U bevindt zich op: Home › Actueel › Besluiten / beleidsregels
Dit besluit is een actualisering van het besluit van 27 september 2007, nr. CPP 2007/536M ( Tabel I).
Er is een aantal tekstuele en inhoudelijke wijzigingen opgenomen. De inhoudelijke wijzigingen betreffen:
- paragraaf 3.2.8: bij de splitsing van één vergoeding voor verschillende te onderscheiden diensten dient belastingplichtige uit te gaan van de marktwaarde van soortgelijke prestaties (marktwaardemethode), tenzij hij kan aantonen dat de methode van de werkelijke kosten een juister beeld geeft van de aan de te onderscheiden prestaties toe te rekenen vergoeding;
- paragraaf 4.4: de prestatie van het in pension houden van paarden valt in drie delen te splitsen, te weten de verzorging (algemene tarief), de verhuur van de box (vrijgesteld) en het gelegenheid geven tot sportbeoefening (verlaagde tarief). Er worden richtlijnen gegeven voor de toerekening van de vergoeding aan de te onderscheiden prestaties;
- post a 6: handalcoholen zijn nadrukkelijk uitgesloten van de toepassing van de post. De verwerkingsset van het intercept blood system valt onder het verlaagde tarief. De INOmax-therapie, bestaande uit inhalatiegas en de daarbij behorende apparatuur voor de behandeling van pulmonaire hypertensie bij pasgeborenen valt onder de post;
- post a 8: luierbroekjes voor grotere kinderen, zijn onder de post gebracht;
- post a 30: zoals opgenomen in het Belastingplan 2010 zijn alle andere dan papieren fysieke dragers waarop de inhoud van een boek is aangebracht onder de post gebracht. Dit geldt ook voor digitale educatieve informatie die is aangebracht op fysieke dragers en die kennelijk uitsluitend of nagenoeg uitsluitend is bestemd voor informatieoverdracht in het onderwijs. Borduur- en handwerkpatronen zijn boeken mits zij voldoen aan een aantal voorwaarden;
- post a 32: de bijkomende verrichtingen bij de levering en het transport van gas zijn onder het verlaagde tarief gerangschikt. De procedure met betrekking tot de verklaring die de tuinbouwer aan de leverancier dient te verstrekken is aangepast;
- post a 34: trippelstoelen zijn onder het verlaagde tarief gerangschikt. De tentopbouw die speciaal is vervaardigd en bestemd voor het hooglaagbed valt onder de post;
- post a 35: een AED (automatische externe defibrillator) is aan te merken als een hart- en spierstimulator als bedoeld in de post. Hulphonden zijn per 1 januari 2010 onder het verlaagde tarief gerangschikt;
- post a 36: de verhuur van de onder de post vallende producten (hulpmiddelen voor diabetici) valt onder het verlaagde tarief;
- post a 37: katheters die worden gebruikt voor dotteren vallen onder de post. De verhuur van de onder de post vallende producten (medische hulpmiddelen) valt onder het verlaagde tarief;
- post b 2: bij het Belastingplan 2010 is de verhuur van de in post a 30 bedoelde goederen onder het verlaagde tarief gerangschikt;
- post b 3: clinics vallen onder de post als de betreffende ondernemer tevens het recht verleent gebruik te maken van een sportaccommodatie. Een vliegveld voor zweefvliegactiviteiten (vereniging) is een sportaccommodatie. Hathayoga is een vorm van actieve sportbeoefening;
- post b 8: het schilderen en stukadoren van woningen na meer dan twee jaren na het tijdstip van eerste ingebruikneming is per 15 september 2009 onder het verlaagde tarief gerangschikt; een verwijzing naar het aanbrengen van isolatiemateriaal in onderdeel 5.4 is verwijderd in verband met de inwerkingtreding van post b 19;
- post b 9: het taxi vervoer van personen over de weg anders dan per auto is bij het Belastingplan 2010 onder het verlaagde tarief gerangschikt;
- post b 10 en 11: de omschrijving van het begrip “voor een korte periode verblijf houden” is aangepast aan de omschrijving zoals die is neergelegd in het besluit Levering en verhuur van onroerende zaken, nr. CPP2008/137M;
- post b 14/b 17: een rollenspel bij dinnergameshows is niet aan te merken als een muziek- of toneeluitvoering of als een prestatie van een uitvoerend kunstenaar. Een peepshow is sinds 1 januari 2008 niet langer aan te merken als een toneeluitvoering in de zin van de post;
- post b 16: bij de goedkeuring betreffende het opfokken van dieren is ten behoeve van de praktijk het begrip “opfok van paarden” verduidelijkt;
- post b 17: repetities die samenhangen met en noodzakelijk zijn voor het optreden door de uitvoerend kunstenaar vallen onder het optreden;
- post b 18: voor het transport van gas naar tuinbouwers is een nieuwe post opgenomen;
- post b 19: zoals gewijzigd bij het Belastingplan 2010 is het aanbrengen van op energiebesparing gericht isolatiemateriaal, met uitzondering van het aanbrengen van glas, aan vloeren, muren en daken van woningen na meer dan twee jaren na het tijdstip van eerste ingebruikneming, onder het verlaagde tarief gerangschikt. Er is een overgangsmaatregel opgenomen voor het aanbrengen van ramen, deuren en kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen inclusief beglazing met ten hoogste een warmtedoorgangscoëfficient (W/m2K) zoals genoemd in het Bouwbesluit;
- post b 20: bij het Belastingplan 2010 is het verrichten
van schoonmaakwerkzaamheden binnen woningen onder het verlaagde
tarief gebracht.
Dit besluit geeft een toelichting op de reikwijdte en toepassing
van Tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1968. In deze tabel
zijn goederen en diensten opgenomen waarvoor het verlaagde
omzetbelastingtarief geldt.
Waar in het besluit het begrip levering wordt gebruikt, kunnen
daaronder ook de intracommunautaire verwerving en invoer worden
begrepen.
De in dit besluit gehanteerde term “aan de hand van het
spraakgebruik” moet worden gelezen als synoniem van “naar
maatschappelijke opvattingen”.
|
wet
|
Wet op de omzetbelasting 1968
|
|
uitvoeringsbeschikking
|
Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968
|
|
uitvoeringsbesluit
|
Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968
|
|
btw-richtlijn
|
Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van de Europese Unie van 28
november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van
belasting over de toegevoegde waarde (PbEG 2006, L347)
|
|
zesde richtlijn
|
Richtlijn 77/388/EEG van de Raad betreffende de harmonisatie van
de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting –
gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde
waarde: uniforme grondslag (PbEG 1977, L 145)
|
De wijze waarop het omzetbelastingtarief bij invoer wordt
bepaald, is vastgelegd in artikel 20 van de wet. Uit dit artikel
blijkt dat voor de bepaling van het omzetbelastingtarief alleen de
omzetbelastingwetgeving (en niet de douanewetgeving) van belang is.
Het verlaagde tarief is dus alleen van toepassing als de goederen
zijn te rangschikken onder één van de posten van Tabel I. De
douanewetgeving is alleen van belang als daar uitdrukkelijk bij
wordt aangesloten.
Bij transacties die uit meerdere elementen bestaan
(samengestelde prestaties) moet voor de toepassing van het
verlaagde tarief van Tabel I eerst worden bepaald of sprake is van
één levering of één dienst of van meerdere afzonderlijke leveringen
en/of diensten.
Voor de beoordeling van samengestelde prestaties gelden de
criteria zoals omschreven door het HvJ EG in met name de uitspraken
van 25 februari 1999, Card Protection Plan, zaak C-349/96, punten
28 t/m 31, en 27 oktober 2005, Levob, zaak C-41/04, punten 18 t/m
22. Voor de toepassing van die criteria is niet van belang of de te
beoordelen prestaties alleen leveringen, alleen diensten of een
samenstel van leveringen en diensten omvatten. De criteria gelden
ook voor combinaties van een levering van goederen en (bijkomende)
diensten en omgekeerd.
Bij de kwalificatie van een prestatie die uit een serie
elementen en handelingen bestaat, moet rekening worden gehouden met
alle feiten en omstandigheden. Uit arresten van het HvJ EG over de
kwalificatie van prestaties casu quo de eenheid van prestatie volgt
dat er geen eenvoudige, absolute splitsingsregel bestaat, die voor
alle gevallen tot een correcte uitkomst leidt.
Elke prestatie (levering of dienst) moet normaliter als
onderscheiden en zelfstandig worden beschouwd. Dat geldt in
beginsel ook voor de afzonderlijke prestaties die deel uitmaken van
een samengestelde prestatie. Als echter economisch gesproken,
bezien vanuit de positie van de modale consument (objectief), één
prestatie wordt verricht, moet deze niet kunstmatig uit elkaar
worden gehaald. Van één prestatie is sprake als de samenstellende
elementen zeer nauw met elkaar zijn verbonden en die elementen
afzonderlijk niet het vereiste praktische nut hebben.
Voor de beoordeling of sprake is van één of meer prestaties is
het feit dat door de leverancier van de goederen of diensten één
prijs in rekening wordt gebracht niet van doorslaggevende
betekenis. Het gaat om de zienswijze van de modale consument. Het
berekenen van één prijs kan wel een aanwijzing zijn. De
omstandigheid dat één vaste prijs wordt berekend ongeacht of de
aangeboden nevenprestaties wel of niet worden afgenomen, zal er
sneller toe leiden dat die nevenprestaties als bijkomende
prestaties worden aangemerkt.
Bij een samengestelde prestatie bepalen de meest kenmerkende
elementen van die prestatie of het geheel is aan te merken als één
levering of dienst en hoe die prestatie moet worden gekwalificeerd,
rekening houdend met de zienswijze van de modale consument.
Bijkomende prestaties zijn prestaties die voor de modale klant
geen doel op zich vormen. Zij maken de hoofdprestatie
aantrekkelijker of zijn een middel om daarvan zo goed mogelijk te
profiteren. Bijkomende prestaties zijn prestaties die samen met de
hoofdprestatie worden verricht (in één transactie), die een kleine
invloed hebben op de totaalprijs van de betreffende transactie en
die door de leverancier van de hoofdprestatie worden verricht. Voor
bijkomende prestaties geldt hetzelfde omzetbelastingtarief als voor
de hoofdprestatie waaraan zij ondergeschikt zijn.
Bij een samengestelde prestatie tegen één vergoeding, die voor
de tarieftoepassing in zelfstandige delen moet worden gesplitst,
bestaan voor de methode van splitsing de volgende mogelijkheden:
- de toerekening vindt plaats op basis van de gangbare prijzen
(markt-waardemethode);
- de vergoeding voor de verschillende deelprestaties is in beginsel
even-redig aan het bedrag aan vergoeding dat voor de verschillende
presta-ties als zodanig in rekening is gebracht/ontvangen;
- de vergoeding kan aan de verschillende deelprestaties worden
toege-rekend op basis van de verhouding van de inkoopprijzen of
kostprij-zen;
- de toerekening van de vergoeding aan de verschillende
deelprestaties moet worden geschat (waarbij eventueel rekening
wordt gehouden met de kostprijzen van de onderscheiden prestaties).
De belastingplichtige dient bij de splitsing van een vergoeding de
marktwaardemethode te hanteren, tenzij hij kan aantonen dat de
methode van de werkelijke kosten voor het betrokken heffingstijdvak
de werkelijke samenstelling van de als een geheel geleverde
prestaties getrouw weergeeft (Hoge Raad 23 februari 2007, nr. 42.
387).
Verpakkingen dienen als omhulsel voor (andere) producten. Bij
het begrip “verpakkingen” kan worden gedacht aan:
- wegwerpverpakkingen (bijv. het plastic, papieren, kartonnen,
glazen of kunststof omhulsel van goederen);
- kratten.
Verpakkingen zijn voor de modale afnemer slechts een onderdeel van
de producten die hij/zij koopt. De verpakking gaat op in de
levering van het product. Cadeauverpakkingen zijn in de regel een
vorm van bijkomend dienstbetoon.
Bijzondere verpakkingen die voor de consument een zelfstandige
gebruikswaarde hebben, moeten onder omstandigheden wel afzonderlijk
worden beschouwd. Dat is bijvoorbeeld het geval als de verpakking
een geldswaarde vertegenwoordigt die gelet op de waarde van het
verpakte product aanzienlijk is (en die ook tot uitdrukking komt in
de verkoopprijs van de combinatie).
Combinaties van goederen kunnen ook samen verpakt worden
aangeboden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een kerstpakket dat
een verpakte combinatie van onder post a 1 vallende eet- en
drinkwaren, alcoholische dranken (algemene tarief) en gebruiks- of
cadeauartikelen (algemeen tarief) vormt. Voor de tarieftoepassing
moeten de goederen die tot de combinatie behoren, mits deze
goederen ook afzonderlijk voor de modale consument te verkrijgen
zijn, steeds afzonderlijk in aanmerking worden genomen.
“Candy novelties” bestaan uit een combinatie van goederen, waarbij bepaalde goederen onder het verlaagde tarief vallen (meestal snoepgoed) en andere goederen (meestal speelgoed) onder het algemene tarief. Candy novelties worden voor één prijs verkocht en op verschillende manieren aangeboden. Het komt voor dat het snoepgoed in het speelgoed is “verpakt”, maar de omgekeerde situatie is ook mogelijk. In een aantal gevallen worden het snoepgoed en het speelgoed los van elkaar, maar als één combinatie, aangeboden.
Candy novelties hebben betrekking op een breed assortiment
goederen, waarbij de waarde van de samenstellende delen sterk kan
variëren. Bijvoorbeeld:
- chocolade-eieren die speelgoedfiguurtjes bevatten;
- speelgoedfiguurtjes waaraan snoepgoed is bevestigd;
- plastic vormpjes met bijgeleverde bakmix, chocolade,
kleurmiddelen e.d., waarmee kinderen zelf koekjes, figuurtjes e.d.
kunnen maken;
- “feest”pakketjes voor kinderen, bestaande uit zakjes die gevuld
zijn met snoepgoed, kauwgom e.d. en speelgoedpoppetjes of
ballonnen.
Voor de tarieftoepassing op dergelijke combinaties van goederen geldt als uitgangspunt dat de verschillende delen (het snoepgoed en het speelgoed) afzonderlijk worden beoordeeld. Dit geldt niet als de zelfstandigheid van de delen verloren is gegaan of als één der delen ten opzichte van de andere delen zodanig belangrijk is dat de andere delen daarin kunnen worden geacht te zijn opgegaan. Als een ondernemer geen splitsing kan of wil aanbrengen tussen het snoepgoed en het speelgoed, moet de totale vergoeding voor de candy novelty worden belast naar het algemene tarief.
Als de verkoopprijs van een candy novelty minder dan € 1,50
bedraagt, kan op de levering ervan het verlaagde tarief worden
toegepast. Voor deze gevallen wordt er door de in praktijk opgedane
ervaringen vanuit gegaan, dat het snoepgoed het kenmerkende element
van de prestatie is, en het bijgeleverde speelgoedfiguurtje alleen
bedoeld is om het snoepgoed aantrekkelijker te maken. Dit geldt ook
bij grootverpakkingen als de individuele candy novelty als zodanig
op de markt wordt gebracht voor een prijs die lager is als € 1,50.
Over het algemeen wordt voor paarden die in een pensionstalling
staan één vergoeding berekend. Het Gerechtshof Den Bosch (d.d. 20
maart 2008, nr. 06/00369) heeft bepaald dat de prestatie van het in
pension houden van paarden in drie delen kan worden gesplitst, te
weten de verzorging en voeding (algemene tarief), de verhuur van de
paardenbox (vrijgesteld) en de instructie en training met het
gebruik van de rijaccommodatie als het gelegenheid geven tot
sportbeoefening (verlaagde tarief).
Uitgaande van de driedeling kan de ondernemer uitgaan van de
navolgende toedeling van het bedrag dat aan de klant in rekening
wordt gebracht aan deze prestaties.
Ruitersportcentra met pensionstalling met zowel een buiten-
als een binnenrijbaan (rijaccommodatie):
|
- 1/3
|
verhuur box
|
vrijgesteld van btw
|
|
- 1/3
|
gelegenheid bieden tot sportbeoefening
|
verlaagde tarief
|
|
- 1/3
|
overige prestaties
|
algemene tarief
|
Ruitersportcentra met pensionstalling met alleen een
buitenrijbaan:
|
- 35%
|
verhuur box
|
vrijgesteld van btw
|
|
- 12,5%
|
gelegenheid bieden tot sportbeoefening
|
verlaagde tarief
|
|
- 52,5%
|
overige prestaties
|
algemene tarief
|
Pensionstalling met alleen stalling en géén rijbaan:
|
- 35%
|
verhuur box
|
vrijgesteld van btw
|
|
- 65%
|
overige prestaties
|
algemene tarief
|
Het betreft hier een met de branche overeengekomen richtlijn.
Wanneer een ondernemer van deze richtlijn wenst af te wijken omdat
naar zijn mening zijn situatie wezenlijk afwijkend is, dient hij
dit aannemelijk te maken.
Hierna worden de tabelposten per post toegelicht. In het geval
de post geen toelichting vereist is deze niet opgenomen.
De tekst van post a 1 luidt:
"voedingsmiddelen, te weten:
a. eet- en drinkwaren die plegen te worden aangewend voor
menselijke consumptie;
b. producten die kennelijk zijn bestemd om te worden aangewend voor de bereiding van de onder a bedoelde eet- en drinkwaren en daarin geheel of ten dele opgaan;
c. producten die zijn bestemd om te worden aangewend als
aanvulling op dan wel ter vervanging van de onder a bedoelde eet-
en drinkwaren;
met dien verstande dat tot de voedingsmiddelen niet worden gerekend
alcoholhoudende dranken;"
De meeste voedingsmiddelen kunnen worden gerangschikt onder post a 1, onderdeel a (eet- en drinkwaren). De onderdelen b en c van de post zijn opgenomen om te bereiken dat deze producten, als zij niet rechtstreeks kunnen worden aangemerkt als eet- en drinkwaren, ook vallen onder het begrip voedingsmiddelen. Met voedingsmiddelen worden alleen producten bedoeld die zijn bestemd voor oraal gebruik. De vorm van voedingsmiddelen is niet van belang; zowel verse, bereide als verduurzaamde voedingsmiddelen vallen onder de post.
Voor de afbakening van het begrip “voedingsmiddelen” kan uit
praktische overwegingen aansluiting worden gezocht bij de Warenwet
en de daarop gebaseerde Warenwetbesluiten en Warenwetregelingen. In
deze regelgeving is onder meer aangegeven aan welke voorwaarden
producten moeten voldoen om in Nederland te koop aangeboden te
mogen worden. Producten die voldoen aan de eisen die worden gesteld
aan de verkoop van eet- en drinkwaren – met uitzondering van
alcoholhoudende dranken – in de Warenwetgeving kunnen onder de post
worden gerangschikt, tenzij in de volgende onderdelen anders is
bepaald. Producten die niet voldoen aan die eisen zijn onderworpen
aan het algemene tarief, tenzij in de volgende onderdelen anders is
bepaald. De instantie die beoordeelt of wordt voldaan aan de
voorwaarden die zijn gesteld in de Warenwetgeving is de
Keuringsdienst van Waren, onderdeel van de Voedsel en Waren
Autoriteit. In geval van twijfel kan de ondernemer contact opnemen
met deze instantie.
Het verstrekken van voedingsmiddelen voor gebruik ter plaatse
binnen het kader van het hotel-, café-, restaurant-, pension-, en
aanverwant bedrijf is een dienst. Deze verstrekkingen vallen niet
onder post a 1, maar worden in post b 12 onder het verlaagde tarief
gebracht.
Het begrip eet- en drinkwaren moet ruim worden opgevat. Ook producten die pas geschikt zijn voor menselijke consumptie na een bepaalde bewerking (zoals het ontdoen van de schil) of na bereiding (toevoeging van water, koken, opwarmen en dergelijke) vallen er onder.
Het moet gaan om eet- en drinkwaren die normaal gebruikt worden voor menselijke consumptie. De daadwerkelijke bestemming en de vraag of ze uiteindelijk worden geconsumeerd is dus niet van belang.
Voorbeelden van goederen die onder de post vallen:
- snoepgoed, waaronder kauwgom;
- water dat niet onder post a 28 valt maar dat specifiek als voedingsmiddel herkenbaar is, bijvoorbeeld gesteriliseerd en gedemineraliseerd water dat wordt gebruikt voor het aanlengen van babyvoeding en dat ook geschikt is om direct door baby’s te worden gedronken.
Voorbeelden van goederen die niet onder de post vallen:
- pruimtabak en dergelijke genotmiddelen;
- producten die in het algemeen niet door mensen worden
geconsumeerd, bijvoorbeeld bevroren spiering die als aasvis wordt
verkocht aan sportvissers.
Onderdeel b van de post betreft producten die kennelijk zijn bestemd om te worden aangewend voor de bereiding van de in onderdeel a van de post bedoelde eet- en drinkwaren en daarin geheel of ten dele opgaan.
Met het begrip bereiding wordt gedoeld op zowel de huishoudelijke als de industriële bereiding van eet- en drinkwaren. Voor de voedingsmiddelenindustrie gaat het om producten als vruchtenpulp, diverse extracten, conserveringsmiddelen, evenals geur-, kleur- en smaakstoffen. Meer in het algemeen kan worden gedacht aan producten als gist, meel, bak- en braadmiddelen, kruiden, specerijen, zout, aroma's en essences.
Het gaat hier om een breed scala van producten: niet alleen producten die zijn vervaardigd uit natuurlijke grondstoffen, maar ook producten die zijn vervaardigd uit chemische producten. Producten waarvan alleen bepaalde − bijvoorbeeld aromatische − bestanddelen opgaan in de eet- en drinkwaren vallen er ook onder (zoals koffie, thee, kruidnagels en laurierbladen).
Soms moet binnen een groep producten een onderscheid worden gemaakt tussen producten die kennelijk wél voor menselijke consumptie zijn bestemd (verlaagde tarief) en producten die kennelijk niet voor menselijke consumptie zijn bestemd (algemene tarief).
Voorbeelden:
|
Wel bestemd voor menselijke consumptie
|
Niet bestemd voor menselijke consumptie
|
|---|---|
|
tafelazijn
|
schoonmaakazijn
|
|
|
koolzuurgas voor andere toepassingen
|
|
tuinkruiden: tuinkruiden die plegen te worden aangewend voor
menselijke consumptie
|
tuinkruiden die (vrijwel) uitsluitend worden aangewend als
grondstof voor de bereiding van geneesmiddelen
|
|
kaascoating dat ter conservering op de kaaskorst wordt
aangebracht en geschikt voor consumptie
|
kaascoating, zoals “plasticoat”, niet geschikt voor menselijke
consumptie
|
Niet onder de post vallen essentiële oliën (ook wel etherische oliën genoemd) omdat ze gewoonlijk niet zijn bestemd voor de bereiding van eet- en drinkwaren. Het gaat hier om sterk geurende oliën bereid uit kruiden, planten of bomen die worden gebruikt als luchtverfrisser, bij de lichaamsverzorging, in het kader van aromatherapie en soms als smaakstof in de keuken.
Ook plantaardige olie die wordt geleverd om te worden gebruikt
als motorbrandstof valt niet onder de post.
Onderdeel c van de post betreft producten die zijn bestemd om te worden aangewend als aanvulling op dan wel ter vervanging van de in onderdeel a van de post bedoelde eet- en drinkwaren. Deze producten kunnen mogelijk niet in de strikte zin van het woord worden beschouwd als een voedingsmiddel, maar het is wenselijk dat zij toch daaronder worden begrepen. Te denken valt aan voedingspreparaten en/of voedingssupplementen zoals vitaminen, mineralen, kruidenpreparaten, vermageringsproducten en vezeltabletten. Voor eventuele afbakeningsproblematiek wordt nog verwezen naar de eerder genoemde aansluiting bij de Warenwetgeving.
Niet onder de post valt bijvoorbeeld Haarlemmerolie. Dit product
wordt aangeprezen als een huismiddel ter bestrijding van tal van
kwalen en ongemakken bij mens en dier. Vanwege de algemene
gebruiksmogelijkheden kan Haarlemmerolie niet als voedingspreparaat
in de zin van de post worden aangemerkt.
Voorbeelden van goederen die onder de post vallen:
- kruidenextracten waarvan volgens de gebruiksaanwijzing per keer
enige druppels in water moeten worden opgelost;
- kruidenhoestsiropen waarvan enkele malen per dag één kleine lepel
moet worden ingenomen;
- bloesem- of bloemenremedies. Bloesem- of bloemenremedies zijn
tincturen – gemaakt van de bloesems van wilde struiken, bomen en
planten – waarmee menselijke emoties worden beïnvloed;
- door homeopaten verstrekte (kruiden)preparaten die niet als
geneesmiddel zijn aan te merken in de zin van post a 6 van Tabel
I.
Als de hier genoemde producten in vloeibare vorm worden geleverd bevatten zij soms alcohol. Als volgens het gebruiksvoorschrift slechts enkele malen per dag een kleine hoeveelheid mag worden ingenomen – bijvoorbeeld enkele druppels of een lepel – worden zij niet als alcoholhoudende dranken aangemerkt.
Eigenhandig door homeopaten vervaardigde producten zullen in de regel niet aan de voorwaarden van de hiervoor genoemde Warenwetgeving voldoen en zijn dan belast naar het algemene tarief.
Voorbeeld van goederen die niet onder de post vallen zijn
kruidenpreparaten die opgelost in alcohol in de handel worden
gebracht. Deze producten worden aangemerkt als alcoholhoudende
dranken. Te denken valt aan kruidenwijn en op likeuren lijkende
kruidenextracten. Kruidendranken met een alcoholgehalte van niet
meer dan 1,2% worden niet als alcoholhoudende drank aangemerkt.
Alcoholhoudende dranken worden niet tot de voedingsmiddelen
gerekend. Voor het onderscheid tussen alcoholvrije en
alcoholhoudende dranken is het alcoholgehalte van belang. Voor bier
(waaronder ook de mengsels van bier met wijn of limonade) ligt de
grens op 0,5%. Voor andere alcoholhoudende dranken, zoals wijn,
port, sherry en gedistilleerd, ligt de grens op 1,2%. Met het
begrip dranken wordt gedoeld op producten die naar maatschappelijke
opvatting als zodanig worden aangemerkt. In verband hiermee vallen
onder het begrip alcoholhoudende dranken ook samengestelde
alcoholhoudende dranken zoals advocaat, boerenjongens en
boerenmeisjes. Eetwaren die alcoholhoudende stoffen bevatten (zoals
bonbons) vallen niet onder het begrip alcoholhoudende dranken, maar
onder het begrip voedingsmiddel.
Alcoholhoudende essences worden niet als alcoholhoudende drank
aangemerkt. Als zij kennelijk zijn bestemd voor de bereiding van
eet- en drinkwaren die aan het verlaagde tarief zijn onderworpen,
vallen zij onder het verlaagde tarief.
Commerciële internaten houden zich bezig met het verlenen van
volledige verzorging van de aan hun zorgen toevertrouwde
minderjarigen. De dienstverlening van de commerciële internaten
bestaat onder meer uit het verlenen van huisvesting en bewassing en
het vormen en begeleiden van de minderjarigen. De samenstellende
elementen van deze dienstverlening zijn zo nauw met elkaar
verbonden dat zij één prestatie vormen, waarop het algemene tarief
van toepassing is. In dit kader verstrekken de internaten ook
voedingsmiddelen. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat het
deel van de vergoeding dat is toe te rekenen aan de verstrekking
van de in deze post bedoelde voedingsmiddelen, wordt belast naar
het verlaagde tarief. Dat gedeelte wordt gesteld op de aan de
voedingsmiddelen toe te rekenen kosten, met inbegrip van een toe te
rekenen deel van de constante algemene kosten, vermeerderd met een
op basis van de totale kosten bepaald deel van de winst.
De tekst van post a 2 luidt:
"granen en peulvruchten die niet zijn te rangschikken
onder post a 1;"
De post heeft betrekking op de granen en peulvruchten die niet
als voedingsmiddel als bedoeld in post a 1 kunnen worden
aangemerkt.
Onder de post vallen tarwe, rogge, haver, maïs, rijst, kanariezaad, sorghumzaad, milletzaad, gierst, gerst, gort en dergelijke. Kanariezaad is het zaad van het gewas phalaris canariensis, kanariegras. Zie voor gemengd kanarievoer onderdeel 3.5 van de toelichting op post a 44.
Voorbeelden van goederen die onder de post kunnen worden gerangschikt:
- gepeld en gebroken graan;
- rijstmeel (ook rijstvoedermeel), gerstvoermeel en
havermoutafvalmeel;
- zemelgrint;
- maïs-, rogge- en tarwekiemen;
- boekweit en boekweitdoppen;
- mengsels die uitsluitend al dan niet gebroken granen en/of meel
en bloem van granen bevatten. Als er andere bestanddelen worden
toegevoegd zoals (gemalen) veekoeken, dierlijke eiwitten, vitaminen
en mineralen vallen de mengsels niet onder de post. Eventueel
kunnen deze mengsels onder post a 44 vallen.
Niet onder de post vallen pellets (kleine brokken die worden
gemaakt door het persen van verschillende soorten meel en bloem),
eventueel kunnen deze pellets onder post a 44 vallen.
Getoaste sojabonen vallen onder de post. Dit zijn sojabonen waaruit – door verhitting met stoom – een stof wordt verwijderd die de groei van eenmagige dieren belemmert.
Niet onder de post vallen:
- voor de teelt van peulvruchten bestemde zaden en
serradellazaad. Wel vallen deze zaden onder post a 41;
- erwten- en bonenmeel. Dit zijn gemalen schillen, delen van
zaadlobben en kiemen die als bijproduct vrijkomen bij de bereiding
van voedingsmiddelen uit erwten en bonen.
De tekst van post a 3 luidt:
"pootgoed bestemd voor de teelt van groenten en
fruit;"
Onder de post vallen zowel de jonge groente- en fruitplanten die zijn bestemd voor de uitpoot van groenten en fruit als de delen van dergelijke planten (zoals wortels en wortelstokken), Voorbeelden van dergelijke planten zijn: plantuitjes, witlofwortelen, rabarberplanten, aardbeiplanten, champignonbroed en champignonmycelium.
Niet onder de post vallen champignoncompost en compost voor andere eetbare paddestoelen (zowel entbaar, geënt als doorgroeid) en champost, een champignoncompost die na de oogst is uitgeput en die als bodemverbeteraar kan worden gebruikt.
Champignoncompost is een mengsel van paardenmest, stro, gips en pluimveemest, dat via een specifiek fabricageproces wordt omgevormd tot een voedingsbodem voor champignons. Als de champignoncompost gereed is, kan aan de compost het champignonbroed of champignonmycelium worden toegevoegd. Champignonmycelium bestaat uit gesteriliseerde graankorrels die geheel zijn doorgroeid met champignonsporen. Champignoncompost kan in drie vormen aan champignontelers worden geleverd:
- entbaar, dit is compost waaraan nog geen champignonmycelium is
toegevoegd;
- geënt, dit is compost waaraan kort vóór de levering
champignonmycelium is toegevoegd;
- doorgroeid, dit is compost waarin het champignonmycelium volledig
is doorgegroeid.
De tekst van post a 4 luidt:
"a. rundvee, schapen, geiten, varkens en paarden;
b. andere dan de onder a vallende dieren die kennelijk zijn bestemd
voor de voortbrenging of de productie van de in post 1 bedoelde
voedingsmiddelen, alsmede dieren die kennelijk zijn bestemd voor
het fokken van die dieren;
c. slachtafvallen van de onder a en b vallende dieren;
d. goederen die kennelijk zijn bestemd voor de voortplanting van de
onder a en b vallende dieren;”
Onder paarden zijn ook te begrijpen renpaarden.
Onder de post vallen dieren die kennelijk bestemd zijn voor de voortbrenging of de productie van voedingsmiddelen als bedoeld in post a 1 doordat zij zelf rechtstreeks voedingsmiddelen voortbrengen, of zelf als voedingsmiddel zullen dienen.
Voorbeelden van dieren die onder de post vallen:
- slachtkuikens;
- legkippen;
- hazen;
- fazanten;
- garnalen, mosselen, en dergelijke zeeweekdieren;
- diverse vissoorten zoals zalm en forel;
- konijnen die kennelijk zijn bedoeld voor consumptie door de
mens.
Voorbeelden van dieren die niet onder de post vallen:
- zangvogels, sierduiven en aquariumvissen en dergelijke;
- gevogelte en wild dat niet bestemd is voor consumptie maar dat
(bijvoorbeeld) bestemd is voor dierentuinen, onderwijsinstellingen,
parken of om als huisdier te worden gehouden;
- hommelkolonies voor de bestuiving van cultuurgewassen in de
tuinbouwsector.
Onder slachtafvallen zijn te rangschikken:
- kop, tong, hersenen, lever, hart, nieren, darmen, pens, maag, blaas, poten, pezen, longen, milt, zwezerik, uiers, organen voor farmaceutische doeleinden en dergelijke;
- soepbeenderen;
- bloed (waaronder ook gedroogd bloed).
Slachtafvallen die een gebruikelijke bewerking hebben ondergaan (zoals schoonmaken, zouten, drogen of bevriezen) vallen ook onder de post.
Onder de post vallen geen huiden, onderpoten, horens, haren,
beenderen en zwoerd.
Slachtafvallen die gemalen of gesneden, in zakjes verpakt of in
worstvorm, in de handel worden gebracht onder de benaming honden-
of kattenvoer of een soortgelijke aanduiding, vallen onder de post.
Dit geldt ook als maximaal 4% zetmeel als bindmiddel is toegevoegd.
Als deze producten verdere bewerkingen ondergaan vallen zij niet
onder de post. Voorbeelden van dergelijke bewerkingen zijn het
toevoegen van groenten, mineralen, vitaminen, geneesmiddelen of het
steriliseren en in blik of anderszins verpakken, om bederf te
voorkomen.
Onderdeel d van de post is van toepassing op de levering en invoer van goederen, zoals sperma en embryo’s, bestemd voor de voortplanting van de in onderdeel a en b bedoelde dieren. Het gaat hier om de levering van deze goederen zonder de dienst van het kunstmatig insemineren.
Het kunstmatig insemineren van en het transplanteren van
embryo’s bij deze dieren valt onder post b 13, onderdeel b. Zie
post b 13, onderdeel 4 van dit besluit.
De tekst van post a 6 luidt:
“geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
b, van de Geneesmiddelenwet, voorbehoedmiddelen,
infusievloeistoffen, alsmede kennelijk voor geneeskundige
doeleinden bestemde inhalatiegassen;"
Een geneesmiddel is een substantie of een samenstel van
substanties die bestemd is om te worden toegediend of aangewend
voor dan wel op enigerlei wijze wordt gepresenteerd als zijnde
geschikt voor:
1e. het genezen of voorkomen van een ziekte, gebrek, wond of pijn
bij de mens,
2e. het stellen van een geneeskundige diagnose bij de mens, of
3e. het herstellen, verbeteren of anderszins wijzigen van
fysiologische functies bij de mens door een farmacologisch,
immunologisch of metabolisch effect te bewerkstelligen.
• De definitie van het begrip “geneesmiddel” onder 2.1 heeft tot gevolg dat “in vivo diagnostica” onder de post vallen. Middelen voor het stellen van een medische diagnose via een laboratoriumonderzoek, de “in vitro diagnostica”, vallen niet onder de post.
• Alleen geneesmiddelen die in een farmaceutische vorm in de
handel zijn gebracht, kunnen onder de post vallen. Een
farmaceutische vorm is de fysieke vorm waarin een geneesmiddel is
gebracht met het oog op de toediening of aanwending bij de mens
(artikel 1, eerste lid, onderdeel v, van de Geneesmiddelenwet).
Hierbij valt te denken aan pillen, poeders, tabletten, capsules,
zalven, gels, crèmes, drankjes en injectievloeistoffen. Ook een
geneesmiddel dat samen met een medisch hulpmiddel voor éénmalig
gebruik één geïntegreerd product vormt, is een farmaceutische vorm.
Voorbeelden hiervan zijn:
- gevulde injectiespuiten;
- gassen die geneesmiddelen bevatten;
- vernevelaars gevuld met geneesmiddelen;
- pleisters die geneesmiddelen bevatten;
- implantaten die geneesmiddelen bevatten;
- spiraaltje dat hormonen (oestrogeen) afgeeft;
- ioniserend apparaatje, dat via de huid medicijnen afgeeft;
- wondbehandelingsmiddelen met geneesmiddelen;
- wortelkanaalvullende middelen met geneesmiddelen.
De enkele aanduiding of aanprijzing dat het in farmaceutische
vorm in de handel gebrachte product geschikt is voor het genezen
(enz.) van enige aandoening (enz.) bij de mens is niet genoeg voor
rangschikking onder de post. Een dergelijke aanduiding moet,
vanwege het subjectieve karakter ervan, worden ondersteund door
gegevens die de aanduiding of aanprijzing in meer objectieve zin
ondersteunen. Deze objectivering kan bijvoorbeeld bestaan uit:
- een schriftelijke verklaring van een deskundige op het terrein
van de werking van geneesmiddelen, dat de aanduiding/aanprijzing
van het desbetreffende product klopt. Bij een deskundige valt onder
meer te denken aan de onder het ministerie van VWS ressorterende
Inspectie voor de Volksgezondheid, een overkoepelende organisatie
van apothekers, artsen e.d. (KNMP, KNMG e.d.);
- wetenschappelijke rapporten waarin de aanduiding/aanprijzing van het product wordt bevestigd;
- de aanwezigheid van bepaalde werkzame bestanddelen in het desbetreffende product die ook voorkomen in producten die op basis van de Geneesmiddelenwet als geneesmiddelen zijn geregistreerd.
