U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › Begroting › Begroting en Prinsjesdag Huidig dossier: Begroting en Prinsjesdag
Elke derde dinsdag van september is het Prinsjesdag. Dan komt de Koningin in de Gouden Koets naar het Binnenhof in Den Haag om de troonrede voor te lezen. Hiermee opent zij het nieuwe werkjaar van de Staten-Generaal (de Eerste en Tweede Kamer).
Alle ministers, staatssecretarissen, leden van de Eerste en Tweede Kamer en andere genodigden zijn in de Ridderzaal aanwezig als de Koningin de troonrede voorleest. In de troonrede geeft de Koningin een overzicht van de belangrijkste plannen van de regering voor het komende jaar.
Later op die dag gaat de minister van Financiën met het koffertje naar de Tweede Kamer. Namens de regering biedt hij daar tijdens de eerste vergadering in het nieuwe werkjaar de rijksbegroting en de Miljoenennota aan. De minister opent het koffertje op de regeringstafel en geeft de inhoud van het koffertje aan de Kamerbewaarder. Deze overhandigt de rijksbegroting en de Miljoenennota aan de voorzitter van de Tweede Kamer.
Al vanaf het begin van ons Koninkrijk, in 1815, wordt jaarlijks het werkjaar van de Staten-Generaal geopend. Eerst was dat op de eerste maandag in november. Later werd het de derde maandag in oktober. Weer later, in 1848, werd dat vervroegd naar de derde maandag in september. Reden van het naar voren halen van de opening was dat de kamerleden, de leden van de Staten-Generaal, zo meer tijd hadden om de rijksbegroting vóór het einde van het jaar te behandelen. De rijksbegroting bestaat namelijk uit wetsvoorstellen die door de Eerste en Tweede Kamer behandeld en goedgekeurd moeten worden, voordat vanaf 1 januari het geld uitgegeven mag worden en de belastingen geïnd worden.
De maandag bleek achteraf gezien niet zo'n geschikte dag. Kamerleden die ver van Den Haag woonden, moesten al op zondag hun reis beginnen, om op tijd te komen. De vervoermiddelen uit die tijd waren immers niet bepaald snel. Vooral leden van de christelijke politieke partijen vonden het een bezwaar om op zondag te reizen. Daarom is in 1887 besloten de opening van de Staten-Generaal, met het uitspreken van de Troonrede, voortaan op de derde dinsdag van september te laten plaatsvinden.
Naar bovenVanaf september 1930 wordt de derde dinsdag in september Prinsjesdag genoemd. In de tijd dat stadhouder Prins Willem V (1748-1806) regeerde werd zijn verjaardag, 8 maart, Prinsjesdag genoemd. In die tijd was dit één van de populairste volksfeesten in ons land. Nederland was toen, tijdens de Franse bezetting, een republiek en niet zoals nu een koninkrijk. De aanhangers van de familie van Oranje-Nassau gebruikten die dag om hun voorliefde voor de prins en het koninkrijk te laten zien. Niemand weet precies waarom vele jaren later de naam Prinsjesdag is overgegaan op de jaarlijkse openingsdag van de Staten-Generaal. Wel is het zo dat koninklijke familie kon worden toegejuicht. Ook nu op onze huidige Prinsjesdag maken mensen uit alle hoeken van het land gebruik van de gelegenheid om met vlaggetjes en veel oranje boven de Koningin en haar familie te begroeten.
Iedereen kent wel het koffertje waarmee de minister van Financiën op Prinsjesdag naar de Tweede Kamer gaat. Erop staat in gouden letters geschreven: 'DERDE DINSDAG IN SEPTEMBER'. In het koffertje zit niet de hele rijksbegroting! De rijksbegroting bestaat immers uit de begrotingen van alle veertien ministeries en deze passen niet in het koffertje. Een deel wordt daarom apart bezorgd. In het koffertje zitten in ieder geval de begrotingen van een aantal ministeries én de Miljoenennota met daaromheen een oranje lint.
Het huidige koffertje is gemaakt van ivoorkleurig geitenleer en is van binnen bekleed met blauwe Thaise zijde. De letters 'DERDE DINSDAG IN SEPTEMBER' en het Nederlandse wapen dat daarboven is aangebracht zijn met de hand verguld. De Staatsdrukkerij heeft het in 1964 aan minister Witteveen aangeboden, ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de Staatsdrukkerij.
Naar bovenDe traditie van het koffertje is in 1947 begonnen, toen minister Lieftinck van Financiën de eerste rijksbegroting na de Tweede Wereldoorlog in stijl wilde aanbieden aan de Tweede Kamer. Minister Lieftinck heeft het presenteren van de begroting in het koffertje overgenomen van de Engelsen waar de koffertjestraditie al veel langer bestond.
Het allereerste koffertje Het allereerste koffertje is omgerekend naar euro's destijds voor ongeveer € 1,70 gekocht bij leerhandel 'Van de Broek' op de Laan van Meerdervoort in Den Haag. Het was een eenvoudig bruin koffertje waar letters van goud papier op zijn aangebracht. Later is voor het opschrift ' derde dinsdag in september' goudverf gebruikt. Dit koffertje staat in het Belasting- en Douanemuseum in Rotterdam.
Tien jaar later in 1957 dreigde de traditie van het koffertje bijna verloren te gaan toen minister Hofstra de rijksbegroting gewoon in zijn aktetas mee naar het Binnenhof nam. Studenten die het hier niet mee eens waren, hebben de minister demonstratief een nieuw koffertje aangeboden. Waar dat koffertje is gebleven weet niemand. Maar één ding is zeker, minister Hofstra nam het jaar daarop het oude bruine koffertje toch in de hand om er de rijksbegroting en Miljoenennota mee aan te bieden.
Naar bovenBij wijze van grap heeft de minister van Financiën twee keer de rijksbegroting en de Miljoenennota in een heel klein koffertje aangeboden. In 1988 was dat minister Ruding die een klein koffertje uit zijn binnenzak haalde waarin de rijksbegroting en de Miljoenennota voor het jaar 1989 op microfiche stonden. Minister Zalm bracht in 1999 een koffertje mee dat een cd-rom bevatte met daarop de rijksbegroting en de Miljoenennota voor 2000. Een ander koffertje is het koffertje van de derde woensdag in mei.
Naar boven