder geval worden vermeld:
a. een omschrijving van de aard van het bedrijf en het
btw-identificatienummer van het bedrijf;
b. het adres waar de geregistreerde afzender wordt gevestigd;
c. een omschrijving van de administratie van de geregistreerde
afzender, alsmede het adres waar deze administratie wordt gehouden.
K. In artikel 22, tweede lid, wordt "artikel
2, vijfde lid, van het besluit' vervangen door: artikel 2a van
het besluit.
L. Artikel 22a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "De vergunninghouder van een
geregistreerd bedrijf of van een niet-geregistreerd bedrijf, de
fiscaal vertegenwoordiger van een belastingentrepot dan wel de
fiscaal vertegenwoordiger van een verkoper op afstand"
vervangen door: De geregistreerde geadresseerde, de geregistreerde
afzender dan wel de fiscaal vertegenwoordiger van een verkoper op
afstand.
2. In het tweede lid wordt "de vergunninghouder van een
geregistreerd bedrijf" vervangen door "de geregistreerde
geadresseerde". Voorts wordt "het geregistreerde
bedrijf" vervangen door: de geregistreerde geadresseerde.
3. Het derde lid komt te luiden:
3. Met betrekking tot de geregistreerde afzender geldt als
accijnsbelang het bedrag aan accijns dat wordt vertegenwoordigd
door de hoeveelheid accijnsgoederen die gemiddeld per maand door de
geregistreerde afzender wordt overgebracht.
4. Het vierde lid vervalt onder vernummering van het vijfde en
zesde lid tot vierde en vijfde lid.
5. Het vierde lid (nieuw) komt te luiden:
4. Met betrekking tot de fiscaal vertegenwoordiger van een verkoper
op afstand geldt als accijnsbelang het bedrag aan accijns dat wordt
vertegenwoordigd door de accijnsgoederen die gemiddeld per maand
door de in een andere lidstaat gevestigde verkoper op afstand of
voor diens rekening direct of indirect naar Nederland worden
verzonden of vervoerd.
M. Artikel 22b wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. De vervoerder of de eigenaar, bedoeld in artikel 56, derde lid,
van de wet, stelt zekerheid in plaats van de vergunninghouder van
een accijnsgoederenplaats en de geregistreerde afzender, bedoeld in
artikel 56, eerste lid, van de wet, voor de accijns die hij
verschuldigd is of kan worden. De zekerheid wordt bepaald op basis
van het accijnsbelang.
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. Het accijnsbelang, bedoeld in het eerste lid, is het bedrag aan
accijns dat wordt vertegenwoordigd door de hoeveelheid
accijnsgoederen die door of namens de vervoerder of de eigenaar
wordt vervoerd naar de in artikel 2a, eerste en derde lid, van de
wet bedoelde bestemmingen.
N. Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel b wordt “in het geval van uitslag” vervangen door:
in geval van uitslag uit de accijnsgoederenplaats.
2. In onderdeel c wordt “in het geval van invoer” vervangen door:
in geval van invoer.
O. Artikel 30a wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel b wordt “in het geval van uitslag” vervangen door:
in geval van uitslag uit de accijnsgoederenplaats.
2. In onderdeel c wordt “in het geval van invoer” vervangen door:
in geval van invoer.
P. Na artikel 35i wordt een nieuw artikel
ingevoegd, luidende:
1. Het verzoek om teruggaaf als bedoeld in artikel 71a van de
wet bevat de volgende gegevens:
a. naam en adres van degene die het verzoek om teruggaaf doet;
b. de soort en de hoeveelheid van de accijnsgoederen waarop het
verzoek betrekking heeft.
2. Bij het verzoek om teruggaaf worden de bescheiden gevoegd
waarmee wordt aangetoond dat de accijns door de andere lidstaat is
geheven.
3. Het verzoek om teruggaaf wordt binnen drie maanden na het
tijdstip waarop de accijns door de andere lidstaat is geheven
ingediend bij de inspecteur.
