U bevindt zich op: Home › Actueel › Kamerstukken
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EE Den Haag
Betreft: Herziening Belastingstelsel
Ons kenmerk: DV-09-550
Geachte voorzitter,
In het eerste hoofdstuk van de Miljoenennota 2010 heeft het
kabinet aangegeven fundamenteel te willen nadenken over Nederland
in 2020: samen slimmer, schoner, sterker, solidair en solide.
Daarbij is een voorstudie naar een mogelijke belastingherziening
voorzien. De laatste grote herziening van het belastingstelsel
dateert van 2001. Daarna is er sprake geweest van beperkte
herzieningen zoals Werken aan Winst in 2007. Al voor het uitbreken
van de crisis werd er vanuit de Tweede Kamer gevraagd om in
aansluiting op de evaluatie van IB2001 door een fundamentele bril
naar het belastingstelsel te kijken.[1]
Het kabinet is van oordeel dat er aanleiding bestaat het
belastingstelsel opnieuw te bezien. Daarvoor bestaat een aantal
redenen.
Allereerst is het zo dat de huidige crisis de vraag naar de
stabiliteit van de opbrengsten en de ontwikkeling van de belasting-
en premieontvangsten in verhouding tot die van het BBP weer actueel
maakt. Het getal dat aangeeft met welk percentage de
belastingopbrengst groeit bij een groei van het BBP met 1% wordt
aangeduid met ‘macro-economische progressiefactor’ (MEP). Als de
groei van de belastinginkomsten achter blijft bij die van het BBP
en de uitgaven gelijke tred houden met het BBP, is een voortdurende
tariefsmutatie nodig om de uitgaven te financieren. Hetzelfde geldt
mutatis mutandis voor de premieontvangsten. Deze situatie, waarin
de MEP afwijkt van 1,0 zal gevolgen moeten hebben voor de wijze
waarop met het lastenkader wordt omgegaan.[2]
Vervolgens dienen wij onszelf de vraag te stellen of de
verschillende belastinggrondslagen (arbeid, winst, consumptie,
vermogen, waaronder onroerend goed, milieubelastend gedrag etc.)
voor de toekomst houdbare grondslagen opleveren. Voor de te kiezen
mix geldt dat verschillende samenstellingen van de mix
verschillende economische effecten genereren.
Naast de vraag of er verbeteringen in de belastingmix mogelijk
zijn, is ook de vraag relevant of binnen de individuele
belastingsoorten (verdere) vereenvoudiging mogelijk is.
Meer en detail kunnen de volgende vragen geformuleerd worden:
In het Verenigd Koninkrijk hebben dit soort vragen geleid tot de
zogenaamde Mirrleesreview, een onafhankelijk studieproject van
gerenommeerde internationale wetenschappers. Dit project is in 2005
begonnen en wacht nog steeds op afronding (ondanks eerdere
verwachtingen dat deze in de herfst van 2008 zou kunnen
plaatsvinden). In bijlage 2 is een lijst met onderwerpen van de
Mirrleesreview opgenomen.
Eerder [3]
heeft de staatssecretaris toegezegd nog eens naar de mogelijkheden
en onmogelijkheden van een Mirrleesreview in Nederland te zullen
kijken. Tevens gaf hij aan het concept als zodanig, zeker gelet op
de wensen die op de middellange en lange termijn leven bij de
Kamer, interessant te vinden. Het kabinet staat welwillend
tegenover een Nederlandse versie van de Mirrleesreview, maar heeft
moeite met de hoeveelheid tijd die dit project in het Verenigd
Koninkrijk nodig blijkt te hebben. Het kiest er dan ook voor dit
studieproject te integreren in een voorstudie naar verschillende
scenario’s voor een mogelijke herziening van het Nederlandse
belastingstelsel.
Voor het verrichten van deze voorstudie zal een ‘Studiecommissie
belastingstelsel’ worden ingesteld die in opdracht van de minister
en staatssecretaris van Financiën de uitwerking van de voorstudie
zal oppakken. In deze studiecommissie zullen externe deskundigen,
ambtelijke deskundigen en het CPB zitting nemen. De commissie staat
onder leiding van een externe voorzitter.
De studiegroep zal een drietal activiteiten ondernemen:
1. Aan verschillende wetenschappers en adviseurs zal worden
gevraagd wat er volgens hen aan het Nederlandse belastingstelsel
dient te veranderen. Deze gedachten zullen eind dit jaar door het
ministerie van Financiën worden gepubliceerd.
2. Tegelijkertijd zal het bestaande stelsel worden getoetst aan de
hierboven gestelde vragen.
3. De gedachten van de wetenschappers en adviseurs en de uitkomsten
van deze toetsing zullen in de vervolgfase, tezamen met de
conclusies uit verschillende andere recente publicaties worden
uitgewerkt tot mogelijke scenario’s van belastingherziening.
Daarbij zal in beginsel het geheel aan belasting- en
premieopbrengsten worden betrokken dat is opgenomen in bijlage 3.
Bij het vormgeven van de scenario’s geldt als randvoorwaarde dat de
scenario’s
a) stabiele en houdbare grondslagen moeten
kennen, en
b) maximaal moeten inzetten op vereenvoudiging
van het stelsel
De uitgewerkte scenario’s zullen worden getoetst op de volgende
criteria:
De voorstudie zal in het tweede kwartaal van 2010 worden
afgerond. De resultaten zullen tegelijkertijd met de resultaten van
de studiegroep begrotingsruimte in juni 2010 worden aangeboden aan
het kabinet en de Tweede Kamer. Bij de resultaten van de voorstudie
zal ook een agenda voor vervolgonderzoek worden opgesteld.
Hoogachtend,
de staatssecretaris van Financiën,
mr.drs. J.C. de Jager
de minister van Financiën,
Wouter Bos
[1] Kamerstukken II, 2008-2009, 30375, nr.7
[2] De vraag naar de gevolgen van een afwijkende progressiefactor voor het lastenkader zal worden opgepakt door de Studiegroep Begrotingsruimte.
[3] in een AO over diverse fiscale onderwerpen op 26 november 2008
[4] Het CPB zal worden gevraagd de economische effecten van de verschillende scenario’s door te rekenen
15-09-2009
|
PDF bestand, 14 Kb
15-09-2009
|
PDF bestand, 20 Kb
15-09-2009
|
PDF bestand, 36 Kb