U bevindt zich op: Home › Actueel › Kamerstukken
Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA 'S-GRAVENHAGE
Ons kenmerk FM/2008/ 3112 M
Betreft Stand van zaken beleggingsverzekeringen
Geachte voorzitter,
Tijdens het Algemeen Overleg over beleggingsverzekeringen op 23 oktober
2008 heb ik u toegezegd te rapporteren over de uitkomst van een nadere
bespreking met verzekeraars over de termijn waarop zij een akkoord kunnen
bereiken over compensatie van de kosten van beleggingsverzekeringen.
Daarnaast bericht ik u in deze brief over het recentelijk bereikte akkoord
tussen de Stichting Verliespolis en Woekerpolisclaim en
verzekeringsmaatschappijen Nationale-Nederlanden en ASR
(voorheen Fortis ASR). Voorts heb ik enkele mededelingen met betrekking tot
het afgeronde feitenonderzoek beleggingsverzekeringen. Ook heb ik u toegezegd
in overleg te zullen treden met de AFM over de wijze waarop invulling wordt
gegeven aan de wettelijke verplichting tot het opstellen en gebruik maken van
risicoprofielen van beleggers. Op deze onderwerpen zal ik in deze brief
ingaan.
Ik heb in gesprekken met verzekeraars gevraagd om duidelijkheid omtrent de
termijn van een compensatie voor gedupeerde polishouders van
beleggingsverzekeringen. Daarbij heb ik aangegeven dat het alternatief is dat
verzekeraars conform de motie Vos/Vendrik historische waardeoverzichten
verstrekken, waarmee alle polishouders inzicht krijgen in hun polis. Alle
relevante verzekeraars hebben inmiddels compensatieovereenkomsten of
voorstellen gedaan of zijn daarmee vergevorderd. Die overeenkomsten en
voorstellen gaan gepaard met het scheppen van duidelijkheid voor polishouders
en het is daarom voor zover ik kan overzien niet nodig vervolg te geven aan
de motie Vos-Vendrik.
Het Verbond van Verzekeraars heeft al eerder de verwachting uitgesproken dat
voor het eind van het jaar voor het grootste deel van alle getroffen
polishouders een oplossing zal zijn bereikt. Deze verwachting dient echter
wel begrepen te worden in de bredere context van de ontwikkelingen. Er is
maatwerk per verzekeringsmaatschappij geboden, omdat het aanbod van producten
en productgeneraties belangrijke verschillen met zich mee kan brengen. Niet
elke beleggingsverzekering is een woekerpolis. Daarbij komt dat de capaciteit
van de stichtingen die gedupeerde polishouders vertegenwoordigen, beperkt
is.
De Ombudsman Financiële Dienstverlening heeft naar aanleiding van de vraag
van mijn ambtsvoorganger in februari 2007 om op basis van voorbeeldzaken tot
een categorale oplossing te komen in maart dit jaar een Aanbeveling
gepubliceerd en in september is er een bemiddelresultaat bereikt in de
voorbeeldzaak Delta Lloyd. Deze jurisprudentie biedt richtpunten voor de
markt om tot een oplossing te komen. Aegon heeft medio oktober bekend gemaakt
in lijn met de overeenstemming die door Delta Lloyd is bereikt haar
polishouders tegemoet te komen.
Op 21 november 2008 is bekendgemaakt dat tussen de stichting Verliespolis, de
stichting Woekerpolisclaim, de Vereniging Eigen Huis, de Vereniging van
Effectenbezitters en de Vereniging Consument en Geldzaken enerzijds en ING
anderzijds een overeenkomst is gesloten met betrekking tot de maximale hoogte
van de kosten van bestaande beleggingsverzekeringen. De overeenkomst is
vergelijkbaar met het eerdere akkoord tussen de consumentenorganisaties en
Delta Lloyd en geldt voor alle polishouders van particuliere
beleggingsverzekeringen van de ING-dochters (Nationale-Nederlanden, Postbank
Verzekeringen en RVS), ongeacht of men is aangesloten bij een van de
consumentenorganisaties. Per polis wordt berekend wat de kosten van de
verzekering zijn en als blijkt dat de polishouder op de einddatum van de
verzekering meer kosten heeft betaald dan het overeengekomen maximum, wordt
het verschil in waardeopbouw op de einddatum extra aan de klant
uitgekeerd.