Q. Artikel 36 komt te luiden:
Tabaksproducten die door reizigers voor eigen behoeften als
bagage worden meegenomen vanuit het buitenland, behoeven niet te
zijn voorzien van accijnszegels.
R. Artikel 52 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vervanging van de punt aan het slot van het eerste lid,
onderdeel c, door een puntkomma, wordt aan dat lid een onderdeel
toegevoegd, luidende:
d. buiten Nederland zijn aangebracht op tabaksproducten en met
betrekking tot deze tabaksproducten wordt voldaan aan de
voorwaarden, bedoeld in artikel 76a, eerste lid, van de wet.
2. Aan het slot van het derde lid, onderdeel b, vervalt
"of".
3. Onder vervanging van de punt aan het slot van het derde lid,
onderdeel c, door "; of", wordt aan dat lid een onderdeel
toegevoegd, luidende:
d. binnen een maand na het tijdstip waarop de accijns,
overeenkomstig artikel 76a, eerste lid, van de wet, in een andere
lidstaat is geïnd.
S. Afdeling 3 van Hoofdstuk V vervalt.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2010.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden
geplaatst.
De Staatssecretaris van Financiën,
mr. drs. J.C. de Jager.
Deze regeling voorziet in een wijziging van de
Uitvoeringsregeling accijns in verband met de implementatie van
Richtlijn nr. 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 (PbEU L
9 van 14 januari 2009) (hierna: de Accijnsrichtlijn 2008).
De Accijnsrichtlijn 2008 is de nieuwe zogenoemde horizontale
richtlijn accijns. De Accijnsrichtlijn 2008 vervangt Richtlijn
92/12/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25
februari 1992 betreffende de algemene regeling voor
accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en
de controles daarop (PbEG L 76). Implementatie van de richtlijn
maakt wijziging noodzakelijk van de Wet op de accijns, de Wet op de
verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere
produkten en de Wet belastingen op milieugrondslag. Vorenbedoelde
wetswijzigingen zijn opgenomen in het voorstel van wet tot
wijziging van de Wet op de accijns in verband met Richtlijn nr.
2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 (PbEU L 9)
(Implementatie horizontale richtlijn accijns) (Kamerstukken II
2008/09, 32 031). Artikel V van dit wetsvoorstel bepaalt dat de wet
in werking treedt met ingang van 1 april 2010. Op grond van artikel
48 van de Accijnsrichtlijn moeten de wettelijke en
bestuursrechtelijke maatregelen, die nodig zijn ter implementatie
van de richtlijn, vóór 1 januari 2010 zijn aanvaard en
gepubliceerd.
EU-aspecten, budgettaire aspecten, administratieve lasten en
uitvoeringskosten
Aan de wijzigingen in de uitvoeringsbesluiten zijn geen
EU-aspecten, budgettaire gevolgen, administratieve lasten of
uitvoeringskosten verbonden.
Onderdeel A (artikel 1)
Dit artikel is in overeenstemming gebracht met de wijzigingen in de
delegatiebepalingen van de Wet op de accijns en het
Uitvoeringsbesluit accijns.
Onderdeel B (artikel 3)
Het huidige artikel 3 bevat nadere regels met betrekking tot het
geleidedocument dat wordt gebruikt bij het overbrengen van
accijnsgoederen onder schorsing van accijns en met betrekking tot
het zogenoemde vereenvoudigde geleidedocument dat wordt gebruikt
bij het overbrengen van veraccijnsde accijnsgoederen. Aangezien de
bepalingen met betrekking tot deze geleidedocumenten met ingang van
1 april 2010 in het Uitvoeringsbesluit accijns worden opgenomen,
kan deze bepaling vervallen.
