U bevindt zich op: Home › Actueel › Kamerstukken
De voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20017
2500 EA Den Haag
Ons kenmerk: DGB/2009/5308 M
Betreft: Bijzondere stuitingsregeling in verband met verjaring van belastingschulden
Geachte voorzitter,
Ter gelegenheid van de behandeling van het wetsvoorstel
Aanpassing van bijzondere wetten aan de vierde tranche van de
Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet vierde tranche Awb[1])
op 23 juni 2009 heeft de minister van Justitie toegezegd dat ik uw
Kamer nader zal informeren over de bijzondere, bij de genoemde
aanpassingswet ingevoerde stuitingsregeling welke geldt bij de
verjaring van belastingschulden (artikel 27, eerste lid,
Invorderingswet 1990).
In het bijzonder gaat het daarbij om de mogelijkheden die de
automatiseringssystemen van de Belastingdienst bieden met
betrekking tot de bewaking van de verjaring van belastingaanslagen.
De bijzondere stuitingsregeling sluit aan bij deze
mogelijkheden.
De regeling houdt in dat stuiting van de verjaring mogelijk is door een schriftelijke mededeling waarin de ontvanger zich ondubbelzinnig zijn recht op betaling van de desbetreffende belastingaanslag voorbehoudt. De regeling vormt een aanvulling op de algemene regeling in de Algemene wet bestuursrecht.
De Belastingdienst dient ervoor te waken dat de rechtsvordering tot betaling van de door hem opgelegde belastingaanslagen niet verjaart. Het belang daarvan is aanzienlijk en er bestaat dan ook behoefte aan een sluitend systeem van bewaking. Op 31 december 2008 waren in de bestanden van de Belastingdienst bijvoorbeeld ruim 27000 openstaande belastingaanslagen geregistreerd waarvan de dagtekening ouder was dan vijf jaar. Het financiële belang van deze aanslagen beliep (nominaal) een bedrag van 2,1 miljard euro. Overigens was voor een deel van het genoemde aantal aanslagen uitstel van betaling verleend in verband met nog lopende bezwaar- en beroepsprocedures. In de gevallen waarin uitstel van betaling is verleend, is de verjaringstermijn verlengd.
De bewaking van de verjaring van belastingaanslagen is een tamelijk complexe aangelegenheid. Naast de hier boven genoemde stuitingsgrond uit de Invorderingswet 1990, gelden nog zes andere stuitingsgronden welke thans alle zijn geregeld in de Algemene wet bestuursrecht. Bovendien worden in laatstgenoemde wet vijf situaties aangewezen waarin de (lopende) verjaringstermijn voor kortere of langere tijd – al naar gelang de situatie voortduurt - wordt verlengd. Het berekenen van de datum waarop de rechtsvordering tot betaling verjaart, vindt thans handmatig plaats. De verjaringscontrole richt zich in de praktijk op de groep belastingaanslagen waarvan de toegestane betalingstermijn met vier jaar en zes maanden is overschreden. In veel gevallen blijkt daarbij dat de verjaring tussentijds een of meerdere malen is gestuit of dat de verjaringstermijn voor kortere of langere tijd is verlengd; in zo'n geval wordt de verjaring op een later moment opnieuw beoordeeld. In het geval bij de controle blijkt dat verjaring inderdaad binnenkort aan de orde is, vindt de stuiting daarvan in de regel plaats door middel van de betekening van een dwangbevel. Op grond van de Invorderingswet 1990 verloopt deze betekening door middel van verzending van het voor de belastingschuldige bestemde afschrift van het dwangbevel per post.
Bij de thans onderhanden zijnde ontwikkeling van een nieuw
inningssysteem voor de Belastingdienst, zijn de mogelijkheden
onderzocht teneinde de bewaking van de verjaring geautomatiseerd en
geavanceerd te laten plaatsvinden. Geavanceerd, doordat daarbij
rekening wordt gehouden met de bestaande stuitings- en
schorsingsbepalingen. Uit het onderzoek is gebleken dat bedoelde
voorziening dermate complex zou zijn, dat het ontwikkelen daarvan
èn onevenredig vertragend zou zijn waar het betreft de oplevering
èn bovendien aanzienlijke risico’s zou inhouden met betrekking tot
de stabiliteit van het genoemde systeem.
Om die reden is gekozen voor een geautomatiseerde en sluitende vorm
van de bewaking die weliswaar minder geavanceerd maar wèl mogelijk
is. Deze mogelijkheid bestaat uit het vóór het verstrijken van de
vijfjaarstermijn (gerekend vanaf de dagtekening van de openstaande
belastingaanslag) geautomatiseerd aanmaken van een
stuitingsmededeling en het per post verzenden daarvan aan de
belastingschuldige. De verjaring is daarmee op wettige wijze
gestuit en de inbaarheid van de aanslag veilig gesteld terwijl het
risico dat aanslagen aan de aandacht ontsnappen zo niet
uitgesloten, in elk geval veel minder groot is dan thans.
De teksten van de aanmaning en het dwangbevel (beschikbaar op grond
van de Algemene wet bestuursrecht) zijn echter niet steeds geschikt
om te dienen als stuitingsmededeling. Daarbij kan bijvoorbeeld
worden gedacht aan situaties waarin ten tijde van de controle nog
uitstel van betaling loopt of waarin het faillissement van de
schuldenaar is uitgesproken. Wel geschikt is in dat verband de
schriftelijke mededeling aan de belastingschuldige waarin de
ontvanger zich ondubbelzinnig zijn recht op betaling van de
desbetreffende belastingaanslag voorbehoudt. Daarbij speelt een rol
dat de manier van stuiten op zichzelf geen verschil maakt; zowel
aanmaning, dwangbevel (Algemene wet bestuursrecht) als
schriftelijke mededeling (Invorderingswet 1990) worden alle per
post bezorgd.
Samenvattend. De verjaring van belastingaanslagen dient afdoende te worden bewaakt. De mogelijkheid om deze bewaking door middel van automatisering te ondersteunen, zijn beperkt; met name kan bij die ondersteuning geen rekening worden gehouden met stuitings- en schorsingssituaties welke zich na verzending van het aanslagbiljet hebben voorgedaan. Stuiting van de verjaring kan (geautomatiseerd) plaatsvinden door juist vóór het verstrijken van de verjaringstermijn een stuitingsmededeling te verzenden. De tekst van aanmaning en dwangbevel zijn daarvoor niet altijd geschikt. De tekst van de schriftelijke mededeling (sinds 1 juli 2009 geregeld in artikel 27, eerste lid, Invorderingswet 1990) is daarvoor wel geschikt.
Ik vertrouw u met het voorgaande voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
de staatssecretaris van Financiën,
Mr. drs. J.C. de Jager
[1] Stb. 2009/265.
Kamerbrief |
09-11-2009
|
PDF bestand, 27 Kb