• Producten die naar spraakgebruik (primair) een andere functie bezitten dan de functie van geneesmiddel (bijv. verzorgingsproducten, cosmetica, alcoholhoudende dranken) vallen buiten het toepassingsgebied van de post. Niet onder post vallen daarom:
- de van oudsher bekende huismiddelen voor het opheffen van bepaalde kwalen of ter versterking van de algemene fysieke gesteldheid van de mens (zoals bijvoorbeeld Pleegzuster Bloedwijn, Haarlemmerolie, wonderolie, glycerine kamferspiritus en venkelwater);
- collageen implantaten, steriele implantaten die in hoge mate gezuiverd rundercollageen bevatten en die zijn bestemd om in de menselijke huid te worden geïnjecteerd ter correctie van onregelmatigheden in de (opper)huid (zoals acnelittekens, fronslijnen en rimpels);
- huidbeschermende preparaten die worden gebruikt als onderlaag voor verband ten einde de huid tegen beschadiging, irritatie, bloeding of ontsteking te beschermen bij de verwijdering van het verband (zie ook onderdeel 10 bij post a 8);
- zogenoemde “handalcoholen”, producten die worden toegepast voor de desinfectie van de handen of de desinfectie van de intacte huid.
• Geneesmiddelen in de zin van de Geneesmiddelenwet vallen soms mede of zelfs uitsluitend onder de werking van een specifieke wettelijke regeling. Voor de toepassing van het verlaagde tarief is dit niet van belang. Zo kan dit tarief ook worden toegepast op de geneesmiddelen in farmaceutische vorm waarvoor mede het bepaalde in de Opiumwet (Stb. 1928, 167) van toepassing is (opiaten) en op geneesmiddelen waarvoor mede het bepaalde in de Kernenergiewet (Stb. 1963, 82) van toepassing is (de zgn. radiofarmaca). Hetzelfde geldt voor uit bloed(plasma) bereide producten en sera en vaccins, die uitsluitend onder de werking van de Wet inzake bloedtransfusie (Stb. 1988, 546) onderscheidenlijk de Wet op sera en vaccins (Stb. 1927, 91) vallen.
• Dialysevloeistoffen zijn doorgaans als geneesmiddelen in de
zin van de Geneesmiddelenwet toegelaten (en zijn als zodanig
herkenbaar via het aan hen toegekende RVG-nummer) en vallen daarom
onder de post.
• Botregeneratieve producten worden gebruikt om defecten in botten
te herstellen. Botregeneratieve producten kunnen een synthetische
basis hebben maar ook een natuurlijke basis (bestanddelen zijn dan
afkomstig van dieren, overleden mensen of lichaamseigen bot). Het
basismateriaal wordt op een zodanige manier bewerkt dat een product
ontstaat dat te vergelijken is met “eigen” bot. Nadat het
botregeneratieve product is geïmplanteerd in het defecte bot, zorgt
het er voor dat het lichaam zelf weer botweefsel aanmaakt waardoor
het defecte bot herstelt of aangroeit. Botregeneratieve producten
zijn bestemd voor eenmalig gebruik en worden toegepast in de
tandheelkunde en orthopedie. Gelet op de functie, namelijk herstel
van botstructuren, zijn botregeneratieve producten aan te merken
als geneesmiddelen in de zin van de post, ongeacht of het
geïmplanteerde materiaal na korte of lange tijd weer uit het
lichaam weer verdwijnt.
Met de komst van de Geneesmiddelenwet per 1 juli 2007 wordt de
term “(niet) geregistreerde geneesmiddelen” niet langer gebruikt.
In bedoelde wet is sprake van “het verlenen van een
handelsvergunning” aan degenen die een geneesmiddel op de markt
willen brengen. Omdat materieel niets is gewijzigd en in de
praktijk (ook bij VWS) nog steeds sprake is van (niet)
geregistreerde geneesmiddelen, blijven die termen hierna
gehanteerd.
Vrijwel alle geneesmiddelen zijn geregistreerd. Dit geldt voor
zowel de reguliere als de homeopathische geneesmiddelen. De door
het College ter beoordeling van geneesmiddelen (CBG) voor Nederland
toegelaten geneesmiddelen zijn voorzien van een registratienummer.
Voor de reguliere geneesmiddelen is dit een RVG-nummer, voor
homeopathische geneesmiddelen is dit een RVH-nummer. In de Regeling
Geneesmiddelenwet (Stcrt. 29 juni 2007, nr. 123) is aangegeven aan
welke voorwaarden (ten aanzien van aanduiding en dergelijke)
homeopathische geneesmiddelen moeten voldoen.
Er zijn ook geneesmiddelen die (nog) niet zijn geregistreerd.
Het betreft bijvoorbeeld geneesmiddelen die zich nog in het stadium
van proefneming bevinden of geneesmiddelen die voor een individueel
geval in een apotheek worden bereid. Het feit dat een bepaald
product niet is geregistreerd betekent nog niet dat de toepassing
van de post is uitgesloten. Het is voldoende dat het product is
bestemd om te worden gebruikt, of wordt aangeduid of aanbevolen als
zijnde geschikt voor het genezen, lenigen of voorkomen van enige
aandoening, ziekte(verschijnsel), pijn, verwonding of gebrek bij de
mens. Daarbij is natuurlijk ook vereist dat het product in een
farmaceutische vorm in de handel wordt gebracht.
Onder “voorbehoedmiddelen” worden verstaan alle niet als geneesmiddelen aan te merken anticonceptiva. De (anticonceptie)pil, zoals omschreven in de Geneesmiddelenwet, valt als geneesmiddel al onder de post. Als voorbehoedmiddel in de zin van de post kunnen worden aangemerkt: het spiraaltje, het pessarium, het condoom (het klassieke en het vrouwencondoom) en de zaaddodende pasta.
Glijmiddelen kunnen niet onder de post worden gerangschikt. Ik
keur goed dat glijmiddelen die samen met één of meerdere condooms
in één verpakking voor één prijs worden geleverd, delen in de
toepassing van het verlaagde tarief.
De levering van infusievloeistoffen is onderworpen aan het verlaagde tarief. Tot de infusievloeistoffen behoren onder meer suiker- of zoutoplossingen die bestemd zijn om door middel van een infuus te worden toegediend. Een spoelvloeistof voor het spoelen van een (verblijfs)katheter (een wat samenstelling betreft op een infusievloeistof gelijkende zoutoplossing) is overigens een aan registratie onderworpen farmaceutisch product.
De vloeibare voeding die via een sonde aan de mens wordt
toegediend is op grond van post a 1 onderworpen aan het verlaagde
tarief.
Goedkeuring
Onder de volgende voorwaarden keur ik goed dat steriele medische
hulpmiddelen voor eenmalig gebruik onder het verlaagde tarief
worden gerangschikt.
Voorwaarden
- de hulpmiddelen dienen uitsluitend te zijn bestemd voor het
transport en/of de opslag van bloed, bloedcomponenten en/of
infuusvloeistoffen en dienen daarmee in aanraking te komen en;
- de hulpmiddelen voldoen aan de eisen die gesteld zijn in het Besluit medische hulpmiddelen.
Onder de in dit onderdeel van de post bedoelde steriele medische
hulpmiddelen kunnen worden gerangschikt steriele, voor eenmalig
gebruik bestemde
- infusiesets;
- transfusiesets;
- verlengslangen;
- infusiekranen;
- infuus- en bloedfilters;
- drukmeetsets;
- adaptors;
- lege zakken;
- bloedafnamehulpmiddelen zoals bloedlijnen voor hartlong machines;
- wafers, hulpstukken waarmee de slangen van verschillende
bloedzakken worden doorgesneden en aan elkaar kunnen worden
gelast.
Ook de verwerkingsset van het intercept blood system valt onder het verlaagde tarief. Deze set is een steriel medisch hulpmiddel voor eenmalig gebruik en bestaat uit verschillende zakken, een chemische stof en een filter. De verwerkingsset wordt als een geheel verkocht en is bestemd voor de opslag en het transport van bloedbestanddelen (Rechtbank Haarlem, 23 april 2009, nr. AWB 08/03677).
Losse naalden, katheters en dergelijke, die worden gebruikt om de desbetreffende stoffen aan de patiënt toe te dienen, kunnen niet onder deze medische hulpmiddelen worden gerangschikt. Deze naalden en katheters worden overigens, omdat hierbij de wensen van de gebruikers een zeer belangrijke rol spelen, nooit in een totaal systeem geleverd. Losse katheters vallen onder post a 37.
Voorbeelden van producten en productgroepen die niet onder de in
dit onderdeel bedoelde steriele medische hulpmiddelen kunnen worden
gerangschikt zijn:
- infuuspompen;
- bloedscheidingsapparatuur;
- beluchters;
- controllers of volumeregeling;
- lege, niet steriele infuuszakken;
- toedieningsystemen voor enterale voeding;
- voedingssondes;
- katheterspoellijnen;
- sealapparatuur;
- bloedbank hulpmateriaal, zoals tangetjes, klemmen en persen;
- afsluitstopjes en -kapjes;
- mandrijnen;
- ampullen.
Blaasspoellijnen, katheterspoellijnen, intraveneuze katheters, afzuigkatheters en urologiekatheters vallen onder post a 37.
Het komt voor dat in één set goederen worden geleverd die aan verschillende tarieven zijn onderworpen en die hun zelfstandigheid hebben behouden. In dat geval dient de vergoeding voor de set te worden gesplitst in een aan het verlaagde tarief en een aan het algemene tarief onderworpen deel. Wanneer een ondernemer geen splitsing wil aanbrengen wordt de totale vergoeding belast naar het algemene tarief.
Goederen die (ook) worden gebruikt voor diagnostische doeleinden
vallen niet onder de goedkeuring. Daardoor vallen bloedbuisjes
waarin afgenomen bloed wordt opgevangen en die bepaalde additieven,
reagentia of testmiddelen bevatten, niet onder het verlaagde
tarief. Dat geldt ook wanneer het doel van de in de bloedbuisjes
aanwezige middelen niet verder reikt dan het afgenomen bloed −
bijvoorbeeld door het voorkomen van stolling of door het afsplitsen
van bestanddelen − geschikt te maken voor verder onderzoek.
Onder de post kunnen mede worden gerangschikt inhalatiegassen die kennelijk zijn bestemd voor medische doeleinden. Het gaat hier bijvoorbeeld om zuurstof die en lachgas dat bij de behandeling van patiënten in ziekenhuizen enz. wordt gebruikt.
Bij de levering van zuurstof en lachgas is voor de tarieftoepassing niet van belang in welke vorm (gas of vloeibaar) de zuurstof wordt aangeboden. Het verlaagde tarief is ook van toepassing op de (eventuele) vergoeding die aan de gebruikers in rekening wordt gebracht voor de ter beschikking stelling van zuurstofcilinders, -vaten en dergelijke. Zie verder post a 37 voor de hulpmiddelen.
Het inhalatiegas INOmax voor de behandeling van pulmonaire
hypertensie bij pasgeborenen valt onder de post. De levering van de
INOmax en de ter beschikking stelling van de daarbij behorende
INO-apparatuur (INOvent, INOcal en de INOmeter) wordt als één
prestatie aangemerkt, namelijk de levering van medisch
inhalatiegas. INOmax kan niet worden toegediend zonder de
bijbehorende INO-apparatuur. Vanuit de afnemer staat de levering en
toediening van het inhalatiegas centraal. De elementen afzonderlijk
hebben geen praktisch nut.
Apothekers brengen aan cliënten die de aan hen geleverde genees- en verbandmiddelen enz. niet contant betalen maar op rekening kopen, boven de vergoeding voor de geleverde genees- en verbandmiddelen een bedrag aan administratiekosten in rekening. Dat bedrag moet worden geacht deel uit te maken van de vergoeding voor de geleverde genees- en verbandmiddelen. In verband daarmee zou, strikt genomen, het bedrag voor administratiekosten in voorkomende gevallen moeten worden gesplitst in een gedeelte dat betrekking heeft op aan het verlaagde tarief onderworpen goederen, en een gedeelte dat betrekking heeft op aan het algemene tarief onderworpen goederen. Omdat de goederen die op rekening worden gekocht in overwegende mate aan het verlaagde tarief zijn onderworpen, keur ik om praktische redenen het volgende goed.
Goedkeuring
Ik keur goed dat de vergoeding voor administratiekosten in haar
geheel wordt geacht deel uit te maken van de vergoeding waarop het
verlaagde tarief van toepassing is.
De tekst van post a 7 luidt:
"diergeneesmiddelen als zijn bedoeld in de Diergeneesmiddelenwet, met uitzondering van diergeneesmiddelen voor in vitro gebruik;"
Producten die zijn aan te merken als diergeneesmiddel in de zin van de Diergeneesmiddelenwet (Stb. 1985, 410) worden belast naar het verlaagde tarief. Voorwaarde is dat zij worden toegepast bij of aan het dier zelf (in vivo gebruik). Niet onder het verlaagde tarief vallen de middelen die worden toegepast op weefsel of lichaamsvloeistoffen die uit dieren afkomstig zijn om een diagnose te stellen (in vitro gebruik).
Grondstoffen voor de bereiding van diergeneesmiddelen worden
niet als diergeneesmiddelen in de zin van de Diergeneesmiddelenwet
aangemerkt.
Op grond van artikel 1, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet wordt als diergeneesmiddel aangemerkt elke substantie die is bestemd om al dan niet na be- of verwerking te worden gebruikt voor:
- het genezen, lenigen of voorkomen van enige aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek van een dier;
- het herstellen, verbeteren of wijzigen van het functioneren van organen van een dier;
- het onderkennen van een ziekte of gebrek bij dieren door toepassing bij een dier.
De bestemming moet kunnen worden vastgesteld aan de hand van bijvoorbeeld de aard, vorm, verpakking of aanduiding van het product.
Alle informatie over geregistreerde diergeneesmiddelen (Europese
en Nederlandse) en de diergeneesmiddelen waarvoor een registratie
in Nederland is aangevraagd, is terug te vinden in de
diergeneesmiddelendatabase die door het CBG op het internet is
gepubliceerd (www.cbg-meb.nl). Als registratie (nog) niet is
vereist zal op de verpakking in ieder geval het woord
diergeneesmiddel moeten worden vermeld en de diersoort(en) waarvoor
het diergeneesmiddel is bestemd. Dit betekent dat het verlaagde
tarief voor in Nederland toegelaten diergeneesmiddelen alleen van
toepassing is op de levering van producten, die als
diergeneesmiddel in de handel worden gebracht en die ook overigens
aan de in de Diergeneesmiddelenwet genoemde vereisten voldoen.
Middelen die worden gebruikt voor de bestrijding van ongedierte (zoals vlooien, luizen en teken) bij dieren zijn onder te verdelen in:
a. middelen die zijn bestemd voor inwendig gebruik door het dier (zgn. endoparasiticiden). Deze middelen worden, als zij aan de daartoe in de Diergeneesmiddelenwet gestelde voorwaarden voldoen, als diergeneesmiddel aangemerkt en vallen als zodanig onder de post. Zij zijn herkenbaar aan het registratienummer op de verpakking van deze middelen (zie ook onderdeel 3).
b. middelen die zijn bestemd voor uitwendig gebruik (zgn.
ectoparasiticiden), waarbij een onderscheid dient te worden gemaakt
tussen:
- middelen die op het dier zelf
worden toegepast (bijvoorbeeld vlooienbanden);
- middelen die in de verblijfsomgeving van het dier worden
toegepast (bijvoorbeeld sprays).
De op het dier zelf toegepaste middelen vallen vanaf 1 januari
1995 voor het toelatingsregime onder de Diergeneesmiddelenwet. Zij
vallen onder de post als zij aan de daarin gestelde voorwaarden
voldoen en als zodanig herkenbaar zijn aan het registratienummer op
de verpakking.
De middelen die in de verblijfsomgeving van het dier worden
toegepast vallen niet onder de werking van de
Diergeneesmiddelenwet. Zij worden ook niet toegepast voor of bij
het dier zelf. Deze middelen vallen niet onder de post.
In gevallen waarin een dierenarts bij de geneeskundige behandeling van een ziek dier een diergeneesmiddel toedient, is sprake van een naar het algemene tarief belaste dienst waarin het toedienen van het diergeneesmiddel opgaat.
Als de dierenarts na de behandeling van het zieke dier aan de verzorger van het dier diergeneesmiddelen levert, verricht de dierenarts een afzonderlijke aan het verlaagde tarief onderworpen levering van diergeneesmiddelen.
In gevallen waarin het op correcte wijze splitsen van de aan de
levering van diergeneesmiddelen toe te rekenen omzet vanuit de
administratie onmogelijk is, kan de inspecteur een praktische
regeling treffen. Een in dat kader aan te brengen forfaitaire
splitsing van de omzet dient gebaseerd te zijn op, en zo nauwkeurig
mogelijk aan te sluiten bij de praktijkgegevens van de betrokken
dierenarts.
De tekst van post a 8 luidt:
"verbandmiddelen zoals watten, windsels, gaas,
hechtmiddelen, pleisters, tampons, spalken en daarmee gelijk te
stellen artikelen die kennelijk zijn bestemd voor geneeskundige
doeleinden, alsmede gevulde verbanddozen, damesverband,
kraammatrassen en incontinentiematerialen;"
De opsomming van verbandmiddelen is niet limitatief. Onder de
post vallen niet alleen de in het bijzonder genoemde middelen, maar
ook middelen die:
1. wat betreft gebruik aan de genoemde artikelen zijn gelijk te
stellen, en
2. zijn ontwikkeld en worden aangeboden voor geneeskundige
doeleinden.
Voor een “open” omschrijving van het begrip is gekozen om ook de
nieuwste artikelen op het gebied van de verbandmiddelen onder de
post te doen vallen.
Het begrip verbandmiddel omvat naar spraakgebruik alleen producten die ertoe dienen een beschadigd (in het bijzonder: gewond) of ziek lichaamsdeel te bedekken.
Verbandmiddelen die gebruikt worden in de diergeneeskunde vallen ook onder de post (zie onderdeel 15 bij deze post).
De zogenoemde bandagelens, een lens die na een oogoperatie wordt gebruikt om het oog af te dekken en dient als “verband”, valt onder de post.
Gebruiksartikelen, zoals kleding en schoeisel, die een therapeutische werking bezitten, vallen niet onder de post.
Onder watten zijn te begrijpen celstofwatten, geïmpregneerde watten, verbandwatten, vette watten, steriele wattenstaafjes die bestemd zijn voor chirurgische doeleinden en dergelijke. Niet onder de post vallen autopoetswatten, bijouteriewatten (juwelierswatten), poederdonsjes, toiletwatten en niet-steriele wattenstaafjes enz..
Ik keur goed dat witte watten die voor allerlei huishoudelijke
doeleinden (waaronder geneeskundige) worden gebruikt, onder de post
worden gerangschikt.
Windsels worden gemaakt uit diverse stoffen en gebruikt voor verschillende doeleinden. Het gaat bijvoorbeeld om elastische windsels, hydrofiele windsels, gipswindsels en dergelijke.
Voorbeelden van goederen die onder de post vallen:
- immobiliserende verbandsystemen (bijvoorbeeld een tricot kous waarin een twee componentenvloeistof wordt gegoten) die na het aanleggen dienen om het te fixeren lichaamsdeel te verharden;
- al dan niet elastische kniebanden, dijbeenbanden, enkelbanden, elleboogbanden en polsbanden;
- elastische kousen die door bedlegerige patiënten worden gedragen ter voorkoming van trombose;
- elastische kousen, als zij een drukwaarde van tenminste 25 mm kwik hebben (daaruit volgt indeling in klasse 2 of hoger van de zgn. lijst van Bernink);
- flexibele (kunst)stof omhulsels die zijn gevuld met een substantie, die na verhitting of koeling als warmte- of koudekompres om (delen van) armen, benen en dergelijke worden gewikkeld ten einde blessures te behandelen, als zij als (warmte- of koude) kompres in de handel worden gebracht;
- zogenoemde stompsokken van wol, tricot enz. Dit zijn speciaal vervaardigde hoesjes die een gebruiker in staat stellen om een prothese permanent te gebruiken.
Een redelijke wetstoepassing brengt met zich dat ook oefenverbanden, ofwel dikke windsels, die als oefenmateriaal worden gebruikt bij o.a. EHBO-cursussen onder de post vallen.
Producten die naar uiterlijk en gebruiksmogelijkheden als een
kant-en-klaar kledingstuk moeten worden aangemerkt vallen niet
onder de post.
Het betreft hier niet alleen hydrofielgaas ter afdekking van wonden, maar ook allerlei artikelen van gaas zoals kompressen en stroken, alsmede kompressen van bijvoorbeeld celstof in gaas of celstof in textielvlies.
Goedkeuring
Ik keur goed dat incisiefolie, een uiterst dunne kleeffolie die op
de huid van patiënten wordt aangebracht voordat de incisie wordt
gemaakt, wondfolie en infusiefolie, onder de post worden
gerangschikt.
Bij hechtmiddelen kan worden gedacht aan de traditionele draad (catgut, zijde, kunststof) en hechtzijde, aan hechtkrammetjes en aan hechtnietjes en -clips.
Bij de levering van hechtdraad wordt de naald soms vast aan de hechtdraad meegeleverd. Ik keur goed dat draad en naald dan als één geheel als hechtmiddel onder de post valt.
Voor het aanbrengen van nietjes en clips wordt zgn. hechtapparatuur (nietmachines) gebruikt. Deze hechtapparatuur kan niet delen in het verlaagde tarief voor hechtmiddelen. Dit geldt ook voor de bij hechtapparatuur behorende instrumenten zoals een verwijdertang en een weefselmeetinstrument.
Vaak wordt een hechtapparaat samen met nietjes of clips tegen
één vergoeding geleverd. De nietjes of clips, die meestal
vervaardigd zijn van titanium of chirurgisch staal,
vertegenwoordigen daarbij een niet onaanzienlijke waarde. Voor de
tarieftoepassing moet de vergoeding worden gesplitst in een naar
het verlaagde tarief te belasten deel (de nietjes en/of clips) en
een naar het algemene tarief te belasten deel (het hechtapparaat).
Voor het vaststellen van het naar het verlaagde tarief te belasten
deel van de vergoeding kan de prijs die voor een los te leveren
cassette nietjes of clips in rekening wordt gebracht, als
richtsnoer dienen.
Tot pleisters in de zin van de post behoren niet alleen hecht- en wondpleisters, maar ook:
- elastisch (net)verband waarmee bijvoorbeeld hydrofielgaas kan worden gefixeerd;
- likdoornpleisters en likdoornringen;
- katheterpleisters, speciaal gevormde pleisters die worden gebruikt om neussondes, drainagekatheters e.d. op hun plaats te houden;
- sporttapes die specifiek zijn ontwikkeld voor gebruik op het lichaam en die dienen om (de gevolgen van) blessures te bestrijden of te voorkomen.
Het betreft alle tampons die gebruikt worden bij geneeskundige
behandelingen, bijvoorbeeld gynaecologische tampons en tampons voor
tandheelkundig gebruik.
Naast de traditionele rechte spalken vallen (hulp)middelen die dezelfde functie hebben onder de post. Voorbeelden daarvan zijn:
- buigzame aluminium strips voor de behandeling van gebroken vingers;
- scharnierende spalken zoals knie- en elleboogscharnieren;
- verstelbare hielbakjes van kunststof of metaal;
- thermoplastisch polyethyleen schuim (plastazote) dat via
verhitting aan het lichaam kan worden gemodelleerd en dat wordt
gebruikt voor de vervaardiging van bijvoorbeeld lichte spalken.
Alleen producten die qua functie op één lijn zijn te stellen met verbandmiddelen kunnen onder de post worden gerangschikt. Onder de post kunnen bijvoorbeeld doekjes worden gerangschikt die zijn geïmpregneerd met een ontsmettingsstof en die zijn bestemd voor het - ter voorkoming van infecties - ontsmetten van de huid bij het toedienen van injecties.
Proceduretrays (ook wel aangeduid als behandelmodules, logist-O.K. of O.K.-setjes) zijn pakketten die diverse artikelen bevatten die bij operaties worden gebruikt zoals verbandmiddelen, afdekmaterialen, een operatiejas, handdoekjes, kleef- en steristrips en dergelijke. Omdat wordt aangenomen dat de samenstellende delen hun zelfstandigheid hebben behouden, geldt voor de verbandmiddelen het verlaagde tarief en voor de andere artikelen het algemene tarief.
De Vacuum Assisted Closure (VAC) is een set bestaande uit een steriel verpakte polyurethaan wondbedekker met bijbehorende slangenset, pompen, incisiefolie en/of opvangbeker. De wondbedekker zorgt voor het ontstaan van onderdruk in de wondholte of onder een huidtransplantaat of -flap, waardoor de wondranden naar het centrum van de wond worden getrokken, wat de genezing van de wond bevordert. Het wondvocht wordt verzameld in de bij de set behorende opvangbeker. De set valt niet onder post.
Goedkeuring
Ik keur goed dat de voor eenmalig gebruik bestemde onderdelen van
de VAC (de wondbedekker met slangenset, de incisiefolie en de
opvangbeker) onder de post worden gerangschikt. De tot de VAC
behorende goederen die meerdere malen zijn te gebruiken (de pompen)
vallen onder het algemene tarief.
Een botregeneratie membraan is een soort vliesje dat door de tandarts/kaakchirurg onder het worteloppervlak van een tand of kies in het kaakbot wordt geïmplanteerd ter afsluiting van een defect in − onder meer − het kaakbot. Botregeneratie-membranen kunnen van verschillende materialen zijn vervaardigd (kunststof, maar ook dierlijk of humaan weefsel). De membranen zijn al dan niet door het menselijk lichaam afbreekbaar. Gelet op hun eigenschappen en toepassingsmogelijkheden zijn de membranen op één lijn te stellen met verband of hechtmiddelen. Ze kunnen daarom onder de post worden gerangschikt.
Ook ander botvervangend materiaal dat zorgt voor het
bijeenhouden van omliggend bot en dat nieuw eigen lichaamsbot laat
opkomen op plaatsen waar het botvervangend materiaal is aangebracht
(omdat daar bot is weggeslagen), kan onder de post worden
gerangschikt. Botregeneratieve producten vallen onder post a 6.
Ook de zogenoemde tourniquet die wordt aangebracht net iets boven
de wond valt onder de post. Dit product bestaande uit een band met
een klemfunctie zorgt er voor dat beschadigd weefsel op die plaats
zodanig wordt dichtgedrukt, dat de slagader stopt met bloeden.
Voorbeelden van goederen die niet onder de post vallen:
- operatielakens, slopen, afdekdoeken en dergelijke afdekmaterialen (al dan niet steriel en/of voor eenmalig gebruik, of voorzien van een stukje incisiefolie), operatiemaskers, operatiekapjes, overtrekken, spuugdoekjes en dergelijke;
- gebruiksartikelen met een bepaalde therapeutische en/of (veronderstelde) heilzame werking, zoals speciale (rheuma)hemden, steunkousen, “medische” schapenvachten e.d;
- huidbeschermende preparaten die worden gebruikt als onderlaag voor verband om de huid bij verwijdering van het verband te beschermen tegen beschadiging, irritatie, bloeding of ontsteking;
- proprioceptieve inlegzolen ter verbetering van de lichaamshouding en beweging (zie ook onderdeel 11 bij post a 35).
Tot de in de post genoemde gevulde verbanddozen behoren ook
gevulde verbandetuis en zakapotheken.
Inwendig en uitwendig damesverband en inlegkruisjes vallen onder
de post. Ook de zogenoemde “keeper”, een rubberen reservoirtje met
een inhoud van 30 cc dat ertoe dient menstruatiebloed op te vangen
en dat op dezelfde wijze wordt ingebracht als een damestampon, kan
onder de post worden gerangschikt.
Kraammatrassen vallen onder de post. Ik keur goed dat ook
zoogkompressen, kraampakketten (met o.a. kraamverband) en
sluitlakens onder de post worden gerangschikt. Ook herbruikbare
zoogkompressen van siliconen vallen onder de post.
Met het begrip ´incontinentiematerialen´ wordt gedoeld op het gehele scala aan producten dat als doel heeft om incontinentie te voorkomen of de gevolgen van incontinentie te verlichten of tegen te gaan. Incontinentiematerialen zijn zowel producten die incontinente personen in/aan hun lichaam dragen, als producten die op gebruiksartikelen zoals matrassen, meubilair e.d. worden gelegd om die artikelen te beschermen tegen de gevolgen van incontinentie. Bij incontinentie die niet het gevolg is van ziekte (zoals in het algemeen het geval is bij baby’s en kleine kinderen) kan de post geen toepassing vinden. Reguliere babyluiers zijn daarom niet onder de post te rangschikken. De (pyama)luierbroekjes, die speciaal zijn ontwikkeld voor kinderen vanaf vier jaar en/of met een gewichtsklasse van 17 tot 30 kilogram, kunnen wel onder de post worden gerangschikt.
Bij incontinentiematerialen gaat het zowel om absorberende producten als om producten die juist voorkomen dat absorberende producten moeten worden gebruikt. Voorbeelden van absorberende producten zijn:
- speciale luiers voor incontinente gehandicapte kinderen die op recept van een arts door apothekers worden verstrekt. Hierbij dient de apotheker met behulp van het recept van een arts aannemelijk te maken, dat het verlaagde tarief van toepassing is;
- slips en broeken (de zgn. fixatie- of netbroeken) die ten doel hebben incontinentieluiers die niet zijn voorzien van bevestigingspunten op hun plaats houden;
- badslips voor incontinente personen, die bij het zwemmen worden gedragen.
Voorbeelden van producten die voorkomen dat absorberende producten moeten worden gebruikt zijn incontinentieklemmen en urethrastoppen.
Onder incontinentiematerialen zijn zowel de voor éénmalig gebruik als de voor meermalig gebruik bestemde producten te begrijpen.
De levering van de tot plaswekkersets (sets die ertoe dienen bedplassen bij kinderen van 6 jaar en ouder op te heffen) behorende plasbroekjes en plasmatten met bijbehorende snoertjes, kunnen onder de post worden gerangschikt. Het gaat om broekjes en matten waarin een laagje zilverdraad is verwerkt. De speciale plasbroekjes en -matten zijn via snoertjes aan de plaswekker verbonden en geven aan de plaswekker het signaal dat er urine in het plasbroekje of op de plasmat terecht is gekomen. Als plaswekkersets als één geheel worden geleverd, keur ik goed dat het verlaagde tarief wordt toegepast. De verhuur van de plaswekker met bijbehorende batterijen is aan het algemene tarief onderworpen.
Voorbeelden van goederen die niet onder de post vallen:
- de speciaal voor incontinente personen bestemde hygiënische middelen als speciale zepen en spray;
- matrassen e.d. die zijn bekleed met materiaal dat incontinentiebestendig is. De matrassen zijn bedoeld om op te slapen en hebben niet de primaire functie om de (gevolgen van) incontinentie tegen te gaan;
- producten die niet specifiek zijn ontwikkeld om incontinentie te voorkomen, te verlichten of tegen te gaan maar alleen een (al dan niet verondersteld) zijdelings effect hierop hebben, zoals medische schapenvachten.
Aangezien met het begrip geneeskundige doeleinden wordt gedoeld op de aanwending binnen zowel de humane geneeskunde als de diergeneeskunde, kunnen ook de specifiek voor dieren bestemde verbandmiddelen - bijvoorbeeld speciale bandages - onder het verlaagde tarief vallen. Onder het begrip dierverbandmiddelen zijn verder te rangschikken:
- klauwzak en hondensok, die een gewonde dierenpoot tegen vocht en vuil van buiten beschermen en daarnaast dienen voor het op de plaats houden van de − bijvoorbeeld met een gaasje − op de wond aangebrachte medicijnen;
- breuknetje, een verstevigd stukje gaas dat bij een navelbreuk de naar buiten tredende darmen moet terugdringen;
- hechtclips, hechtkrammen, pluggen voor de fixatie van de lebmaag en schede(hecht)band;
- zgn. beendraden met behulp waarvan (soms) bij breuken in de kaak of van de tanden fixatie plaatsvindt;
- uit twee componenten bestaande snelhardende kunststof (zoals "Technovit") die bij de fixatie van breuken wordt gebruikt.
Paardenbandages hebben in hoofdzaak een preventieve functie (voorkomen van blessures e.d.) en zijn daarom niet als dierverbandmiddel aan te merken.
Verbandmiddelensets zijn sets bestemd voor een bepaalde
geneeskundige of chirurgische behandeling. De sets bevatten naast
verbandmiddelen (gaas, watten, windsels en dergelijke) ook andere
artikelen zoals bakjes, schaaltjes, pincetten, mesjes, handschoenen
en dergelijke. De sets worden doorgaans gesteriliseerd in één
verpakking geleverd. Omdat wordt aangenomen dat de samenstellende
delen hun zelfstandigheid hebben behouden, geldt voor de
verbandmiddelen het verlaagde tarief. Voor de andere onderdelen van
de sets geldt het algemene tarief, tenzij ze kunnen worden
gerangschikt onder één van de andere posten van de tabel.
Goedkeuring
Ik keur goed dat een set die is samengesteld uit verbandmiddelen,
een bakje of schaaltje voor eenmalig gebruik en ten hoogste twee
pincetten voor eenmalig gebruik, wordt gerangschikt onder het
verlaagde tarief.
De tekst van post a 28 luidt:
"water;"
Met het begrip “water” wordt gedoeld op het drinkwater dat via
het openbare leidingnet wordt geleverd.
Onder de post vallen ook gedistilleerd water en warm water.
Ik keur goed dat “ander” water, ook wel aangeduid als B-water,
grijs water of huishoud/industrie/landbouwwater, onder het
verlaagde tarief valt. Het gaat hier om in mindere mate gezuiverd
oppervlaktewater dat niet voor menselijke consumptie geschikt is,
maar wel bruikbaar is voor niet-consumptieve doeleinden, bijv. voor
spoelwerkzaamheden en beregening van gewassen. Onder ander water
kan ook regenwater worden begrepen.
Niet onder de post vallen:
- gedemineraliseerd, ontijzerd en onthard water;
- zeewater en rivierwater, al dan niet bestemd voor wetenschappelijke doeleinden;
- ijs en stoom.
Water dat niet onder post a 28 valt maar dat specifiek als
voedingsmiddel herkenbaar is, valt onder post a 1.
Het vastrecht en de belasting op leidingwater behoren tot de vergoeding voor de levering van water en vallen ook onder het verlaagde tarief.
De bijkomende verrichtingen van de waterleverancier die rechtstreeks verband houden met de levering van water delen in de toepassing van het verlaagde tarief. Het betreft onder meer de volgende vergoedingen/kosten:
- de meterhuur voor het (ver)plaatsen, onderhouden en herstellen van watermeters;
- de onder de benaming “leidinghuur”, “onderhoud dienstleiding”, “aansluitkosten” en dergelijke aan de afnemers berekende kosten voor aanleg, aansluiting en onderhoud van een dienstleiding;
- de vergoeding voor het aansluiten van een woonhuis op het openbare leidingnet;
- de vergoeding voor het aanleggen van een tijdelijke aansluiting;
- de vergoeding voor het plaatsen, verhuren, onderhouden en herstellen van brand- en bouwleidingen die als dienstleiding fungeren;
- de vergoeding voor het beschikbaar houden van brandbluscapaciteit;
- de vergoeding voor het plaatsen, verhuren, onderhouden en herstellen van standpijpen;
- de vergoeding voor het inspecteren van binnenhuisaansluitingen en het controleren van watermeetinrichtingen;
- de vergoeding voor het sluiten en openen van een dienstkraan bij de aanvang of het einde van de levering van water;
- de transport- en arbeidskosten voor de levering van water aan schepen, land- en tuinbouwbedrijven, of voor tijdelijke aansluitingen;
- de vergoeding die wordt voldaan om te voorkomen dat de watertoevoer wordt afgesloten wegens wanbetaling.
Het verlaagde tarief is niet van toepassing op:
- het plaatsen, onderhouden en beproeven van brandkranen;
- het aansluiten van een binnenleiding op een brandleiding;
- het beproeven van tanks en meetinstrumenten;
- het verrichten van laboratoriumwerkzaamheden;
- het tegen vergoeding inspecteren van waterleidingen en/of
installaties door een waterleidingbedrijf op de aanwezigheid van
legionellabacteriën.
De tekst van post a 29 luidt:
"a. kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en
antiquiteiten, voor zover deze worden ingevoerd;
b. kunstvoorwerpen voor zover deze worden geleverd door:
1o. de maker of diens
rechtverkrijgende onder algemene titel; of
2o. een ondernemer, andere dan een wederverkoper, die ingevolge
artikel 15, eerste lid, de belasting ter zake van zijn verkrijging
volledig in aftrek brengt;"
Kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten
zijn gedefinieerd in artikel 2a, eerste lid, onderdeel m, van de
wet in verbinding met artikel 4, tweede lid, van de
uitvoeringsbeschikking en de bij die beschikking behorende bijlage
J. Het verlaagde tarief geldt voor leveringen en opleveringen (zie
de toelichting op post b16).