Het gewijzigde artikel 3 van de Uitvoeringsregeling accijns geeft
regels voor de situatie waarin sprake is van de algehele
vernietiging of het onherstelbare verlies van onder een
accijnsschorsingsregeling geplaatste accijnsgoederen door niet te
voorziene omstandigheden of overmacht als bedoeld in artikel 2,
vijfde en zesde lid, van de wet.
Artikel 2, zesde lid, van de wet bepaalt dat de algehele
vernietiging of het onherstelbare verlies moet worden aangetoond
ten genoegen van de inspecteur. Verliezen tijdens de vervaardiging
of tijdens de opslag van accijnsgoederen die door de
vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats niet kunnen worden
aangetoond, worden aangemerkt als te zijn uitgeslagen. Aantoonbare
verliezen zijn in beginsel de normale productie- en opslagverliezen
ten gevolge van verdamping, bottelverliezen, flessenbreuk en
dergelijke. Deze verliezen zijn inherent aan het productieproces of
de opslag en zijn een verklaarbaar gevolg van de productie of de
opslag van de desbetreffende accijnsgoederen. Controle op deze
verliezen zal achteraf aan de hand van de bedrijfsadministratie
kunnen gebeuren.
Vernietiging of verlies van accijnsgoederen door niet te voorziene
omstandigheden of overmacht, bij voorbeeld door bederf of door een
calamiteit als een breuk in een transportleiding, zal door de
vergunninghouder afzonderlijk van de normale verliezen in de
bedrijfsadministratie moeten worden vastgelegd. Voor de controle op
de juistheid van die vastlegging is het gewenst dat de inspecteur
de mogelijkheid heeft ter plaatse dergelijke verliezen op te nemen.
Uit dien hoofde moet de vergunninghouder van dergelijke verliezen
onverwijld mededeling doen aan de inspecteur (eerste lid).
Dit geldt ook voor dergelijke verliezen tijdens het overbrengen van
onder een accijnsschorsingsregeling geplaatste accijnsgoederen
(tweede lid).
Indien accijnsgoederen omdat zij onbruikbaar of onverkoopbaar zijn
geworden door de vergunninghouder zullen worden vernietigd, moet
deze daarvan twee werkdagen voor de vernietiging zal plaatsvinden
mededeling doen aan de inspecteur, zodat de inspecteur de
mogelijkheid heeft zich van de vernietiging te vergewissen (derde
lid).
Artikel 3 van de wet geeft regels voor de situatie waarin sprake is
van de algehele vernietiging of het onherstelbare verlies van
accijnsgoederen, die in een andere lidstaat zijn uitgeslagen tot
verbruik en die worden overgebracht naar Nederland. Deze regels
komen overeen met de in artikel 2, vijfde en zesde lid, van de wet
opgenomen regels. Op grond van artikel 3, vierde lid, van de wet
bepaalt artikel 3, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling dat ook
in de in artikel 3, eerste lid, van de wet bedoelde situaties
onverwijld mededeling moet worden gedaan aan de inspecteur van de
algehele vernietiging of het onherstelbare verlies van
accijnsgoederen door niet te voorziene omstandigheden of overmacht.
Onderdeel C (artikel 3a)
Het huidige artikel 3a, aanhef, van de Uitvoeringsregeling accijns
verwijst naar artikel 2c, derde lid, van de wet. De in artikel 2c,
derde lid, opgenomen bepaling is verplaatst naar artikel 2d, tweede
lid, van de wet. In verband hiermee is vorenbedoelde verwijzing
aangepast. De overige wijzigingen zijn van redactionele aard.
Onderdeel D (artikel 3c)
Het huidige artikel 3c, eerste en tweede lid, van de
Uitvoeringsregeling accijns verwijst naar artikel 2b, vijfde lid,
van de wet. De in artikel 2b, vijfde lid, opgenomen bepaling is
verplaatst naar artikel 2e, zesde lid, van de wet. In verband
hiermee is vorenbedoelde verwijzing aangepast.
