U bevindt zich op: Home › Actueel › Kamerstukken
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
Betreft: Voorhangprocedure eenduidige loonaangifte
Ons kenmerk: DB/2009/664 M
Geachte voorzitter,
Bij brief van 29 mei 2009 (Kamerstukken II 2008/09, 31705, nr. 20)
is de Tweede Kamer geïnformeerd over ons besluit de eenduidige
loonaangifte (verder: de ELOA) met ingang van 2011 in te voeren.
Wij leggen nu aan u over het ontwerp voor het koninklijk besluit
tot inwerkingtreding met ingang van 1 januari 2011 van artikel IV
van Overige fiscale maatregelen 2009 (bijlage 1). Wij hebben dit
ontwerp vandaag ook aan de voorzitter van de Eerste Kamer
overgelegd.
Tevens voldoen we aan de toezegging in het algemeen overleg van 24
september 2009 om te rapporteren over de stand van de
voorbereidingen en de activiteiten in de komende periode rond de
ELOA. Volledigheidshalve merken we op dat in het genoemde algemeen
overleg op verzoek van de Tweede Kamer ook een schriftelijke
reactie op het advies van Actal in het vooruitzicht is gesteld en
dat deze reactie op 15 oktober 2009 aan de Tweede Kamer is
toegezonden (Kamerstukken II 2009/10, 32129, nr. 6).
In artikel XVII, zesde lid, van Overige fiscale maatregelen 2009 is
vastgelegd dat artikel IV van deze wet op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip in werking treedt waarbij een
zogenoemde voorhangprocedure met blokkerende werking van toepassing
is. De voordracht voor het koninklijk besluit wordt niet gedaan
indien binnen vier weken na dagtekening van deze brief door of
namens een der kamers der Staten-Generaal of door ten minste een
vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers om
overleg over het ontwerp wordt gevraagd en dit overleg niet tot
instemming leidt.
Met genoemd artikel IV wordt de ELOA ingevoerd. De ELOA is
noodzakelijk voor het verkrijgen van eenduidige en stabiele
gegevens ten behoeve van de afnemers van de polisadministratie.
Hiermee wordt uitvraag door UWV aan werkgevers en werknemers ook
zoveel mogelijk voorkomen. Op deze wijze wordt een structurele
verlaging van de administratieve lasten gerealiseerd van € 16,9 mln
(€ 3,7 mln. in de sfeer van de loonaangifte en € 13,2 mln. in de
sfeer van minder uitvraag door UWV). Hier staat wel tegenover dat
de incidentele administratieve lasten voor inhoudingsplichtigen €
8,6 mln. bedragen.
Uit de rapportage over de stand van de voorbereidingen en de
activiteiten in de komende periode rond de ELOA (bijlagen 2 en 3)
volgt dat de bevindingen die in de pilot van maart/april 2009 zijn
geconstateerd zijn opgelost en dat de activiteiten om per 1 januari
2010 te kunnen starten met de voorbereidingen voor de implementatie
van de ELOA in volle gang zijn. Deze activiteiten liggen op schema.
De tijd tot 1 januari 2010 is en wordt gebruikt om knelpunten op te
lossen, bevindingen uit te werken, de definitieve specificaties en
bijbehorende toelichtingen op te stellen en de voorlichting voor de
softwareleveranciers en inhoudingsplichtigen voor te bereiden. De
voorlichting zelf aan marktpartijen gaat begin 2010 van start. Voor
zowel de softwareleveranciers, de inhoudingsplichtigen als de
Belastingdienst en UWV is dan geheel 2010 beschikbaar voor de
feitelijke implementatie.
Aan de voortgang en behaalde resultaten tot nu toe ontlenen wij het
vertrouwen begin 2010 inderdaad zo ver te zijn dat wij samen met de
marktpartijen met de feitelijke implementatie kunnen starten, zodat
de ELOA per 1 januari 2011 op beheerste wijze kan worden ingevoerd.
Hoogachtend,
De Staatssecretaris van Financiën,
J.C. de Jager
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner
De volledige inhoud van de brief aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer is te vinden onder Meer Informatie.
Brief |
19-11-2009
|
PDF bestand, 73 Kb
Brief |
18-11-2009
|
PDF bestand, 46 Kb