In post 1 van bijlage J zijn de volgende goederen als "kunstvoorwerpen" aangewezen:
a. schilderijen, collages en dergelijke decoratieve platen, schilderijen en tekeningen geheel van de hand van de kunstenaar, met uitzondering van bouwtekeningen en andere tekeningen voor industriële, commerciële, topografische en dergelijke doeleinden en van met de hand versierde voorwerpen alsmede van beschilderd doek voor theatercoulissen, voor achtergronden van studio's of voor dergelijk gebruik (GN-code 9701);
b. originele gravures, originele etsen en originele litho's, dat wil zeggen een of meer door de kunstenaar geheel met de hand vervaardigde platen die in een beperkte oplage rechtstreeks in het zwart of in kleuren zijn afgedrukt, ongeacht het materiaal waarop dit afdrukken is geschied en ongeacht de gevolgde techniek, met uitzondering van de mechanische en van de fotomechanische reproductietechniek (GN-code 9702 00 00);
c. originele standbeelden en origineel beeldhouwwerk, ongeacht het materiaal waarvan zij vervaardigd zijn, mits het werk geheel van de hand van de kunstenaar is; afgietsels van beeldhouwwerken in een oplage van maximaal acht exemplaren, die door de kunstenaar of diens rechthebbenden wordt gecontroleerd (GN-code 9703 00 00);
d. tapisserieën (GN-code 5805 00 00) en wandtextiel (GN-code 6304 00 00), met de hand vervaardigd volgens originele ontwerpen van kunstenaars, mits er niet meer dan acht exemplaren van elk zijn;
e. unieke voorwerpen van keramiek, geheel van de hand van de kunstenaar en door hem gesigneerd;
f. emailwerk op koper, geheel met de hand vervaardigd tot maximaal acht genummerde en door de kunstenaar of het atelier gesigneerde exemplaren, met uitsluiting van sieraden, juwelen en edelsmeedwerk;
g. foto's die genomen zijn door de kunstenaar, door hem of
onder zijn toezicht zijn afgedrukt, gesigneerd en genummerd, met
een oplage van maximaal 30 exemplaren voor alle formaten en dragers
samen.
De kunstenaar is de ontwerper en maker van een kunstvoorwerp.
Derden die een kunstvoorwerp in opdracht van de maker vervaardigen,
vallen dus niet onder dit begrip. De levering van een kunstvoorwerp
door deze derden valt niet onder het verlaagde tarief. Voor de
beoordeling of iemand kunstenaar is, is bepalend of deze persoon
schilderijen, beeldhouwwerken enz. ontwerpt die naar
maatschappelijke opvattingen als kunstvoorwerp worden aangemerkt.
Voorwerpen die het karakter hebben van een gebruiksvoorwerp (met uitzondering van lijfsieraden die zijn aan te merken als beeldhouwwerk) vallen niet onder de post. Dit is het geval als het kunstzinnige karakter van de voorwerpen ondergeschikt is aan de gebruiksfunctie ervan. Voorbeelden van voorwerpen die niet als kunstvoorwerp maar als gebruiksvoorwerp worden aangemerkt:
- kunstzinnig vervaardigde tafels of stoelen;
- namaakdieren van kunstbont die het karakter hebben van knuffeldier/speelgoed;
- kledingstukken die door een kunstenaar zijn beschilderd, maar die naar hun functie zijn bestemd om als kleding te worden gedragen;
- lijkkisten, urnen en kleding die door kunstenaars worden vervaardigd ter herdenking van overledenen of voor gebruik bij begrafenissen en crematies;
- objecten die een soortgelijke functie vervullen als amuletten. Deze objecten worden aangeschaft vanwege de (veronderstelde) werking en niet zozeer vanwege een artistieke waarde.
Of een voorwerp als een schilderij kan worden aangemerkt moet naar het spraakgebruik worden beoordeeld. Beschilderde goederen zijn pas dan als schilderijen in de zin van de post aan te merken als zij het karakter hebben van schilderijen. Hierbij geldt de voorwaarde dat het eventuele overige gebruik dat van die goederen kan worden gemaakt onbetekenend van aard is. Kledingstukken die door een kunstenaar zijn beschilderd, maar die naar hun functie zijn bestemd om als kleding te worden gedragen vallen daarom niet onder de post.
Lijsten waarin schilderijen, schilderingen, tekeningen, collages
en dergelijke decoratieve platen, gravures, etsen en litho’s zijn
ingelijst, volgen het tarief van die kunstvoorwerpen, als de aard
en de waarde van die lijsten in overeenstemming zijn met die van
bedoelde kunstvoorwerpen.
Goedkeuring
Ik keur goed dat onder de post worden gerangschikt:
- originele houtsneden;
- zeefdrukken die door een kunstenaar − al dan niet in
samenwerking met een zeefdrukker − handmatig zijn vervaardigd, mits
zij door de kunstenaar handmatig zijn genummerd en gesigneerd in
een maximale oplage van 250 exemplaren. Als de oplage hoger is dan
250 exemplaren, geldt voor de gehele oplage het algemene tarief.
Onder de post vallen niet alleen werken die rechtstreeks uit harde materialen, zoals steen en hout, zijn gehouwen, maar ook werken van de beeldhouwkunst die uit brons of andere materialen zijn gegoten en werken van de beeldhouwkunst die uit andere materialen dan steen, hout of metaal zijn vervaardigd.
Lijfsieraden en ander ambachtswerk met een commercieel karakter
en in serie vervaardigde reproducties en afgietsels met een
commercieel karakter van metaal, gips, enz. kunnen niet worden
gerangschikt onder de post.
Beeldhouwwerk met een commercieel karakter valt niet onder de post,
zelfs niet als het is ontworpen of vervaardigd door kunstenaars. Er
is sprake van een beeldhouwwerk met een commercieel karakter als
dat werk naar maatschappelijke opvattingen uiterlijke gelijkenis
vertoont met industriële of ambachtelijke producten. Daarbij zijn
de vormgeving, de afmetingen, de materiaalkeuze, de kleur enz. van
dat werk bepalend voor de beoordeling/waarneming van de gelijkenis.
Door de gelijkenis moet voor de toepassing van het btw-tarief
worden aangenomen dat het beeldhouwwerk concurreert met
gelijkaardige industriële of ambachtelijke producten waarvoor het
algemene btw-tarief geldt. In dergelijke gevallen is niet van
belang of het betreffende beeldhouwwerk in een museumcollectie
wordt opgenomen en of de prijs aanmerkelijk verschilt van de
industriële of ambachtelijk vervaardigde, gelijkaardige producten.
Voorbeeld: een kunstenaar levert een door hem ontworpen gouden ring
met edelstenen, die alleen qua kleur van de edelstenen verschilt
van een ambachtelijk vervaardigde gouden ring. Doorgaans zal er
geen uiterlijke gelijkenis bestaan waar het gaat om volstrekt
persoonlijke en unieke creaties waarmee de kunstenaar een
esthetisch ideaal tot uitdrukking brengt.
Een door een kunstenaar ontworpen en geleverde gedenksteen is niet
aan te merken als een beeldhouwwerk in de zin van de post. Omdat de
gedenksteen uiterlijke gelijkenis vertoont met industriële of
ambachtelijke gedenkstenen, is de steen aan te merken als
grafmonument. Het verlaagde tarief is daarop niet van toepassing.
Het criterium dat de keramische voorwerpen uniek moeten zijn,
houdt in dat van het uiteindelijke voorwerp geen tweede nagenoeg
identiek exemplaar is of zal worden vervaardigd. Dit betekent dat
in serie gemaakte producten, waarbij de ambachtelijke vaardigheid
het artistiek scheppend vermogen overheerst, niet als
kunstvoorwerpen in de zin van de post kunnen worden aangemerkt. Een
serie met de hand vervaardigde, vrijwel identieke, bekers
(bijvoorbeeld voorzien van een beschildering van een kat), is niet
aan te merken als een serie unieke voorwerpen van keramiek.
Goedkeuring
Ik keur goed dat de verhuur van kunstvoorwerpen (of het op een
andere manier tegen vergoeding ter beschikking stellen) door de
kunstenaar onder het verlaagde tarief valt.
Het verlaagde tarief is niet van toepassing als kunstwerken
worden verhuurd of uitgeleend door een ander dan de kunstenaar die
het kunstwerk heeft vervaardigd. De uitlening van kunstwerken door
instellingen voor kunstuitleen is daarom onderworpen aan het
algemene tarief.
In post 2 van bijlage J zijn de volgende goederen als "voorwerpen voor verzamelingen" aangewezen:
- postzegels, fiscale zegels, gefrankeerde enveloppen en postkaarten, eerstedag-enveloppen en dergelijke, gestempeld of ongestempeld, voor zover zij niet geldig zijn of niet geldig zullen worden (GN code 9704 00 00);
- verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen, met een
zoölogisch, botanisch, mineralogisch, anatomisch, historisch,
archeologisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang
(GN-code 9705 00 00).
Ongestempelde postzegels vallen alleen onder de post als zij
niet (meer) voor het frankeren van poststukken kunnen worden
gebruikt. De levering door TNT NV van postzegels die in Nederland
kunnen worden gebruikt voor het frankeren van poststukken, valt
onder de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel m, van
de wet.
De levering van bankbiljetten en munten die in enig land de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben is vrijgesteld, tenzij zij gewoonlijk niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt of verzamelwaarde hebben (artikel 11, eerste lid, letter i van de wet). Munten met verzamelwaarde kunnen worden ondergebracht in een verzameling van numismatisch belang in de zin van de post, mits zij:
- de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben en bovendien verzamelwaarde hebben; of
- de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben verloren en verzamelwaarde hebben; of
- nooit de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben gehad en uitsluitend verzamelwaarde hebben.
Bankbiljetten behoren tot (voorwerpen voor) verzamelingen van numismatisch belang, als aan de hiervoor genoemde voorwaarden is voldaan.
Historische landkaarten kunnen onder de verzamelvoorwerpen van
historisch belang worden gerangschikt.
In post 3 van bijlage J zijn als "antiquiteiten"
aangewezen:
- andere voorwerpen dan kunstvoorwerpen en voorwerpen voor
verzamelingen, ouder dan 100 jaar (GN-code 9706 00 00).
Instellingen voor kunstuitleen stellen zich ten doel hedendaagse
beeldende kunstwerken onder een zo groot mogelijk publiek te
verspreiden. Daartoe verwerven deze instellingen werken van
kunstenaars die zij tegen vergoeding - in het algemeen op basis van
abonnement - uitlenen. Als de abonnementhouder dat wil kan hij het
kunstwerk - eventueel op termijn - kopen. In verband daarmee kan de
abonnementhouder vaak gebruik maken van de mogelijkheid om een
bepaald percentage van het abonnementsgeld te sparen. Dit
spaartegoed kan de abonnementhouder bij aankoop van het kunstwerk
gebruiken om de verschuldigde koopsom geheel of gedeeltelijk te
voldoen. Een ondernemer die kunstwerken uitleent, moet
omzetbelasting voldoen over het totale abonnementsgeld. Dat geldt
dus ook voor het deel van het abonnementsgeld dat als spaartegoed
wordt aangehouden. Als dat spaartegoed op een later moment wordt
gebruikt om een kunstwerk te kopen, dan wordt dat bedrag opnieuw in
de heffing van omzetbelasting betrokken. Om dubbele heffing te
voorkomen keur ik het volgende goed.
Goedkeuring
Ik keur goed dat geen omzetbelasting wordt geheven over het
gedeelte van het abonnementsgeld dat de abonnementhouder met het
oog op de toekomstige aankoop van een kunstwerk als spaartegoed bij
een instelling voor kunstuitleen aanhoudt. Als het spaartegoed
wordt gebruikt voor de aankoop van een kunstwerk, moet het
spaartegoed worden gerekend tot de vergoeding voor de levering van
het kunstwerk. Voor deze levering is dan omzetbelasting
verschuldigd. Deze goedkeuring geldt ook voor artotheken en
instellingen die op commerciële basis kunstwerken uitlenen.
De tekst van post a 30 luidt:
"boeken, met inbegrip van alle andere dan papieren
fysieke dragers waarop de inhoud van een boek is aangebracht;
digitale educatieve informatie die is aangebracht op fysieke
dragers en die kennelijk uitsluitend of nagenoeg uitsluitend is
bestemd voor informatieoverdracht in het onderwijs; dagbladen,
weekbladen, tijdschriften en andere tenminste driemaal per jaar
periodiek verschijnende uitgaven;"
Of een drukwerk als boek kan worden aangemerkt moet naar spraakgebruik worden beoordeeld. Hierbij spelen verschillende kenmerken van dat drukwerk een rol, zoals:
- de omvang en de inhoud;
- de wijze waarop de bladen tot een geheel zijn verbonden;
- de uiterlijke verschijningsvorm (die moet in belangrijke mate
overeenkomen met de gangbare vorm waarin boeken verschijnen).
Niet van belang is wie de leverancier is.
Losbladige boeken en losse banden voor boeken die samen met de inhoud worden geleverd kunnen onder de post worden gerangschikt. Van belang is hier dat de inhoud van deze uitgaven voor iedere afnemer gelijk is, en dat de tekst en afbeeldingen op de afzonderlijke bladzijden samenhang vertonen.
Voorbeelden van drukwerken die onder de post kunnen worden gerangschikt:
- catalogi voor leesbibliotheken en boekhandelaren;
- kleurboeken, al dan niet voorzien van teksten en/of versjes en dergelijke, mits zij de uiterlijke verschijningsvorm van een boek hebben;
- losbladige uitgaven die zonder band worden geleverd en die door de gebruiker zelf worden opgeborgen in een band naar keuze. Het moet dan gaan om uitgaven die aan de hiervoor genoemde kenmerken van een boek voldoen, als zij van een band zouden zijn voorzien;
- losse muziekuitgaven;
- spoorboekjes en dienstregelingen voor autobusondernemingen van minimaal 8 pagina's;
- standaard collegedictaten;
- stripboeken;
- supplementen op boeken;
- voor kinderen bestemde producten die de uiterlijke verschijningsvorm van een boek hebben maar feitelijk bestaan uit een combinatie van producten. Het hoofdbestanddeel van de combinatie wordt gevormd door een boek, de levering van de overige producten is bijkomstig;
- zogenoemde blinde atlassen;
- borduur- en handwerkpatronen, voor zover bestaande uit een samenstel van meerdere, aan de rug samengehechte pagina’s, vervat in een verharde kaft en met een omvang van minimaal 8 pagina’s. De pagina’s zijn genummerd en er wordt informatie gegeven over de schrijver/ontwerper van de patronen en de uitgever. De borduur- en handwerkpatronen hebben de uiterlijke verschijningsvorm van een boek en zijn te koop in de boekhandel.
Voorbeelden van drukwerken die niet onder de post vallen:
- bestekken voor woningbouw en dergelijke;
- blocnotes;
- dagscheurkalenders, bestaande uit een schild met daarop bevestigd een kalenderblok, en losse bloks van dagscheurkalenders. Dit geldt ook als op de voorzijde van de kalenderbladen behalve de datum een religieuze tekst met een verklarend woord is vermeld of op de achterzijde van de kalenderbladen vervolgverhalen met een religieuze strekking zijn opgenomen;
- huishoudelijke reglementen en statuten van verenigingen of stichtingen;
- kantoor , zak , of schoolagenda's, al dan niet voorzien van een informatief gedeelte;
- losse banden voor boeken en stofomslagen voor boeken;
- met tekst en/of illustraties bedrukte planovellen, die deel gaan uitmaken van een werk dat in gerede staat als een boek kan worden aangemerkt;
- muziekschrijfboeken;
- munt en postzegelalbums bestaande uit ringbanden met transparante plastic opbergvellen die voorbedrukte kaarten met afbeeldingen van originelen kunnen bevatten;
- notitieboekjes;
- plakboeken;
- fotoalbums (ook wanneer die worden geleverd met daarin door de consument aan de leverancier digitaal aangeleverde foto’s en tekst, de zogenoemde digitale fotoboeken);
- poëziealbums;
- postcard books, dit zijn in boekvorm gebundelde kaarten met afbeeldingen van door een bepaalde kunstenaar vervaardigde kunstwerken (meestal schilderijen). De kaarten kunnen zonder verdere beschadiging uit de bundel worden verwijderd en vervolgens als ansicht-/wenskaart worden gebruikt. Er bestaat geen samenhang tussen de in de bundel opgenomen tekst en de op de kaarten afgedrukte afbeeldingen;
- schetsboeken;
- schoolboekenlijsten.
Drukwerken die hoofdzakelijk zijn aan te merken als
reclamemateriaal vallen niet onder de post, zie ook onderdeel 5.
De tabelpost geldt ook voor andere dan papieren fysieke dragers waarop de inhoud van een boek is aangebracht. Dit betekent dat het verlaagde btw-tarief ook geldt voor luisterboeken.
Wanneer bij een boek een cd-rom of dvd, met een andere inhoud dan het (voorgelezen) boek, is bijgevoegd ter informatie en/of ter vermaak, valt de levering van de cd-rom of de dvd in beginsel onder het algemene tarief. Dit is slechts anders als de fysieke drager educatieve informatie bevat die kennelijk uitsluitend of nagenoeg uitsluitend is bestemd voor informatieoverdracht in het onderwijs (zie 2.2.3).
De bij een boek gevoegde cd-rom of dvd kan qua prijs een
substantieel onderdeel vormen van het totale pakket. De levering
van bijgevoegde cd-roms of dvd’s kan dan niet als bijkomstig worden
aangemerkt. Voor de btw-heffing is sprake van de levering van twee
afzonderlijke goederen (splitsing van prestaties). De levering van
de cd-roms of dvd’s valt onder het algemene tarief. Hieraan doet
niet af dat slechts één prijs in rekening wordt gebracht. Als de
levering van een boek met cd-rom tegen één prijs wordt aangeboden
moet de vergoeding gesplitst worden op basis van de gangbare
prijzen die de uitgever voor elk van de artikelen vraagt. In het
geval het boek en de cd-rom niet ook afzonderlijk worden
aangeboden, kan de vergoeding worden gesplitst op basis van de
gemaakte kosten en de aan elk artikel toe te rekenen winstopslag.
Bij het toerekenen van de winstopslag wordt de verhouding van de
gemaakte kosten als maatstaf gehanteerd.
Uitgevers van schoolboeken en ander lesmateriaal voor het basis-
en hoger onderwijs bieden hun producten aan in de vorm van een
leerpakket (leermethode) aan onderwijsinstellingen of rechtstreeks
aan de leerlingen van die instellingen (het laatste komt voor in
het hoger onderwijs). De leerpakketten bevatten dikwijls een
leerboek, een werkboek of werkschrift, een docentenboek en een of
meer cd-roms, maar ook andere artikelen, zoals een kopieerboek,
wandplaten, bewaarmappen en ringbanden.
Werkboeken met de uiterlijke verschijningsvorm van een boek kunnen worden aangemerkt als boeken in de zin van de post. Dat is het geval als die boeken leerstof en/of leeropdrachten bevatten waarbij alleen op de desbetreffende pagina of de naastgelegen pagina ruimte is opengelaten voor het maken van aantekeningen en/of uitwerken van opdrachten,
Werkschriften, die niet de uiterlijke verschijningsvorm hebben
van een boek, vallen onder het verlaagde tarief als ze uit minimaal
32 pagina’s bestaan (aaneengehecht). Bovendien moeten zij zijn
voorzien van een omslag en leerstof en/of leeropdrachten bevatten
waarbij ruimte is opengelaten voor het maken van aantekeningen
en/of uitwerken van leeropdrachten.
Bij de uitgifte van boekwerken worden regelmatig cd-roms
toegevoegd als aanvulling op of ter verduidelijking van het
lesmateriaal (waaronder videofragmenten e.d.), als oefenmateriaal
of als naslagwerk. Wanneer de educatieve informatie die is
aangebracht op een fysieke drager kennelijk uitsluitend of nagenoeg
uitsluitend is bestemd voor de informatieoverdracht in het
onderwijs is het verlaagde tarief van toepassing. Met de term
“kennelijk” wordt bedoeld dat het objectief kenbaar of duidelijk
moet zijn dat iets uitsluitend of nagenoeg uitsluitend is bestemd
voor informatieoverdracht in het onderwijs. Wanneer de cd-rom of
dvd in de winkel voor een ieder verkrijgbaar is, zal het verlaagde
tarief niet van toepassing zijn omdat de cd of dvd niet uitsluitend
of nagenoeg uitsluitend bestemd is voor informatieoverdracht in het
onderwijs.
Kopieerboeken zijn losbladige uitgaven met te kopiëren
lesmateriaal. De kopieën worden gebruikt in de lessen en worden
opgeborgen in een ringband. Kopieerboeken kunnen delen in het
verlaagde tarief. Dit geldt ook voor de bij het kopieerboek
behorende ringband, die speciaal is ontworpen voor het kopieerboek.
Brochures kunnen als boeken in de zin van deze post worden aangemerkt als het betreft drukwerken die bestaan uit minimaal 32 pagina’s, zijn voorzien van een omslag en als een geheel zijn aaneengehecht.
Een drukwerk bestaande uit een bundel kaarten dat in een hoek is
voorzien van een hechtpin waardoor de kaarten tot een waaier kunnen
worden gedraaid, kan door de verschijningsvorm niet als een boek
worden aangemerkt. Ditzelfde geldt voor een bundel aaneengehechte
bladen als het de bedoeling is dat de bladen door de gebruiker
worden losgemaakt.
Als een boek opnieuw wordt ingebonden of gekartonneerd dan verricht de binder een (inbind)dienst die is belast naar het algemene tarief. Is er na het inbinden een nieuw boek ontstaan, dat wil zeggen een boek dat daarvoor niet bestond, dan verricht de binder een dienst die bestaat uit het opleveren van een nieuw boek. Deze dienst valt op grond van post b 16 onder het verlaagde tarief.
Het inbinden van een aantal tijdschriften - bijvoorbeeld een
jaargang -, wordt aangemerkt als de oplevering van een nieuw boek.
Deze dienst valt op grond van post b 16 onder het verlaagde tarief.
Onder de post vallen uitgaven die regelmatig verschijnen, dat wil zeggen minstens drie maal per jaar op (nagenoeg) vaste tijdstippen. Onder de post vallen ook:
- uitgaven die gedurende één of meer gedeelten van het jaar – bijvoorbeeld bepaalde seizoenen – regelmatig verschijnen;
- uitgaven die met onregelmatige tussenpozen, maar wel elk kalenderjaar op dezelfde tijdstippen of over dezelfde tijdvakken, verschijnen.
Uitgaven die regelmatig verschijnen zullen doorgaans een aanwijzing bevatten waaruit die regelmaat blijkt, bijvoorbeeld de vermelding “verschijnt x maal per jaar”.
Onder de post vallen de gewone dagbladen, weekbladen en
tijdschriften. Daarnaast kunnen bijvoorbeeld – als aan de hiervoor
genoemde periodiciteiteis is voldaan – onder de post worden
gerangschikt:
- gidsen van woningbureaus;
- kwartaalverslagen en dergelijke van bedrijven;
- oude exemplaren van tijdschriften (ook als het tijdschrift niet
meer verschijnt);
- personeelsbladen;
- verenigingsbladen.
Gemeenten en andere organisaties reserveren soms een of meer
advertentiepagina’s in huis-aan-huisbladen. Dergelijke pagina’s
zijn niet aan te merken als een zelfstandige periodieke uitgave,
ook niet als zij zijn voorzien van een eigen kop, een afzonderlijke
jaargang- en nummeraanduiding en een colofon.
Het komt voor dat tijdschriften samen met een bijvoegsel,
bijvoorbeeld een receptenboekje, kortingsbonnen, cd’s of cd-roms in
één (plastic) verpakking worden geleverd. De beoordeling of sprake
is van één of meer leveringen gebeurt met inachtneming van de
criteria die het Hof van Justitie te Luxemburg in het arrest van 25
februari 1999, nr. C-349/96 (Card Protection Plan) heeft aangelegd.
Dat zal in nagenoeg alle gevallen betekenen dat de vergoeding moet
worden gesplitst in een deel dat betrekking heeft op het
tijdschrift (verlaagd tarief) en een deel dat betrekking heeft op
de cd of cd-rom (algemeen tarief/zie onderdeel 2.2.3). Bij relatief
kleine en/of eenvoudige bijgevoegde artikelen als receptenboekjes
en kortingsbonnen zal doorgaans sprake zijn van bijkomstige
leveringen. De hele vergoeding is dan onderworpen aan het verlaagde
tarief.
Bij boeken, dagbladen, weekbladen, tijdschriften en andere
minstens driemaal per jaar periodiek verschijnende uitgaven in de
zin van deze post betreft het drukwerk. Informatie die op een
andere manier wordt aangeboden valt niet onder de post. Hierbij kan
onder meer worden gedacht aan de volgende leveringen en diensten:
- abonnee- en kabeltelevisie;
- cd’s, cd-i’s, cd-roms, dvd’s, diskettes en magneetbanden;
- compactcassettes, videobanden en grammofoonplaten;
- het internet;
- het per faxbericht of e mail verzenden van (bijvoorbeeld) een
nieuwsbrief.
De post is niet van toepassing op drukwerk dat hoofdzakelijk is aan te merken als reclamemateriaal. Drukwerk waarbij het stimuleren van de verkoop van goederen of het gebruik maken van diensten voorop staat of doel op zich is (zoals reclamebiljetten van winkelketens, veilingcatalogi en brochures van reisorganisaties, hotelketens en dergelijke waarin reizen en accommodaties worden aangeboden) is daarom belast naar het algemene tarief.
Reisgidsen, hotelgidsen en campinggidsen zijn geen
reclamematerialen wanneer zij een min of meer algemene omschrijving
bevatten van bijvoorbeeld de bezienswaardigheden en accommodaties
in een bepaalde streek. Studiegidsen van universiteiten zijn ook
niet aan te merken als reclamemateriaal. Dit geldt ook als het gaat
om gidsen van volksuniversiteiten en dergelijke die een overzicht
geven van de cursussen waarvoor men zich kan inschrijven en de
kosten van de verschillende cursussen. Deze gidsen kunnen delen in
het verlaagde tarief als zij voldoen aan de kenmerken van een boek.
Het komt voor dat een ondernemer die drukwerk levert ook de
opdracht krijgt om dat drukwerk (boeken; dagbladen, weekbladen,
tijdschriften en andere tenminste driemaal per jaar periodiek
verschijnende uitgaven) van adresbanden te voorzien, te adresseren,
te bundelen en ter post te bezorgen. Niet van belang is of het
drukwerk digitaal of offset wordt gedrukt.
Het bedrag dat voor de verzendwerkzaamheden in rekening wordt
gebracht, inclusief porto- of frankeerkosten, wordt gerekend tot de
vergoeding voor de levering van het drukwerk. Dit geldt ook als er
voor de werkzaamheden op de factuur een afzonderlijk bedrag in
rekening wordt gebracht. Als het geleverde drukwerk onder post a 30
of a 31 valt, is ook de vergoeding voor de genoemde werkzaamheden
onderworpen aan het verlaagde tarief.
Als niet de ondernemer die het drukwerk levert de opdracht tot
terpostbezorging heeft gekregen, maar die prestatie plaatsvindt op
grond van een overeenkomst tussen de postbezorger en de persoon
voor wie de post wordt bezorgd, kan het verlaagde tarief ter zake
geen toepassing vinden.
Als de porto- of frankeerkosten betrekking hebben op vrijgesteld
postvervoer (op grond van artikel 11, eerste lid, letter m van de
wet) kunnen die kosten worden behandeld als met doorlopende posten
gelijk te stellen bedragen. Dit kan ook als de ondernemer in
opdracht van de opdrachtgever drukwerk verzendt dat hij niet heeft
geleverd. Zie artikel 8, vijfde lid, letter a van de wet, artikel
4, eerste lid letter c van het uitvoeringsbesluit en artikel 5 van
de uitvoeringsbeschikking. Hieraan zijn de volgende voorwaarden
verbonden:
- de opdrachtnemer moet het bedrag voor de postverzending
afzonderlijk aan zijn opdrachtgever in rekening brengen;
- dit bedrag moet gelijk zijn aan het bedrag dat de opdrachtnemer
voor de postverzending daadwerkelijk aan de concessiehouder als
bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Postwet (thans TNT NV)
heeft betaald.
De tekst van post a 31 luidt:
"braille papier, braille-folie, braille-drukwerk,
braille schrijfmachines, braille-handschrijfhulpmiddelen en
dergelijke braille artikelen; uurwerken, optische leesapparaten,
t.v.-leesloepen, leesplateaus, oriëntatie-hulpmiddelen, steun-,
tast- en herkenningsstokken speciaal ontworpen voor persoonlijk
gebruik door blinden en slechtzienden; blindengeleidehonden; andere
bij ministeriële regeling aan te wijzen hulpmiddelen die speciaal
zijn ontworpen dan wel bestemd voor het exclusieve en persoonlijke
gebruik door blinden en slechtzienden; leespennen en andere
apparatuur met een vergelijkbare functie, alsmede programmatuur,
die speciaal zijn ontworpen voor gebruik door
dyslectici;"
De opsomming van de hulpmiddelen is limitatief. Niet alle hulpmiddelen voor blinden en slechtzienden vallen daardoor onder de post, maar alleen de specifiek aangewezen hulpmiddelen. Bovendien wordt aan die hulpmiddelen de eis gesteld dat zij speciaal zijn ontworpen voor persoonlijk gebruik door de visueel gehandicapten. (Blindengeleidehonden vallen onder de post. Voor zogenoemde hulphonden zie onderdeel 16 van de toelichting op post a 35.)
Sinds 1 januari 1998 kan de lijst van de onder de post opgenomen
hulpmiddelen worden aangevuld en aangepast bij ministeriële
regeling.
Computerapparatuur die uitsluitend door blinden kan worden
gebruikt, valt onder de post. Het gaat bijvoorbeeld om (draagbare)
notebookcomputers met een niet los te koppelen brailletoetsenbord.
Braillehardware en -software kunnen onder de post worden ingedeeld
als het gaat om los leverbare brailleaanpassingen voor
computerapparatuur. Voorbeelden hiervan zijn brailleleesregels,
-printers, -toetsenborden.
Een notebookcomputer waaraan met klittenband een brailleleesregel
is bevestigd, valt niet onder de post. Braillezetmachines vallen
niet onder post omdat zij niet zijn ontwikkeld voor het
persoonlijke gebruik door de blinde zelf.
Optische leesapparaten zijn toestellen die een in zwartdruk op
papier aangebrachte tekst rechtstreeks omzetten naar een vorm die
door de blinden of slechtzienden kan worden waargenomen. Dit kan
zijn een speciaal voor dit doel ontworpen monitor, geluid
(gesproken tekst), brailletekens of reliëfletters. De apparaten
moeten de tekst automatisch, zonder de tussenkomst van de visueel
gehandicapten, omzetten. Het geheel vormt een gesloten circuit dat
bestaat uit een camera die verbonden is met een monitor en dat
speciaal is opgesteld voor het lezen van een tekst.
In artikel 34 van de uitvoeringsbeschikking zijn de aangewezen
hulpmiddelen opgenomen:
“Als hulpmiddelen die speciaal zijn ontworpen dan wel bestemd
voor het exclusieve en persoonlijke gebruik door blinden en
slechtzienden als bedoeld in de bij de wet behorende tabel I,
onderdeel a, post 31, worden aangewezen:
a. sprekende koortsthermometers, bloedsuikermeters en
bloeddrukmeters die worden aangewend voor zelfdiagnose;
b. programmatuur, alsmede de hiermee samenhangende apparatuur, die
door middel van zogeheten spraakoutput er specifiek op is gericht
visueel gehandicapten in staat te stellen om met computers te
werken;
c. programmatuur die grafische besturingssystemen omzet in voor
zogeheten spraakoutput en brailleschrift begrijpelijke informatie;
d. programmatuur die erop is gericht om conventionele geschriften
met behulp van een scanner om te zetten in een door een computer te
gebruiken tekst waardoor deze geschriften toegankelijk worden voor
visueel gehandicapten;
e. programmatuur die erop is gericht de weergave op het beeldscherm
van een computer te vergroten en/of te laten contrasteren;
f. bijzondere gezichtshulpmiddelen voor slechtzienden die
gewoonlijk door een arts of een optometrist worden voorgeschreven
en individueel worden aangemeten, te weten: op of in een bril
gemonteerde kijkerloepsystemen; telescoop- en prismaloepbrillen, de
daarbij behorende opsteeklenzen daaronder begrepen; in een
brilmontuur of brilglazen aan te brengen vergroot- en loepglazen;
filterlenzen en -toepassingen en filterglazen bestemd voor een
selectieve absorptie van meer dan 400 Nn van het licht met korte
golflengte; alsmede tafelloepsystemen, al dan niet voorzien van
verlichting, voor vergrotingen tot Nn 2X en bijbehorende
toebehoren, en monoculaire handtelescopen.
Artikel 34 uitvoeringsbeschikking ziet niet op producten die
kunnen worden aangemerkt als massa artikelen die doorgaans ook door
niet visueel gehandicapten worden gebruikt. Sprekende weegschalen
vallen daarom niet onder de post. Hulpmiddelen die zijn ontworpen
en bestemd voor één specifieke visueel gehandicapte vallen ook niet
onder de in dit artikel bedoelde hulpmiddelen.
Het gaat hierbij om computertoepassingen die visueel
gehandicapten in staat stellen met computers te werken door een
volledige sprekende besturing. De spraakoutput wordt gebruikt door
slechtzienden om teksten beter te lezen of als hulpmiddel om via
een computer verzonden berichten (e-mail) te kunnen ontcijferen
c.q. verstaan zonder eerst andere toepassingen te moeten afsluiten.
Deze software maakt het mogelijk om (grafische)
besturingssystemen, die doorgaans werken met vensters en iconen, om
te zetten in een voor visueel gehandicapten toegankelijk
besturingssysteem. De door de computer verstrekte informatie wordt
gelezen en/of gebruikt in combinatie met een brailleleesregel of
een spraakoutput.
Met behulp van een scanner worden door OCR traditioneel gedrukte
documenten geconverteerd in tekstbestanden. Deze tekstbestanden
worden vervolgens geschikt en toegankelijk gemaakt voor
computergebruik door visueel gehandicapten.
Deze software wijzigt de oorspronkelijke presentatie op het
beeldscherm. Deze wijziging is zodanig dat niet visueel
gehandicapten niet kunnen werken met deze speciale presentatie.
De genoemde gezichtshulpmiddelen zijn bestemd voor (ernstig) slechtzienden. Deze hulpmiddelen worden individueel aangemeten en door een arts of een optometrist voorgeschreven.
Telescoop- en prismalooksystemen worden apart in of op een bril gemonteerd. Een telescoopsysteem heeft een vergroting tot binoculair Nanometer (hierna: Nn) 3x en een prismaloep vergroot tot binoculair Nn 8x. Deze vergrotingswaarden komen pas tot uitdrukking als het hulpmiddel individueel wordt afgesteld.
Monoculaire vergrotingsystemen maken het mogelijk om ver weg te kijken en zodoende bewegwijzering en straatnamen te lezen. In deze categorie worden ook aangewezen kijker/loepsystemen die een gezichtsveldverbredende werking hebben. Hierbij valt te denken aan het groothoeksysteem, het Galilei systeem en een aplanatisch systeem. Een omgekeerd Galilei-systeem verruimt het gezichtsveld voor de groep slechtzienden die een kokergezichtsveld hebben, zoals bij Tapeto Retinale Dystrofie.
Verder zijn aangewezen filterlenzen en filterglazen met een selectieve absorptie van het licht met een korte golflengte, al dan niet photochromatisch, mede gebruikt voor monochromasie van de blauwe kegeltjes en albinisme. Deze absorptie reikt verder dan enkel filtering van de UVB – UVA-straling.
Monoculaire handtelescopen zijn kleine monoculaire vergrotingssystemen die door slechtzienden als incidenteel te gebruiken aanvullend hulpmiddel, manueel worden gebruikt.
Spraaksoftware en vergrotingssoftware voor GSM is software
waarmee een gewone GSM door visueel gehandicapten bediend kan
worden. Deze software is specifiek voor visueel gehandicapten
ontwikkeld. Deze software is echter niet in de post genoemd en valt
daar dus niet onder.
Aan de in de post opgenomen hulpmiddelen kunnen passingen worden
verricht. Met het begrip passingen wordt gedoeld op het aanpassen
van een medisch hulpmiddel aan de individuele handicaps van de
gebruiker van het desbetreffende hulpmiddel. In feite heeft de
passing ten doel het medische hulpmiddel gebruiksklaar te maken of
te houden. De hiervoor in rekening gebrachte paskosten kunnen delen
in het verlaagde tarief.
Aan de post zijn per 1 januari 2007 leespennen en andere apparatuur met een vergelijkbare functie, en programmatuur, speciaal ontworpen voor gebruik door dyslectici, toegevoegd.
De leespen lijkt op een schrijfpen. In de pen is een microcomputer met scanner en spraakfunctie ingebouwd. De pen stelt de dyslectici in staat om zelfstandig te lezen.
Speciaal ontworpen programmatuur is bijvoorbeeld software die
ervoor zorg draagt dat bestaande tekst hardop wordt voorgelezen,
waarbij een speciale cursor het meelezen vergemakkelijkt, of die er
voor zorgt dat getypte teksten hardop worden voorgelezen, woorden
fonetisch worden gespeld of woorden die hetzelfde klinken maar
verschillende betekenissen hebben van een korte uitleg of van een
plaatje worden voorzien.