Onderdeel E (artikel 4)
Het huidige artikel 4, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling
accijns verwijst naar de bepalingen van de in artikel 3, eerste en
tweede lid, genoemde verordeningen. Zoals in de toelichting op het
gewijzigde artikel 3 is aangegeven (zie de toelichting op onderdeel
B), zijn deze bepalingen met ingang van 1 april 2010 in het
Uitvoeringsbesluit accijns opgenomen. Artikel 4, eerste lid, van de
Uitvoeringsregeling verwijst daarom naar de in artikel 1a van het
Uitvoeringsbesluit genoemde verordeningen. De overige wijzigingen
zijn deels van redactionele aard en deels noodzakelijk om deze
bepalingen in overeenstemming te brengen met de terminologie van de
Accijnsrichtlijn 2008.
Onderdeel F (artikel 17)
De in dit onderdeel opgenomen wijzigingen zijn deels van
redactionele aard en deels noodzakelijk om deze bepalingen in
overeenstemming te brengen met de terminologie van de
Accijnsrichtlijn 2008.
Onderdeel G (artikel 18)
De in dit onderdeel opgenomen wijziging is noodzakelijk om deze
bepaling in overeenstemming te brengen met de terminologie van de
Accijnsrichtlijn 2008.
Onderdeel H (artikel 20)
De in dit onderdeel opgenomen wijziging van artikel 20, eerste lid,
is van redactionele aard.
Het huidige artikel 20, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling
accijns verwijst naar artikel 2, vijfde lid, van het
Uitvoeringsbesluit. De in artikel 2, vijfde lid, opgenomen bepaling
is verplaatst naar artikel 2a van het Uitvoeringsbesluit. In
verband hiermee is vorenbedoelde verwijzing aangepast.
Onderdeel I (artikel 20a)
De in dit onderdeel opgenomen wijzigingen zijn noodzakelijk om deze
bepaling in overeenstemming te brengen met de terminologie van de
Accijnsrichtlijn 2008.
Onderdeel J (artikel 20b)
Het huidige artikel 20b van de Uitvoeringsregeling geeft nadere
regels over het verzoek om een vergunning als fiscaal
vertegenwoordiger van de vergunninghouder van een
belastingentrepot, bedoeld in artikel 50d van de wet. De tekst van
artikel 50d is vervangen door bepalingen, die betrekking hebben op
de zogenoemde geregistreerde afzender. Op grond van artikel 50d,
vijfde lid, van de wet bepaalt artikel 20b welke gegevens in ieder
geval moeten worden vermeld in het verzoek om een vergunning als
geregistreerde afzender.
Onderdeel K (artikel 22)
Het huidige artikel 22, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling
accijns verwijst naar artikel 2, vijfde lid, van het
Uitvoeringsbesluit. De in artikel 2, vijfde lid, opgenomen bepaling
is verplaatst naar artikel 2a van het Uitvoeringsbesluit. In
verband hiermee is vorenbedoelde verwijzing aangepast.
Onderdeel L (artikel 22a)
De in dit onderdeel opgenomen wijzigingen zijn noodzakelijk om deze
bepaling in overeenstemming te brengen met de terminologie van de
Accijnsrichtlijn 2008.
Het huidige artikel 22a, derde lid, van de Uitvoeringsregeling
heeft betrekking op de fiscaal vertegenwoordiger van de
vergunninghouder van een belastingentrepot. De Accijnsrichtlijn
2008 kent deze figuur niet meer. Op grond van artikel 56, eerste
lid, van de wet bepaalt artikel 22a, derde lid, van de
Uitvoeringsregeling hoe voor de geregistreerde afzender het
accijnsbelang wordt vastgesteld.
Het huidige artikel 22a, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling
heeft betrekking op de vergunninghouder van een niet-geregistreerd
bedrijf. De Accijnsrichtlijn 2008 kent ook deze figuur niet meer.
