U bevindt zich op: Home › Actueel › Besluiten / beleidsregels
De Minister van Financiën, verder de Minister, zijnde de verantwoordelijke voor de verwerking van politiegegevens door de Belastingdienst/FIOD-ECD,
- de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten,
- de Wet politiegegevens,
- het Besluit politiegegevens,
- het Besluit politiegegevens bijzondere opsporingsdiensten,
- de Algemene wet bestuursrecht.
- de Wet politiegegevens regels stelt inzake de verwerking van
politiegegevens
- het noodzakelijk is dat hij ter zake van de uitoefening van de
bevoegdheden die uit de Wet politiegegevens voor hem voortvloeien
als volgt mandaat verleent aan de voorzitter van het managementteam
van de Belastingdienst/FIOD-ECD, verder de voorzitter;
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. bevoegdheid: de bevoegdheid tot het nemen van besluiten als
bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, tot het
verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en tot het
verrichten van ander (rechts)handelingen.
b. mandaat: de bevoegdheid bedoeld in artikel 10.1 van de Algemene
wet bestuursrecht, daaronder begrepen volmacht en machtiging als
bedoeld in artikel 10.12 van de Algemene wet bestuursrecht.
1. De Minister verleent mandaat aan de voorzitter om alle hem
toekomende bevoegdheden uit de Wet Politiegegevens, het Besluit
politiegegevens en het Besluit politiegegevens bijzondere
opsporingsdiensten uit te oefenen.
2. De Minister verleent mandaat aan de overige leden van het
managementteam van de FIOD-ECD om bij ontstentenis van de
voorzitter alle hem toekomende bevoegdheden uit de Wet
Politiegegevens, het Besluit politiegegevens en het Besluit
politiegegevens bijzondere opsporingsdiensten uit te oefenen.
3. Het mandaat omvat niet de bevoegdheid tot het beslissen op een
bezwaarschrift indien het besluit waartegen het bezwaar zich richt
door de gemandateerde is genomen.
4. Het mandaat heeft geen betrekking op aangelegenheden die de
gemandateerde betreffen.
1. De gemandateerde kan, behoudens de in het vierde lid bedoelde
uitzonderingen, ondermandaat verlenen voor met name te noemen
bevoegdheden aan medewerkers van de FIOD-ECD, voor zover deze de
aan betrokkene opgedragen taak rechtstreeks aangaat.
2. In bijzondere gevallen kan de gemandateerde, behoudens de in het
vierde lid bedoelde uitzonderingen, ondermandaat verlenen voor met
name te noemen bevoegdheden aan anderen dan de in het eerste lid
genoemde functionarissen indien dat voor een goede taakuitvoering
onvermijdelijk is.
3. De gemandateerde doet onverwijld afschrift van door hem verleend
ondermandaat en eventuele verdere mandatering aan de Minister
toekomen.
4. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op:
a. toegang tot politiegegevens door een bewerker die niet
rechtstreeks onder het gezag van de gemandateerde is onderworpen,
zoals bedoeld in artikel 4, zesde lid, Wet politiegegevens;
b. het aanwijzen van de functionaris die is belast met het
effectueren van besluiten met betrekking tot het autoriseren van
medewerkers in een geautomatiseerde omgeving;
c. het vastleggen van de bij of krachtens artikel 13, vierde lid,
van de Wet politiegegevens bepaalde gegevens met betrekking tot de
verwerking van politiegegevens ter ondersteuning van de
politietaak, bedoeld in artikel 13, eerste, tweede en derde lid,
van de Wet politiegegevens;
d. het vernietigen van gegevens op basis van artikel 14, vierde
lid, Wet politiegegevens;
e. het periodiek doen controleren van de naleving van de bij of
krachtens de Wet politiegegevens gegeven regels door middel van het
periodiek doen verrichten van audits als bedoeld in artikel 33 van
de Wet politiegegevens;
f. het benoemen van een privacyfunctionaris, bedoeld in artikel 34,
eerste lid, van de Wet politiegegevens;
De voorzitter en degenen aan wie verder (onder)mandaat is
verleend volgen de algemene en bijzondere instructies van de
Minister op. De voorzitter draagt zorg voor het treffen van de
maatregelen bedoeld in artikel 4, eerste, tweede en derde lid, WPG
en onderhoudt een systeem van autorisaties dat voldoet aan de eisen
van zorgvuldigheid en evenredigheid.
Besluiten en (rechts)handelingen genomen of verricht krachtens
bij dit besluit verleend mandaat worden ondertekend als volgt: “De
Minister van Financiën, namens deze” (volgt naam en functie van de
ondertekenaar).
Van de krachtens dit besluit genomen besluiten en verrichte
(rechts)handelingen wordt verslag gedaan als onderdeel van het
jaarverslag of eerder zodra daartoe aanleiding is.
1. Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie in de
Staatscourant en werkt terug tot en met 17 juli 2009 en ligt ter
inzage bij de afdeling Vaktechniek & Kennismanagement van de
Belastingdienst/FIOD-ECD.
2. Dit besluit kan worden aangehaald als Mandaatbesluit Wet
Politiegegevens FIOD-ECD.
De Minister van Financiën,
Wouter Bos