Goedkeuring
Ik keur goed dat de verhuur van de in de post genoemde artikelen
naar het verlaagde tarief wordt belast.
De tekst van post a 32 luidt:
"gas en minerale olie voor verwarming ter bevordering
van het groeiproces van tuinbouwproducten. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de toepassing
van deze post;"
Als tuinbouwproducten worden aangemerkt: groenten, fruit en
sierteeltproducten.
Bij verwarming ter bevordering van het groeiproces gaat het om het verwarmen van kassen en warenhuizen waarin tuinbouwproducten worden gekweekt.
Verder kunnen onder de post worden gerangschikt de levering van gas en minerale olie als die producten worden gebruikt voor:
- de verwarming van bloembollenschuren voor bloemknopbevordering en kwaliteitsbehandeling van de bloembollen;
- de behandeling van bloembollen door verwarming van de grond via een buizennet;
- de teelt en het drogen van tuinbouwzaden;
- de verwarming ten behoeve van het prepareren van plantuitjes, met het doel de kwaliteit van consumptie uitjes te verbeteren;
- de opwekking van stoom voor het ontsmetten van tuinbouwgronden;
- het stomen (kiemvrij maken) van de mest die benodigd is voor het kweken van champignons;
- de verwarming van champignoncellen;
- de bestrijding van nachtvorst in boomgaarden met kachels;
- het forceren van rabarber en witlof;
- het in cellen in bloei trekken van trekheesters.
Bij het gebruik van petroleum voor verwarmingsdoeleinden ter
bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten komt
kooldioxide (CO2) vrij. Dit kooldioxide wordt vaak gebruikt om de
groei van deze producten in gunstige zin te beïnvloeden. De
petroleum wordt in bepaalde gevallen zelfs uitsluitend voor het
opwekken van kooldioxide gebruikt. In deze gevallen is de levering
van petroleum onder de post te rangschikken.
In de artikelen 34a tot en met 34c van de uitvoeringsbeschikking zijn nadere regels gesteld. Er zijn twee regelingen te onderscheiden:
- bij de levering van gas door middel van pijpleidingen aan tuinbouwers mogen de leverancier en de netbeheerder onder bepaalde voorwaarden direct het verlaagde tarief toepassen;
- bij de levering van minerale olie en van op andere wijze gedistribueerd gas wordt het verlaagde tarief via een teruggaaf aan de tuinbouwer – van het verschil tussen het algemene en het verlaagde tarief – geëffectueerd.
De leverancier die gas door middel van pijpleidingen aan een tuinbouwer levert, mag op grond van artikel 34a van de uitvoeringsbeschikking voor die levering het verlaagde tarief toepassen. De leverancier moet een door de tuinbouwer ondertekende verklaring kunnen overleggen waaruit blijkt dat deze het gas gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten. De leverancier moet bij de aanvang van het kalenderjaar per aansluiting over een verklaring beschikken. Als slechts een gedeelte van het gas niet wordt gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten – bijvoorbeeld voor de verwarming van een kantine, kantoorruimte, handelsactiviteiten of nevenactiviteiten – moet dit in de verklaring worden vermeld. Dat gedeelte moet in een percentage van het totale verbruik worden uitgedrukt.
Als door een onjuiste verklaring van een tuinbouwer te weinig
belasting is voldaan, moet deze belasting met toepassing van
artikel 20, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen
van die tuinbouwer worden nageheven.
Ik keur goed dat deze regeling ook wordt toegepast bij de
levering van warmte door middel van een ondergronds leidingennet
voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van
tuinbouwproducten. Dit kan bijvoorbeeld stadsverwarming zijn. Alle
regels en aanwijzingen die zijn opgenomen in artikel 34a van de
uitvoeringsbeschikking en in onderdeel 4.2.1 en 4.2.3 zijn van
overeenkomstige toepassing.
Voor het indienen van de verklaring geldt de volgende procedure. De tuinder dient de verklaring voorafgaand aan de levering aan zijn leverancier en de netbeheerder te verstrekken om voor toepassing van het verlaagde tarief in aanmerking te komen. De verklaring moet de volgende gegevens bevatten:
- de dagtekening;
- naam en adres van de afnemer;
- naam en adres van de leverancier c.q. de netbeheerder.
Voorts verwerkt de tuinbouwer in de verklaring de overige gegevens die volgens artikel 34a van de uitvoeringsbeschikking zijn vereist.
Volstaan kan worden met een eenmalige verklaring.
Bij wijziging van de gegevens dient de tuinbouwer binnen zes
weken na wijziging een nieuwe verklaring aan de leverancier en de
netbeheerder sturen. Wordt het aardgas niet langer gebruikt voor
tuinbouwdoeleinden, dan trekt de tuinbouwer zijn verklaring binnen
zes weken in.
Soms wordt een deel van het geleverde gas door de tuinbouwer
gebruikt voor privédoeleinden (bijvoorbeeld huishoudelijk gebruik)
en is geen aparte gasmeter voor het woonhuis aanwezig. Het
verlaagde tarief is niet van toepassing op het privé-gebruik. Voor
de energiebelasting is in de Wet belastingen op milieugrondslag
bepaald dat 5000 m³ over de verbruiksperiode van twaalf maanden
voor privé-gebruik in de heffing wordt betrokken als dat
privé-gebruik niet afzonderlijk wordt gemeten. Voor de
omzetbelasting wordt hierbij aangesloten. Bij verbruiksperioden
korter dan twaalf opeenvolgende maanden, moet 5000 m³ gas
tijdsevenredig worden berekend. In het tijdvak waarin de jaarlijkse
afrekening wordt ontvangen moet afrekening van dit privégebruik
plaatsvinden.
Als het gas niet door middel van een pijpleiding wordt geleverd
maar bijvoorbeeld in flessen of bulk (propaan of butaan) dan kan de
leverancier het verlaagde tarief niet toepassen. De
teruggaafregeling voor minerale olie is dan van toepassing (zie
onderdeel 4.3).
De vergoedingen/kosten ter zake van de verrichtingen die rechtstreeks verband houden met de levering en het transport van gas voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten delen in de toepassing van het verlaagde tarief. Het betreft de volgende verrichtingen:
- de meterhuur voor het (ver)plaatsen, onderhouden en herstellen van gasmeters;
- de onder de benaming “leidinghuur”, “onderhoud dienstleiding”, “aansluitkosten” en dergelijke aan de afnemers berekende kosten voor aanleg, aansluiting en onderhoud van een dienstleiding;
- de vergoeding voor netuitbreiding dan wel –verzwaring;
- de vergoeding voor het aansluiten van een onroerende zaak van een tuinder op het openbare leidingnet;
- de vergoeding voor het aanleggen en verwijderen van een tijdelijke aansluiting;
- de vergoeding voor het beschikbaar houden van transportcapaciteit voor tuinders;
- de vergoeding voor het inspecteren van aansluitingen binnen het tuindersbedrijf en het controleren van meetinrichtingen;
- de vergoeding voor het aan- en afsluiten bij de aanvang of het einde van de levering van gas;
- de transport- en arbeidskosten ter zake van de levering van gas aan tuinbouwbedrijven bij tijdelijke aansluitingen;
- de vergoeding voldaan om de afsluiting van de gastoevoer wegens wanbetaling te voorkomen;
- administratiekosten;
- de kosten voor dataverwerking en marktfacilitering;
- factureringskosten;
- kosten voor datacollectie.
De bijkomende verrichtingen kunnen alleen delen in het verlaagde
tarief als zij tezamen met de levering en het transport van gas
geschieden door een en dezelfde ondernemer.
Het verlaagde tarief is van toepassing op de levering van
minerale olie en/of bulk- en flessengas bestemd voor verwarming ter
bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten. Dat gebeurt
door middel van een teruggaaf aan de tuinbouwers.
Voor het aanvragen van de teruggaaf geldt de volgende procedure.
Het aangifteformulier waarmee de aanvrager teruggaaf kan verzoeken bij de Belastingdienst kan worden gedownload van de internetsite van de Belastingdienst, www.belastingdienst.nl. Op het aangiftebiljet vermeldt de tuinbouwer de gegevens die volgens artikel 34b van de uitvoeringsbeschikking zijn vereist. Tevens dient daarop te worden verklaard waarvoor de minerale olie wordt gebruikt.
Het verzoek om teruggaaf wordt per kalenderjaar ingediend bij
het bevoegde kantoor van de Belastingdienst, binnen drie maanden na
afloop van het kalenderkwartaal. Bij het verzoek moeten de
aankoopfacturen van de olie en/of het bulk- of flessengas worden
gevoegd.
Soms wordt een deel van de geleverde minerale olie en/of het
bulk- en flessengas door de tuinbouwer privé gebruikt. De hiervoor
beschreven teruggaafregeling is hierop niet van toepassing.
De teruggaafregeling geldt alleen voor tuinbouwers die onder de
landbouwregeling van artikel 27, eerste lid van de wet vallen.
De tekst van post a 34 luidt:
“invalidenwagentjes en invalidenkrukken; sta opstoelen;
hooglaagbedden;
Een invalidenwagentje is een vervoermiddel dat is ingericht om
te worden gebruikt door een invalide of een minder valide. Onder de
post vallen ook motorvoertuigen die zijn ingericht om te worden
gebruikt door een invalide. Hiervan is sprake als het
desbetreffende voertuig in het maatschappelijk verkeer op basis van
bestemming en presentatie als invalidenvoertuig wordt beschouwd. Zo
vallen bijvoorbeeld voertuigen die worden aangedreven door een
elektromotor of een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van
ten hoogste 250 cm3 onder de post.
Scootmobiels worden doorgaans aangeschaft in het kader van de Wet
maatschappelijke ondersteuning. Een scootmobiel die wordt
aangemerkt als een invalidenvoertuig in de zin van de
Wegenverkeerswet, is een invalidenwagentje in de zin van de
post.
Een specifiek voor een invalide aangepaste personenauto valt
niet onder de post.
Onder onderdelen en toebehoren van invalidenwagentjes worden alleen die artikelen begrepen die een noodzakelijke functie vervullen bij het gebruik van invalidenwagentjes. Zonder die onderdelen en toebehoren is een invalidenwagentje in technisch en functioneel opzicht niet compleet.
(Onder)delen en toebehoren die tot de normale uitrusting van invalidenwagentjes behoren en met die wagentjes op grond van één overeenkomst en voor één prijs worden geleverd, worden samen met de wagentjes als één goed beschouwd. De levering van dat goed is belast naar het verlaagde tarief.
(Onder)delen en toebehoren van invalidenwagentjes die afzonderlijk worden geleverd, mogen alleen onder de post worden gerangschikt als zij specifiek zijn vervaardigd en bestemd voor gebruik in invalidenwagentjes.
Voorbeelden van onderdelen en toebehoren van een invalidenwagentje die onder de post kunnen worden gerangschikt:
- driewielers die zijn uitgerust met een draagplateau waardoor zij in staat zijn een rolstoel te vervoeren;
- fietsen zonder voorwiel met zodanige voorzieningen dat zij aan een rolstoel kunnen worden gekoppeld;
- antidecubituskussens, zowel als onderdeel of afzonderlijk geleverd van de rolstoel, nu deze kussens hoofdzakelijk worden gebruikt in invalidenwagentjes;
- de handbike, een onderdeel van een rolstoel dat de inzittende in staat stelt te rijden door middel van een soort trapbeweging die met de handen wordt gemaakt;
- de accu als onderdeel van een elektrisch aangedreven invalidenwagentje.
Voorbeelden van onderdelen en toebehoren van een invalidenwagentje die niet onder de post kunnen niet worden gerangschikt:
- kledingstukken die wat betreft pasvorm voor rolstoelgebruikers zijn aangepast (jassen, colberts, pantalons, blouses, ondergoed e.d.);
- artikelen die zijn bestemd om rolstoelgebruikers tegen regen of koude te beschermen (bijv. regenhoezen of –capes, beenbekleding, schootkleden e.d.);
- voorzieningen die de toegankelijkheid van gebouwen, woningen en trottoirs voor invalidenwagentjes verbeteren, zoals zogenoemde vlinderopritten;
- een losse acculader.
Voor gehandicapten worden diverse soorten zitsystemen en -elementen aangeboden. Deze zijn speciaal voor gehandicapten ontworpen en vervaardigd en kunnen op verschillende soorten verrijdbare onderstellen zijn gemonteerd.
Deze zitsystemen en -elementen zijn te onderscheiden in:
- systemen die zich niet of nauwelijks lenen voor gebruik als vervoermiddel. Het gaat hier om zitorthesen/zitelementen die zijn gemonteerd op een onderstel met kleine zwenkwieltjes. Deze zitsystemen kunnen niet worden aangemerkt als invalidenwagentjes in de zin van de post;
- systemen die gebruikt worden als zitmeubel en vervoermiddel. Het gaat om zitorthesen/zitelementen die zijn gemonteerd op een onderstel met luchtbanden. Deze zitsystemen kunnen op één lijn worden gesteld met de in post bedoelde invalidenwagentjes.
De levering van een zogenoemde trippelstoel valt onder de post. De trippelstoel is een verrijdbare stoel waarbij tussen de voorwielen extra ruimte is vrijgehouden voor de voeten. De stoel is een hulpmiddel waarmee mensen met lichamelijke beperkingen stabiel kunnen zitten en zich kunnen verplaatsen in huis. De stoel kan zo hoog worden gezet dat men een positie bereikt vergelijkbaar met rechtop staan. Een voorwaarde is dat de stoel is voorzien van een elektrische verstelling.
Wandelwagens die speciaal zijn aangepast voor het gebruik door een gehandicapt kind (de zogenoemde invalidenkinderbuggy) vallen onder het verlaagde tarief.
Verrijdbare douche en toiletstoelen vallen onder de post.
De volgende apparaten en voorzieningen zijn niet onder invalidenwagentjes te rangschikken:
- patiënten-heftoestellen;
- invalidenliftjes (bijvoorbeeld mono liften);
- sta-orthesen (hulpmiddelen om gehandicapten te verticaliseren);
- ligorthesen (hulpmiddelen ter ondersteuning dan wel correctie van de romp of bepaalde lichaamsdelen van gehandicapten), ook als de ligorthesen zijn gemonteerd op een verrijdbaar onderstel.
Onder de post vallen alle soorten hand , onderarm en
okselsteunkrukken.
Looprekken en rollators vallen ook onder de post. Ook (onder)delen
en toebehoren van invalidenkrukken zoals fixatievoorzieningen,
steunen e.d. vallen onder de post als zij voor deze krukken zijn
vervaardigd en bestemd.
Gewone wandelstokken vallen niet onder de post.
Sta-opstoelen worden gebruikt door personen die door functiestoornissen niet (meer) in staat zijn vanuit normale zithoogte zelfstandig op te staan. Een sta-opstoel bevat een motor die het zitgedeelte en het ruggedeelte (de zgn. sta-oplift) omhoog beweegt, zodat de gebruiker wordt geholpen bij het opstaan.
Onder de post vallen ook stoelen die naast de sta-oplift nog van andere motoren c.q. mogelijkheden zijn voorzien, zoals een kantelverstelling (voor het gelijktijdig kantelen van rugleuning en zitting, zonder dat de zithoek wijzigt), een rugverstelling (voor het verstellen van de rugleuning) en een voetenbankverstelling (voor het verstellen van de voetensteun). Deze stoelen worden doorgaans aan de zorgverzekeraar geleverd, die de stoelen vervolgens aan de verzekerden in bruikleen verstrekt. Een sta-opstoel die meer het karakter van een relaxfauteuil heeft en is voorzien van een handmatig pneumatisch of hydraulisch pompsysteem, valt niet onder de post.
Voor het herstellen van sta-opstoelen wordt verwezen naar
onderdeel 2 van de toelichting bij post b 1.
Hooglaagbedden zijn bedden die zijn voorzien van een transfersysteem (waarmee het liggedeelte in zijn geheel omhoog en omlaag kan worden gebracht) of een keermechanisme (waarmee de patiënt van de rug op de zijde of de buik wordt gedraaid). Het transfersysteem of het keermechanisme wordt aangedreven door een aan het bed aangebrachte motor.
Het gaat om bedden die pas worden verstrekt nadat de medische indicatie is aangetoond. Het zijn bedden die speciaal zijn bedoeld om te worden gebruikt in ziekenhuizen en verpleeginrichtingen of, al dan niet verstrekt via een thuiszorginstelling, door een gehandicapte of zieke thuis.
De post geldt uitsluitend voor de levering van het hooglaagbed
zelf. De levering van accessoires, toebehoren of onderdelen kan
niet onder de post worden gerangschikt. Op de samen met het
hooglaagbed geleverde afneembare zijhekken, het hoofd- en
voeteneinde en de eventuele tentopbouw kan wél het verlaagde tarief
worden toegepast. Het gaat hier om onderdelen en toebehoren die
specifiek zijn vervaardigd en bestemd voor het hooglaagbed.
Aan de in de post opgenomen hulpmiddelen kunnen passingen worden
verricht. Met het begrip passingen wordt gedoeld op het aanpassen
van een medisch hulpmiddel aan de individuele handicaps van de
gebruiker van het desbetreffende hulpmiddel. In feite heeft de
passing ten doel het medische hulpmiddel gebruiksklaar te maken of
te houden. De hiervoor in rekening gebrachte paskosten kunnen delen
in het verlaagde tarief.
Goedkeuring
Ik keur goed dat de verhuur van de onder de post vallende producten
wordt belast naar het verlaagde tarief.
De tekst van post a 35 luidt:
"kunstledematen, te weten: arm , hand , been en
voetprothesen; hulpmiddelen die speciaal zijn ontworpen voor het
overnemen van de fixatiefunctie van een niet of slecht
functionerende hand; beenbeugels, breukbanden en kunstgewrichten;
kunstogen, oren en nieren; aangezichts , borst , neus en
larynxprothesen, chirurgische implanteringsprothesen; hart en
spierstimulatoren; gehoorapparaten en andere bij ministeriële
regeling aan te wijzen hulpmiddelen die speciaal zijn ontworpen dan
wel bestemd voor het exclusieve en persoonlijke gebruik door doven
en slechthorenden; oorapparaten tegen stotteren; hulpmiddelen voor
stomapatiënten; orthopedisch schoeisel; hulpmiddelen die speciaal
zijn ontworpen voor het uittrekken van therapeutische elastische
steunkousen; orthopedische maatkorsetten; delen, onderdelen en
toebehoren, kennelijk bestemd voor de hiervoor genoemde
goederen;"
De diensten die door een prothesemaker worden verricht, zoals het geven van adviezen over mogelijke aanpassingen van prothesen, liggen buiten het toepassingsbereik van de post.
Sinds 1 januari 2002 geldt voor de toepassing van het verlaagde tarief voor de levering van hulpmiddelen (andere dan gehoorapparaten), die speciaal zijn ontworpen dan wel bestemd voor het exclusieve en persoonlijke gebruik door doven en slechthorenden, dat zij moeten zijn aangewezen bij ministeriële regeling (artikel 35 uitvoeringsbeschikking).
Losse (onder)delen en toebehoren van de in de post vermelde goederen vallen alleen dan onder de post, als zij speciaal voor die goederen zijn vervaardigd en bestemd en nodig zijn voor de goede werking van die goederen.
Het overnemen van de fixatiefunctie heeft betrekking op de
situatie dat een persoon de niet of slecht functionerende hand
gebruikt om een voorwerp vast te houden of tegen te houden (te
fixeren) en zijn andere hand gebruikt om het voorwerp feitelijk te
kunnen gebruiken. Het hulpmiddel neemt de fixatiefunctie van die
ene hand over, zodat de andere hand, die nog goed functioneert, de
gewenste handelingen met het voorwerp kan verrichten (bijv. het
openen van een fles). Bladomslag- en eetapparaten kunnen niet
worden aangemerkt als hulpmiddelen die de fixatiefunctie van een
slecht of niet functionerende hand overnemen.
Onder de tabelpost valt niet alleen een volledig kunstoog. Een scleraschaal kan ook onder de post worden gerangschikt. Een scleraschaal is een "schelpje" dat over een blind oog wordt gedragen. De kleur en de tekening van de scleraschaal zijn gelijk aan die van het gezonde oog.
Ook een scleralens met iristekening valt onder de post. Deze lens heeft de vorm van een grote contactlens en wordt gebruikt bij oogbeschadigingen waarbij het gezichtsvermogen totaal is verdwenen. De scleralens zonder iristekening die wordt gebruikt bij gezichtsbeschadigingen waarbij nog wel gezichtsvermogen aanwezig is, valt niet onder de post, nu bij de toepassing van deze lenzen de mogelijkheid tot correctie van het gezichtsvermogen het doel is.
Een zogenoemde keratoconus lens, die speciaal wordt gemaakt voor
mensen met een afwijkend hoornvlies, valt niet onder de post. Deze
lens wordt gedragen door mensen met een te corrigeren
gezichtsvermogen, die een moeilijke oogmaat hebben.
Een kunstnier is een installatie die - buiten het menselijk lichaam - de zuiveringsfunctie van de nier aanvult of vervangt. Bij gebruik van een kunstnier stroomt het bloed vanuit het menselijk lichaam naar de kunstnier. Daar wordt het bloed gezuiverd, waarna het weer terugstroomt naar het lichaam. Voor deze bloedstroom wordt gebruik gemaakt van een kunstmatig "vaatsysteem" bestaande uit bloedlijnen, naalden en katheters. Dit kunstmatige vaatsysteem kan niet worden aangemerkt als een (onder)deel of toebehoren van de kunstnier; het systeem. zorgt alleen voor het transport van het bloed van en naar de kunstnier en vervult op zichzelf geen functie bij de daadwerkelijke zuivering van het bloed. Op de levering van het vaatsysteem is het verlaagde tarief niet van toepassing.
De bij nierdialyse te gebruiken afdrukklemmen en stoelen zijn geen (onder)deel of toebehoren van de kunstnier. De functie die deze artikelen in het kader van de nierdialyse vervullen houdt geen verband met de werking van de kunstnier zelf. Het verlaagde tarief kan niet worden toegepast op de levering van deze artikelen.
De bij nierdialyse te gebruiken fistulanaalden en
femoralis-subclavia katheters.vallen niet onder de post. Het
betreft injectienaalden en katheters die dusdanig zijn
geconstrueerd dat binnen korte tijd probleemloos een relatief grote
hoeveelheid bloed van de patiënt kan worden afgenomen. De bij het
kunstmatige vaatsysteem gebruikte katheters vallen onder post a 37.
CAPD warmteboxen kunnen niet onder de post worden gerangschikt.
CAPD-warmteboxen zijn boxen waarmee bij nierdialyse via het
buikvlies (CAPD = Continue Ambulante Peritoneale (= via het
buikvlies) Dialyse) de dialysevloeistof wordt verwarmd tot
lichaamstemperatuur.
Onder chirurgische implanteringsprothesen worden verstaan producten die via een chirurgische ingreep blijvend in het menselijke lichaam worden ingebracht om de functie van bepaalde organen over te nemen.
Voorbeelden van implanteringsprothesen die onder de post vallen:
- de stent of endoprothese, een buisvormig voorwerp dat ertoe dient delen van een beschadigd buisvormig orgaan in het menselijk lichaam (bijvoorbeeld (slag)aderen, urineleiders, galweggangen, luchtwegen en dergelijke) te vervangen;
- intra-oculaire ooglenzen, uit kunststof vervaardigde lenzen die door de oogarts bij staarpatiënten worden geïmplanteerd na verwijdering en ter vervanging van de originele ooglens;
- platen, pennen, schroeven enzovoorts die worden gebruikt bij het behandelen van breuken in het beendergestel, die in post 9021 van de Gecombineerde Nomenclatuur zijn in te delen.
Niet onder de post valt bijvoorbeeld een Tissue Expander, een
ballonachtig reservoir dat tijdelijk onder de huid wordt
aangebracht ter voorbereiding op een chirurgische ingreep.
Botcement valt onder de post. Botcement is een buigzame pasta
die is ontstaan door samenvoeging van een poeder en een vloeistof
en die wordt gebruikt voor het bevestigen van bijvoorbeeld
chirurgische implanteringsprothesen en kunstgewrichten.
Producten die tijdens een chirurgische ingreep, na het toevoegen
van andere (vloeibare) stoffen, tot een soort implanteringsprothese
worden gevormd, vallen onder de post.
Producten die na het inbrengen in het menselijk lichaam ervoor
zorgen dat het lichaam zelf bindweefsel aanmaakt waardoor verloren
gegaan lichaamsweefsel wordt vervangen, vallen niet onder de post.
Die producten vervangen immers zelf geen weefsel, ook niet als ze
in het lichaam aanwezig blijven.
Weefseltransplantaten van dierlijke oorsprong worden gebruikt
als alternatief voor menselijke weefseltransplantaten. Dierlijke
weefseltransplantaten worden via een chirurgische ingreep in het
menselijk lichaam ingebracht. Na een periode van vergroeiing en
eventueel absorptie vervangen zij de functie van een bepaald
(gedeelte van een) orgaan. Dierlijke weefseltransplantaten kunnen
worden aangemerkt als chirurgische implanteringsprothesen als
bedoeld in de post. Collageen implantaten zijn niet als
chirurgische implanteringsprothesen te beschouwen. Het betreft
steriele preparaten die in hoge mate gezuiverd rundercollageen
bevatten en die zijn bestemd om te worden geïnjecteerd in de
(menselijke) huid ter correctie van onregelmatigheden (zoals
acnelittekens, fronslijnen en rimpels) in de (opper)huid.
De levering door tandartsen en tandtechnici van (volledige) tandprothesen is vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, 1°, van de wet. De invoer en de intracommunautaire verwerving van tandprothesen zijn belast naar het algemene tarief.
De post is van toepassing op tandheelkundige implantaten die niet als volledige tandprothesen zijn aan te merken. Hierna volgen enige voorbeelden:
- kunstwortels die in de menselijke kaak worden geïmplanteerd en die de functie van de wortel van een tand of kies overnemen. Als de kunstwortel en de verankeringkraag één geheel vormen (zogenoemd 1 fase implantaat), valt dit geheel onder de post. Genezing- en afdekschroeven die noodzakelijk zijn voor het adequaat laten vastgroeien van de kunstwortel kunnen ook onder de post worden gerangschikt;
- titanium pijlerschroeven die in de kaak worden ingebracht en na vergroeiing met het kaakbeen dienen als bevestigingspunten ("wortels") voor een in de kaak te verankeren brugconstructie.
Niet onder de post vallen andere artikelen, hulpmiddelen of gereedschappen die worden gebruikt voor het aanbrengen van 1 en 2 fase implantaten of het vervaardigen/plaatsen van kronen, bruggen en gebitsprothesen. Goudkappen, opbouwen en fixatieschroeven vallen niet onder de post.
Een injectiepoort is een uit kunststof vervaardigde (ronde)
'kamer' met een diameter van enkele centimeters die via een
chirurgische ingreep bij de patiënt wordt geïmplanteerd. De
injectiepoort dient als opslagreservoir voor medicijnen. De
katheter fungeert als transportmiddel voor de medicijnen naar de
(grote) bloedvaten. De injectiepoorten worden gebruikt bij
patiënten waarvan de bloedvaten niet of nauwelijks te prikken zijn.
Deze injectiepoorten nemen in feite een functie van de bloedvaten
(de mogelijkheid van 'aanprikken') van deze patiënten over.
Als zodanig zijn deze injectiepoorten op één lijn te stellen met de
in de post genoemde chirurgische implanteringsprothesen.
Een thorax-drainagesysteem (thorax = borstholte) bestaat uit drainageapparatuur en een thoraxdrain die zich buiten het lichaam van de patiënt bevindt. De thoraxdrain (een katheter) wordt tijdelijk in de borstkas van de patiënt geplaatst en aangesloten op het thoraxdrainagesysteem. Via het systeem wordt de normaliter in de pleuraholte (d.i. de holte tussen de longvliezen) aanwezige negatieve druk gecorrigeerd, waarna de longen weer op reguliere wijze kunnen functioneren.
De drainagesystemen zijn niet onder de tabelpost te rangschikken
omdat zij niet blijvend in het menselijke lichaam worden
aangebracht en zij niet bepaalde organen vervangen. De thoraxdrain
is een onderdeel van het systeem, maar valt onder post a 37 als
wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld in onderdeel 4.3
(kathetersets) van de toelichting bij die post.
De combinatie van een kleine monitor om hartstroompjes te meten
en een defibrillator om het hart te stimuleren kan als
hartstimulator onder de post worden gerangschikt.
Spierstimulatie vindt plaats door elektrostimulatie (stimulatie door middel van elektrische stroom). Hierbij wordt gebruik gemaakt van apparaten die door middel van laag- of middelfrequente stroom spieren rechtstreeks tot activiteit aanzetten en die als spierstimulator in de handel worden gebracht.
Naar spraakgebruik moet onder een spierstimulator worden verstaan: een toestel dat zodanig rechtstreekse prikkels aan de spieren afgeeft dat deze als gevolg daarvan direct tot activiteit worden aangezet of direct daardoor in gang worden gezet om met de werking van de spier een bepaalde lichaamsfunctie te vervullen. Bijkomstig gebruik van een spierstimulator voor andere vormen van elektrotherapie - bijvoorbeeld pijnbestrijding – doet niet af aan toepassing van de post.
Een AED (automatische externe defibrillator) is aan te merken als een hart- en spierstimulator als bedoeld in deze post. Benodigdheden die nodig zijn voor de werking van het apparaat (zoals verbruiks- en vervangingsonderdelen die specifiek zijn bestemd voor de AED) volgen het tarief van de AED. Overige apart of meegeleverde goederen en accessoires die niet direct de werking van het apparaat beïnvloeden (zoals ophangkasten, beugels, tassen, oefensets) vallen niet onder de post. Ook AED-trainingsapparaten vallen niet onder de post.
Apparaten die met de prikkels die zij afgeven geen spieren in gang zetten om deze een bepaalde lichaamsfunctie te laten vervullen, maar wel een gunstig effect kunnen hebben op het functioneren van de spieren, zijn geen spierstimulatoren. Zo valt bijvoorbeeld een apparaat dat door middel van een elektrische stroom spieren activeert ten behoeve van de verbetering van de gezondheid, de lichamelijke schoonheid en/of de conditie, niet onder de post.
Naar spraakgebruik zijn proprioceptieve inlegzolen (ter
verbetering van de lichaamshouding) niet als spierstimulatoren aan
te merken. Zie ook onderdeel 11 bij deze post en onderdeel 10 bij
post a 8.
Alleen zenuwstimulatoren die door middel van elektrostimulatie
zenuwen rechtstreeks tot activiteit aanzetten, kunnen onder de post
worden gerangschikt. Een sporadisch gebruik voor andere doeleinden
dan zenuwstimulatie staat de toepassing van het verlaagde tarief
niet in de weg. Been- en armmanchetten zijn geen zenuw- of
spierstimulatoren.
Apparatuur die niet uitsluitend wordt gebruikt voor spier- of
zenuwstimulatie maar die een breed toepassingsgebied kent, is niet
aan te merken als een spier- of zenuwstimulator in de zin van deze
post. Het gaat onder meer om apparatuur die werkt door middel van
ultra geluid, elektromagnetische velden of (soft) laserstraling.
Bedoelde apparatuur wordt onder meer gebruikt om de doorbloeding te
stimuleren, voor energieopbouw, om oxidatieprocessen op gang te
brengen en voor de opbouw van de stofwisseling. Daarbij is niet van
belang of de apparatuur wordt aangeschaft met het oog op de
stimulatie van spieren en/of zenuwen.
Alleen gehoorapparaten die aan het lichaam worden gedragen en
die bedoeld zijn voor het exclusieve en persoonlijke gebruik door
slechthorende personen, vallen onder post.
Onder de post vallen niet alleen de bekende conventionele gehoorapparaten, maar ook specifiek voor de slechthorende ontwikkelde systemen waarbij gebruik wordt gemaakt van een apparaat dat in het oor wordt gedragen in combinatie met voorzieningen die geluid verzenden naar dat apparaat.
Zo is onder de post bijvoorbeeld te rangschikken infraroodapparatuur voor de overdracht van geluid die uitsluitend verkrijgbaar is bij audiciëns. De specifiek voor de infraroodapparatuur bestemde accublokjes kunnen, ook als zij afzonderlijk worden geleverd, ook onder de post worden gerangschikt.
Apparaten die algemene toepassingsmogelijkheden hebben en dus niet speciaal zijn ontwikkeld en worden aangeboden om exclusief en persoonlijk te worden gebruikt door slechthorenden vallen niet onder de post. Voorbeelden:
- koptelefoons die geluidssignalen van audioapparatuur, radio of televisie doorgeven, ongeacht of die geluidssignalen naar de koptelefoon worden overgedragen via draden of via infraroodgolven;
- apparatuur die de gebruikers in staat stelt tijdelijk beter te horen in ruimtes met relatief veel omgevingslawaai, zoals conferentie- en vergaderzalen. De omstandigheid dat het ontvangstapparaat aan het lichaam wordt gedragen, vormt op zichzelf geen reden om de apparatuur onder de post te rangschikken;
- ringleidingsystemen die bestaan uit één of meerdere
versterkers die zijn verbonden met de in een ruimte aanwezige
geluidsbron, ringleidingdraad dat in de ruimte (bijvoorbeeld de
vloer) is aangebracht en een speciale luisterspoel die in het
gehoorapparaat van een slechthorende is ingebouwd. Via het door de
versterker opgewekte magnetische veld wordt het door de geluidsbron
voortgebrachte geluid overgebracht naar de in het gehoorapparaat
aanwezige luisterspoel. Deze systemen worden zowel in woningen als
in openbare ruimten (schouwburgen e.d.) aangelegd.
Ringleidingsystemen vallen niet onder de post omdat zij niet zijn
aan te merken als gehoorapparaten in de zin van de post (de tot
deze systemen behorende onderdelen worden - afgezien van de
luisterspoel - niet aan het lichaam gedragen) en zijn bovendien
niet uitsluitend bestemd voor persoonlijk gebruik door auditief
gehandicapten (ook niet auditief gehandicapten kunnen van
ringleidingsystemen gebruik maken);
- infraroodluistersystemen (wat betreft werking vergelijkbaar met ringleidingsystemen). Dergelijke systemen bestaan uit een infraroodzender die is verbonden met de in een ruimte aanwezige geluidsbron en een aan het lichaam gedragen oorbeugel met infraroodontvanger, die het door de geluidsbron voortgebrachte geluid naar de oren van de drager van de oorbeugel leidt. Ook voor infraroodluistersystemen geldt dat zij niet als gehoorapparaten in de zin van de post zijn te beschouwen en dat zij niet uitsluitend zijn bestemd voor persoonlijk gebruik door auditief gehandicapten.
Onder de in de post bedoelde (onder)delen en toebehoren kunnen worden gerangschikt de ronde, platte batterijen en accu's voor gehoorapparaten met een doorsnede van 12 mm of minder en een dikte van 5,4 mm of minder. Op de verpakking van die artikelen of op een andere objectief toetsbare manier dient te zijn aangegeven dat de batterijen en accu's zijn bestemd voor gebruik in gehoorapparaten.
Een oorstukje is een kunststof afgietsel van een deel van het inwendige oor van de drager van een gehoorapparaat. Een gehoorapparaat is in functioneel opzicht niet compleet zonder oorstukje. Om die reden is de levering van een los oorstukje aan te merken als de levering van een onderdeel c.q. toebehoren van een gehoorapparaat. Het verlaagde tarief is van toepassing op deze levering.
Niet als onderdeel of toebehoren kunnen worden aangemerkt:
- kunststoffen voor het vervaardigen van oor(zwem)stukjes;
- sets voor het reinigen van de gehoorgang en/of de oorstukjes van gehoorapparaten;
- oordopjes die dienen voor de bescherming van het (inwendige) oor bij zwemmen en dergelijke.
Sinds 1 januari 2002 is in de tabelpost een delegatiebepaling opgenomen voor andere apparatuur dan gehoorapparaten. Bij ministeriële regeling kunnen hulpmiddelen die speciaal zijn ontworpen of bestemd voor het exclusieve en persoonlijke gebruik door doven en slechthorenden onder de werking van de post worden gebracht. Ter uitvoering hiervan is artikel 35 in de uitvoeringsbeschikking opgenomen. Deze bepaling luidt:
“Als hulpmiddel dat speciaal is ontworpen dan wel bestemd voor het exclusieve en persoonlijke gebruik door doven en slechthorenden als bedoeld in de bij de wet behorende tabel I, onderdeel a, post 35, worden aangewezen:
a. wek- en waarschuwingsapparatuur die er specifiek op is
gericht om ten behoeve van auditief gehandicapten geluidssignalen
om te zetten in zichtbare of voelbare signalen;
b. teksttelefoons die er specifiek op zijn gericht om ten behoeve
van auditief gehandicapten spraak om te zetten in tekst.”
Bij deze hulpmiddelen kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een
systeem voor gebruik in en om het huis dat bestaat uit een horloge
met trilfunctie, lader, versterker, deur- en telefoonzender en een
trilapparaat voor onder het hoofdkussen. Dit systeem attendeert de
auditief gehandicapte op het geluid van de deurbel, de telefoon en
de wekker. Ook andere signaalbronnen kunnen op dit systeem worden
aangesloten, bijvoorbeeld een babyfoon of een brandalarm. Op het
herstellen van deze hulpmiddelen is post b 1 van toepassing.