Met deze overeenkomst krijgen de ongeveer 730.000 polishouders van ING
duidelijkheid over de kosten van hun beleggingsverzekeringen. De huidige
polishouders worden op korte termijn schriftelijk op de hoogte gesteld van
het akkoord en hoeven geen actie te ondernemen. Vanaf 2010 wordt per polis
inzicht gegeven in de effecten van de overeenkomst. Klanten wier polis reeds
is beëindigd, moeten zich zelf melden bij ING; hoe dit moet, zal ING
binnenkort bekendmaken.
De Ombudsman Financiële Dienstverlening heeft een positief oordeel gegeven
over de toereikendheid van deze overeenkomst, vooral wat betreft de geboden
compensatie. Daarmee geldt de overeenstemming voor alle polishouders en heeft
dus een (tot die maatschappij beperkt) categoraal karakter.
Vandaag wordt bekend gemaakt dat ook ASR overeenstemming heeft bereikt met de
Stichtingen Verliespolis en Woekerpolisclaim. De nadere details van deze
regeling worden vandaag bekend gemaakt. Ook deze oplossing zal de lijnen van
de Aanbeveling en de overeenkomsten van Delta Lloyd en ING volgen. Het gaat
hierbij om omstreeks 1,1 miljoen polishouders waarvoor duidelijkheid wordt
geschapen. Voorts heb ik van SNS REAAL de verzekering gekregen dat zij ook in
gesprek zijn met de stichtingen om langs dezelfde lijnen tot compensatie over
te gaan. SNS REAAL geeft daarbij aan dat de onderhandelingen goed
vorderen.
Achmea heeft mij bevestigd dat zij ook conform de Aanbeveling en de Delta
Lloyd voorbeeldzaak compensatie zal gaan bieden aan hun klanten. Zij zijn
hiertoe in vergevorderde onderhandeling met de Stichting Woekerpolisclaim.
Daarbij is de intentie van Achmea om hierover voor het eind van het jaar
duidelijkheid te geven bij voorkeur door het bekendmaken van overeenstemming
met de stichtingen.
De Ombudsman zal in de toekomst bij de beoordeling van deze
compensatieovereenkomsten langs dezelfde lijn uitspraken doen, indien en voor
zover naar oordeel van de Ombudsman sprake is van een toereikende regeling in
de lijn van Aanbeveling en de voorbeeldzaak. De Ombudsman Financiële
Dienstverlening meldt tenslotte dat hij van de resterende verzekeraars
antwoord heeft ontvangen op zijn brief van 18 juni waarin hij verzekeraars
duidelijkheid vroeg met betrekking tot de opvolging van zijn Aanbeveling. Dit
antwoord heeft enige tijd geduurd, omdat verzekeraars wachtten op de uitkomst
van de voorbeeldzaak, maar mede dankzij begeleidende activiteiten van de het
Verbond en op basis van genoemde richtpunten, hebben ze inmiddels zelfstandig
een compensatievoorstel opgesteld. Deze voorstellen worden getoetst op
toereikendheid door de Ombudsman. Daarmee ligt het in de verwachting dat nog
dit jaar of vroeg in 2009 alle polishouders van beleggingsverzekeringen
duidelijkheid kan worden gegeven over de te verwachten compensatie(regeling).
Mocht begin 2009 duidelijk worden dat er nog andere verzekeraars zijn waarvan
het wenselijk is dat die tot compensatie van gedupeerde polishouders over
gaan en deze dit niet van plan zijn, dan zal ik die partijen vragen om alsnog
gehoor te geven aan de motie Vos/Vendrik.
Tijdens het Algemeen Overleg van 23 oktober is gesproken over aanvullend
feitenonderzoek naar Koersplanpolissen die voor 1997 zijn afgesloten. Het
uitgangspunt van het feitenonderzoek naar beleggingsverzekeringen is altijd
geweest dat een dergelijk onderzoek de procespositie van partijen niet mag
beïnvloeden. Dit uitgangspunt is destijds ook door de Tweede Kamer
bekrachtigd. Mijn toezegging om aanvullend onderzoek te doen naar Koersplan
kan ik daarom onder de omstandigheid van de lopende rechtzaak niet gestand
doen.
In de procedure die momenteel bij de Rechtbank Utrecht sedert 2005 gevoerd
wordt is het product Koersplan reeds tot in alle finesse aan de orde geweest.
