U bevindt zich op: Home
› Actueel
› Kamerstukken
Brief inzake Kredietverzekeringsmaatregelen
Kamerbrief |
26-06-2009
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalPostbus
20018
2500 EA Den Haag
Betreft: Kredietverzekeringsmaatregelen
Ons kenmerk: BFB 2009-867M
Geachte voorzitter,
Graag informeer ik u met deze brief over de dekking die de Staat
voornemens is te geven op de markt van kortlopende
handelskredieten. Deze brief is ook aangekondigd door de
staatssecretaris van Economische Zaken in het debat over
protectionisme met uw Kamer op 17 juni jl. In de brief van het
kabinet aan uw Kamer d.d. 16 januari (Kamerstuk 2008-2009, 31371,
nr. 88) zijn enkele uitbreidingen van de
exportkredietverzekeringsfaciliteit EKV aangekondigd. Kort daarvoor
kwamen de eerste signalen dat, als gevolg van de kredietcrisis, er
nieuwe knelpunten ontstonden op de markt van de
kredietverzekeringen.
Het belangrijkste nieuwe knelpunt, zo bleek uit overleg met
kredietverzekeraars en bedrijforganisaties, is het intrekken of
verlagen van limieten onder omzetpolissen. Omzetpolissen zijn
onderdeel van de markt voor kortlopende kredietverzekeringen, een
markt waar de Nederlandse Staat zich normaliter niet mee bezig
houdt. Door het intrekken dan wel verlagen van deze limieten wordt
het voor exporteurs veel lastiger om aan hun klanten te leveren.
Immers, juist in de huidige marktomstandigheden is er behoefte aan
verzekering van kredieten. Om die reden is de afgelopen maanden in
overleg met kredietverzekeraars en bedrijfsorganisaties gewerkt aan
een herverzekeringsfaciliteit voor omzetpolissen.
Deze herverzekeringsfaciliteit houdt in dat kredietverzekeraars in
de gevallen waarin een limiet verlaagd wordt de risico’s van een
verhoging (‘topping up’) van deze verlaagde limiet kunnen
herverzekeren bij de Staat. Concreet betekent dit dat wanneer een
exporteur een verlaagde limiet krijgt op een klant, de limiet –
tegen een hogere premie - alsnog verhoogd kan worden.
Daarnaast biedt de faciliteit ook topping up dekking voor eventuele
nieuwe limieten, wanneer zij lager worden vastgesteld dan de
verzekerde nodig heeft om zijn omzet te verzekeren. Daarvoor gelden
dezelfde voorwaarden als voor verlaagde limieten. Dit geeft
maximale flexibiliteit aan bedrijven om ook nieuwe
afzetmogelijkheden te vinden en daarbij een beroep te kunnen doen
op de faciliteit als de capaciteit van de markt onvoldoende blijkt.
Het verhoogde deel wordt afgedekt bij de Staat. Op deze manier
wordt de handel op een financieel verantwoorde manier een steun in
de rug gegeven. Veel landen in Europa zijn bezig met maatregelen op
dit terrein. De Nederlandse topping-up faciliteit lijkt daarbij het
meest op de faciliteiten die in Frankrijk en het Verenigd
Koninkrijk zijn geïntroduceerd.
Limieten die geheel zijn ingetrokken door kredietverzekeraars
vallen niet onder de faciliteit. Het risico hiervan is zodanig dat
een financieel verantwoorde (her)verzekering niet mogelijk is.
De Nederlandse faciliteit wordt ingericht voor zowel de
binnenlandse handel als de buitenlandse handel en heeft een
maximale omvang van 1,5 miljard euro. Het totale risico dat de
Staat loopt op enig moment is niet groter is dan 1,5 miljard.
Spreiding van de risico’s en de zorgvuldige risicoafweging maken
het reële risico vele malen kleiner. Gezien het risico van het
moeten uitkeren van eventuele schades, achten wij het verstandig
een voorziening te treffen van EUR 40 miljoen. De hoogte van deze
voorziening is gebaseerd op ratio’s die in de markt gebruikelijk
zijn, waarbij gezien de onzekere financiële tijden extra
veiligheidsmarges zijn ingebouwd. Doordat dekking onder de
faciliteit voor drie maanden geldig is, is het mogelijk om voor
meer dan 1,5 miljard in totaal aan handel hiermee te ondersteunen.
Vrijvallende capaciteit kan namelijk opnieuw gebruikt worden.
De premie die bedrijven voor het topping up deel moeten betalen is
aanzienlijk hoger dan de premies die op dit moment gebruikelijk
zijn in de markt voor omzetpolissen. Deze hogere premie is
noodzakelijk, omdat de risico’s die door de Staat worden afgedekt
aanzienlijk groter zijn dan de gemiddelde risico’s op de
kredietverzekeringsmarkt. Dit komt doordat de Staat maar in een
beperkt deel van de markt stapt en juist in dat deel waar de
risico’s het hoogst zijn. De premie die bedrijven moeten betalen is
1,5% van de dekking met een duur van drie maanden. De premie is
voldoende hoog dat bedrijven, indien er private alternatieven
voorhanden zijn, daarvoor zullen kiezen. Daarmee wordt voorkomen
dat de faciliteit marktverstorend werkt en het zorgt ervoor dat de
faciliteit in elk geval tijdelijk van aard is. Zodra de markt
hersteld is, zal er geen behoefte meer aan zijn. Om die reden is de
faciliteit ook tijdelijk. De herverzekeringsfaciliteit eindigt van
rechtswege op 31 december 2009. Aan het eind van het jaar wordt de
faciliteit geëvalueerd in overleg met verzekeraars.
De herverzekeringsfaciliteit wordt uitgevoerd door de
kredietverzekeraars en alle risico’s die verbonden zijn aan de
hogere limieten liggen bij de Staat. Uitvoering door
kredietverzekeraars is noodzakelijk, omdat zij beschikken over de
infrastructuur en de expertise om een dergelijke faciliteit uit te
voeren. De Staat vertrouwt daarbij op de zorgvuldige risicoafweging
die kredietverzekeraars kunnen maken. En omdat de
kredietverzekeraars altijd voor tenminste de helft delen in het
risico, hebben zij een goede prikkel heeft om de risico’s
zorgvuldig in te schatten. Gezien de huidige marktomstandigheden en
het soort de risico’s die de Staat overneemt, kan deze faciliteit
per saldo wel tot een verlies leiden, maar dit zal worden ingepast
in de algehele kostendekkendheid van de EKV.
Voordat de faciliteit kan worden ingevoerd is nog wel goedkeuring
nodig van de Europese Commissie, daaraan wordt inmiddels gewerkt.
De herverzekeringsfaciliteit voor omzetpolissen zal niet alle
problemen in de handel oplossen. Immers onderdeel van de
problematiek is de wereldwijde vraaguitval. Ik verwacht wel – ook
door het intensieve overleg dat met belanghebbenden is gevoerd –
dat deze maatregelen de handel de nodige steun in de rug zullen
bieden. De komende tijd blijven wij in overleg met
kredietverzekeraars en brancheorganisaties om eventuele zorgpunten
te kunnen adresseren.
Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd,
De minister van Financiën,
Wouter Bos
De staatssecretaris van Economische Zaken,
Frank Heemskerk
Meer informatie