Het oorapparaat zorgt ervoor dat het zelf gesproken woord wordt
opgenomen en met een geringe vertraging en een verzwakte frequentie
digitaal wordt afgespeeld in het oor. Door deze werking van het
apparaat vermindert het stotteren. Het oorapparaat kan onder de
post worden gerangschikt.
Onder de post vallen alleen hulpmiddelen die specifiek zijn ontworpen voor stomapatiënten.
Vanwege de algemene gebruiksmogelijkheden vallen niet onder de post:
- preparaten ter reiniging, verzachting en bescherming van (kwetsbare) huidoppervlaktes, zogenoemde klinische huidverzorgingsproducten;
- huidbeschermende preparaten die worden gebruikt als onderlaag
voor verband om de huid bij verwijdering van het verband te
beschermen tegen beschadiging, irritatie, bloeding of ontsteking
(zie ook onderdeel 10 bij post a 8).
Het betreft schoeisel dat op maat voor de zieke voet van een patiënt is vervaardigd door een erkend orthopedisch technicus. Orthopedische technici zijn personen die met zorgverzekeraars een overeenkomst hebben gesloten voor het leveren van (semi )orthopedisch schoeisel aan patiënten.
Semi orthopedisch schoeisel dat is aangepast aan de voeten van individuele patiënten kan onder de post wordt gerangschikt. Het gaat om in serie of over serieleesten vervaardigd schoeisel dat alleen is te dragen na aanpassing aan de individuele zieke voet door middel van supplementen, niet zijnde steunzolen en dergelijke. Het schoeisel moet worden geleverd door erkende orthopedische technici.
Confectie- of gezondheidsschoenen die zijn aangepast aan de
voeten van individuele patiënten kunnen niet onder de post worden
gerangschikt. Zo kan een confectieschoen waaruit de
(standaard)binnenzool wordt (of bij aankoop al is) verwijderd en
die vervolgens door een orthopedische technicus wordt voorzien van
een aan de voeten van de gebruiker aangepast voetbed, niet worden
aangemerkt als semi orthopedisch schoeisel.
Verder vallen niet onder de post:
- gezondheidsschoeisel, dat meestal industrieel is vervaardigd;
- steunzolen;
- nachtschoenen;
- proprioceptieve zolen (leren inlegzolen waarin op diverse, per
patiënt verschillende, plaatsen bijzonder dunne kurkelementen
worden ingebouwd).
Onder de post valt onder meer een op een plint van de muur
aangebracht kastje met daarin een opgerolde band. Die band wordt
aan de bovenkant van de steunkous bevestigd en – met een
afstandbediening – teruggerold in de behuizing, daarbij de kous
afrollend en over de voet trekkend. Ook hulpmiddelen die speciaal
zijn ontworpen voor het aantrekken en/of uittrekken van
therapeutische elastische steunkousen vallen onder deze post.
Onder de post vallen orthopedische maatkorsetten, die om de romp worden gedragen. Er zijn orthopedische korsetten die alleen de onderzijde van de wervelkolom omsluiten (een lendekorset), maar er bestaan ook korsetten die tot aan de hals reiken. De korsetten zijn in een aantal gevallen voorzien van - verstelbare - riemen, stangen en banden.
Korsetten die niet speciaal voor de individuele persoon zijn
gemaakt of aangepast, vallen niet onder de post.
De hierna vermelde goederen, die wat betreft verschijningsvorm en gebruiksmogelijkheden grote gelijkenis vertonen met de in onderdeel 13 bedoelde hulpmiddelen, vallen onder de post. Het gaat hierbij om producten die op of aan het lichaam worden gedragen en meestal (op maat) worden vervaardigd voor individueel gebruik.
a. Cervicaal steunen
Dergelijke steunen worden als een col of kraag gedragen. Zij omsluiten nek en hals en kunnen zijn voorzien van stangen die rusten op de schouders.
b. Heupluxatie-orthesen
Heupluxatie-orthesen worden gedragen rondom de onderzijde van de romp en de bovenbenen. De dwarsverbinding tussen de delen, die rondom het bovenbeen worden gedragen, houdt de bovenbenen in een spreidstand. Een dergelijke stand kan een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een gezond heupgewricht.
c. Kniesteunen
Kniesteunen (cages) worden als een soort hoes om het kniegewricht geschoven. De kniesteun is aan de achterzijde voorzien van verstelbare riemen. Hieronder valt ook de zogenoemde Swedish knee-cage die uit een samenstel van banden bestaat en overstrekking van het kniegewricht voorkomt.
d. Correctie-apparaten voor x- en o-benen; diverse hand- en armspalken
Het gaat hier om producten van kunststof, aluminium en/of leer.
De voorwerpen omsluiten in een aantal gevallen arm of been of een
deel daarvan. Er zijn ook halfronde uitvoeringen die met behulp van
sluitbanden worden bevestigd.
Armsteunen en soortgelijke goederen vallen niet onder de post.
e. Klomp-, spits- en hakvoetapparaten
Deze apparaten worden aan de voet gedragen. In een aantal
gevallen worden de voeten in een bepaalde stand gefixeerd en door
middel van een stang met elkaar verbonden. Ook wordt het voetstuk
wel voorzien van stangen en banden die aan het onderbeen worden
bevestigd of zelfs tot voorbij de knie reiken.
De door podotherapeuten verstrekte orthesen en prothesen, uit
siliconen vervaardigde hulpmiddelen die een aanvulling vormen op de
voet respectievelijk ter vervanging dienen van verloren gegane
gedeelten van de voet, vallen onder de post. Deze producten hebben
ten doel scheefgroei van vooral tenen op te heffen en/of te
voorkomen en zijn voor wat betreft de functie vergelijkbaar met de
onder 6. bedoelde prothesen.
f. Rechthouders en rechtherinneraars
Rechthouders en rechtherinneraars zijn voorwerpen, bestaande uit een stang die met behulp van bijvoorbeeld schouder- en taillebanden aan de rug wordt bevestigd. Soms is sprake van een combinatie met een bekkenkorset.
g. Enkelbandage
Een enkelbandage omsluit het enkelgewricht als een hoes. Het wordt vervaardigd van kunststof materiaal en wordt aan beide zijden van de enkel verstevigd met behulp van een metalen strip.
h. Beenbeugels
Met beenbeugels wordt gedoeld op beenbeugels die worden gebruikt ter voorkoming van groeistoornissen (kromgroeien) van de onderste ledematen van kinderen.
Via drogisterijen, apotheken en televisie- en internetwinkels
worden producten aangeboden die worden aangeprezen ter voorkoming
en behandeling van al dan niet chronische blessures. Aan deze
producten worden functies toegeschreven als ondersteuning,
versteviging en/of correctie van bepaalde lichaamsdelen en
gewrichten. Voorbeelden zijn houdingscorrectors, al dan niet in de
vorm van een kledingstuk. Deze producten worden massaal
geproduceerd, zijn niet vervaardigd of aangepast om te worden
gebruikt door een bepaalde persoon en kunnen niet onder de post
worden gerangschikt.
Ook producten als armsteunen en nachtspalken vallen niet onder de
post.
Aan de in de post opgenomen hulpmiddelen kunnen passingen worden
verricht. Met het begrip passingen wordt gedoeld op het aanpassen
van een medisch hulpmiddel aan de individuele handicaps van de
gebruiker van het desbetreffende hulpmiddel. In feite heeft de
passing ten doel het medische hulpmiddel gebruiksklaar te maken of
te houden. De hiervoor in rekening gebrachte paskosten kunnen delen
in het verlaagde tarief.
In dit verband wordt onder hulphonden verstaan honden die speciaal zijn opgeleid om mensen met een lichamelijke of auditieve handicap of met epilepsie te assisteren. Er zijn drie soorten hulphonden, te weten:
a. ADL-honden (ADL = Activiteiten in het Dagelijks Leven)
Een ADL-hond is getraind om iemand met een lichamelijke beperking te assisteren bij diverse handelingen in het dagelijks leven, zoals openen en sluiten van deuren, bedienen van knoppen van bijv. de verlichting en de lift, aan- en uittrekken van kleding en oppakken en dragen van voorwerpen.
b. signaalhonden
Een signaalhond is getraind om iemand met een auditieve beperking te waarschuwen voor diverse geluiden, zoals een alarm, een deurbel, een wekker, een magnetron en het huilen van een baby.
c. seizurehonden (seizure = aanval)
Een seizurehond is getraind om iemand te helpen tijdens en na een epileptische aanval. Een seizurehond is in staat om bij een epileptische aanval zijn baas in een zijligging te leggen, medicijnen te halen, op een alarmknop te drukken en hulp te halen.
Goedkeuring
Ik keur goed dat ADL-honden, signaalhonden en seizurehonden onder
post a 35 worden gerangschikt.
Honden die zijn opgeleid voor hulphond, maar die niet (langer)
als zodanig functioneren, kunnen niet onder de post worden
gerangschikt.
De verhuur van de onder de post vallende producten is onder de
post gerangschikt.
De tekst van post a 36 luidt:
"a. hulpmiddelen die plegen te worden aangewend voor het onderhuids toedienen van insuline, met uitzondering van spuiten en naalden die kennelijk mede voor andere doeleinden zijn geschikt;
b. hulpmiddelen die plegen te worden aangewend bij de
zelfdiagnose van het bloedsuikergehalte;"
De post is alleen van toepassing op de genoemde hulpmiddelen die
specifiek voor diabetici zijn ontwikkeld en als zodanig worden
aangeboden. Algemeen toepasbare hulpmiddelen zoals losse
injectienaalden en spuiten vallen niet onder de post.
Voor het onderhuids toedienen van insuline worden onder meer
insulinepennen en insulinepompjes gebruikt. Deze goederen vallen
onder de post.
Naaldjes die zijn bestemd om in een insulinepen te worden
gebruikt, vallen onder de post.
Het verlaagde tarief kan ook worden toegepast op opbergzakjes die
zijn bestemd om de insulinepompjes op het lichaam te dragen.
Voor de energievoorziening van een insulinepompje wordt tegelijk
met het pompje een drietal voor algemeen gebruik geschikte
batterijtjes geleverd. Met het oog op het gebruik in het
insulinepompje zijn de batterijtjes in serie geschakeld en als één
geheel verpakt. Om praktische redenen keur ik goed dat die
verpakking onder het verlaagde tarief wordt gerangschikt.
De bij het gebruik van insulinepompjes benodigde katheters bezitten
geen specifieke kenmerken en/of eigenschappen waaruit blijkt dat
zij uitsluitend zijn bestemd om te worden gebruikt als hulpmiddel
voor insulinepompjes. De levering en de invoer van die katheters
zijn op grond van post a 37 aan het verlaagde tarief onderworpen.
De hulpmiddelen voor de zelfdiagnose van het bloedsuikergehalte
zijn onder meer de bloedsuiker/urineglucosestrips die door
diabetici worden gebruikt voor de controle van hun
bloedsuikergehalte. Verder vallen onder de post de bij de
zelfdiagnose te gebruiken bloedprikapparatuur en
bloedglucosemeters.
Goedkeuring
Ik keur goed dat de verhuur van de onder de post vallende producten
wordt belast naar het verlaagde tarief.
De tekst van post a 37 luidt:
“meetapparatuur en toebehoren voor zelfdiagnose van de
stollingtijd van bloed; medicijnvernevelaars; katheters;
urinezakken; allergeenvrije hoezen; antidecubitusmatrassen;
draagbare infuuspompen; zuurstofconcentratoren met toebehoren,
alsmede speciaal voor persoonlijk mobiel gebruik ontworpen
draagbanden of – tassen voor een zuurstofcilinder of een
zuurstofvat; computermuissoftware, al dan niet langs elektronische
weg geleverd, die speciaal is ontwikkeld voor gebruikers met een
tremor;”
Het gaat hierbij om een klein apparaat waarmee een persoon via
een vingerprik een bloedmonster afneemt om vervolgens met een
teststrip de stollingstijd van het bloed te bepalen.
Medicijnvernevelaars zijn op het gezicht aan te brengen
hulpmiddelen voor het toedienen/inademen van medicijnen.
Katheters zijn buisjes die onder andere zijn bestemd voor:
- het toedienen van geneesmiddelen, vloeistoffen (o.m. zout- en glucose-oplossingen en contrastvloeistoffen) en voedingsmiddelen (m.n. sondevoeding) aan het menselijk lichaam;
- het afvoeren van bloed en lichaamsvocht (urine, wondvocht e.d.) uit het menselijk lichaam;
- het transporteren van hulpmiddelen (ballon, stent) door de aderen ter verbetering van de doorbloeding van de aderen in het menselijk lichaam.
Alle soorten katheters vallen onder de post, bijvoorbeeld:
- spoelkatheters: katheters waarmee spoelvloeistof in de blaas wordt gebracht, om de blaas schoon te spoelen;
- afzuigkatheters: katheters waarmee lichaamsvocht (slijm e.d.) wordt afgevoerd;
- drainagekatheters: interne katheters, voor de afvoer van wondvocht, vocht achter de longen e.d.;
- blaaskatheters;
- ballonkatheters;
- angiokatheters;
- geleidekatheters.
Goedkeuring
Ik keur goed dat afzonderlijk geleverde delen, onderdelen en
toebehoren die kennelijk zijn vervaardigd en bestemd voor
katheters, onder de post worden gerangschikt. Te denken valt aan
ventielen, verbindingsstukken en verlengslangen voor katheters.
Voor de tarieftoepassing moet bij kathetersets (de in één
verpakking geleverde combinatie van: katheters, handschoenen,
desinfecteer-, glij- en verbandmiddelen, nierbekkens, urinezakken,
mondmaskers e.d.) een splitsing te worden aangebracht tussen de
naar het algemene en de naar het verlaagde tarief belaste
artikelen. Als een ondernemer geen splitsing wil of kan aanbrengen,
moet de gehele katheterset naar het algemene tarief worden belast.
Bepaalde onderdelen van kathetersets kunnen onder post a 6 vallen.
Het gaat om steriele medische hulpmiddelen voor eenmalig gebruik,
die uitsluitend zijn bestemd voor het transport en/of opslag van
bloed, bloedcomponenten en/of infuusvloeistoffen, en die daarmee in
aanraking komen, zie ook onderdeel 6 bij post a 6.
Tijdens en na afloop van chirurgische ingrepen worden vaak één
of meerdere wonddrainages in het lichaam aangebracht. Een
wonddrainagesysteem voert het wondvocht af. Dit bevordert een
snelle genezing van de patiënt en voorkomt infecties. Een compleet
wonddrainagesysteem bestaat uit de volgende onderdelen: een naald,
een wonddrain, een terugslagventiel, een aansluitslang met
koppeling en een opvangfles waarin een vacuüm is aangebracht en die
is voorzien van een zuigkrachtregulator en vacuümmeter. Het
volledige wonddrainagesysteem is aan te merken als een katheter in
de zin van de post.
Urinezakken zijn bestemd voor het opvangen van urine. De gebruiker draagt de zak op het lichaam (doorgaans aan het boven- of onderbeen). Ook kan de zak aan het bed van de gebruiker zijn bevestigd. Een urinezak is met een verlengslang aan een katheter verbonden. De katheter voert de urine uit het lichaam af.
Afzonderlijk geleverde delen, onderdelen en toebehoren die kennelijk zijn vervaardigd en bestemd voor urinezakken, kunnen onder de post worden gerangschikt. Hierbij valt te denken aan:
- beenbandjes (bandjes die om het boven- of onderbeen worden gedragen, die dienen ter bevestiging van de urinezak op het been);
- aan- en afvoerslangen, verlengslangen, verbindingsstukken, aftappunten e.d.;
- ophanghaken (haken waarmee de urinezak bij het bed wordt gehangen);
- beenzakhouder (katoenen hoes, om huidirritaties bij dragers van urinezakken te voorkomen).
Voor de tarieftoepassing moet bij sets die naast urinezakken nog andere goederen bevatten een splitsing worden aangebracht tussen de naar het algemene en de naar het verlaagde tarief belaste artikelen. Het gaat bijvoorbeeld om sets, die een combinatie vormen van een katheter, een urinezak, beenbandjes, handschoenen, alcohol, watten, schaar en pleisters. Als een ondernemer geen splitsing wil of kan aanbrengen, moet de gehele set naar het algemene tarief worden belast.
De speciaal voor dragers van urinezakken bestemde hygiënische middelen (speciale zeep, spray e.d.) vallen niet onder de post. Urinalen en plastuitjes (voor vrouwen) zijn niet onder de post te rangschikken.
Allergeenvrije hoezen zijn hoezen die worden gebruikt door
personen met een allergie voor de huisstofmijt. Deze hoezen zijn zo
gemaakt dat zij het matras, kussen of dekbed geheel afsluiten van
de uitwerpselen van de huisstofmijt, zodat deze niet in het matras,
kussen of dekbed kunnen komen. De allergeenvrije hoes wordt niet
gebruikt als vervanging van een reguliere sloop, laken of
dekbedhoes, en blijft meerdere jaren permanent om het matras,
kussen of dekbed zitten.
Hoezen die de gebruiker niet alleen beschermen tegen de allergie
voor de huisstofmijt, maar ook schimmel- en bacterievrij zijn,
kunnen ook onder de post worden gerangschikt.
Kussens, dekbedden en matrassen met een allergeenvrije bekleding
vallen niet onder de post.
Een antidecubitusmatras is een matras die speciaal bestemd en
geschikt is voor de preventieve, palliatieve en curatieve
behandeling van decubitus (doorliggen). Antidecubitusmatrassen zijn
er in verschillende uitvoeringen en wijken af van gewone matrassen
door de speciale opvang van lokale drukuitoefening.
Hoezen die kennelijk dienen ter bescherming van een antidecubitusmatras (waterdicht en/of luchtdoorlatend en/of urinebestendig) vallen ook onder het verlaagde tarief. Dit geldt ook voor pompen die kennelijk en uitsluitend zijn vervaardigd en bestemd voor antidecubitusmatrassen. Multifunctionele pompen of hoezen vallen dus niet onder de post.
De verhuur van antidecubitusmatrassen en de hiervoor genoemde
hoezen en pompen is onder de post worden gerangschikt (zie 11). Tot
de vergoeding voor de verhuur kunnen ook worden gerekend de kosten
voor het bezorgen, installeren en reinigen van de matras en de
hiervoor genoemde hoezen.
Draagbare infuuspompen zijn pompen die door de patiënt op het
lichaam worden gedragen. De pompen worden gebruikt voor het
intraveneus toedienen van geneesmiddelen of voor het toedienen van
insuline of voeding.
Zuurstof (in een cilinder of een vat) bestemd voor medicinale
doeleinden, valt onder post a 6 (zie onderdeel 7 van de toelichting
bij deze post). Ook zuurstofconcentratoren met toebehoren delen in
het verlaagde tarief. Een zuurstofconcentrator is een apparaat dat
zelf medicinale zuurstof maakt (en tijdelijk opslaat). Onder de
post vallen ook speciale wagentjes, draagbanden en draagtassen voor
het vervoer van de zuurstofcilinders of het zuurstofvat. Hierbij
gaat het alleen om wagentjes, draagbanden en draagtassen die zijn
ontworpen en bestemd voor het vervoer van één zuurstofcilinder of
zuurstofvat (dus voor persoonlijk gebruik).
Het gaat om computerprogramma’s voor mensen die lijden aan
Essentiële tremor, Multiple Sclerose, de ziekte van Parkinson of
een andere aandoening die schuddende of bevende handen veroorzaakt.
Goedkeuring
Ik keur goed dat de verhuur van de onder de post vallende producten
wordt belast naar het verlaagde tarief.
De tekst van post a 40 luidt:
"beetwortelen;"
Beetwortelen zijn suikerbieten. Alleen de verse voortbrengselen
zoals die door de verbouwers worden geoogst (ruwe biet) kunnen
onder de post worden gerangschikt.
Beetwortelplanten vallen in principe niet onder de post.
Goedkeuring
Ik keur goed dat beetwortelplanten die (nagenoeg) uitsluitend door
landbouwers in het kader van de teelt van beetwortelen worden
gebruikt onder de post vallen.
De tekst van post a 41 luidt:
"land en tuinbouwzaden voor zover dienende voor de teelt van de in deze tabel genoemde producten en oliehoudende zaden;"
Onder de post vallen ook:
- zaden voor sierteeltproducten (bloembollen, bloemen, planten en boomkwekerijproducten);
- alle soorten graszaad en alle mengsels van soorten graszaad, ongeacht de uiteindelijke bestemming daarvan;
- karwijzaad.
Land en tuinbouwzaden worden soms voorbehandeld met
bestrijdingsmiddelen. De bestrijdingsmiddelen worden dan als een
coating op de zaden aangebracht. De land en tuinbouwzaden vormen
samen met de bestrijdingsmiddelen fysiek één product. Om die reden
kan de levering van dergelijke voorbehandelde zaden onder de post
worden gerangschikt. Hieraan doet niet af dat in sommige gevallen
een afzonderlijke vergoeding (toeslag) wordt berekend voor de
voorbehandeling.
Onder de post vallen:
- ongebrande pinda’s (grondnoten), zowel gepeld als in de dop;
- hennepzaden.
Niet onder de post vallen:
- pindaschaafsel (afkomstig van gepelde, ontvliesde, niet gebrande
pinda’s);
- pindagruis (een product dat bij het vervaardigen van
pindaschaafsel wordt verkregen).
Aan kwekers die een nieuw ras van een tot het plantenrijk behorend gewas hebben gekweekt, ontdekt of ontwikkeld kan op grond van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 een kwekersrecht worden verleend. Licentiehouders, dit zijn degenen die toestemming hebben gekregen om van het nieuwe ras teeltmateriaal voort te brengen, betalen aan de houder van het kwekersrecht hiervoor een vergoeding.
Het komt ook voor dat zogenoemde vermeerderaars het voortkwekings-materiaal leveren aan de licentiehouders. Deze vermeerderaars hebben daartoe weer contracten gesloten met de houders van de kwekersrechten. De licentiehouders worden naast de prijs voor het voortkwekingsmateriaal een licentievergoeding verschuldigd, die zij rechtstreeks aan de houders van de kwekersrechten moeten voldoen.
Het verlenen van een licentie op een kwekersrecht door de houder
van het kwekersrecht wordt aangemerkt als de levering van zaaizaad
of plantgoed waarop het recht betrekking heeft. Dit betekent dat de
houder van een kwekersrecht op de licentievergoedingen het
verlaagde tarief kan toepassen.
De tekst van post a 43 luidt:
"rondhout;"
Voorbeelden van goederen die onder de post vallen:
- hout op stam;
- alle hout dat niet beslagen, bezaagd of gekloofd in de handel komt. Niet van belang is of dit hout gebruikt wordt als brandhout;
- rondhout dat een bewerking heeft ondergaan om het te conserveren of te verduurzamen, zoals het wateren (uitlogen van het aalvocht of het sap) of het oppervlakkig verkolen;
- overigens onbewerkt hout dat is ontschorst, geschild (ontdaan van de bast) of behakt met de bijl of met de dissel. Het laatste betreft boomstammen en stamstukken waarvan de takken en andere uitgroeisels en hinderlijke delen zijn weggehakt. Hieronder vallen ook boomstammen en stamstukken die zijn ontdaan van het spint of spinthout (het hout van de jongste jaarringen) om bederf te voorkomen en om transportkosten te besparen;
- telefoon-, telegraaf- of elektriciteitspalen, rondhout voor het vervaardigen van fineer, niet-gekloofde en niet-aangepunte palen en staken, stutten enz., mijnhout, pulphout (ook wanneer in vieren gekloofd), luciferhout, hout voor de vervaardiging van houtwaren enz.;
- afgewerkte en gebruiksklare ronde telefoon-, telegraaf- of elektriciteitspalen, ook al is het oppervlak daarvan met een haalmes effen gemaakt of mechanisch ontschorst. Om deze palen te verduurzamen worden zij meestal geverfd, gevernist of geïmpregneerd met creosoot of dergelijke stoffen;
- boomstronken van bepaalde boomsoorten, die gebruikt worden voor de vervaardiging van fineer, uitwassen van de onderstam van bepaalde bomen (ook kwasten en soms wortelhout genoemd), sommige ruw behakte wortels voor de vervaardiging van pijpen en voorts bepaalde houtsoorten zoals teakhout, die met behulp van wiggen of van een dissel ruw in stukken zijn verdeeld.
Voorbeelden van goederen die niet onder de post vallen:
- hout geschikt gemaakt voor de vervaardiging van wandelstokken, ruw bewerkt of afgerond;
- houten dwarsliggers en wisselhouten;
- gezaagd hout, zoals planken, balken en kepers;
- machinaal gefreesde boomstammen die tot een cilindrische,
perfect ronde stam worden gemaakt.
De ondernemer die door zijn opdrachtgever verstrekt hout
impregneert verricht een dienst, die is onderworpen aan het
algemene tarief.
De tekst van post a 44 luidt:
"stro en veevoeders;"
Erwten- en bonenstro vallen onder de post.
Niet als stro kunnen worden aangemerkt:
- bladriet, een product van de rietcultuur dat door
bloembollenkwekers als afdekmateriaal wordt gebruikt;
- andere producten die worden gebruikt als strooisel in
ligboxenstallen en dergelijke, zoals zaagsel, papierslib/-pulp,
houtvezel en boomschors.
Veevoeders zijn de voor vee bestemde voedermiddelen en
mengvoeders zoals gedefinieerd in de Kaderwet diervoeders. Niet
alle voedermiddelen genoemd in de Kaderwet diervoerders vallen
onder het begrip veevoeders, omdat deze wet ook betrekking heeft op
voeders aan andere dieren dan aan vee (bijvoorbeeld aan
huisdieren).
De Kaderwet diervoeders verstaat onder voedermiddelen: “diervoeders die zijn bestemd om te worden gebruikt voor vervoedering, hetzij als zodanig, hetzij na be- of verwerking, voor de bereiding van mengvoeders voor dieren of als dragers in voormengsels”. Onder diervoeders wordt verstaan: “producten van plantaardige of dierlijke oorsprong in natuurlijke staat, vers of verduurzaamd, afgeleide producten van de industriële verwerking van deze producten, alsmede organische of anorganische stoffen, al dan niet gemengd, met of zonder toevoegingsmiddelen en bestemd voor dierlijke voeding langs orale weg”.
In de Kaderwet diervoeders, het Besluit diervoeders en de Regeling diervoeders zijn onder meer regels gesteld voor de etikettering van voedermiddelen. De ondernemer is verplicht bij het in het verkeer brengen van voedermiddelen onder meer de benaming en het woord "voedermiddel" op de verpakking of recipiënt of op een begeleidend document te vermelden. De aanduidingen moeten goed zichtbaar, duidelijk leesbaar en onuitwisbaar zijn.
Deel B van de bijlage bij de Richtlijn 96/25/EG van de Raad van
de Europese Unie bevat een niet-limitatieve lijst van de
belangrijkste in de EU gebruikte voedermiddelen. Voedermiddelen die
in deze lijst zijn opgenomen mogen uitsluitend onder de in die
lijst gegeven benaming in het verkeer worden gebracht.
De Kaderwet diervoeders verstaat onder mengvoeders: mengsels van
voedermiddelen. Mengvoeders worden onderverdeeld in:
- volledige diervoeders,
- aanvullende diervoeders,
- mineralenmengsels,
- melassevoeders en
- kunstmelkvoeders.
In de Kaderwet diervoeders, het Besluit diervoeders en de
Regeling diervoeders zijn onder meer regels gesteld voor de
etikettering van mengvoeders. De ondernemer is verplicht bij het in
het verkeer brengen van mengvoeders onder meer de volgende
informatie op de verpakking, de recipiënt, een daaraan bevestigd
etiket of een begeleidend document te vermelden:
- de benaming volledig diervoeder, aanvullend diervoeder,
mineralenmengsel, melassevoeder, volledig kunstmelkvoeder,
aanvullend kunstmelkvoeder of volledig dieetvoeder al naar gelang
de aard van het mengvoeder;
- de diersoort of categorie dieren waarvoor het mengvoeder bestemd
is;
- de gebruiksaanwijzing.
De aanduidingen moeten goed zichtbaar, duidelijk leesbaar en
onuitwisbaar zijn.
De in de Kaderwet diervoeders genoemde toevoegingsmiddelen, voormengsels en vervangende voederproteïnen vallen niet onder de post, omdat deze producten in de Kaderwet niet als voedermiddel of mengvoeder zijn aangemerkt. De definities van deze producten luiden als volgt.
‘Toevoegingsmiddelen: stoffen of preparaten die in diervoeding
worden gebruikt:
1. teneinde;
- de eigenschappen van diervoeders of van de dierlijke producten
gunstig te beïnvloeden;
- te voldoen aan de voedingsbehoeften van dieren of de dierlijke
productie te verbeteren, met name door in te werken op de maag- en
darmflora of op de verteerbaarheid van de diervoeders;
- aan de voeding elementen toe te voegen die het makkelijker maken
om bijzondere voedingsdoelen te bereiken of tegemoet te komen aan
specifieke tijdelijke behoeften inzake voeding bij dieren, of
- door dierlijke uitwerpselen veroorzaakte hinder te voorkomen of
te beperken, of de leefomgeving van de dieren te verbeteren, en
2. niet zijnde:
- diergeneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de
Diergeneesmiddelenwet;
- een technisch hulpmiddel dat als stof in de verwerking van
voedermiddelen of van diervoeders wordt gebruikt om tijdens de
behandeling of verwerking aan een bepaalde technologische
doelstelling te beantwoorden en die kan leiden tot de onbedoelde
maar technisch onvermijdelijke aanwezigheid van residuen van deze
stof of derivaten ervan in het eindproduct op de voorwaarde dat
deze residuen geen gevaar voor de gezondheid opleveren en geen
technologische effecten op het eindproduct hebben, en
- stoffen die van nature aanwezig zijn in voedermiddelen in hun
normale samenstelling en die overeenstemmen met een op grond van
artikel 5 toegelaten stof, als het geen producten betreft die
speciaal verrijkt zijn met stoffen die met toevoegingsmiddelen
overeenstemmen.
Voormengsels: mengsels van toevoegingsmiddelen onderling of mengsels van een of meer toevoegingsmiddelen met stoffen die dragers vormen, die bestemd zijn voor de bereiding van diervoeders.
Vervangende voederproteïnen: voor vervoedering bestemde
producten die – als zodanig of verwerkt in diervoeders – volgens
bepaalde technische procédés worden vervaardigd met het oog op hun
directe of indirecte eiwitvoorziening.’
Voorbeelden van goederen die onder de post vallen:
- (meng)voeders voor konijnen, paarden en pelsdieren;
- duivenvoer dat is samengesteld uit granen en peulvruchten, ook als daaraan een kleine hoeveelheid oliehoudend zaad (maximaal 5%) is toegevoegd;
- voer voor andere vogels dan kippen, kalkoenen, enz. en duiven, zoals voer voor parkieten en kanaries, als dit voer voor minimaal 95% uit granen en voor maximaal 5% uit oliehoudende zaden bestaat. In alle andere gevallen is het voer voor parkieten, kanaries, en dergelijke aan het algemene tarief onderworpen;
- maagkiezel voor pluimvee, dit is een product dat bestaat uit grind dat is gewassen, gedroogd, gebroken, geschoond en daarna op de juiste grootte is gesorteerd en dient voor de bevordering van de spijsvertering van kippen en kuikens;
- grit, dit zijn gebrande en fijngemalen schelpen die aan kippen worden gevoerd voor de bevordering van de schaalvorming van de eieren;
- mengsel van grit en maagkiezel, eventueel met toevoeging van gemalen roodsteen;
- likblokken, dit zijn mineralenmengsels die worden gebruikt als aanvulling op diervoeding.
Onder het verlaagde tarief valt:
- een mengsel van grit en maagkiezel dat als "duivengrit" wordt gepresenteerd als en is bestemd voor de bevordering van de spijsvertering en de skelet- en eivorming van duiven;
- afvalvis (beschadigde of bedorven vis), visafvallen (zoals afvallen verkregen in visconservenfabrieken bij het verwerken van vis) en op visveilingen doorgedraaide vis, die onder meer aan eendenfokkers worden geleverd.
Voorbeelden van goederen die niet onder de post vallen:
- voedermiddelen voor gezelschapsdieren. Onder gezelschapsdieren worden verstaan: dieren behorend tot de soorten die normaal door de mens worden gehouden en gevoederd, maar niet gegeten, met uitzondering van dieren die dienen voor de productie van pelzen. (Meng)voeder voor honden, katten, hamsters, cavia’s, muizen, enz. kan daarom niet onder de post worden ingedeeld;
- duivensnoepzaad, dit is voer dat ongeveer 25% oliehoudend zaad bevat;
- (meng)voeders voor vogels in de vrije natuur en voer voor fazanten, die worden gefokt met het oog op de latere uitzetting in de natuur;
- visvoer;
- kuilvoerbewaarmiddelen en inkuilmiddelen.
Melasse en vinasse zijn als kuilvoerbewaar- en inkuilmiddel
(algemeen tarief) te gebruiken, maar ook als voedermiddel en
mengvoeder voor vee (verlaagd tarief). De specifieke aanwending van
deze producten blijkt uit de presentatie op de verpakking of de
vermelding in het begeleidend document. Alleen als een van de
aanduidingen als bedoeld in onderdeel 3.2 of onderdeel 3.3 op de
verpakking of in het begeleidend document is vermeld, valt het
product onder het verlaagde tarief.
De tekst van post a 45 luidt:
"vlas;"
Onder de post valt vlas, zowel ruw als in de verschillende bewerkingsstadia tot aan het spinnen.
Voorbeelden van goederen die onder de post kunnen worden gerangschikt:
- gebleekte en geverfde vlas;
- afvalvezels van vlas;
- rafelingen, ontstaan door het uitrafelen of scheuren van vodden, lompen, touwwerk en dergelijke tot vlasvezels;
- niet-gesponnen vezelbanden en voorgarens die zijn vervaardigd uit vlasafval.
Voorbeelden van goederen die niet onder de post vallen:
- gesponnen vlas;
- scheven (of lemen), dat zijn de houtachtige deeltjes die tijdens het productieproces worden afgescheiden;
- bepaald plantaardig vezelmateriaal dat niet als vlas in de zin
van deze post is aan te merken, maar dat soms wel vlas genoemd
wordt, bijvoorbeeld Indisch vlas (Abroma augusta) en
Nieuw-Zeelandse vlas of Nieuw-Zeelandse hennep (Phormium tenax).
De tekst van post a 46 luidt:
"wol, ruw en ongewassen;"
Wol, ruw en ongewassen, is de textielgrondstof die wordt
verkregen van de vacht van schapen en lammeren.
De tekst van post a 48 luidt:
"sierteeltproducten, te weten: bloembollen, bloemen,
planten en boomkwekerijproducten;"
Als bloembollen kunnen onder meer worden aangemerkt:
dahliaknollen, knollen van aronskelken en dahliastekken.
Onder bloemen in de zin van de post worden onder meer gedroogde bloemen, orchideeën, anthuriums en bloemboeketten begrepen.
Onder bloemen worden niet begrepen:
- geverfde bloemen (zowel verse snijbloemen als gedroogde bloemen);
- gedroogde plantaardige producten, al dan niet geverfd, zoals takken, twijgen, grassoorten, graansoorten, vruchten, papaverbollen, dennenappeltjes op tak, maïskolven en soortgelijke goederen;
- met geurstoffen gearomatiseerde melanges van gedroogd plantenmateriaal (gedroogde bloemknopjes en -blaadjes) die gewoonlijk in een open schaal worden gestrooid om een aangename geur te verspreiden;
- kunstbloemen (uit zijde, hout, plastic e.d. vervaardigde
bloemen).
Onder het begrip "planten" vallen alle sierteeltproducten die niet onder de categorieën boomkwekerijproducten, bloembollen of bloemen kunnen worden ingedeeld.
Onder planten in de zin van de post worden begrepen:
- vaste en niet vaste (één en meerjarige) planten;
- delen van planten, bijvoorbeeld loof en varens;
- stekmateriaal;
- krokussen en dergelijke die zijn gevat in eenvoudige glazen of plastic potjes of die zijn verpakt in kartonnen doosjes die al dan niet zijn voorzien van een cellofaanvenster;
- door veilingen en dergelijke geleverde plantjes in bakelieten of aardewerk potten;
- aquariumplanten;
- graszoden.
Onder boomkwekerijproducten in de zin van de post worden begrepen:
- houtgewassen geleverd in hun geheel of als entrijzen, ongewortelde stekken of oculeerogen, in levende staat en niet vervroegd;
- wortelstokgewassen;
- vaste planten die niet in knop- en bloemdragende toestand verkeren;
- bladeren, groen en al of niet in bloeiende toestand verkerende takken, bijvoorbeeld seringentakken, die van houtgewassen zijn afgesneden;
- rozenzetlingen, dit zijn producten die zijn samengesteld uit een stokje van een (wilde) roos waarop een takje van een gecultiveerde roos wordt geënt;
- naaldbomen, ook als zij worden gebruikt als kerstboom.
Bloemstukken en dergelijke (bloemwerken, kerststukjes,
feestkransen, grafkransen, graftakken en dergelijke werken, die
zijn samengesteld uit verse, geprepareerde of gedroogde bloemen,
bladeren, takken, schors en dergelijke, eventueel in combinatie met
levende planten) vallen in principe niet onder de post. Ze vormen
één goed, waarbij de samenstellende delen hun zelfstandigheid
hebben verloren.
