U bevindt zich op: Home › Actueel › Besluiten / beleidsregels
In dit besluit wordt naar aanleiding van de gevolgen van de
kredietcrisis de toepassing van het urencriterium verduidelijkt.
Uitgangspunt is dat voor het urencriterium alle tijd die wordt
besteed aan werkzaamheden die worden verricht met het oog op de
zakelijke belangen van de onderneming, meetelt. In die gevallen
waarin twijfel mogelijk is over de aannemelijkheid van het aantal
aan deze werkzaamheden bestede uren, zal de inspecteur voor de
crisisjaren 2009 en 2010 enige soepelheid betrachten.
De economische crisis is voor vele ondernemers niet zonder
gevolgen gebleven. In menige branche is men geconfronteerd met het
teruglopen van het aantal opdrachten en dalende omzetten. Als
gevolg daarvan hebben ondernemers geprobeerd het tij te keren door
meer tijd te besteden aan bijvoorbeeld acquisitie en het verkrijgen
van grotere naamsbekendheid. De tijd die besteed wordt aan
laatstgenoemde of vergelijkbare activiteiten blijkt in de praktijk
niet altijd eenduidig te herleiden. Daardoor wordt het voor de
ondernemer moeilijker aannemelijk te maken of wordt voldaan aan het
urencriterium, dat toegang geeft tot een aantal fiscale
faciliteiten.
Deze omstandigheden geven aanleiding om voor de beoordeling of
wordt voldaan aan het urencriterium duidelijkheid te verschaffen
over de kwalificatie van de werkzaamheden van de ondernemer. In dit
besluit wordt aangegeven hoe de invulling van het urencriterium
plaatsvindt. Het moet gaan om werkzaamheden die worden verricht met
het oog op de zakelijke belangen van de onderneming. In die
gevallen waarin er twijfel mogelijk is over de aannemelijkheid van
het aantal aan deze werkzaamheden bestede uren, zal de inspecteur
voor de crisisjaren 2009 en 2010 enige soepelheid betrachten.
Als wordt voldaan aan het urencriterium kan een ondernemer in
aanmerking komen voor een aantal fiscale faciliteiten zoals de
zelfstandigenaftrek, de dotatie aan de fiscale oudedagsreserve en
tot en met het jaar 2009 de MKB-winstvrijstelling. In artikel 3.6
van de Wet inkomstenbelasting 2001 is opgenomen wat onder het
urencriterium dient te worden verstaan. Eén van de elementen is dat
gedurende het kalenderjaar ten minste 1225 uren worden besteed aan
werkzaamheden voor een of meer ondernemingen waaruit de
belastingplichtige als ondernemer winst geniet. De ondernemer moet
aannemelijk maken dat aan het criterium wordt voldaan. Dat roept de
vraag op welke werkzaamheden kunnen worden meegenomen.
Voor het urencriterium gaat het volgens vaste jurisprudentie om
alle tijd die wordt besteed aan werkzaamheden die worden verricht
met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming. In veel
gevallen zal duidelijk zijn welke werkzaamheden dat zijn.
Bijvoorbeeld de loodgieterswerkzaamheden van de loodgieter, het
schilderwerk voor de schilder, de kapperswerkzaamheden voor de
kapper, de declarabele uren voor de advocaat en de accountant etc.
Daarbij kan ook worden gedacht aan de tijd die wordt besteed aan
bijvoorbeeld woon-werkverkeer, cliëntbezoek en het maken van
offertes. Deze werkzaamheden hebben een duidelijk direct verband
met ondernemersactiviteiten. Het zal voor de ondernemer in het
algemeen niet veel moeite kosten aannemelijk te maken hoeveel tijd
is besteed aan deze werkzaamheden.
Er zijn echter ook andere activiteiten die met het oog op zakelijke
belangen van de onderneming worden verricht, maar die niet direct
toerekenbaar zijn aan opdrachten. Voorbeelden daarvan zijn het
zelfstandig voeren van de administratie (boekhouding inclusief
belastingaangiften), aanvragen van vergunningen, het creëren van
een website en werkzaamheden die verband houden met acquisitie. Van
deze activiteiten staat het zakelijke karakter vast, maar zal niet
altijd duidelijk zijn hoeveel tijd de ondernemer daaraan heeft
besteed.
Het is denkbaar dat door de kredietcrisis een verschuiving
plaatsvindt van werkzaamheden die een duidelijk direct verband
hebben met ondernemersactiviteiten naar andere activiteiten zoals
hierboven genoemd. Bij de beoordeling van de aannemelijkheid van
het aantal bestede uren aan de hiervoor genoemde activiteiten,
zullen de inspecteurs voor de jaren 2009 en 2010 in geval van
mogelijke twijfel enige soepelheid betrachten. Bij
belastingplichtigen met een gebroken boekjaar gaat het om de in
beslag genomen tijd in het boekjaar waarvan de winst wordt
toegerekend aan het kalenderjaar 2009 respectievelijk 2010.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum
van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Den Haag, 8 maart 2010.
De minister van Financiën,
mr. drs. J.C. de Jager.