Zowel de Stichting Koersplan de Weg Kwijt als AEGON hebben op alle fronten
zich kunnen uitlaten over het product. Er zijn in deze procedure reeds twee
tussenvonnissen geweest. Thans zijn er verschillende getuigenverhoren gaande
bij de Rechtbank Utrecht, waaronder verhoor van getuige deskundigen die zich
uitlaten omtrent het product Koersplan. Het staat de Stichting Koersplan
uiteraard vrij om nadere gegevens omtrent Koersplan in het kader van die
procedure op te vragen. In die procedure is het zo dat de Rechtbank
uiteindelijk beslist of een dergelijk verzoek van de Stichting gehonoreerd
wordt. U begrijpt dat ik onder de omstandigheid van de rechtzaak met (een
aansporing tot) een dergelijk onderzoek mijn bevoegdheden te buiten zou
gaan.
Van belang voor polishouders van AEGON is dat ook AEGON heeft aangekondigd
haar polishouders te zullen compenseren langs de lijnen van de aanbeveling
van de Ombudsman Financiële Dienstverlening en de Delta Lloyd overeenkomst en
dat polishouders dientengevolge duidelijkheid zullen krijgen over hun eigen
situatie.
Ik heb met IFO overeenstemming bereikt over de voorwaarden voor afwikkeling van het contract. Dit betekent dat ik onder meer dat ik op korte termijn de stukken die inzicht bieden in het verloop van het IFO onderzoeksproces, in bewerkte, geanonimiseerde vorm, openbaar zal maken. De volledige documentatie die ik u met mijn brief van 27 juni ter vertrouwelijke kennisneming stuurde, blijft dan vertrouwelijk.
Ik heb met u gesproken over resultaten uit onderzoek naar de wijze waarop
risicoprofielen worden opgesteld en gebruikt bij de dienstverlening aan
particuliere beleggers. Met deze risicoprofielen wordt geïnventariseerd of
een specifieke belegger bepaalde beleggingsrisico's wil lopen en, zo ja,
hoeveel. Beleggingsadviezen en beheersbeslissingen in het kader van
(individueel) vermogensbeheer moeten mede worden gebaseerd op informatie die
bij de belegger is ingewonnen. Bij de belegger dient informatie te worden
opgevraagd over zijn financiële positie, kennis en ervaring met beleggen,
doelstellingen en risicobereidheid.
Volgens de onderzoekers zijn er grote verschillen tussen de
risicovragenlijsten die door (bank)beleggingsondernemingen worden gebruikt om
risicoprofielen van beleggers vast te stellen. Deze verschillen zouden
vervolgens tot grote verschillen in geadviseerde vermogensverdelingen,
samenstellingen van beleggingsportefeuilles en potentiële
beleggingsopbrengsten leiden. Met u ben ik van mening dat het niet wenselijk
is dat een belegger bij verschillende beleggingsadviseurs en
vermogensbeheerders een significant ander risicoprofiel zou worden toegekend
en dat een beleggingsadvies of beheersbeslissing in het kader van
vermogensbeheer daardoor significant anders zou uitpakken. De wijze waarop
invulling wordt gegeven aan de wettelijke verplichting tot het opstellen en
gebruik maken van risicoprofielen van beleggers maakt onderdeel uit van het
project dat de Autoriteit Financiële Markten (AFM) op dit moment uitvoert op
het gebied van "zorgvuldig advies". De AFM zal de resultaten van dit project
gebruiken bij het formuleren van richtsnoeren voor de naleving van de
verplichtingen die gelden voor het verstrekken van beleggingsadvies en het
verrichten van vermogensbeheer. De AFM beoogt deze richtsnoeren in de eerste
helft van 2009 beschikbaar te hebben voor marktpartijen. Voorgenomen overleg
tussen AFM en (vertegenwoordigers van) marktpartijen over deze richtsnoeren
heeft tot doel om op een efficiënte wijze marktbreed tot een meer consistente
invulling van de genoemde verplichtingen te komen.
Tijdens het Algemeen Overleg van 23 oktober kwam voorts de vraag op in hoeverre het vermogensbeheer bij verzekeraars onder publiekrechtelijke gedragsregulering valt. Deze vraag past in het onderzoek dat ik momenteel doe naar unit-linked levensverzekeringen (beleggingsverzekeringen). Daarin komt onder meer de vraag aan de orde in welke mate 'huisfondsen' binnen beleggingsverzekeringen gereguleerd zijn en of de eisen die in dit kader worden gesteld aan levensverzekeraars voldoen. Huisfondsen in dit verband zijn fondsen waarin een verzekeringnemer kan inleggen in het kader van zijn levensverzekering, maar die niet zelfstandig als beleggingsinstelling aan het publiek worden aangeboden. Ik verwacht u hierover in de eerste helft van volgend jaar nader te kunnen informeren.
Hoogachtend,
de minister van Financiën,
Wouter Bos
Kamerbrief |
17-12-2008
|
PDF bestand, 35 Kb