Voor kleinhandelaren die de verschuldigde belasting van niet zelf vervaardigde goederen berekenen volgens één van de forfaitaire berekeningsmethoden van artikel 16 van het uitvoeringsbesluit, keur ik onder voorwaarde om praktische redenen het volgende goed.
Goedkeuring
Kleinhandelaren die bloemstukken, bloemwerken en dergelijke zelf
samenstellen berekenen voor deze goederen de verschuldigde
belasting volgens de berekeningsmethode van artikel 16 van het
uitvoeringsbesluit. Zij gaan uit van de inkopen van de
samenstellende delen en laten artikel 17 van het uitvoeringsbesluit
buiten beschouwing. Hierdoor komt het tarief van de ingekochte
bestanddelen tot uiting in de belasting die bij verkoop
verschuldigd is.
Voorwaarde
Als voor de levering van bloemstukken een factuur wordt uitgereikt,
wordt de vergoeding op deze factuur op dezelfde manier gesplitst.
Als een dergelijke splitsing op ernstige bezwaren stuit, moet de
omzetbelasting op de factuur beperkt blijven tot 6/106 van het
bedrag dat over de levering van het bloemstuk in rekening is
gebracht. Dit heeft echter geen gevolgen voor de berekening van de
verschuldigde belasting.
De goedkeuring geldt ook voor ondernemers die de verschuldigde belasting niet berekenen volgens één van de forfaitaire berekeningsmethoden van artikel 16 van het uitvoeringsbesluit. Zij mogen de verschuldigde belasting berekenen in de verhouding van de inkoopwaarden van de bestanddelen, die in het bloemstuk zijn verwerkt.
De ondernemer die de door hem verschuldigde belasting moet
voldoen volgens het zogenoemde factuurstelsel en voor wie de
hiervoor bedoelde berekeningswijze niet geldt, moet in beginsel
voor de levering van de bloemstukken over de vergoeding het
algemene tarief in rekening brengen. In verband met de hiervoor
getroffen regeling voor ondernemers die het zogenoemde kasstelsel
toepassen, keur ik het volgende goed.
Goedkeuring
De ondernemer die de door hem verschuldigde belasting voldoet
volgens het zogenoemde factuurstelsel past net als de ondernemer
die het kasstelsel toepast, een overeenkomstige splitsing toe.
Ik keur om praktische redenen onder voorwaarde het volgende goed.
Goedkeuring
Ik keur goed dat de volgende door groothandelaren (veilingen)
geleverde producten in hun geheel aan het verlaagde tarief zijn
onderworpen:
- eenvoudige bloemstukken (zowel bloemstukken die uit snijbloemen bestaan als droogbloemstukken) en schaaltjes met planten;
- planten, coniferen en dergelijke die in eenvoudige potten, flessen etc. worden geleverd;
- kerststukjes;
- feest- en grafkransen en graftakken.
Voorwaarde
Als voorwaarde geldt dat het gaat om producten die door de
groothandelaar worden verkocht voor maximaal € 7 exclusief
omzetbelasting. De producten moeten zijn bestemd om door de
kleinhandel zonder verdere be- of verwerking te worden
doorverkocht. Leveringen die groothandelaren rechtstreeks aan
particulieren verrichten vallen ook onder de goedkeuring.
De aanleg, de uitbreiding en het onderhoud van tuinen, parken en sportvelden en dergelijke door bijvoorbeeld hoveniers zijn diensten die belast zijn naar het algemene tarief. De levering van de benodigde materialen gaat op in deze dienst.
De levering van sierteeltproducten wordt afgesplitst van de
overige prestaties. De dienst van het plantklaar maken van de tuin
- inclusief het verstrekken van meststoffen, turf- en tuinaarde,
grind, tegels, flagstones, hout en andere materialen - valt onder
het algemene tarief. De levering van de sierteeltproducten is
onderworpen aan het verlaagde tarief. Voor de diensten bestaande in
het verzorgen van plantenbakken in kantoren, inrichtingen, openbare
gebouwen en dergelijke en het vervangen van de in die bakken
aanwezige planten, kan het verlaagde tarief toepassing vinden.
Bomen of planten die zijn bestemd voor de uitpoot van groenten en fruit, vallen onder post a 3.
De voor de teelt van sierteeltproducten bestemde zaden vallen
onder post a 41.
De goedkeuring van onderdeel 4 van post a 41 kan worden
toegepast bij de licentievergoeding die wordt betaald aan de houder
van een kwekersrecht op enthout.
De tekst van post b 1 luidt:
"het herstellen van de in de posten a 31 en a 34 tot en
met a 37 bedoelde goederen;"
Herstellen moet worden uitgelegd naar spraakgebruik. Onder
herstellen mag ook worden begrepen het "preventieve"
onderhoud. Dit zijn werkzaamheden die noodzakelijk zijn of worden
geacht om de goederen gebruiksklaar te maken of te houden
(opknappen van goederen daaronder begrepen).
De tekst van post b 2 luidt:
" de verhuur van de in de post a 30 bedoelde
goederen;."
In de toelichting bij post a 30 is aangegeven wat moet worden
verstaan onder boeken en dagbladen, weekbladen, tijdschriften en
andere tenminste driemaal per jaar periodiek verschijnende
uitgaven. Ik keur goed dat het verlaagde tarief ook geldt voor het
verhuren of uitlenen van cassettes, waarop boeken, dagbladen,
weekbladen, tijdschriften en andere ten minste driemaal per jaar
periodiek verschijnende uitgaven zijn ingesproken.
In bibliotheken worden behalve boeken en dergelijke ook cd’s,
dvd’s en dergelijke gegevensdragers verhuurd. De jaarlijkse
bijdragen van de leden zijn in die gevallen voor een deel naar het
verlaagde en voor een deel naar het algemene tarief belast. De
verdeelsleutel wordt gevonden door het aantal uitleenbewegingen van
beide categorieën goederen vast te stellen.
De tekst van post b 3 luidt:
" het geven van gelegenheid tot sportbeoefening en
baden;"
De post gaat over het verlenen van het recht gebruik te maken
van een sportaccommodatie die dient voor de actieve sportbeoefening
door de mens.
Onder de tabelpost valt de prestatie die gekenmerkt wordt door het ter beschikking stellen van een sportaccommodatie aan sporters. Dit is het geval als voldaan is aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
- het gebruik van de accommodatie is voor de afnemer van de prestatie beperkt tot het daarin beoefenen van sport;
- de afnemer gebruikt de accommodatie om zelf te sporten of om anderen onder zijn/haar leiding te laten sporten. Zo is de post ook van toepassing als de afnemer een (sport)vereniging is die haar leden gelegenheid geeft te sporten of een school die de leerlingen laat sporten;
- het onderhouden, schoonmaken of beveiligen van de accommodatie wordt verzorgd door of vanwege de exploitant van de sportaccommodatie;
- samen met de accommodatie moeten ook de attributen, die
noodzakelijk zijn voor het beoefenen van de sport, door of vanwege
de exploitant aan de sporter(s) ter beschikking worden gesteld. Bij
bepaalde sporten is het gebruikelijk dat de sporters zelf bepaalde
sportattributen (bijvoorbeeld tennisrackets)
meenemen. In die gevallen kan niet aan de exploitant van de
sportaccommodatie worden tegengeworpen dat hij/zij die attributen
niet ter beschikking stelt;
- er zijn aanvullende voorzieningen die de prestatie van het
geven van ge-legenheid tot sporten in een sportaccommodatie
begeleiden, zoals bij-voorbeeld de aanwezigheid van kleed- en
doucheruimten en sanitaire voorzieningen.
In dergelijke gevallen is geen sprake van de vrijgestelde verhuur
van een onroerende zaak. Deze uitleg is onder meer gebaseerd op
rechtspraak van het HvJ EG in de zaak Stockholm Lindöpark (arrest
van 18 januari 2001, zaak C-150/99), waarin het Hof de volgende
aanwijzingen geeft:
- vrijstellingen moeten strikt worden uitgelegd;
- alle omstandigheden waaronder een handeling wordt verricht moeten in aanmerking worden genomen om daaruit de kenmerkende elementen naar voren te halen;
- diensten, verband houdende met de sportbeoefening moeten zoveel mo-gelijk als één geheel worden beschouwd;
- het beheer van een terrein waarop de sport wordt beoefend, behelst in het algemeen niet alleen het passief ter beschikking stellen van een terrein;
- aan de terbeschikkingstelling van een terrein waarop de sport
wordt beoe-fend, zullen in de regel beperkingen worden verbonden
met betrekking tot het doel en de duur van het gebruik.
Een sportaccommodatie in de zin van de post is een onroerende
zaak die is ingericht voor de actieve sportbeoefening door de mens.
Voorbeelden zijn: een ijs-, ski-, kart- en golfbaan, een manege,
een sporthal, een atletiekbaan en een fitnesscentrum. Ook openbare
ruimtes, zoals wegen, bossen en een vliegveld bestemd voor een
zweefvliegvereniging en dergelijke kunnen een sportaccommodatie
vormen als deze ruimtes voor de duur van de sportbeoefening zijn
gereserveerd voor sportbeoefening. Dat kan bijvoorbeeld het geval
zijn bij een marathon, een wandeltocht, een wielerwedstrijd of een
skeelertocht. Van belang daarbij is dat het parkoers gereserveerd
is voor de sportbeoefenaars die van de organisatie het recht
krijgen gebruik te maken van de gereserveerde ruimte.
Wanneer openbare ruimtes zoals bijvoorbeeld een ruiterpad of een
zwemwater niet specifiek zijn gereserveerd vallen deze niet onder
post. Wanneer de sportbeoefening echter incidenteel buiten de
sportaccommodatie plaatsvindt keur ik uit praktische overwegingen
het volgende goed.
Goedkeuring
Ik keur goed dat het verlaagde tarief toepassing vindt als de
sportbeoefening onder begeleiding incidenteel buiten de
sportaccommodatie plaats vindt. Dat is bijvoorbeeld het geval als
vanuit de manege waar doorgaans paardrijles wordt gegeven een
buitenrit wordt gemaakt onder begeleiding van de instructeur. Of
als in het kader van een duikcursus die voor het grootste deel in
een zwembad wordt gegeven, een duikles in open water wordt
georganiseerd.
Verplaatsbare sportattributen zoals trampolines, klimwanden en
zeilboten zijn niet onroerend en niet als een sportaccommodatie aan
te merken.
Als de ondernemer die het recht verleent gebruik te maken van de sportaccommodatie op of in de sportaccommodatie les, instructie of begeleiding geeft, geldt het verlaagde tarief ook voor deze prestaties. Als de ondernemer niet het recht verleent gebruik te maken van de sportaccommodatie, maar wel les, instructie of begeleiding geeft, mist de post toepassing. Voorbeelden:
- een tennisleraar kan exclusief over een tennisbaan beschikken, bijvoor-beeld omdat hij die huurt. Op deze tennisbaan geeft hij tennislessen aan zijn klanten. De post is van toepassing;
- een zelfstandig werkende tennisleraar geeft tennislessen aan zijn klanten die lid zijn van een tennisvereniging. De leden maken op grond van hun lidmaatschapsrechten gebruik van de tennisbaan. De post is in dit geval niet van toepassing omdat de tennisleraar de sportaccommodatie niet zelf ter beschikking stelt;
- clinics in de schermschool van de ondernemer die de clinic
verzorgt, vallen onder de post. Wordt de clinic op locatie bij de
klant verzorgd of wordt de sportaccommodatie ter beschikking
gesteld door de klant, dan geldt het algemene tarief.
Of er sprake is van actieve sportbeoefening door de mens moet
aan de hand van het spraakgebruik worden beoordeeld.
Actieve sportbeoefening is de geregelde uitoefening van lichamelijke activiteiten die erop is gericht de fysieke prestaties door middel van training en wedstrijden te verbeteren.
Bij twijfel kan voor het onderscheid tussen sportbeoefening en
andere vormen van recreatie onder meer van belang zijn of voor de
activiteiten:
- organisaties (bonden en verenigingen) actief zijn, die zijn
aangesloten bij NOC/NSF;
- (spel)regels zijn vastgesteld;
- wedstrijden worden georganiseerd;
- sprake is van lokale activiteiten (recreatie) of van landelijke
activiteiten (sport).
Tai-chi is een vorm van actieve sportbeoefening. Tai-chi zijn
kalmerende praktische oefeningen, gericht op een natuurlijke manier
van bewegen en gebaseerd op een oosterse vechtsport. Bovendien
worden wedstrijden georganiseerd waar Tai-chi als vechtsport wordt
beoefend.
In het algemeen is yoga geen vorm van actieve sportbeoefening. Yoga
is een combinatie van beweging, rek-, ademhaling- en
ontspanningsoefeningen, gericht op de bevordering van het evenwicht
tussen lichaam en geest. Yoga vereist een lichamelijke en
geestelijke inspanning. Het meest kenmerkende element van yoga is
echter niet de actieve inspanning van lichaam of geest. Het is een
vorm van lichaamsbeweging en geestelijke inspanning, die zich
kenmerkt door ontspanning door middel van gedoseerde/gecontroleerde
lichaamshoudingen. Ook worden geen wedstrijden yoga gehouden. De
zogenoemde meditatieve yoga (zoals raja, bhaktii, inana, karma of
tantra yoga) valt dan ook niet onder de post. Daarentegen zijn
vormen van yoga, zoals hathayoga en iyengar yoga, die hoofdzakelijk
fysiek van aard zijn en die erop gericht zijn om door het trainen
van vaardigheid en kracht een goede conditie te ontwikkelen wel
onder de post te rangschikken. Een dergelijke vorm van yoga is wat
de aard en inspanning van de activiteiten betreft gelijk te stellen
aan bijvoorbeeld aerobics en gymnastiek (Hof Den Haag 2 juli 2009,
nr. BK-08/00479). Voor de beoordeling of de aangeboden yogalessen
onder de post vallen, is niet de benaming waaronder zij worden
aangeboden doorslaggevend maar de inhoud van de lessen.
Dansen valt in beginsel niet onder de post. Vormen van dansen die qua inspanning en activiteit vergelijkbaar zijn met andere vormen van actieve sportbeoefening vallen wel onder de post. Hierbij kan worden gedacht aan landelijke en regionale danswedstrijden, danscompetities, internationale danswedstrijden en danskampioenschappen onder de post worden gerangschikt. Deze wedstrijden worden normaliter georganiseerd door of onder auspiciën van de Nederlandse Algemene Danssportbond of de ANDOS (of de bij beide aangesloten organisaties) voor de bij die bonden aangesloten geregistreerde actieve wedstrijddansers. De speciale trainingen die voor deze wedstrijddansers worden georganiseerd kunnen ook onder post worden gerangschikt, mits daarbij aan alle voorwaarden voor toepassing van de post wordt voldaan.
Activiteiten die in het algemeen worden aangemerkt als spel en vermaak en waarbij dus het recreatieve karakter overheerst, vallen niet onder de post. Van dergelijke activiteiten is sprake bij bijvoorbeeld lasershooting, paintball, en dergelijke.
Als een activiteit naar spraakgebruik geen actieve sportbeoefening is, kan wel sprake zijn van een recreatieve prestatie die in bepaalde gevallen onder post b 14, onderdeel g, valt.
Omdat geen sprake is van actieve sportbeoefening vallen niet onder de post:
- het gelegenheid geven de spieren te versterken op bewegingsbanken, apparaten die door een elektromotor het lichaam of een deel daarvan in beweging brengen. Het lichaam verricht gedurende de behandeling geen actieve inspanning;
- sportmassage.
Sport waarbij de mens samen met een dier actief de sport
beoefent, is sport in zin van de post. Een voorbeeld is de
paardensport. Als de mens het dier alleen begeleidt bij zijn
sportieve prestatie, kan niet worden gesproken van actieve
sportbeoefening door de mens. De post mist daarom toepassing in
laatstgenoemde situaties. Voorbeelden zijn de duivensport en
hondenrennen.
Instellingen die zich bezighouden met het geven van gelegenheid
tot sportbeoefening en die al voor 1 januari 2002 gebruik maakten
van de per die datum vervallen vrijstelling van artikel 11, eerste
lid, onderdeel f, van de wet (vrijstelling voor niet winstbeogende
instellingen die zich bezighouden met het geven van gelegenheid tot
sportbeoefening), kunnen vrijgesteld blijven exploiteren tot het
moment waarop zij zelf willen overgaan tot exploitatie in de
belaste sfeer.
De post geldt voor de diensten door exploitanten van bad en
zweminrichtingen.
Tot 1 januari 1999 gold een vrijstelling voor bad- en
zweminrichtingen die geen winst beoogden (artikel 11, eerste lid,
onderdeel f, van de wet juncto bijlage B, post 11
uitvoeringsbesluit). Exploitanten die voor 1 januari 1999 gebruik
maakten van de vrijstelling, kunnen de zwembaden e.d. vrijgesteld
blijven exploiteren tot het moment dat zij zelf kiezen voor
toepassing van het verlaagde tarief.
Onder de post vallen bijvoorbeeld de diensten bestaande in het gelegenheid geven tot, het begeleiden bij of het toezicht houden op:
- zwangerschapszwemmen;
- therapeutisch zwemmen;
- floaten, een activiteit waarbij de floater zijn/haar lichaam laat drijven op warm water waarin zout is opgelost, en verder geen enkele activiteit uitoefent;
- het baden in zee vanuit een inrichting op het strand,
bestaande uit kleedhokjes, douches en sanitaire voorzieningen.
De diensten door exploitanten van sauna’s kunnen onder de post worden gerangschikt voor het verschaffen van gelegenheid tot het nemen van saunabaden. Als door exploitanten van sauna’s ook andere diensten worden verricht kunnen zich de volgende situaties voordoen:
- de diensten, zoals de verhuur van een badjas, zijn bijkomend en delen in de toepassing van het verlaagde tarief voor het baden;
- de diensten zijn zodanig zelfstandig dat zij afzonderlijk beoordeeld moeten worden. Zo zal het door de exploitant van de sauna-inrichting tegen vergoeding gelegenheid geven om gebruik te maken van een zonnebank zijn belast naar het algemene tarief;
- de andere diensten overheersen de dienst van het gelegenheid geven tot baden in die mate dat sprake is van een onsplitsbaar geheel van prestaties dat niet onder de post valt. Zo valt een schoonheidsbehandelingkuur waarbij een saunabad, naast de diverse massages, huidbehandelingen en dergelijke, slechts één van de onderdelen is, niet onder de post .
In een aantal openbare zwembaden is het voor bezoekers mogelijk om tegen betaling gebruik te maken van tweepersoons stoombadcabines. Het ter beschikking stellen van een stoombadcabine staat gelijk aan het geven van gelegenheid tot een saunabad.
Het beheren van een aan een ander in eigendom toebehorende bad
en zweminrichting valt niet onder de post.
De post geldt ook voor bijkomstig dienstbetoon, zoals
bijvoorbeeld het ter beschikking stellen van een kluisje, door de
ondernemer die gelegenheid geeft tot sportbeoefening of baden.
De tekst van post b 4 luidt:
"het herstellen van fietsen;"
Onder “fiets” moet worden verstaan: een rijwiel zonder
hulpmotor. Voor de toepassing van het verlaagde tarief zijn ook de
zoemfietsen, fietsen met een elektrisch of motorisch aangedreven
trapondersteuning (zoals de Epacs en Saxonette), als fiets aan te
merken. De Spartamet wordt ook als een fiets aangemerkt.
Driewielers voor invaliden zijn als invalidenwagentjes aan te
merken. De levering daarvan valt op grond van post a 34 onder het
verlaagde tarief. Het repareren van deze driewielers is ook naar
het verlaagde tarief belast (post b 1). Het verlaagde tarief kan
niet worden toegepast op het herstellen van hoofdzakelijk motorisch
voortbewogen "fietsen", zoals snor-, en bromfietsen en
bromscooters.
Onder het “herstellen” van fietsen moet worden verstaan: het door fietsenmakers verrichten van reparaties aan fietsen, zoals het vervangen van onderdelen, het plakken van banden en het verrichten van (preventief) onderhoud. Het verlaagde tarief is alleen van toepassing op de door de fietsenmaker verrichte arbeid (de eigenlijke reparatiedienst). De levering van fietsen, fietsonderdelen en accessoires is altijd belast naar het algemene tarief.
Bij het repareren of vervangen van fietsonderdelen of het
aanbrengen van accessoires moet de fietsenmaker het in rekening
gebrachte arbeidsloon (verlaagd tarief) afsplitsen van de geleverde
onderdelen (algemeen tarief). Daar waar naast de dienst een
levering van materialen is te onderscheiden, is op de levering
steeds het algemene tarief van toepassing. Op deze splitsingsregel
bestaat één uitzondering: het ondersteunend materiaal dat de
fietsenmaker verbruikt bij het verrichten van reparaties aan
fietsen. Dergelijk materiaal deelt in het verlaagde tarief dat
geldt voor de reparatiedienst. Te denken valt aan plakmateriaal dat
wordt verbruikt bij het plakken van fietsbanden of olie en vet dat
wordt verbruikt bij het smeren van een fietsketting.
De toepasselijkheid van het verlaagde tarief moet aan de hand
van de administratie aannemelijk worden gemaakt. Dit kan
bijvoorbeeld met de afschriften van doorlopend genummerde
reparatiebonnen of rekeningen, als het arbeidsloon en de onderdelen
hierop zijn gespecificeerd.
De tekst van post b 5 luidt:
"het herstellen van schoeisel en lederwaren;"
Onder schoeisel moet worden verstaan: allerlei soorten
voetbedekking, zoals (sport)schoenen, laarzen, sandalen, pantoffels
en skischoenen. Ook schaatsen, rollerskates, inlineskates en
dergelijke zijn deels, voor het schoengedeelte, als schoeisel aan
te merken. Voor de toepassing van de post is niet van belang uit
welk materiaal het schoeisel is vervaardigd.
Het begrip lederwaren omvat uit leer vervaardigde kleine(re)
gebruiksartikelen, zoals leren koffers en tassen, jassen,
handschoenen, portemonnees en ceintuurs. Het herstellen van grote
leren gebruiksartikelen zoals leren meubels en leren zadels voor
rijdieren valt niet onder de post.
Bij het herstellen van schoeisel en lederwaren gaat het bijvoorbeeld om het repareren van stiksel of scheuren, lijmen, verven, het (opnieuw) waterafstotend maken of het verzolen. Van herstelwerkzaamheden is geen sprake bij bijvoorbeeld het slijpen en het recht maken van schaatsen. Deze prestaties vallen niet onder de post.
Als regel worden herstelwerkzaamheden aan schoeisel en lederwaren uitgevoerd door schoenmakers. Ook andere ondernemers die schoeisel en lederwaren repareren (bijvoorbeeld lederwarenwinkels) kunnen voor hun reparaties het verlaagde tarief toepassen. Als de reparatie in onderaanneming wordt verricht, is het verlaagde tarief zowel in de relatie hoofdaannemer-opdrachtgever als in de relatie hoofdaannemer-onderaannemer van toepassing.
Artikelen die los worden verkocht door schoenmakers,
lederwarenwinkels e.d., (zoals veters, schoenzolen en -hakken,
schoencrème, sleutels, spuitbussen voor het waterafstotend maken
van schoeisel) zijn aan het algemene tarief onderworpen.
De tekst van post b 6 luidt:
"het herstellen en vermaken van kleding en
huishoudlinnen;”
Onder huishoudlinnen wordt verstaan alle textielartikelen, die
in het huishouden worden gebruikt, zoals vitrage, gordijnen,
dekens, (tafel)lakens, handdoeken en badlakens. Vloerkleden,
karpetten en de bekleding van banken en stoelen zijn niet als
huishoudlinnen aan te merken.
Zowel het herstellen als het vermaken van kleding valt onder het verlaagde tarief. Als herstelwerkzaamheden kunnen worden aangemerkt het dichtmaken van gaten en scheuren en het vervangen van knopen, ritssluitingen en voering. Het vermaken van kleding is het anders maken daarvan. Van het vermaken van kleding is bijvoorbeeld sprake bij het langer of korter maken van mouwen, broekspijpen enz. en bij het innemen of uitleggen van broeken, rokken en dergelijke. Zowel het vermaken van gebruikte kleding als van nieuwe kleding valt onder het verlaagde tarief.
Voorbeelden van diensten met betrekking tot kleding en
huishoudlinnen die niet onder de post vallen zijn: het wassen,
chemisch reinigen, stomen en persen van kleding en/of
huishoudlinnen, of het borduren/appliqueren van kleding en/of
huishoudlinnen. Ook het in opdracht vervaardigen van kleding en/of
huishoudlinnen, al dan niet onder het ter beschikking stellen van
stoffen door de opdrachtgever, valt niet onder het verlaagde
tarief.
De tekst van post b 7 luidt:
"de diensten die door kappers als zodanig worden
verricht;”
Diensten die door kappers als zodanig worden verricht zijn handelingen die een kapper gewoonlijk aan menselijk haar verricht zoals knippen, wassen, föhnen, verven, permanenten, scheren en het trimmen van baarden.
De producten die kappers verbruiken bij het behandelen van het haar (zoals shampoo, haarverf, permanentvloeistof, crème en gel) delen in de toepassing van het verlaagde tarief. Goedkope haarversieringen die in een kapsel worden verwerkt en die niet afzonderlijk in rekening worden gebracht (zoals strikken, linten, kralen en veertjes), kunnen delen in het verlaagde tarief voor de diensten door kappers. Ook het aanbrengen van zgn. haarextensies (haarstrengen die in het eigen haar worden verwerkt) en het aanmeten en reviseren van pruiken en toupets zijn als diensten door kappers aan te merken en vallen onder het verlaagde tarief. Hierbij is alleen de door de kapper verrichte arbeid naar het verlaagde tarief belast; de levering van het materiaal (de haarextensie, pruik of toupet) is aan het algemene tarief onderworpen.
Haarverzorgingsproducten (zoals shampoo, haarverf, permanentvloeistof e.d.) die door kappers “los” worden verkocht, zijn onderworpen aan het algemene tarief. Hetzelfde geldt voor losse gebruiksartikelen die door kappers worden verkocht (bijv. oorbellen, haarspeldjes e.d.).
De diensten die niet eigen zijn aan c.q. kenmerkend zijn voor
het kappersbedrijf, zoals schoonheidsbehandelingen en
lichaamsverzorging zijn aan het algemene tarief onderworpen. Het
gaat hier bijvoorbeeld om het aanbrengen van make-up (bruidsmake-up
e.d.), het uitbrengen van kleur- en make-upadviezen, het manicuren
en pedicuren, het gelegenheid geven tot het gebruik van de
zonnebank en dergelijke. Ook het verzorgen van haar van
(huis)dieren (zoals het trimmen van honden) valt buiten het begrip
“diensten die door kappers als zodanig worden verricht”.
De tekst van post b 8 luidt:
"het schilderen en stukadoren van woningen na meer dan
twee jaren na het tijdstip van eerste ingebruikneming;”
Woningen zijn onroerende zaken die zijn bestemd voor permanente bewoning door particulieren. Het tijdelijk leegstaan ontneemt aan de onroerende zaak niet haar karakter van woning.
Het maakt niet uit of de onroerende zaak eigendom is van de bewoner of dat hij de onroerende zaak huurt.
Bij een (semi-) permanent verblijf in bijvoorbeeld een bejaarden-, verpleeg- of verzorgingsinstelling, worden de ruimten in die instelling die ter beschikking staan van de bewoner aangemerkt als woning in de zin van de post.
Als woning zijn verder aan te merken de aanleunwoning, de studentenflat, het klooster voor zover in gebruik voor permanente bewoning en de zogenoemde “tweede” woning als permanente bewoning daarvan is toegestaan.
Garages, schuren, serres, aan- en uitbouwen, tuinhekken en dergelijke vallen onder het begrip woning als zij zich bevinden op hetzelfde perceel als de woning. Garages die tot hetzelfde gebouwencomplex behoren als woningen (bijv. parkeergarages onder door particulieren bewoonde flats in een flatgebouw) worden ook tot de woning gerekend.
De gemeenschappelijke ruimtes in appartementen, bejaardentehuizen/ aanleunwoningen, verpleeg- en verzorgingsinstellingen e.d. (zoals de hal, het trappenhuis, de eetzaal, de recreatieruimte e.d.) volgen het regime dat geldt voor de particuliere woongedeelten.
Niet als woning zijn aan te merken:
- bedrijfsgebouwen en -ruimtes;
- afzonderlijke garageboxen;
- vakantiewoningen waarvan permanente bewoning niet is toegestaan;
- hotels/pensions;
- woonboten/woonwagens;
- asielzoekerscentra;
- ziekenhuizen;
- internaten.
Panden die deels als woning en deels als bedrijfspand worden
gebruikt (bijvoorbeeld woon/winkelpanden) mogen in hun geheel als
woning worden aangemerkt. Daarbij geldt de voorwaarde dat die
panden voor meer dan 50% voor particuliere bewoning worden
gebruikt. Bij een percentage van 50% of minder mag het deel dat
voor particuliere bewoning wordt gebruikt voor de toepassing van
het tarief worden afgesplitst.
Vanaf 1 januari 2010 is het toepassingsgebied van het verlaagde btw-tarief voor het schilderen en stukadoren van woningen ouder dan 15 jaar verruimd naar woningen van 2 jaar en ouder na het tijdstip van eerste ingebruikneming. Overigens was vooruitlopend op deze wetswijziging met ingang van 15 september 2009 goedgekeurd dat het verlaagde tarief wordt toegepast op het schilderen en stukadoren van woningen van 2 jaar en ouder na eerste ingebruikneming.
Voor de bepaling van de eerste ingebruikneming wordt uitgegaan van het feitelijk voor het eerst en op duurzame wijze gebruik maken van de woning overeenkomstig de objectieve bestemming daarvan. Bij een pand dat niet vanaf het begin als woning in gebruik is geweest, is bepalend het tijdstip waarop het pand voor het eerst als woning in gebruik is genomen. Te denken valt aan een oud monumentaal pakhuis dat tot een appartementencomplex is omgebouwd. Wordt een pand in verschillende stadia tot woning omgevormd, dan moet ter bepaling van de “leeftijd” van die woning zijn voldaan aan de voorwaarde dat zij voor minimaal 50% bestaat uit delen die ouder zijn dan 2 jaar.
Om het verlaagde tarief te kunnen toepassen moet de schilder of
stukadoor kunnen aantonen dat de woning twee jaar of ouder is na
het tijdstip van eerste ingebruikneming, bijvoorbeeld met behulp
van een schriftelijke verklaring van de opdrachtgever.
Onder schilderen wordt in dit verband verstaan: het verwerken en
aanbrengen van een verf- of schildersysteem. Met het aanbrengen van
een verf- of schildersysteem wordt gedoeld op het geheel van
werkzaamheden dat samenhangt met het voorbehandelen van een
bepaalde ondergrond en het in aansluiting daarop afwerken van die
ondergrond met bepaalde verfproducten (zoals lakverven, vernissen
en beitsen). Uit deze omschrijving volgt dat de voorbereidings- en
voorbehandelingswerkzaamheden die een schilder moet verrichten
voordat hij kan overgaan tot het eigenlijke schilderwerk, ook onder
het verlaagde tarief vallen.
Onder de voorbereidings- en voorbehandelingswerkzaamheden bij schilderwerk vallen:
- het schoonmaken, wassen, ontvetten, afbranden, afbijten en schuren van de te schilderen ondergrond;
- zgn. “preventief onderhoud”, d.w.z. het repareren van de te schilderen ondergrond met materiaal dat van een andere aard is dan het oorspronkelijke materiaal waaruit de ondergrond bestaat. Bij een houten ondergrond valt te denken aan het herstel met verfproducten en pasteuze materialen zoals plamuur en houtrotrenoveerpasta’s (vooral epoxypasta’s). Bij een betonnen ondergrond gaat het om (kleinschalig) herstel met kunststofgebonden mortels;
- het herstel van omtrekspelingen (d.w.z. het afschaven van ramen en deuren vanwege de laagdikte en kleefkracht van verf);
- kitwerk dat een onderdeel vormt van het verfsysteem (d.w.z het dichtkitten van openstaande verbindingen in de te schilderen ondergrond en het vervangen/herstellen van de kitvoeg tussen het glas en het raam- of deurkozijn);
- het stralen van vooral metalen en betonnen ondergronden, voor zover beperkt tot het handmatig of mechanisch reinigen en verwijderen van oude verflagen, binnen dezelfde opdracht, gevolgd door het aanbrengen van een verfproduct;
- het afplakken van de omgeving van de te schilderen ondergrond c.q. het afdekken van ruimtes waarbinnen schilderwerk plaatsvindt (met afplaktape, plastic e.d.).
De hiervoor bedoelde voorbereidings- en
voorbehandelingswerkzaamheden worden meestal niet afzonderlijk aan
de opdrachtgever gefactureerd, maar zijn in de prijs voor het
schilderwerk verwerkt.
Het eigenlijke schilderwerk omvat de volgende werkzaamheden:
- het verwerken en aanbrengen van impregneer- en voorstrijkmiddelen, grondverf, hechtprimer e.d.;
- het verwerken en aanbrengen van lakverf, structuurverf, vernis, beits, betonverf e.d. op de ondergrond.
‘Verwerken en aanbrengen’ in de hiervoor bedoelde zin kan
gebeuren met allerlei hulpmiddelen, zoals de spuit, de kwast en de
roller. Ook het schilderen via gieten en dompelen kan als
“verwerken en aanbrengen” worden aangemerkt.
De werkzaamheden die te ver afstaan van het eigenlijke schilderwerk zijn aan het algemene tarief onderworpen. In dit verband zijn onder meer de volgende werkzaamheden te noemen:
- zogenoemd curatief onderhoud, dat is het herstel van de te schilderen ondergrond met nieuwe, vervangende delen die bestaan uit een materiaal dat identiek is aan het oorspronkelijke materiaal van de ondergrond. Als curatief onderhoud is bijvoorbeeld aan te merken het aanbrengen van houten inzetstukken in houten kozijnen ter plaatse van hoekverbindingen en het vervangen van houten onderdorpels;
- het vervangen van ramen, deuren en kozijnen;
- kitverwerking als constructieve handeling, zoals het dichtmaken van dilataties, het afkitten van bouwelementen aan gevels en dergelijke;
- betonreparatie, dat is het grootschalig herstel van een betonnen ondergrond met materiaal dat identiek is aan het oorspronkelijke materiaal van de ondergrond;
- het stralen van stenen, metalen en betonnen ondergronden (bijvoorbeeld het schoonstralen van gevels);
- het impregneren en injecteren van stenen, metalen en betonnen ondergronden;
- het enkel herstellen van voegen in metselwerk;
- het aanbrengen van glas met de daarbij behorende werkzaamheden (zoals het plaatsen van glaslatten en het aanbrengen van kitwerk).
Het schuren en lakken van parketvloeren valt niet onder de post.
Bij parketvloeren is sprake van de bedekking van een (betonnen of
houten) vloer. Het schuren en lakken van (houten) vloeren die in
bouwkundig opzicht onderdeel uitmaken van de woning valt wel onder
de post.
De term stukadoren heeft betrekking op de volgende
werkzaamheden:
- de voorbereidings- en voorbehandelingswerkzaamheden die een
stukadoor moet verrichten voordat hij kan overgaan tot het
eigenlijke stucwerk;
- het eigenlijke stucwerk.
Als voorbehandelings- en voorbereidingswerkzaamheden bij stukadoorswerk zijn aan te merken:
- het lossteken van de loszittende stuclaag;
- het voorbereiden van de ondergrond ten behoeve van het (nieuw) aan te brengen stucwerk, zoals voorlijmen, impregneren, opruwen of reinigen en het stellen van de benodigde stukadoorsprofielen;
- het aanbrengen van zogenoemde pleisterdragers ten behoeve van onder meer plafondwerk, zoals stucanet, steengaas en stucplaten (speciale stukadoorsgipsplaten), zodat het stucwerk kan worden afgewerkt;
- het afplakken van de omgeving van de te stukadoren ondergrond c.q. het afdekken van ruimtes waarbinnen stukadoorswerkzaamheden plaatsvinden (met behulp van plastic, afplaktape e.d.).
De hiervoor bedoelde voorbereidings- en
voorbehandelingswerkzaamheden worden meestal niet afzonderlijk aan
de opdrachtgever gefactureerd, maar zijn in de prijs voor het
stukadoorswerk verwerkt.
Het eigenlijke stucwerk bestaat uit het herstellen van een bestaande stuclaag of het aanbrengen van een nieuwe stuclaag. Het gaat hier om het handmatig dan wel machinaal verwerken, aanbrengen en afwerken van één of meerdere lagen cement-, gips-, kalk- of kunststofgebonden pleister in pasteuze vorm. Bij pleister in pasteuze vorm valt te denken aan diverse soorten kant-en-klare mortels, sierpleister (bijv. spachtel, structuur- of decorpleister en marmerpleister) en aan spuitpleister (spack). Ook het aanbrengen van decoratieve lijsten, ornamenten en dergelijke aan wanden en plafonds, valt hieronder.
Met “verwerken, aanbrengen en afwerken” wordt gedoeld op iedere
toepassing van de bij het stukadoorswerk gebruikte hulpmiddelen,
zoals de spuit, kwast, roller en spaan.