Om die reden vervalt het vierde lid en wordt het vijfde lid, na
enige redactionele aanpassingen, vernummerd tot vierde lid.
Onderdeel M (artikel 22b)
De in dit onderdeel opgenomen wijzigingen zijn noodzakelijk om deze
bepaling in overeenstemming te brengen met de Accijnsrichtlijn
2008. In artikel 22b, eerste lid, wordt naast de vergunninghouder
van de accijnsgoederenplaats ook de geregistreerde afzender
genoemd. In artikel 22b, tweede lid, wordt voor de daar bedoelde
bestemmingen verwezen naar artikel 2a, eerste en derde lid, van de
wet.
Onderdelen N en O (artikelen 29 en 30a)
Artikel 7, eerste lid, van de Accijnsrichtlijn 2008 hanteert het
begrip ‘uitslag tot verbruik’. In verband daarmee zijn in artikel
1, tweede lid, van de wet de belastbare feiten 'uitslag' en
'invoer' vervangen door het begrip ‘uitslag tot verbruik’.
Met de in deze onderdelen opgenomen wijzigingen wordt gepreciseerd
dat het in geval van uitslag gaat om uitslag uit de
accijnsgoederenplaats. De overige wijzigingen zijn van redactionele
aard.
Onderdeel P (artikel 35j)
Op grond van het nieuwe artikel 71a van de wet wordt teruggaaf van
accijns verleend, indien bij toepassing van artikel 2c, vijfde lid,
en van artikel 4, derde lid, van de wet is aangetoond dat de
accijns door de andere lidstaat is geheven.
De artikelen 2c en 4 van de wet zien op de gevallen waarin tijdens
een overbrenging van accijnsgoederen onder een
accijnsschorsingsregeling onderscheidenlijk van veraccijnsde
goederen een onregelmatigheid heeft plaatsgevonden, die resulteert
in uitslag tot verbruik van deze goederen. Indien de accijns
aanvankelijk in Nederland is geheven, terwijl achteraf maar binnen
drie jaar na verzending wordt vastgesteld dat de onregelmatigheid
niet in Nederland maar in een andere lidstaat heeft plaatsgevonden,
wordt de accijns in die andere lidstaat verschuldigd. Het nieuwe
artikel 71a van de wet voorziet in een teruggaaf van de achteraf
ten onrechte in Nederland geheven accijns.
Artikel 35j van de Uitvoeringsregeling bepaalt welke gegevens het
verzoek om teruggaaf moet bevatten (eerste lid), welke bescheiden
bij het verzoek moeten worden gevoegd (tweede lid) en binnen welke
termijn het verzoek moet worden ingediend (derde lid).
Onderdeel Q (artikel 36)
In het huidige artikel 36 wordt verwezen naar artikel 2b, derde
lid, van de wet. Deze bepaling is vervallen. Voorts is de
terminologie in overeenstemming gebracht met de terminologie van de
Accijnsrichtlijn 2008.
Onderdeel R (artikel 52)
Op grond van artikel 76a, derde lid, van de wet worden in artikel
52, eerste en derde lid, nadere regels opgenomen ten behoeve van de
uitvoering van de in artikel 76a opgenomen teruggaafregeling.
Onderdeel S (artikel 57)
De in artikel 57 opgenomen bepalingen zijn in overeenstemming
gebracht met de terminologie van de Accijnsrichtlijn 2008 en
verplaatst naar artikel 3. Die verplaatsing houdt verband met de in
artikel 2, vijfde en zesde lid, van de wet opgenomen bepalingen en
het in verband daarmee vervallen van artikel 88 van de wet.
Afdeling 3 van Hoofdstuk V, waarin artikel 57 is opgenomen, kan in
verband daarmee vervallen.
De wijzigingen van de Uitvoeringsregeling accijns treden
ingevolge artikel II in werking met ingang van 1 april 2010.
De Staatssecretaris van Financiën,
mr. drs. J.C. de Jager.