U bevindt zich op: Home › Actueel › Besluiten / beleidsregels
In dit besluit is een tweetal besluiten samengevoegd en voor
zover noodzakelijk geactualiseerd. Dit besluit vervangt de
besluiten van 22 maart 2001, nr. CPP2001/793M en van 23 september
2003, nr. CPP2003/1711M.
Dit besluit is een samenvoeging en actualisering van de
besluiten van 22 maart 2001, nr. CPP2001/793M en van 23 september
2003, nr. CPP2003/1711M.
De onderdelen 1, 2 en 3 van het besluit van 23 september 2003, nr.
CPP2003/1711M hebben door verschenen jurisprudentie hun belang
verloren en zijn daardoor vervallen.
Verder zijn er geen inhoudelijke wijzigingen beoogd ten opzichte
van de hiervoor genoemde besluiten.
WvK Wetboek van Koophandel
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 12 februari 1997, nr. 31
394, bepaald dat als uitgangspunt geldt dat vóór het aangaan van
een maatschaps- of vennootschapsovereenkomst tussen echtgenoten
geen rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de
overeenkomst. De Hoge Raad overwoog dat een uitzondering moet
worden gemaakt voor de situatie waarin "een overeengekomen
terugwerkende kracht op zakelijke gronden berust”.
Goedkeuring
Om praktische redenen keur ik daarom onder voorwaarden goed dat aan
een schriftelijke personenvennootschapsovereenkomst waarin een
terugwerkende kracht is overeengekomen, een terugwerkende kracht
van maximaal negen maanden wordt toegekend. Ook voor de toepassing
van de ondernemingsfaciliteiten wordt dan rekening gehouden met de
terugwerkende kracht. Deze goedkeuring strekt zich mede uit tot
overeenkomsten tussen anderen dan echtgenoten.
Voorwaarden
• De overeenkomst kan niet verder
terugwerken dan daarin is overeengekomen en evenmin verder dan tot
het begin van het kalenderjaar waarin die overeenkomst tot stand is
gekomen.
• De terugwerkende kracht is niet gericht op incidenteel fiscaal
voordeel.
• Indien de winst overeenkomstig artikel 3.66 van de Wet IB 2001
mag worden bepaald over een niet met het kalenderjaar samenvallend
boekjaar, treedt het boekjaar in de plaats van het
kalenderjaar.
Het met succes inroepen van artikel 21 WvK brengt mee dat de
commandiet ook hoofdelijk aansprakelijk kan worden gesteld voor
schulden die zijn ontstaan vóór het moment waarop de overtreding
van het beheersverbod heeft plaatsgevonden. In het geval dit
daadwerkelijk gebeurt is een dergelijke commandiet niet vanaf de
(eerdere) datum waarop een dergelijke schuld is ontstaan, aan te
merken als ondernemer voor de toepassing van de Wet IB 2001. Hij
wordt weliswaar, als het ware met terugwerkende kracht, verbonden
voor de verbintenissen die voortvloeien uit de schuld (de
overeenkomst), maar pas vanaf het moment waarop de overtreding van
het beheersverbod heeft plaatsgevonden kan sprake zijn van
ondernemerschap. Vanaf dat moment wordt de commandiet verbonden
voor verbintenissen van de onderneming in de zin van artikel 3.4
Wet IB 2001. Dat artikel 21 WvK aansprakelijkheid kan meebrengen
voor verbintenissen die eerder – vóór de datum waarop het
beheersverbod is overtreden - zijn ontstaan, is in deze niet
relevant.
De besluiten van 22 maart 2001, nr. CPP2001/793M en van 23
september 2003, nr. CPP2003/1711M, zijn met ingang van de
dagtekening van dit besluit ingetrokken.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum
van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en
werkt terug tot en met de dagtekening van dit besluit.
Den Haag, 6 februari 2010.
De staatssecetaris van Financiën,
mr.drs. J.C. de Jager.