De werkzaamheden die te ver afstaan van het specifieke
stukadoorswerk zijn aan het algemene tarief onderworpen. Te denken
valt aan het plaatsen van gipswanden, het aanbrengen van tegels op
wanden en het leggen van vloeren.
De bij het schilderen en stukadoren gebruikte materialen vallen
onder het verlaagde tarief.
Op wanden kan in plaats van stucwerk ook behang worden
aangebracht. De voorbereidende werkzaamheden voor het aanbrengen
van stucwerk en het aanbrengen van behang zijn identiek. Vanwege
die overeenkomst keur ik goed dat de noodzakelijke en direct met
behangen samenhangende voorbereidingswerkzaamheden worden belast
naar het verlaagde tarief als het een woning betreft die ouder is
dan 2 jaar. De goedkeuring geldt ook voor het aanbrengen van het
behang. De levering van het behang is onderworpen aan het algemene
tarief.
Voor de toepassing van het verlaagde tarief is het niet
noodzakelijk dat het schilder-/stukadoorswerk of behangen wordt
verricht door een schilders-/stukadoorsbedrijf of behanger: ook
aannemers, klusbedrijven enz. die (onderdelen van)
schilder-/stukadoorswerk of behangwerk uitvoeren mogen het
verlaagde tarief hanteren. Voor de toepassing van het verlaagde
tarief is het ook niet noodzakelijk dat de opdrachtgever een
particulier is: ook als bijvoorbeeld woningbouwcorporaties opdracht
geven tot het verrichten van schilder-/stukadoorswerk of
behangwerkzaamheden in particuliere woningen, geldt het verlaagde
tarief.
Als schilder-/stukadoorswerk of behangwerk in onderaanneming
wordt verricht (bijv. bij renovatieprojecten), is het verlaagde
tarief zowel in de relatie hoofdaannemer-opdrachtgever als in de
relatie hoofdaannemer-onderaannemer van toepassing.
Als schilder-/stukadoorswerk of behangwerk deel uitmaakt van een
bepaald aannemingswerk, mag het schilder-/stukadoorswerk of
behangwerk voor de tarieftoepassing worden afgesplitst. Voorwaarde
is dat het schilder-/stukadoorswerk of behangwerk op de door de
aannemer uitgereikte offerte en factuur wordt afgesplitst van het
overige werk.
De tekst van post b 9 luidt:
“het vervoer van personen per schip, het vervoer van
personen, bedoeld in artikel 1, onderdelen h, i en j, van de Wet
personenvervoer 2000, het vervoer met auto's voor de uitvoering
van trouwerijen, begrafenissen en crematies daaronder begrepen,
taxivervoer van personen over de weg anders dan per auto, en het
vervoer van personen met luchtvaartuigen indien de plaats van
vertrek en de plaats van bestemming in Nederland zijn gelegen voor
zover dat vervoer geschiedt met ballonnen of met luchtvaartuigen
die zijn ingericht voor het vervoer van zieken of gewonden;”
De tekst van artikel 1, eerste lid, onderdelen h, i en j van de
Wet personenvervoer 2000 luidt:
- h. openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer
volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of
een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig;
- i. besloten busvervoer: personenvervoer per bus, anders dan
bedoeld in onderdeel h;
- j. taxivervoer: personenvervoer per auto, anders dan bedoeld in
onderdeel h, tegen betaling.
Bij voertuigen die via een geleidesysteem worden voortbewogen, gaat het om voertuigen die zich voortbewegen langs daartoe in, op of boven de grond geconstrueerde (hulp)banen of kabels. Hieronder vallen onder meer trolleybussen, kabelbanen en magneettreinen.
Op de markt zijn er ook vormen van het tegen betaling vervoeren van personen over de weg (zijnde taxivervoer) anders dan per auto. Hierbij moet worden gedacht aan vervoermiddelen als een motortaxi, tuktuk en fietstaxi. Ook deze vormen van taxivervoer vallen onder de post.
Diensten waarbij de klant door een ondernemer wordt opgehaald
met zijn eigen auto of een taxi, waarin een tweede chauffeur
meerijdt, zijn niet aan te merken als taxivervoer in de zin van de
post. In die gevallen zorgt de ondernemer ervoor dat de klant en
zijn auto worden vervoerd naar de plaats die de klant bepaalt.
Het begrip vervoer van personen moet naar spraakgebruik worden uitgelegd.
Onder “vervoer van personen” vallen bijvoorbeeld vistrips. Dat is zowel het geval als sportvissers met een schip naar een vislocatie worden gebracht waar zij – aan boord van dat schip – in de gelegenheid worden gesteld om te vissen als wanneer de sportvissers in een boot door een ander schip worden gesleept naar de vislocatie.
Ik keur goed dat het vervoer van personen met door paarden voortbewogen rijtuigen onder de post valt.
Voorbeelden van diensten die niet onder de post vallen:
- het beoefenen van de zeilsport op individuele basis of door een klein aantal personen, al dan niet onder leiding van een schipper;
- het tegen vergoeding gebruik laten maken van een tolweg;
- de enkele verhuur van een autobus;
- de dienst bestaande in de verkoop van buskaarten;
- het ter beschikking stellen van paarden voor paardrijlessen.
Met ingang van 1 januari 2002 is het verlaagde tarief niet
langer van toepassing op het binnenlandse vervoer van personen met
luchtvaartuigen. Dit geldt echter niet voor ballonvaarten en
vluchten van ambulance- of traumahelikopters.
De tekst van post b 10 luidt:
"het geven van gelegenheid tot kamperen binnen het
kader van het kamp en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die
daar slechts voor een korte periode verblijf houden;"
Het begrip “kamp- en vakantiebestedingsbedrijf” moet naar
spraakgebruik worden uitgelegd. Zo is sprake van een
vakantiebestedingsbedrijf als een stacaravan die de eigenaar zelf
gebruikt en die op een gehuurde plaats staat, ook regelmatig aan
derden wordt verhuurd. Hierbij geldt niet de voorwaarde dat de
verhuurder de bijkomende diensten verricht die campingbedrijven
normaliter wel verrichten.
Het geven van gelegenheid tot kamperen in de zin van de post
moet worden uitgelegd naar spraakgebruik. In elk geval behoort
hiertoe het geven van gelegenheid tot het plaatsen van tenten,
caravans en zomerhuisjes.
Onder de post valt ook het verhuren in het kader van het kamp en
vakantiebestedingsbedrijf van afgebakende stukjes grond waarop de
huurders semi permanente huisjes bouwen of stacaravans plaatsen. De
huurders huren de stukjes grond meestal voor meerdere jaren en
hebben het recht gebruik te maken van de accommodatie van het
bedrijf (toiletgelegenheid, speelterrein, parkeerplaats enz.). Het
feit dat de mogelijkheid tot overnachten gedurende de winterperiode
ontbreekt, doet aan de toepassing van het verlaagde tarief niet
af.
Niet onder de post vallen de volgende prestaties:
- het geven van gelegenheid tot het plaatsen van tenten en badcabines of strandhuisjes op het strand evenals de verhuur van badcabines of strandhuisjes op het strand;
- het bieden van gelegenheid aan kortkampeerders (meestal
watersporters) tot plaatsing van hun caravan, camper of boot op
speciaal daartoe ingerichte parkeerplaatsen op de camping tijdens
hun afwezigheid.
De volgende prestaties door de exploitant van het kamp- en
vakantiebestedingsbedrijf verricht aan hun gasten vallen onder de
post:
- het verstrekken van gas, elektriciteit en/of water;
- het geven van gelegenheid tot douchen en tot het wassen en drogen
van kleding;
- het geven van gelegenheid tot het plaatsen van een auto.
Niet onder de post vallen verder de volgende prestaties:
- het enkel gelegenheid geven tot parkeren van vervoermiddelen;
- de verhuur van tenten aan niet-campinggasten;
- de levering van campinggas in standaard gasflessen;
- de gelegenheid geven tot winterstalling.
De activiteiten van watersportbedrijven bestaan onder meer uit
de verhuur van ligplaatsen voor vaartuigen en de verhuur van aan
het water gelegen percelen grond, een en ander voor recreatieve
doeleinden. In het algemeen mist de post toepassing op deze
prestaties omdat geen sprake is van het gelegenheid geven tot
kamperen. Alleen als de prestatie bestaat uit de verhuur van een
stuk grond waarop de gelegenheid wordt gegeven een tent of een
caravan te plaatsen, kan deze onder de post worden gerangschikt.
Als personen die slechts voor een korte periode in een kamp en
vakantiebestedingsbedrijf verblijf houden zijn aan te merken
degenen die als gast in het bedrijf verblijven zonder het
middelpunt van hun maatschappelijk leven daarheen over te brengen.
Voor het begrip korte periode en verblijf is dus de duur en de aard
van het verblijf bepalend. Van “verblijf voor een korte periode” is
in ieder geval sprake als de gast feitelijk maximaal zes maanden
verblijf houdt (zie ook post B 11, onder 4). De post is
bijvoorbeeld niet van toepassing als personen permanent wonen op
het vakantiebestedingsbedrijf.
De tekst van post b 11 luidt:
"het verstrekken van logies binnen het kader van het
hotel , pension en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die daar
slechts voor een korte periode verblijf houden;"
Onder het verstrekken van logies binnen de in de post genoemde accommodaties vallen:
- de seizoensverhuur van gemeubileerde kamers en gemeubileerde woningen;
- de verhuur van verblijfsruimte die is toegerust (volledig ingericht) om daarin kort te verblijven;
- de verhuur van gemeubileerde zomerhuisjes en stacaravans;
- het gedurende een zeiltocht verstrekken van logies aan boord van een met schipper en bemanningslid gehuurd zeilschip.
Voor de toepasselijkheid van de post op bijkomende prestaties
wordt verwezen naar onderdeel 3.2 bij post b10.
Deze begrippen moeten naar spraakgebruik worden uitgelegd. Zo is sprake van een vakantiebestedingsbedrijf als een vakantiewoning, die door de eigenaar zelf wordt gebruikt, door hem ook regelmatig voor korte perioden aan derden wordt verhuurd. Hierbij geldt niet de voorwaarde dat deze verhuurder bijkomende diensten verricht, die hotel-, pension of campingbedrijven normaliter wel verrichten.
De post is ook van toepassing op het ter beschikking stellen van een vakantie-accommodatie aan een vakantiebestedings- of dergelijk bedrijf, dat de accommodatie gebruikt voor het verstrekken van logies aan personen die daar voor een korte periode verblijf houden.
De door ziekenhuizen geboden mogelijkheid om tegen vergoeding
gebruik te maken van een door het ziekenhuis of een afzonderlijke
instelling geëxploiteerd gastenverblijf wordt als het verstrekken
van logies in de zin van de post aangemerkt.
Als personen die slechts voor een korte periode verblijf houden
in een hotel , pension of vakantiebestedingsbedrijf zijn aan te
merken degenen die als gast in het hotel, pension enz. verblijven
zonder het middelpunt van hun maatschappelijk leven daarheen over
te brengen. Voor het begrip korte periode en verblijf is dus de
duur en de aard van het verblijf bepalend. Van een “verblijf voor
een korte periode” is in ieder geval sprake als de gasten feitelijk
maximaal zes maanden in de accommodatie verblijven. Bij verhuur
voor een langere periode dan zes maanden rust op de verhuurder de
bewijslast om jegens de inspecteur aannemelijk te maken, dat er
toch sprake is van een “verblijf voor een korte periode” zoals
hiervoor bedoeld. De post is niet van toepassing op de verhuur van
accommodatie aan personen die daarin permanent wonen.
De (enkele) verhuur aan het Centraal Orgaan voor de opvang van
Asielzoekers (het COA) of het ministerie van VWS van
(gemeubileerde) hotel-, pension-, kamp- en
vakantiebestedingsaccommodatie door hotel- en dergelijke
exploitanten voor de opvang van asielzoekers valt onder de post.
In dit verband speelt een rol, dat het verblijf van de asielzoekers
in de desbetreffende accommodatie ondanks de soms relatief lange
duur ervan, naar zijn aard als tijdelijk is te beschouwen.
De enkele verhuur van ongemeubileerde onroerende accommodaties buiten het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf (bijvoorbeeld kloosters en kantoorruimte) voor de tijdelijke opvang van asielzoekers valt niet onder de post. Deze verhuur is vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de wet.
De enkele verhuur van ongemeubileerde schepen voor de tijdelijke opvang van asielzoekers is aan te merken als de verhuur van roerende zaken. De post is niet van toepassing en de verhuur is onderworpen aan het algemene tarief, tenzij het desbetreffende schip is aan te merken als een zeeschip. In dat geval is op grond van onderdeel 9 bij post b 1 van Tabel II juncto onderdeel 3 bij post a 3 van Tabel II het nultarief van toepassing.
De enkele verhuur van semi-permanente accommodatie voor de
tijdelijke opvang van asielzoekers is als de verhuur van roerende
zaken belast naar het algemene tarief. Het gaat hier onder meer om
de verhuur van ongemeubileerde stacaravans en containers die worden
geplaatst op camping- of andere door het COA (of het ministerie van
VWS) gehuurde of aangekochte terreinen. Bij de containers gaat het
om wooncontainers en containers met keuken-, vaatwas-, koel/vries-
en dergelijke apparatuur, die aan elkaar gekoppeld een
asielzoekerscentrum vormen.
Exploitanten van hotels, pensions, campings, vakantiebungalowparken, passagiersschepen en dergelijke verzorgen op basis van contracten met het COA of het ministerie van VWS ook "all-in" pakketten met betrekking tot de tijdelijke opvang van asielzoekers. Het "all-in" pakket omvat onder meer het aan asielzoekers verschaffen van (gemeubileerd) onderdak, maaltijden, bewassing, het verstrekken van energie (gas, elektra en dergelijke) en het verschaffen van (enige) begeleiding. Op dit pakket van prestaties is de post van toepassing. Dit is ook het geval als de exploitant voor het verzorgen van de "all-in" opvang van asielzoekers twee afzonderlijke vergoedingen ontvangt. Eén voor de verhuur van de accommodatie en één voor de door hem voor de verdere opvang en verzorging van de asielzoekers (maaltijdverstrekking, bewassing en dergelijke) verrichte prestaties.
De bedragen die de exploitant ontvangt voor het vrijhouden van
kamers voor asielzoekers en het verstrekken van non-foodartikelen
(zoals zeep, tandpasta en shampoo) aan die personen kunnen delen in
de toepassing van het verlaagde tarief. Het door de exploitant
namens het COA of het ministerie van VWS aan asielzoekers
doorbetaalde kleding- en zakgeld blijft als doorlopende post buiten
de heffing.
Als een deel van de ten behoeve van de tijdelijke opvang van asielzoekers gehuurde accommodatie wordt gebruikt als kantoorruimte voor personen die belast zijn met de uitvoering van het asielbeleid (bijvoorbeeld personeelsleden van het COA en het ministerie van Justitie) bestaat er vanwege het rechtstreekse verband met de opvang van asielzoekers geen bezwaar tegen dat de verhuur van het kantoorgedeelte het tarief volgt dat geldt voor de verhuur van het resterende deel van de accommodatie.
Voor de tijdelijke opvang van dak- en thuislozen in pensions en
dergelijke kan op overeenkomstige wijze worden gehandeld als bij de
tijdelijke opvang van asielzoekers.
De tekst van post b 12 luidt:
"het verstrekken van voedingsmiddelen als bedoeld in
post a 1, voor gebruik ter plaatse binnen het kader van het hotel-,
café-, restaurant-, pension-, en aanverwant bedrijf;”
Post b 12 is (opnieuw) opgenomen naar aanleiding van het arrest
van het Hof van Justitie van 2 mei 1996, zaak C-231/94
(Faaborg-Gelting Linien A/S / Fza Flensburg). Het Hof heeft in dit
arrest onder meer overwogen: “De restaurantverrichting wordt
derhalve gekenmerkt door een reeks van elementen en handelingen,
waarvan de levering van voedsel niet meer dan een onderdeel is en
waarin het dienstenaspect ruimschoots de overhand heeft. Zij moet
bijgevolg als dienst in de zin van artikel 6, eerste lid, van de
zesde richtlijn worden beschouwd. Dit is echter anders, wanneer de
verrichting betrekking heeft op "afhaal-''maaltijden
en niet gepaard gaat met diensten die de nuttiging ter plaatse in
een passend kader moeten veraangenamen.” Met het opnemen van post b
12 is voorkomen dat de levering van voedingsmiddelen door
horecaondernemers voor gebruik ter plaatse wordt onderworpen aan
het algemene tarief.
Mixdranken zijn dranken die tot stand komen door samenvoeging van één of meer alcoholhoudende dranken met één of meer alcoholvrije dranken. Alcoholhoudende dranken (> 1,2 %) zijn in beginsel belast naar het normale tarief. Voor mixdranken die worden verstrekt voor gebruik ter plaatse binnen het kader van het hotel-, café-, restaurant-, pension-, en aanverwant bedrijf keur ik om praktische redenen het volgende goed.
Goedkeuring:
Ik keur onder voorwaarden goed dat mag worden gehandeld alsof de
samenstellende dranken afzonderlijk worden verstrekt.
Voorwaarden:
a. de ondernemer dient de in de mixdrank verwerkte hoeveelheden van
de samenstellende dranken ook in ongemixte vorm ten verkoop aan te
bieden, en
b. de verkoopprijs van de mixdrank is gelijk aan de som van de
prijzen die voor de samenstellende dranken in rekening gebracht zou
worden als zij afzonderlijk verstrekt zouden worden.
Als gevolg van deze goedkeuring kan het verlaagde tarief worden
toegepast op dat deel van de verkoopprijs dat is toe te rekenen aan
de alcoholvrije bestanddelen. Als de ondernemer een forfaitaire
berekeningsmethode toepast dan moet de splitsing geschieden volgens
de gekozen methode. Hierbij kan de toepassing van de artikelen 17
en 17a van het uitvoeringsbesluit voor deze dranken achterwege
blijven.
Voor mixdranken die niet aan de hiervoor genoemde voorwaarden
voldoen moet de wettelijke regeling onverkort worden toegepast. Als
de mixdrank meer dan 1,2% alcohol bevat, is het algemene tarief van
toepassing. Ook mixdranken die in verpakking worden geleverd door
bijvoorbeeld supermarkten en slijterijen vallen niet onder het
verlaagde tarief.
Bij social cooking of party koken biedt een restauranthouder gelegenheid aan groepen tot het bereiden van maaltijden onder professionele begeleiding. Het kenmerkende element van de prestatie voor de deelnemers is het samen nuttigen van een maaltijd. Deze dienstverlening van de restauranthouder kan daarom onder deze post worden gerangschikt.
Niet onder deze post vallen kookcursussen, waarbij de
kennisoverdracht het kenmerkende element van de prestatie is en het
nuttigen van spijzen en dranken van bijkomstige aard.
De tekst van post b 13 luidt:
"de volgende diensten aan landbouwers, veehouders,
tuinbouwers en bosbouwers:
a. de diensten door agrarische loonbedrijven;
b. de diensten door fokinstellingen, instellingen voor keuring en
onderzoek en instellingen voor kunstmatige inseminatie,
embryotransplantatie daaronder begrepen;
c. de diensten door boekhoud en belastingadviesbureaus;
d. het bewaren, drogen, koelen, ontsmetten, schonen, sorteren en
verpakken van goederen welke de in de aanhef bedoelde personen in
hun vermelde hoedanigheid hebben voortgebracht of geteeld, alsmede
het vervoer van die goederen naar veilingen;"
Zie voor een toelichting op de begrippen landbouwer, veehouder, tuinbouwer en bosbouwer het Besluit Landbouw.
Onder de post kunnen bijvoorbeeld worden gerangschikt de in deze post genoemde diensten die worden verricht aan instellingen zoals landbouwproefstations.
Niet onder de post vallen diensten die worden verricht aan:
- veehandelaren;
- andere dan de in de post vermelde opdrachtgevers, zoals
publiekrechtelijke lichamen, tenzij die opdrachtgevers de diensten
afnemen in de hoedanigheid van landbouwer, veehouder, tuinbouwer of
bosbouwer.
Zie ook onderdeel 4.
Met diensten door agrarische loonbedrijven worden bedoeld
diensten die eigen zijn aan en kenmerkend voor het agrarisch
loonbedrijf en die hun oorsprong vinden in de bedrijfsuitoefening
van de landbouwer, veehouder, tuinbouwer of bosbouwer. Het maakt
hierbij niet uit of de presterende ondernemer zelf een agrarisch
loonbedrijf exploiteert.
Voorbeelden van werkzaamheden die onder de post vallen:
- aanaarden (opruggen) van gewassen;
- aanleggen van "drainreeksen" (buisstelsels ten behoeve van de afwatering);
- bepaalde onderhoudswerkzaamheden zoals wieden, schoonmaken van sloten, tochten en greppels (verwijderen van planten, modder, vuil enz. en uitdiepen en op vereist profiel terugbrengen, uitbaggeren en het uitgebaggerde materiaal op de kant als mest opwerpen) en schoonmaken van "drainreeksen";
- beregenen;
- enten van kuikens en kippen, dit is het in het bloed van dit pluimvee brengen van een verzwakte of dode entstof ter voorkoming van bepaalde infectieziekten;
- grond ontsmetten (met chemicaliën door grondstomen enz.);
- krijten van kasdekken bij tuinbouwbedrijven met het oogmerk het optimaliseren van de productie van gewassen in de kas;
- loofkappen en looftrekken van aardappelloof;
- loonwerkzaamheden aan geoogste producten, zoals inkuilen – ensileren – of drogen van gras en andere ruwvoeders, hooien van gras (harken, keren, op zwad rijden enz. van gemaaid gras), stomen van aardappelen en dorsen van granen, zaderijen, peulvruchten enz., loonpersen van hooi en stro enz., afdekken van "kuilen" voor gras, andere ruwvoeders, aardappelen enz.;
- (precisie )zaaien (al dan niet gecombineerd met strookbespuiting) en poten;
- seksen en snavelbranden of ontbekken van kuikens;
- slaan van putten voor beregeningsdoeleinden. Met het slaan van putten voor beregeningsdoeleinden wordt gedoeld op het maken van de put als zodanig. De eventueel in de prijs begrepen vergoeding voor de levering van de bovengronds op de put aan te sluiten buis (of buizen), pomp(en) en overige materialen, is onderworpen aan het algemene tarief;
- spuiten van papiercellulose op landbouwgrond om verstuiven van de grond te voorkomen;
- het vangen van mollen en pluimvee, het vergroten van sloten en greppels en het versnijden, hakken, schaven of zagen van rondhout (waaronder boerengeriefhout);
- verzorgen van bomen (boomchirurgie);
- het schoonspuiten en desinfecteren van stallen voor vee voordat een volgende fokronde begint. Deze werkzaamheden zijn direct van invloed op het (optimaal) fokken van dieren (voorkomen van ziekten, groeistoornissen en dergelijke). Schoonmaakwerkzaamheden aan de buitenkant van de stal hebben niet direct betrekking op het fokken als zodanig en vallen onder het algemene tarief.
Goedkeuring
Ik keur goed dat onder voorwaarden onder de post worden
gerangschikt:
1. het vervoer van goederen door een agrarisch loonbedrijf ten behoeve van een landbouwer, veehouder, tuinbouwer of bosbouwer. Het kan bijvoorbeeld gaan om het vervoer van meststoffen naar het land, gevolgd door het strooien van die meststoffen of het vervoer van door een agrarisch loonbedrijf geoogste suikerbieten van het land naar de boerderij, de suikerfabriek of een door de landbouwer aangewezen verzamelplaats. Het enkele vervoer door agrarische loonbedrijven of andere ondernemers is steeds belast naar het algemene tarief.
Voorwaarde
Het vervoer gaat onmiddellijk vooraf aan of volgt op dienst(en) die
dat agrarisch loonbedrijf aan de landbouwer verricht en het vervoer
houdt daarmee rechtstreeks verband.
2. het loonmalen van granen en van diverse veevoederproducten, zoals pulp, veekoeken en voor veevoederdoeleinden bestemde peulvruchten.
Voorwaarde
De goederen vallen in gemalen toestand onder één van de posten
genoemd in onderdeel a van de Tabel.
3. het schoonspuiten van ramen van, schermdoeken in en goten tussen (tuinbouw)kassen voor tuinbouwers. Hierbij is vooral van belang dat deze schoonmaakwerkzaamheden, anders dan reguliere schoonmaakwerkzaamheden, direct invloed hebben op de groei van de in de kassen geteelde gewassen (via extra lichtinval en dergelijke).
Voorbeelden van werkzaamheden die niet onder deze post vallen:
- teeltwerkzaamheden zoals het bewortelen van plantenstekken en veredelingswerkzaamheden zoals het oculeren van rozen;
- het uitbrengen van adviezen en het opstellen van bosbeheersplannen, het zgn. bestekgereedmaken van die plannen en het toezicht op de uitvoering daarvan (door aannemers);
- het aanleggen van een beregeningsinstallatie, dit is een installatie die dient om fruitbomen te beregenen in tijden van late nachtvorsten ter voorkoming van schade aan de bloesem;
- geitenkappen, dit is het knippen van de nagels van geiten om kreupelheid te voorkomen;
- het schoonspuiten van daken en/of muren, bijvoorbeeld ter
verwijdering van mos.
In de volgende gevallen gaat de levering van de gebruikte materialen op in de dienst:
- de melasse en het plastic afdekmateriaal gebruikt bij het inkuilen van gras;
- het plastic folie gebruikt bij het zaaien van maïs onder plastic;
- het materiaal gebruikt bij het aanleggen van een stoomdrainagesysteem, met uitzondering van de bovengronds te plaatsen ventilatoren;
- het materiaal gebruikt bij het aanleggen van drainreeksen, met uitzondering van pompen die bij een dergelijke reeks worden geplaatst;
- de papiercellulose die op landbouwgrond wordt gespoten om verstuiven van de grond te voorkomen.
In de volgende gevallen gaat de levering van de gebruikte materialen niet op in de dienst:
- pompen (algemeen tarief) die worden geplaatst bij het aanbrengen van bronbemaling (verlaagd tarief);
- de bestrijdingsmiddelen (algemeen tarief) bij het bespuiten van landbouwgewassen (verlaagd tarief);
- levering van kunstmest bij rijenbemesting. Met het begrip
rijenbemesting wordt gedoeld op de situatie waarbij agrarische
loonbedrijven tijdens het inzaaien van landbouwgewassen (o.a. maïs)
op de ingezaaide rijen gewassen ook kunstmest strooien. Voor de
tarieftoepassing moet een splitsing worden aangebracht tussen de
levering van kunstmest (algemene tarief), de levering van
landbouwzaad (verlaagde tarief, post a 41) en de (in)zaaidienst
(verlaagde tarief, post b 13, onderdeel a).
De aanleg van mestopslagplaatsen (zowel mestsilo's als
mestvijvers en mestbassins) vormt steeds een oplevering in de zin
van artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de wet. Bij de aanleg
van bedoelde opslagplaatsen worden de grondwerkzaamheden in
voorkomende gevallen uitbesteed aan een andere ondernemer, zoals
bijvoorbeeld een agrarisch loonbedrijf. Het gaat hierbij meestal om
het maken van de bouwput, het graven van de kuil, het maken van een
aarden wal met de vrijgekomen aarde alsmede het in de grond
aanbrengen van de (zuig)leiding en/of de controleput. Voor deze
handelingen is het algemene tarief van toepassing.
Door de toegenomen intensivering van het veehouderijbedrijf ontstaat in regio's met overwegend veehouderijen een overschot aan mest. Deze mest kan niet in alle gevallen binnen dezelfde regio worden afgezet. Voor de afzet van deze binnen de eigen regio als overtollig beschouwde mest is het noodzakelijk (geworden) deze mest over lange(re) afstanden te vervoeren naar akkerbouwers in andere regio's. Voorheen betaalde de ontvangende akkerbouwer een vergoeding voor de geleverde mest. Nu is het zo dat akkerbouwers in veel gevallen alleen nog tegen ontvangst van een vergoeding aan agrarische loonbedrijven toestaan om mest op hun land uit te rijden/te injecteren.
Bij de distributie van overtollige mest zijn doorgaans drie
partijen betrokken:
- een veehouder met een mestoverschot;
- een agrarisch loonbedrijf dat de mest bij de veehouder ophaalt,
waarbij de eigendom van de mest op het loonbedrijf overgaat;
- een akkerbouwer die de mest van het loonbedrijf afneemt, dan wel
tegen vergoeding toestaat de mest op zijn land uit te rijden/te
injecteren.
Als regel bestaat er tussen de veehouder op wiens bedrijf een mestoverschot optreedt en de akkerbouwer die dit mestoverschot wenst af te nemen geen contractuele relatie. De agrarische loonbedrijven hebben zich bij de distributie van overtollige mest ontwikkeld tot zelfstandige schakels tussen de producenten en de afnemers van overtollige mest. Meestal zijn tussen de loonbedrijven en de betrokken veehouders of akkerbouwers langlopende afspraken gemaakt.
Bij de distributie van overtollige mest (drijfmest) verrichten
agrarische loonbedrijven een reeks van verschillende nauw met
elkaar samenhangende prestaties. In dit verband kunnen worden
genoemd het opzuigen, opslaan, mengen, vervoeren, overpompen en
verspreiden van mest.
Goedkeuring
Ik keur goed dat de dienst van het ophalen/afnemen van overtollige
mest onder de post wordt gerangschikt. Dit geldt zowel als de
dienst wordt verricht door agrarische loonbedrijven als in de
gevallen dat de dienst wordt verricht door akkerbouwers of andere
ondernemers, zoals mestverwerkende instellingen, mesthandelaren en
dergelijke. Ook de opslag van overtollige mest in afwachting van de
verdere afzet daarvan valt onder deze goedkeuring. Bij het
ophalen/afnemen van overtollige mest gaat het als regel om
vloeibare drijfmest. De goedkeuring geldt echter ook voor het
ophalen/afnemen van overtollige stapelbare mest (mest in vaste
vorm).
Zoals in onderdeel 3.4.1 is vermeld is het zo dat akkerbouwers tegen ontvangst van een vergoeding aan agrarische loonbedrijven toestaan om mest op hun land uit te rijden/te injecteren. Als dit gebeurt door een akkerbouwer die heeft geopteerd voor heffing in de omzetbelasting is de dienst onderworpen aan het algemene tarief. Post b 13 geldt niet, omdat het hier niet gaat om een dienst door een agrarisch loonbedrijf.
Als een agrarisch loonbedrijf tegen vergoeding mest levert en op
het land van de akkerbouwer uitrijdt/injecteert, kunnen de volgende
van elkaar gescheiden prestaties worden onderscheiden:
- de levering van de mest (algemeen tarief);
- het uitrijden/injecteren van mest (verlaagd tarief).
Goedkeuring
Ik keur goed dat het scheiden van dierlijke mest onder de post
wordt gerangschikt. Het gaat hier om het scheiden van dierlijke
mest in een “natte” (vloeibare) substantie en een droge substantie
(de “rulle fractie”). Het scheiden van de mest vindt plaats op het
bedrijf van de mestproducent (de veehouder) via een mobiele
mestscheidingsinstallatie, die wordt aangesloten op de
mestopslagkelder van de veehouder. De mest wordt gescheiden om deze
geschikt(er) te maken voor gebruik in de landbouw. De natte
mestsubstantie wordt meestal uitgereden op het land van de
veehouder, terwijl de droge substantie vooral wordt gebruikt op het
land van in of buiten de desbetreffende regio gevestigde
akkerbouwers. De scheiding van de mest kan door de veehouder zelf
worden verzorgd, maar ook door coöperatieve verenigingen van
veehouders of door agrarische loonbedrijven.
Het is hierbij niet relevant of deze dienst wordt verricht door
een agrarisch loonbedrijf of door andere ondernemers en of de
eigendom van de mest overgaat van de veehouder naar de ondernemer
die de mest scheidt.
Het rooien van bomen door een agrarisch loonbedrijf voor een landbouwer, veehouder, tuinbouwer of bosbouwer valt onder de post. Om het verspreiden van bepaalde boom- en plantziekten tegen te gaan is de gebruiksgerechtigde van een terrein soms verplicht om bomen en struiken te rooien en (gedeeltelijk) te vernietigen. De overheid kan de kosten hiervan subsidiëren. Ik keur goed dat wordt aangenomen dat de landbouwer, veehouder, tuinbouwer of bosbouwer de diensten steeds in die hoedanigheid afneemt, ook al worden de bomen en struiken niet in de uitoefening van het landbouw-, veehouderij-, tuinbouw- of bosbouwbedrijf gebruikt.
Dit geldt in principe ook voor de beheerder van bossen in de zin van onderdeel 1.2 van het Besluit Landbouw. Houtopstanden langs wegen, in parken en plantsoenen, bij zwembaden, bij sportterreinen en dergelijke worden daar echter uitgezonderd van het begrip “bossen”. Als te rooien en te vernietigen bomen of struiken deel uitmaken van dergelijke houtopstanden, moet daarom het algemene tarief worden toegepast.
Het komt voor dat de gebruiksgerechtigde de zorg voor het rooien
en vernietigen overlaat aan een derde (bijvoorbeeld
Staatsbosbeheer). Deze derde ontvangt dan de subsidie en geeft aan
een agrarisch loonbedrijf de opdracht om het rooien en vernietigen
uit te voeren. Ook in deze situatie kan het agrarisch loonbedrijf
het verlaagde tarief toepassen. Dit omdat de verplichting tot het
rooien en vernietigen op de gebruiksgerechtigde rust, en de
prestatie daarom aan deze gebruiksgerechtigde wordt verricht.
Onderdeel b van de post is ook van toepassing als de presterende ondernemer niet een fokinstelling, een instelling voor keuring en onderzoek of een instelling voor kunstmatige inseminatie (embryotransplantatie daaronder begrepen) is. Dezelfde diensten door exploitanten van stieren, dekhengsten en beren (mannetjesvarkens) kunnen ook onder de post worden gerangschikt.
Ik keur goed dat diensten die fokinstellingen, instellingen voor kunstmatige inseminatie en exploitanten van dekhengsten verrichten aan eigenaren van paarden ook onder de post kunnen worden gerangschikt als die eigenaren geen landbouwer, veehouder, tuinbouwer en bosbouwer zijn.
Bij diensten door instellingen voor keuring en onderzoek moet het gaan om specifieke onderzoeks- en keuringswerkzaamheden aan landbouwproducten, landbouwproductiemiddelen en landbouwproductie (dat wil zeggen onderzoek en keuring aan landbouwproducten in de teeltfase).
Het kunstmatig insemineren van de onder post a 4 vallende dieren
en het transplanteren van embryo's bij deze dieren valt onder
de post. De levering van het dierlijke sperma respectievelijk de
dierlijke embryo's gaat hierbij op in de inseminatiedienst
respectievelijk de transplantatiedienst.
De aparte levering van het voor de inseminatie benodigde sperma,
respectievelijk het voor de transplantatie benodigde embryo, valt
onder post a 4.
Drachtigheidsonderzoeken bij vee houden vanuit de
bedrijfsvoering van veehouderijen bezien nauw verband met de
kunstmatige inseminatie van vee. In verband hiermee kunnen
drachtigheidsonderzoeken tot de diensten van instellingen voor
kunstmatige inseminatie worden gerekend. Als de
drachtigheidsonderzoeken door dierenartsen worden uitgevoerd, keur
ik goed dat de post van toepassing is.
Het begrip “diensten door boekhoud- en belastingadviesbureaus” moet naar het spraakgebruik worden uitgelegd. Werkzaamheden vallen onder dit begrip als zij tot het normale en gebruikelijke (traditionele) dienstenpakket van boekhoud- en belastingadviesbureaus behoren (in de hoedanigheid van boekhoud- en belastingadviesbureau wordt verricht) en de diensten in het kader van de onderneming van landbouwers, veehouders, tuinbouwers en bosbouwers worden verricht.
Tot het gebruikelijke dienstenpakket behoren alle werkzaamheden met betrekking tot het stelselmatig aantekenen van wat men bij de betreffende landbouwer, veehouder, tuinbouwer of bosbouwer van belang acht om vast te leggen en fiscale aangelegenheden. Te denken valt aan het systematisch verwerken van financiële transacties, of aan de administratieve verwerking van bedrijfseconomische gegevens. Het gaat hier om bedrijfseconomische gegevens die zijn ontleend aan de bestaande bedrijfsvoering en die worden gebruikt om een efficiënte bedrijfsvoering te stimuleren. Werkzaamheden op het terrein van bedrijfsdoorlichting die zijn bedoeld om vast te stellen of een andere methode van landbouwuitoefening bedrijfseconomisch haalbaar is en de daarmee samenhangende voorlichting, vallen niet onder de post.
Als in het kader van de hiervoor genoemde dienstverlening ook
daarmee samenhangende standaardwerkzaamheden op juridisch gebied
worden verricht, delen deze werkzaamheden in het verlaagde tarief.
Voorbeelden van deze werkzaamheden zijn:
- het opstellen en wijzigen van standaard maatschapscontracten;
- bijkomende juridische werkzaamheden met betrekking tot
bedrijfsovername, aankoop van een bedrijf en bedrijfsbeëindiging;
- het opstellen van standaard pachtcontracten.
Specialistische werkzaamheden op juridisch terrein, die normaliter door advocaten en/of notarissen enz. worden uitgevoerd en die niet tot het normale takenpakket van een boekhoud- of belastingadviesbureau horen, vallen niet onder het verlaagde tarief.
