U bevindt zich op: Home › Actueel
Deze fiscale nieuwsflits heeft vier berichten. Twee gaan over omzetbelasting toepassing integratieheffing en jaaropgaaf intracommunautaire leveringen en diensten éen over inkomstenbelasting herinvesteringsreserve en de vierde over successiewet: intrekking beleidsbesluiten.
Dit besluit bevat het herziene onderdeel
'Overheidsingrijpen' uit het besluit van 5 december 2006,
nr. CPP2006/1173M over de herinvesteringsreserve.
Dit onderdeel is aangepast naar aanleiding van de wijziging van de
artikelen 3.54 en 3.64 van de Wet IB 2001 met ingang van 1 januari
2008. Hierbij is eveneens rekening gehouden met de toezeggingen die
zijn gedaan bij de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel
van 20 december 2007, 31 206, Stb. 563 (Overige fiscale maatregelen
2008). Bovendien is uitvoering gegeven aan de recente toezegging
aan de Tweede Kamer (zie brief van de Minister van VROM van 30 juni
2009, TK 2008/2009, 29 435, nr. 242) dat zowel de Ruimte voor
Ruimteregeling als de Rood voor Roodregeling als vormen van
overheidsingrijpen zullen worden aangemerkt (zie onderdeel 3.3.3).
Het onderdeel 'Overheidsingrijpen' wordt nu apart
uitgebracht, vooruitlopend op een herziening van het besluit van 5
december 2006, nr. CPP2006/1173M. Deze herziening zal naar
verwachting begin 2010 zijn beslag krijgen.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst (nr. 2009,
20481).
Besluit van 16 december 2009, CPP2009/83M, Wet IB 2001 3.54 en
3.64
Met dit besluit wordt het besluit van 30 november 1994, nr.
VB 94/3619 (mededeling 26) per 1 januari 2010 ingetrokken. Tevens
bevat dit besluit een overgangsregeling.
Bij besluit van 30 november 1994, nr. VB 94/3619 (mededeling 26) is
een goedkeurende regeling getroffen voor het achterwege laten van
de zogenoemde integratieheffing (art. 3, derde lid, onderdeel b Wet
OB). Toepassing van deze regeling is mogelijk voor
woningcorporaties, gemeentelijke woningbedrijven, pensioenfondsen
en dergelijke instellingen, alsmede ziekenhuizen en
bejaardentehuizen die voldoen aan de voorwaarden in mededeling 26.
Mededeling 26 wordt met ingang van 1 januari 2010 ingetrokken. In
verband daarmee komt de staatssecretaris tot de volgende
overgangsregeling.
De goedkeurende regeling blijft tot 1 januari 2014 van
toepassing voor onroerende zaken waarvan de bestemming voor
bedrijfsdoeleinden (bedoeld in genoemd art. 3) vóór die datum heeft
plaatsgevonden. Hierbij geldt als voorwaarde dat vóór 31 december
2009 een aanvang is gemaakt met de realisatie van deze zaken.
Hiervan is sprake als met het oog op de realisatie van de
onroerende zaken kosten zijn gemaakt die rechtstreeks en objectief
aantoonbaar zijn toe te rekenen aan die realisatie dan wel als voor
de realisatie van deze onroerende zaken contractueel vastgelegde
verplichtingen zijn aangegaan. Het louter in bezit hebben of
verkrijgen van grond, zonder dat sprake is van zo’n rechtstreekse
en aantoonbare relatie, is onvoldoende voor toepassing van de
overgangsregeling.
In § 4 van mededeling 26 is een faciliteit getroffen voor het
beheer en/of onderhoud van woningen. Ook voor de onder deze
paragraaf te rangschikken werkzaamheden geldt dat per 31 december
2009 lopende contracten worden geëerbiedigd tot uiterlijk 1 januari
2014.
'Ter voorkoming van misverstanden merk ik het volgende op. Als
een onroerende zaak onderdeel uitmaakt van een méér onroerende
zaken omvattend project bijvoorbeeld een woonwijk), wordt de
toepassing van de overgangsregeling per onroerende zaak
getoetst.'
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2010 en
wordt in de Staatscourant geplaatst (2009, 20170).
Besluit van 23 december 2009, CPP2009/2495M, Ob 1968 3
In dit besluit worden beleidsbesluiten ingetrokken in het
kader van de wijziging van de Successiewet 1956.
De Successiewet 1956 is per 1 januari 2010 herzien. De bestaande
besluiten zullen worden aangepast aan de gewijzigde wet. Daarnaast
wordt door deze wijzigingen een vijftal besluiten ingetrokken. In
het besluit wordt hiervan een overzicht gegeven.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2010 en
wordt geplaatst in de Staatscourant (nr. 2009, 20099). Dit besluit
vervalt op 2 januari 2010.
Besluit van 16 december 2009, CPP2009/2357M, Sw 1956 10 en 17
Dit besluit vervangt en actualiseert het besluit van 6 juni
2006, nr. CPP2006/1063M. In het besluit is de goedkeuring voor het
indienen van een jaaropgaaf intracommunautaire leveringen
uitgebreid tot het indienen van een jaaropgaaf intracommunautaire
leveringen én diensten. Reden hiervoor is het invoeren per 1
januari 2010 van de verplichting tot het listen van diensten.
Ondernemers die intracommunautaire leveringen en diensten
verrichten, moeten daarvan uiterlijk de laatste dag van de maand
volgend op een kalendermaand opgaaf doen bij de inspecteur. Art.
37a, derde en vierde lid, Wet OB geeft de mogelijkheid hiervan af
te wijken. Daarnaast kunnen ondernemers, die voor de heffing van
omzetbelasting jaaraangifte doen, hun Opgaaf intracommunautaire
leveringen en diensten over dezelfde periode indienen (art. 271 van
RI 2006/112). Daarbij moet aan een aantal voorwaarden worden
voldaan die staan opgenomen in onderdeel 2 van het besluit.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2010. Het
besluit zal in de Staatscourant (2009, 20685) worden geplaatst.
Besluit van 23 december 2009, CPP2009/2397M, Ob 1968 37a
Besluit / beleidsregel | 16-12-2009 | Het object kan niet worden opgehaald (statement)Inkomstenbelasting, Dossier schenk- en erfbelasting
Besluit / beleidsregel | 16-12-2009 | Omzetbelasting
Besluit / beleidsregel | 31-12-2009 | Omzetbelasting
Besluit / beleidsregel | 16-12-2009 | Inkomstenbelasting
Besluit / beleidsregel | 05-12-2006