U bevindt zich op: Home › Actueel
In deze fiscale nieuwsflits geeft de staatssecretaris een toelichting waarom hij afziet van beroep in cassatie tegen de uitspraak waarin het hof oordeelde dat ten onrechte heffingsrente is berekend.
De staatssecretaris deelt mee waarom hij afziet van
cassatieberoep tegen de uitspraak waarin het hof oordeelde dat ten
onrechte heffingsrente is berekend
De belastingadviseur van A heeft op het schattingsformulier voor
ondernemers geschreven 'als in voorgaande jaren'. De
computer van de Belastingdienst is niet in staat handgeschreven
tekst te lezen en naar aanleiding van het schattingsformulier
wordt, ten onrechte, een nadere voorlopige aanslag (hierna: va)
opgelegd in de vorm van een vermindering van het eerder bij va
opgelegde bedrag. A heeft daarop verzocht de nadere va op nihil te
stellen en de eerdere va te doen herleven. De inspecteur heeft
vervolgens een nieuwe nadere va opgelegd, gelijk aan de eerste en
daarbij heffingsrente in rekening gebracht. A ageert in deze
procedure tegen de heffingsrente.
Nadat de rechtbank A in het gelijk stelde en gaat de inspecteur in
hoger beroep. Het hof overweegt dat het schattingsformulier
inhoudelijk juist is ingevuld. Indien de computer van de
Belastingdienst de verstrekte gegevens juist zou hebben verwerkt,
zou er geen nadere voorlopige aanslag zijn opgelegd. Nu de wijze
van verwerking van het formulier niet in het formulier wordt
vermeld, dienen de gevolgen daarvan voor rekening en risico van de
Belastingdienst te blijven. De berekening van heffingsrente dient
achterwege te blijven.
De staatssecretaris laat weten dat hij afziet van beroep in
cassatie. Ter toelichting merkt hij op dat hij zich kan verenigen
met de uitkomst van deze zaak omdat A nog voor de terugbetaling had
verzocht om de va terug te brengen op het oude niveau. Hij merkt
overigens wel op dat hij zich niet kan verenigen met de reden die
het hof daarbij heeft gebruikt. Volgens de staatssecretaris komt
het onvolledig invullen van een schattingsformulier, door het niet
vermelden van het geschatte inkomen, voor rekening van A. Gelet op
bedoeld moment van A's verzoek acht hij het echter niet gewenst
dat heffingsrente in rekening wordt gebracht.
Toelichting staatssecretaris van 19 oktober 2009 nr. DGB 2009-5243
n.a.v uitspraak Hof Leeuwarden van 4 september 2009, 2009/00010,
Awr 30f en 30h
28-10-2009
|
PDF bestand, 8 Kb