De landbouwers, veehouders, tuinbouwers en bosbouwers moeten de diensten door boekhoud- en belastingadviesbureaus afnemen in het kader van hun bedrijf. Het opstellen van aangiften van in de persoonlijke sfeer liggende belastingen valt niet onder de post. Zo kan bijvoorbeeld niet onder de post worden gerangschikt de behandeling van verzoeken om middeling van inkomens. Als voor het verzorgen van de administratie van het bedrijf en het opstellen van de aangiften voor de inkomstenbelasting enz. van een landbouwer, veehouder, tuinbouwer of bosbouwer één vergoeding in rekening wordt gebracht, moet de vergoeding worden gesplitst in een privédeel (algemeen tarief) en een zakelijk deel (verlaagd tarief).
Als notarissen, (register )accountants of andere ondernemers
diensten verrichten aan landbouwers, veehouders, tuinbouwers en
bosbouwers die tot het normale en gebruikelijke dienstenpakket van
boekhoud en belastingadviesbureaus behoren, kunnen deze diensten
onder de post worden gerangschikt.
Onder de post valt ook het wegen van de in onderdeel d genoemde
goederen.
Ter bestrijding van de ziekte "Chronic Respiratory
Disease" bij pluimvee kunnen broedeieren een dompelbehandeling
ondergaan. Dit proces verloopt als volgt. De eieren moeten door de
aanbieder met formaline zijn ontsmet. Vervolgens worden de eieren
grondig gewassen en daarna nog een keer ontsmet. Daarna worden de
eieren in stalen vaten geplaatst waarin de eieren roteren. Door het
opwekken en weer opheffen van onderdruk wordt een
antibioticumoplossing in de eieren opgezogen waarmee de verwekker
van de ziekte in de broedeieren wordt gedood. De aanbieder ontvangt
de door hem ter dompeling aangeboden broedeieren terug. Het
dompelen van de broedeieren kan worden aangemerkt als het
ontsmetten van goederen in de zin van de post. Het moet dan gaan om
eieren die zijn voortgebracht in het bedrijf van degene die de
eieren ter dompeling aanbiedt. Dit laatste moet blijken uit
bijvoorbeeld een door de opdrachtgever verstrekte verklaring.
Veemarkten vallen niet onder het begrip veilingen. Het vervoer van vee in opdracht van veehouders (en veehandelaren) naar veemarkten valt daarom onder het algemene tarief.
Als het vervoer naar veilingen in opdracht van
veilingexploitanten wordt verricht, valt de vervoersdienst onder
het algemene tarief.
Het vervoer van bloembollen in opdracht van een bloembollenkweker rechtstreeks naar een veiling van bloembollen, valt onder de post. Worden de bloembollen eerst naar een plaats vervoerd waar zij een bepaalde behandeling ondergaan, zoals drogen, schonen en sorteren, dan is voor het vervoer het algemene tarief van toepassing. Worden de bloembollen daarna in opdracht van de bloembollenkweker van die plaats naar de veiling vervoerd, dan kan dat laatste vervoer naar het verlaagde tarief worden belast.
Als de producten niet worden verkocht op de veiling en weer naar de landbouwer, veehouder, tuinbouwer of bosbouwer worden terugvervoerd valt dit laatste vervoer niet onder de post.
Het vervoer van leeg fust (verpakkingsmateriaal voor sierteelt-
en tuinbouwproducten) valt niet onder de post. Bij combinatieritten
wordt het vervoer van leeg fust als een zelfstandige prestatie
aangemerkt die is onderworpen aan het algemene tarief.
Combinatieritten zijn in dit verband ritten waarbij vanaf de
veiling naar de tuinbouwer leeg fust wordt vervoerd en vanaf de
tuinbouwer naar de veiling vol fust wordt vervoerd en waarvoor de
vervoerder aan de tuinbouwer één bedrag in rekening brengt. Ik keur
goed dat bij het vervoer van sierteelt- en tuinbouwproducten
forfaitair 88% van de vergoeding wordt toegerekend aan het vervoer
van vol fust (verlaagd tarief) en dat de resterende 12% wordt
toegerekend aan het vervoer van leeg fust (algemeen tarief). Deze
forfaitaire regeling is alleen van toepassing op de hiervoor
bedoelde combinatieritten. Vervoerders die gebruik willen maken van
de forfaitaire regeling moeten deze regeling toepassen bij alle
combinatieritten die zij uitvoeren. Vervoerders die geen of niet
langer gebruik willen maken van de forfaitaire regeling, moeten de
vergoeding splitsen op basis van de gegevens uit hun administratie.
Vervoerders die hebben afgezien van de toepassing van de
forfaitaire regeling en ervoor hebben gekozen de vergoeding voor
het vervoer te splitsen op basis van hun individuele administratie,
kunnen later niet alsnog of opnieuw gebruik maken van de
forfaitaire regeling.
De tekst van post b 14 luidt:
"het verlenen van toegang tot:
a. circussen;
b. dierentuinen;
c. openbare musea of verzamelingen, daaronder begrepen nauw daarmee
samenhangende leveringen van goederen, zoals catalogi, foto's
en fotokopieën;
d. muziekuitvoeringen en toneeluitvoeringen, daaronder begrepen
opera's, operettes, dansen, pantomimes, revues, musicals en
cabarets, alsmede lezingen;
e. bioscopen;
f. sportwedstrijden, sportdemonstraties en dergelijke;
g. attractieparken, speel- en siertuinen, en andere dergelijke
primair en permanent voor vermaak en dagrecreatie ingerichte
voorzieningen.”
Onder het begrip circussen kunnen naar het spraakgebruik slechts
worden verstaan voorstellingen waarin uitvoeringen en attracties
van uiteenlopende aard, zoals van hogeschoolruiters, acrobaten,
jongleurs, goochelaars, clowns en gedresseerde dieren, elkaar
afwisselen. Het optreden van de Spaanse Rijschool, dat zich beperkt
tot de klassieke paardrijkunst, is geen circusvoorstelling.
Onder dierentuinen in de zin van de post vallen voor het publiek toegankelijke inrichtingen waarin gespecialiseerde dierenverzamelingen zijn ondergebracht. Het feit dat naast de toegang tot een dierentuin ook toegang wordt verkregen tot een restaurant en speeltuin, staat de toepassing van de post niet in de weg.
Onder openbare musea of verzamelingen wordt verstaan: instellingen die zich ten doel stellen goederen van historisch, cultureel, wetenschappelijk en/of maatschappelijk belang te verzamelen, te bewaren, eventueel wetenschappelijk te onderzoeken en (tenminste een deel van) deze goederen ten toon te stellen voor het publiek voor doeleinden van studie, educatie en recreatie. Zowel het verlenen van toegang tot permanente museaverzamelingen (de eigen collectie) als het verlenen van toegang tot wisseltentoonstellingen en -verzamelingen, valt onder de post.
De begrippen musea en verzamelingen hebben voor een groot deel
dezelfde inhoud. Als regel wordt met het begrip museum gedoeld op
een gebouw waarin een bepaalde verzameling goederen is
ondergebracht. Er zijn ook verzamelingen die niet in een gebouw
zijn ondergebracht, maar die toch als een museum zijn te
beschouwen, zoals een openluchtmuseum.
Het begrip verzameling wordt vooral gebruikt om collecties aan te
duiden die niet in een bepaald gebouw zijn ondergebracht, zoals een
hortus botanicus en een beeldenverzameling op een bepaald terrein.
Het moet dan gaan om een duurzaam samenhangende collectie
goederen.
Onder de post valt bijvoorbeeld een voor publiek opengestelde
kubuswoning (ook wel boom- of paalwoning genoemd) die is ingericht
als ruimte voor een tentoonstelling met speciaal voor deze woning
ontworpen inventaris (waaronder speciaal vervaardigde schilderijen)
en waarin ook een doorlopende expositie aanwezig is over de
achtergronden, het ontstaan en de bouw van dergelijke woningen.
Het verlenen van toegang tot een monumentale kerk met museale
objecten valt onder de post.
Niet als musea of verzamelingen zijn aan te merken:
- beurzen en tentoonstellingen, omdat hierbij het verkoopbevorderende karakter voorop staat en niet het oogmerk een verzameling van goederen bijeen te brengen en te verzamelen;
- natuurparken, omdat geen sprake is van een doelbewust
bijeengebrachte collectie.
Alleen nauw met het verlenen van toegang tot openbare musea of verzamelingen verband houdende leveringen van goederen vallen onder de post. Van dergelijke leveringen is sprake bij bijvoorbeeld plattegronden, posters en ansichtkaarten waarop voorwerpen zijn afgebeeld die behoren tot de collectie van het museum of tot de verzameling.
Ik keur goed dat nauw met het verlenen van toegang tot openbare musea of verzamelingen verband houdende diensten onder de post worden gerangschikt. Voorbeelden van dergelijke diensten zijn:
- de verhuur aan bezoekers van walkmans met bijbehorende geluidscassettes waarmee informatie wordt verschaft over de in het museum ten toon gestelde goederen;
- het verzorgen van rondleidingen aan (groepen) door de exploitant van het museum of de verzameling.
Niet onder de post vallen:
- ansichtkaarten en posters met afbeeldingen van voorwerpen uit andere museumcollecties of verzamelingen;
- gebruiksartikelen zoals kleding, vazen, speelgoed, pennen, portefeuilles videobanden, cd’s en dergelijke;
- souvenirs (zoals kopjes, borden, lepeltjes, tegeltjes e.d.) en siervoorwerpen (sierschalen, sierpoppen, sieraden e.d.);
- replica’s of voorbeelden van voorwerpen die in het museum of de verzameling tentoon worden gesteld (zoals etsen, zeefdrukken, beeldjes, miniaturen, etnografische maskers, fossielen, mineralen);
- fotokopieën die geleverd worden met het oogmerk de informatie die een collectiestuk bevat over te dragen, zoals de inhoud van een (deel van een) boek;
- het verzorgen van rondleidingen door anderen dan de exploitant
van het museum of de verzameling.
Bij het verlenen van toegang tot de in de post genoemde podiumkunsten gaat het om optredens van de uitvoerders van de in de post bedoelde podiumkunsten waarvoor afzonderlijk toegang wordt verleend. Dat wil zeggen dat voor de optredens daadwerkelijk aparte toegangsbewijzen worden verstrekt. Zo heeft de post geen betrekking op het verlenen van toegang tot bijvoorbeeld een discotheek of buitenterrein, waarbij het optreden van de artiest(en) een ondergeschikte betekenis heeft en waarbij voor dat optreden geen afzonderlijke toegangsprijs in rekening wordt gebracht.
Het verlenen van diensten op het gebied van muziek- en toneeluitvoeringen aan organisatoren van muziek- en toneeluitvoeringen kan niet onder de post worden gerangschikt, omdat deze diensten als zodanig niet zijn aan te merken als het verlenen van toegang tot muziek- en toneeluitvoeringen. Als deze diensten zijn aan te merken als optredens door uitvoerende kunstenaars, is post b 17 van toepassing.
Het rollenspel waarin de gasten van dinnergameshows door de
organisator een rol krijgen toebedeeld, is niet aan te merken als
een toneel- of muziekuitvoering in de zin van de post.
Muziekfestivals (een samenvoeging van verscheidene
muziekuitvoeringen) kunnen in hun totaliteit worden aangemerkt als
een muziekuitvoering in de zin van de post.
Dance-parties zijn evenementen waarbij diskjockeys en/of
live-muzikanten optreden. Deze parties zijn als muziekuitvoeringen
in de zin van de post te beschouwen.
Het verlenen van toegang tot voorstellingen van poppenspelers dan wel poppentheaters kan worden gerangschikt onder deze post.
Sinds 1 januari 2008 is een peepshow (een erotische voorstelling
op een draaiende schijf) en ieder ander optreden dat primair is
gericht op erotisch vermaak (zoals een paaldans- act) nimmer aan te
merken als een toneeluitvoering.
Bij het begrip lezingen moet vooral worden gedacht aan literaire of wetenschappelijke lezingen. Bij literaire of wetenschappelijke lezingen gaat het om lezingen die bijdragen aan het culturele leven. Alleen de dienst bestaande uit het verlenen van toegang tot vorenbedoelde lezingen valt onder de post.
Het bijwonen van een seminar valt niet onder de post. Weliswaar
kan een lezing deel uitmaken van een seminar, maar een seminar
biedt meer en heeft eerder het karakter van een (intensieve)
cursus, gericht op het bestuderen, bespreken en oplossen van
praktische vraagstukken en problemen. De betaling voor seminars
heeft dan ook niet het karakter van het verlenen van toegang, zoals
dat wel het geval is bij de overige in onderdeel d genoemde
culturele activiteiten.
De reserveringskosten die de organisator/zaalhouder berekent bij
de voorverkoop van toegangsbewijzen voor de onder de post vallende
podiumkunsten kunnen (evenals de toegangsprijs) onder het verlaagde
tarief worden ingedeeld. Ook de reserveringskosten die
derden/voorverkopers (zoals postkantoren, platenwinkels,
VVV-kantoren e.d.) aan de afnemer berekenen en aan de
organisator/zaalhouder verantwoorden, kunnen onder het verlaagde
tarief worden gerangschikt.
Onder een bioscoop is naar spraakgebruik te verstaan: een voor het publiek tegen betaling toegankelijke inrichting waarin als hoofdactiviteit films worden vertoond. Het aantal zitplaatsen, de aard van de vertoonde films of de techniek van de filmvertoning spelen hierbij geen rol.
De verhuur van voorbespeelde videocassettebanden en van andere
beelddragers kan niet onder onderdeel e van de post worden
gerangschikt.
De post heeft uitsluitend betrekking op het verlenen van toegang
aan toeschouwers van sportwedstrijden, -demonstraties en
dergelijke. Sportwedstrijden en dergelijke zijn manifestaties waar
mensen actief sport beoefenen in de zin van post b 3.
Voor de toepassing van de post moet aan alle volgende criteria
zijn voldaan:
- er is sprake van toegang verlenen tot;
- er is sprake van een primair en permanent voor vermaak en
dagrecreatie ingerichte voorziening;
- er is sprake van vermaak en dagrecreatie.
Met betrekking tot het “toegang verlenen tot” moet het geheel
van de aangeboden prestaties in het oog worden gehouden. Niet
doorslaggevend is dat er sprake is van één entreeprijs, ook bij het
berekenen van toegang voor de afzonderlijke attracties kan de post
van toepassing zijn als de attracties een integrerend onderdeel
vormen van een attractiepark of een ander primair en permanent voor
vermaak en dagrecreatie ingerichte voorziening.
Een primair en permanent voor vermaak en dagrecreatie ingerichte
voorziening is een terrein of gebouw met voorzieningen die zijn
gericht op recreatie en vermaak, waarbij niet vooraf is bepaald dat
men er slechts een beperkte tijdsduur kan of mag vertoeven (hierna
aan te duiden als recreatieve inrichting). Een recreatieve
inrichting moet voldoende zelfstandig zijn. De achterzaal van het
café waar permanent oud Hollandse spellen staan opgesteld is geen
recreatieve inrichting.
Eenmalige of jaarlijks terugkerende evenementen en exposities die
gedurende een beperkte tijdsduur plaatsvinden, kunnen niet onder de
post worden gerangschikt. De accommodatie moet gedurende minimaal
twee maanden jaarlijks aaneensluitend geopend te zijn, wil voldaan
zijn aan het begrip "permanent”.
Het recreatieve aspect staat bij de in de post bedoelde voorzieningen voorop. Of dat het geval is moet naar spraakgebruik worden beoordeeld. Bij een samenstel van handelingen moet worden beoordeeld wat het kenmerkende element van het samenstel is. Aan het recreatieve aspect moeten andere eventueel aanwezige aspecten van de voorzieningen ondergeschikt zijn.
De Huishoudbeurs, de RAI, ruilbeurzen e.d. vallen niet onder
post, omdat daarbij het verkoopbevorderende aspect voorop staat.
Onder een attractiepark is te verstaan: een afgebakend terrein
of park, waarin als regel een veelheid van bezienswaardigheden
aanwezig is, waar(mee) het publiek zich na betaling van een
toegangsprijs (al dan niet per attractie) kan vermaken.
De niet-winstbeogende speeltuinverenigingen zijn vrijgesteld (post b 10 van bijlage B bij het uitvoeringsbesluit). Zij vallen daarom niet onder de post.
Het verlenen van toegang tot kinderboerderijen valt onder de
post. Niet alleen is een kinderboerderij aan te merken als een
voorziening voor vermaak en dagrecreatie, ook ligt een
kinderboerderij in het verlengde van een speeltuin.
Siertuinen worden voor het publiek open gesteld primair om er te
recreëren en ideeën op te doen over de inrichting en opbouw van
tuinen. Het verkoopbevorderende karakter is bij siertuinen van
bijkomstige aard.
Het tegen betaling toegang verlenen tot modeltuinen bij tuincentra
en dergelijke valt niet onder de post. Het verkoopbevorderende
karakter van deze prestatie staat voorop. Het recreatieve karakter
is secundair.
Parken
Grote parken en tuinen, zoals het Nationale Park de Hoge Veluwe,
waarbij het aspect van dagrecreatie de boventoon voert, zijn aan te
merken als primair en permanent voor vermaak en dagrecreatie
ingerichte voorzieningen.
Complex met forellenvijvers
Op een complex met een aantal forellenvijvers, een kikkerpoel,
speeltoestellen voor kinderen en een vlindertuin is het mogelijk om
tegen een extra vergoeding zelf forellen te vangen. Het complex
wordt beschouwd als recreatieve inrichting. De activiteit wordt
naar spraakgebruik gezien als vermaak en dagrecreatie
Inrichting voor het spelen van kansspelen
Als de prestatie bestaat uit het gelegenheid geven tot het winnen
van geldbedragen door middel van het spelen van een spel, mist de
post toepassing. Hoewel de post ruim geïnterpreteerd moet worden,
staat bij deze prestatie het winnen van een geldbedrag voor de
afnemer voorop. Naar spraakgebruik is dan geen sprake van het
verlenen van toegang tot recreatieve voorzieningen.
Door diverse bedrijven wordt op een eigen locatie een grote verscheidenheid aan activiteiten aangeboden, meestal in de vorm van een arrangement. Het kan daarbij gaan om activiteiten zoals paintball, lasergame en touwtrekken. Ook kan sprake zijn van een parcours met touwbruggen en netten en soortgelijke al dan niet sportieve activiteiten. Veel van deze arrangementen worden aangeboden voor groepen deelnemers in het kader van personeelsuitstapjes, teambuildingdagen, cursusonderbrekingen, vrijgezellenparty’s enz.. Hoewel een aantal van de activiteiten sportieve elementen bevat, is het geheel nadrukkelijk gericht op het recreatieve aspect. Als de activiteiten plaatsvinden op een recreatieve inrichting kan het verlaagde tarief op grond van de post worden toegepast.
De betreffende ondernemers bieden soms de mogelijkheid om
activiteiten te organiseren op een andere locatie, naar keuze van
de klant. Als die locatie geen recreatieve inrichting is, is op
deze prestatie het algemene tarief van toepassing. Als echter de
voormelde activiteiten op of in een sportaccommodatie, zoals
gedefinieerd in post b 3, worden georganiseerd, bestaat er geen
bezwaar tegen de sportaccommodatie voor deze gelegenheid als
recreatieve inrichting te beschouwen.
Als de recreatieve inrichting verhuurd wordt, geldt de
vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de wet.
Het gebruik van de garderobe is te beschouwen als een bijkomende
dienst, die op dezelfde wijze belast wordt als de hoofddienst. Bij
het gebruik van de garderobe van een in de post opgenomen
voorziening zijn drie situaties te onderscheiden. Het gebruik van
de garderobe is in de toegangsprijs begrepen (verlaagd tarief), de
bezoeker betaalt een aparte vergoeding aan de exploitant van de
voorziening (verlaagd tarief) of voor het gebruik van de garderobe
wordt een afzonderlijke vergoeding betaald aan een derde/ondernemer
(algemeen tarief). In het laatste geval vormt de dienst voor de
desbetreffende ondernemer de hoofddienst, die enkel bestaat in het
in bewaring nemen van jassen en dergelijke.
De tekst van post b 15 luidt:
"de diensten van exploitanten van reizende inrichtingen
voor vermaak op kermissen;"
Leveringen vanuit de in de post bedoelde reizende inrichtingen
vallen niet onder de post. Voor de leveringen van snoep en andere
etenswaren geldt het verlaagde tarief op grond van post a 1.
De tekst van post b 16 luidt:
"de oplevering van roerende zaken als bedoeld in
onderdeel a door degene die de zaken heeft vervaardigd;"
Deze post is opgenomen omdat vóór 1996 de oplevering van een
roerende zaak als een levering werd aangemerkt. Was het goed
opgenomen in een post van onderdeel a van Tabel I, dan gold het
verlaagde tarief. Deze opleveringen worden nu als diensten
beschouwd. Met deze bepaling is beoogd de toepassing van het
verlaagde tarief voor deze opleveringen te continueren. Dit geldt
bijvoorbeeld voor de oplevering van een kunstwerk als bedoeld in
post a 29 door een kunstenaar aan een instelling voor kunstuitleen.
Het in opdracht van derden opfokken van dieren of opkweken van
planten, groente, e.d. werd in de Nederlandse rechtspraak
aangemerkt als de oplevering van roerende zaken. De oplevering van
deze goederen was daardoor aan het verlaagde tarief onderworpen,
als die goederen waren opgenomen in onderdeel a van Tabel I. Zie in
dit verband HR 17 december 1997, nr. 32 593. Het Stenholmen-arrest
van het HvJ EG heeft echter bepaald dat in deze gevallen geen
sprake kan zijn van de oplevering van roerende zaken, zijnde de
vervaardiging van zaken die van tevoren niet bestonden (arrest van
1 april 2004, nr. C-320/02; zie ook het Besluit Landbouw, onderdeel
1.2). Vooruitlopend op wijziging van de wetgeving keur ik het
volgende goed.
Goedkeuring
Prestaties, die als gevolg van het Stenholmen-arrest vanaf 1 april
2004 aan het algemene tarief zijn onderworpen, blijven vooralsnog
belast tegen het verlaagde tarief.
De diensten die onder deze goedkeuring vallen betreffen het
opfokken van dieren, het opkweken van planten, groente, e.d. en het
zodanig trainen van een dier dat op basis van HR 17 december 1997,
nr. 32 593, een nieuw goed ontstaat.
De opfok van paarden houdt in de zuivere opfok en de africhting. In
de praktijk wordt onder “zuivere opfok” verstaan de tijd waarin het
jonge paard kan opgroeien tot jong volwassen paard. Gedurende deze
periode wordt het paard verzorgd, groeit het op in groepsverband en
wordt het sociaal en handelbaar gemaakt. Er worden geen prestaties
van het jonge paard verwacht. De africhting is het (verder)
socialiseren van het paard, het zadelmak maken van het paard en het
paard zodanig africhten dat het geschikt is voor gebruiksdoeleinden
als rij- of menpaard. De africhtingsfase duurt, wil deze fase nog
gerekend worden tot de opfokperiode, niet langer dan 6 maanden. Bij
een langere termijn is het aan de africhter om aan te tonen dat
geen sprake is van training.
De africhtingfase eindigt in ieder geval als er een startkaart wordt aangevraagd dan wel aan het einde van het vijfde levensjaar van het paard.
Het trainen van een paard tot dressuur- of springpaard op B of
ander niveau behoort niet tot de opfok van paarden.
De tekst van post b 17 luidt:
"het optreden door uitvoerende kunstenaars."
Voor het antwoord op de vraag of sprake is van een optreden door een uitvoerende kunstenaar is bepalend of een artistieke prestatie wordt verricht.
De post is ook van toepassing op uitvoerende kunstenaars die hun diensten door middel van een rechtspersoon verlenen.
De post is in ieder geval van toepassing op optredens door kunstenaars die uitvoeringen zijn als bedoeld in post b 14, onderdeel d. Het gaat daarbij om muziekuitvoeringen en toneeluitvoeringen, daaronder begrepen opera’s, operettes, dansen, pantomimes, revues, musicals en cabarets.
De toepassing van de post is echter niet beperkt tot dergelijke
uitvoeringen. Ook de publieksoptredens van andere uitvoerende
kunstenaars vallen onder de post. Zo vallen ook de optredens door
bijvoorbeeld komieken, goochelaars en buiksprekers onder de post.
De post geldt ook voor de diensten van sneltekenaars en
karikaturisten bij bedrijfsfeesten, workshops, enzovoorts, voor en
te midden van publiek. De post geldt niet voor het maken van
sneltekeningen/karikaturen die anders dan bij wijze van een
publieksoptreden worden gemaakt.
Een diskjockey, videojockey en Master of Ceremony/vocalist bezit
de hoedanigheid van uitvoerende kunstenaar voor zijn optreden op
dance-parties, festivals, poppodia en dergelijke.
Optredens van (aankomende) circusartiesten vallen onder de post,
omdat deze optredens elementen bevatten uit optredens van
uitvoerende kunstenaars.
Niet onder post vallen:
- het spel van gasten van dinnergameshows die door de
organisator een rol krijgen toebedeeld;
- de diensten van een regisseur, geluidstechnicus of fotomodel;
- de dienst van een dirigent, bestaande in het leiden van
repetities;
- diensten van schrijvers en componisten.
Deze personen zijn geen uitvoerende kunstenaars die zelf een
artistieke prestatie verrichten.
Het verlaagde tarief geldt alleen voor optredens. Daaronder moet
worden verstaan: optredens die middellijk of onmiddellijk door het
publiek kunnen worden beluisterd of aanschouwd. Repetities die
samenhangen met en noodzakelijk zijn voor die optredens worden
hieronder begrepen.
Onder de post kunnen bijvoorbeeld worden gerangschikt:
- het optreden van musici voor televisie of radio (al dan niet
“live” uitgezonden) of voor een Cd-opname;
- het optreden van een acteur in een (reclame)film;
- het uitvoeren van muziek voor een film;
- rollenspellen in het kader van cursussen gespeeld door
acteurs.
Het deelnemen van een acteur aan een spelprogramma voor de
televisie is geen optreden, omdat niet wordt opgetreden als acteur.
Een door een pianist verzorgde begeleiding bij ballet- of
koorrepetities is ook geen optreden, omdat geen sprake is van een
uitvoering die middellijk of onmiddellijk door publiek wordt
aanschouwd of beluisterd.
Uitvoerende kunstenaars verlenen hun prestaties doorgaans door tussenkomst van een bemiddelaar. Daarbij komen in de praktijk twee vormen voor.
1. De bemiddeling leidt er toe dat een overeenkomst tot stand komt tussen de uitvoerende kunstenaar en de opdrachtgever. Het optreden van de uitvoerende kunstenaar is aan het verlaagde tarief onderworpen (als de zogenoemde artiestenregeling omzetbelasting niet op hem van toepassing is). De dienst van de bemiddelaar is onderworpen aan het algemene tarief.
2. De bemiddelaar sluit op eigen naam maar op order en voor
rekening van een ander (zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, van
de wet) overeenkomsten met de uitvoerende artiesten en de
opdrachtgevers. De vergoeding die voor het optreden aan de
opdrachtgever in rekening wordt gebracht, dus inclusief de
vergoeding voor de bemiddelingsdienst (soms ook wel uitkoopsom
genoemd), is onderworpen aan het verlaagde tarief.
Ook de dienst die de uitvoerende kunstenaar verleent aan de
bemiddelaar kan onder de post worden gerangschikt.
De tekst van post b 18 luidt:
"het vervoer van gas dat valt onder de toepassing van
post a 32. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden
gesteld inzake de toepassing van deze post."
Op grond van post a 32 van de tabel is het verlaagde btw-tarief onder meer van toepassing op de levering van gas voor verwarming ten behoeve van het groeiproces van tuinbouwproducten. Het vervoer van gas naar de tuinbouwer werd aanvankelijk door de leverancier verzorgd en vormde als zodanig een onderdeel van de levering van dat gas. Daardoor werd op de kosten van het vervoer die waren begrepen in de vergoeding voor de levering, ook het verlaagde tarief toegepast.
Als gevolg van de totstandkoming van de Gaswet zijn de levering
en het vervoer van gas twee afzonderlijke prestaties geworden die
ook door afzonderlijke ondernemers worden verricht. Deze post
voorziet erin dat in de nieuwe situatie het verlaagde tarief
toegepast kan blijven op het vervoer van gas bestemd voor de
tuinbouw.
De tekst van post B 19 luidt:
"het aanbrengen van op energiebesparing gericht
isolatiemateriaal, met uitzondering van het aanbrengen van glas,
aan vloeren, muren en daken van woningen na meer dan twee jaren na
het tijdstip van eerste ingebruikneming, met uitzondering van
materialen die een beduidend deel vertegenwoordigen van de waarde
van deze diensten."
De tabelpost heeft alleen betrekking op diensten en niet op
leveringen van isolatiemateriaal, daaronder begrepen het aanbrengen
van een goed aan een ander goed in de zin van artikel 3, eerste
lid, onderdeel f, van de wet.
De tabelpost is alleen van toepassing bij het aanbrengen van op
energiebesparing gericht isolatiemateriaal aan vloeren, muren en
daken van woningen. De werkzaamheden moeten erop gericht zijn de
woning energiezuiniger te maken en moeten ertoe leiden dat de
warmteweerstand van de betreffende scheidingsconstructie tenminste
voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit. Dit kan bijvoorbeeld
worden bereikt met het aanbrengen van glas-, steenwol,
thermoskussens, schelpen, kleikorrels of EPS ‘piepschuim’. Het
isoleren van de bodem van een woning met isolatiemateriaal valt ook
onder de post. Dit geldt eveneens voor het zogenoemde opgaand werk,
het isoleren van de fundering vanaf de bodem van de kruipruimte tot
de vloer. Het aanbrengen van isolatiemateriaal aan de binnen- of
buitenzijde van de gevel en/of het vullen van de spouwmuur met
isolatiemateriaal behoort eveneens tot de post.
Constructieonderdelen zoals ramen en deuren zijn een normaal
onderdeel van de woning en zijn als zodanig geen isolatiemateriaal.
Op het aanbrengen van glas is het algemene btw-tarief van
toepassing.
Overgangsmaatregel
Van 1 juli 2009 tot 1 januari 2010 was het aanbrengen van ramen,
deuren en kozijnen en daarmee gelijk te stellen
constructieonderdelen inclusief beglazing met ten hoogste een
warmtedoorgangscoëfficient (W/m2K) zoals genoemd in het Bouwbesluit
onder deze post gerangschikt. Wanneer met betrekking tot het
aanbrengen van ramen, deuren en kozijnen inclusief beglazing zoals
hierboven genoemd met een klant een verplichting is aangegaan voor
1 januari 2010 maar de werkzaamheden zelf worden pas afgerond na 31
december 2010 maar voor 1 maart 2010, kan voor deze werkzaamheden
het verlaagde tarief worden gehanteerd. Deze overgangsmaatregel
geldt ook voor het aanbrengen van isolatieglas tenzij de waarde van
het glas een beduidend deel vertegenwoordigt van de waarde van de
totale dienst.
Werkzaamheden die te ver af staan van het aanbrengen van op energiebesparing gerichte isolatiemateriaal vallen niet onder het verlaagde tarief. Te denken valt aan sloopwerkzaamheden zoals het verwijderen van de oude vloer, het dak of de kozijnen voorafgaand aan de daadwerkelijke isolatiewerkzaamheden. Ook het aanbrengen van zonwering of een dakkapel valt niet onder de post omdat geen sprake is van het aanbrengen van op energiebesparing gericht isolatiemateriaal.
Het komt voor dat bij het vervangen van bestaande delen van een woning, zoals een dak of een muur, werkzaamheden betrekking hebben op zowel de vervanging/vernieuwing van de bestaande delen als het aanbrengen van isolatiemateriaal. In dat geval mag voor de tarieftoepassing worden gesplitst in een deel dat betrekking heeft op de vervanging/vernieuwing en een deel dat betrekking heeft op de isolatiewerkzaamheid. Wanneer bijvoorbeeld een bestaand dak wordt vervangen door een rieten dak waarbij dit dak is geplaatst op isolatiemateriaal, dan geldt het verlaagde tarief alleen voor de werkzaamheden met betrekking tot de isolatie. Ditzelfde geldt als bij verbouw, aanbouw of uitbouw van een woning isolatiewerkzaamheden worden verricht. Wanneer de werkzaamheden alleen vervanging betreffen, bijvoorbeeld een oud dak wordt vervangen door een nieuw (rieten) dak, zonder dat isolatiemateriaal wordt aangebracht valt het geheel onder het normale btw-tarief.
Het aanbrengen van isolatieglas valt tot 1 januari 2010 onder
het verlaagde tarief, tenzij de waarde van het glas een beduidend
deel vertegenwoordigt van de waarde van de totale dienst. Een
levering van glas valt niet onder het verlaagde tarief.
Voor de uitleg van het begrip ‘woning’ wordt aangesloten bij de
in Tabel I -post b.8 gegeven uitleg van dit begrip.
Het verlaagde tarief is niet van toepassing op de materialen als
die materialen een beduidend deel vertegenwoordigen van de waarde
van de totale dienst (isolatiewerkzaamheid). Onder
"beduidend" dient hier te worden verstaan meer dan 50%.
Voorbeeld A
arbeidsloon € 1000
isolatiemateriaal € 800
In deze situatie is de waarde van de materialen minder dan 50% van
de waarde van de totale dienst (€1800). Dit betekent dat de totale
dienst (isolatiewerkzaamheid) is onderworpen aan het verlaagde
tarief.
Voorbeeld B
arbeidsloon € 1000
isolatiemateriaal € 1001 of meer
In deze situatie is de waarde van de materialen meer dan 50% van de
waarde van de totale dienst (€2001). Dit betekent dat alleen het
arbeidsloon is onderworpen aan het verlaagde tarief.
De verhouding tussen materialen en isolatiewerkzaamheid wordt in
beginsel vastgesteld door de ondernemer die de bedragen factureert
voor materiaal en werkzaamheden. Als voor het geheel (maken en
aanbrengen van materiaal) één vergoeding in rekening wordt gebracht
dient voor de splitsing tussen materiaal- en arbeidskosten
aangesloten te worden bij de marktwaardemethode. Dit betekent een
vergelijking met soortgelijke prestaties op de markt. Als
soortgelijke prestaties ontbreken wordt aangesloten bij een
splitsing op basis van de kostprijs.
De kosten van in eigen productie vervaardigde materialen valt
geheel onder materiaalkosten (ook de factor arbeid). Overheadkosten
mogen naar evenredigheid over de twee kostenposten worden verdeeld.
Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de kosten van de huur
van een steiger voor het aanbrengen van dakisolatie.
Het moment waarop de dienst wordt verricht, is bepalend voor het
antwoord op de vraag of het verlaagde tarief van toepassing is. Het
verlaagde tarief is pas van toepassing als de dienst wordt afgerond
op of na 1 juli 2009.
Als een bepaalde prestatie een langere periode in beslag neemt, die
wordt afgerond na 1 juli 2009 dan is op deze prestatie het
verlaagde tarief van toepassing. Als er deelfacturen zijn
uitgereikt met het normale btw-tarief dan kan op de definitieve
factuur de btw worden verrekend.
De tekst van post B 20 luidt:
“het verrichten van schoonmaakwerkzaamheden binnen
woningen”.
Schoonmaakwerk in de woning valt onder het verlaagde tarief.
Schoonmaakwerkzaamheden aan de buitenkant van woningen, zoals
gevelreiniging en glazenwassen, alsmede specifieke
schoonmaakdiensten binnen woningen zoals schoorsteenvegen en
CV-reiniging en andere niet tot de normale werkzaamheden van een
schoonmaker behorende diensten, vallen buiten de reikwijdte van de
post.
Voor de betekenis van het begrip “woning” wordt aangesloten bij de
toelichting van post B 8.
Overigens is huishoudelijke verzorging vrijgesteld van btw, voor
zover het personen betreft die voor thuiszorg geïndiceerd zijn op
grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Post B 20 is van
toepassing voor andere dan de hiervoor bedoelde gevallen.
Het besluit van 27 september 2007, nr. CPP 2007/536M en het besluit van 15 september 2009, nr. DV-09-529 zijn met de inwerkingtreding van dit besluit ingetrokken.
Alle besluiten op het terrein van tabel I zijn samengebracht in
dit besluit. In het verleden hebben ook andere publicaties met een
beleidsmatig karakter plaatsgevonden. Dit betreft bijvoorbeeld
mededelingen in het voormalige infobulletin. Om onduidelijkheid te
voorkomen over de vraag of dergelijke publicaties nog geldend
beleid bevatten, trek ik deze publicaties met ingang van de
inwerkingtreding van dit besluit collectief in.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum
van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en
werkt terug tot en met de datum van dit besluit. In afwijking
hiervan treedt onderdeel 16 van post a 35 alsmede de onderdelen van
de posten a 30, b 2, b 9, b 19 en b 20 die zijn
gewijzigd/toegevoegd bij het Belastingplan 2010 (nr. 32 128) in
werking met terugwerkende kracht tot 1 januari 2010. De wijziging
in post b 8 treedt in werking met terugwerkende kracht tot en met
15 september 2009.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 4 januari 2010.
De staatssecretaris van Financiën,
mr. drs. J.C. de Jager