U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › Financiële markten › Kredietcrisis › Kabinetsmaatregelen Huidig dossier: Kredietcrisis
Na de crisis zullen we te maken hebben met hardnekkige problemen, vooral op gebieden als arbeidsmarkt en overheidsfinanciën, ondanks de maatregelen die reeds in het voorjaar (ABK) zijn genomen. Het kabinet kijkt naar welke keuzes in de periode na de crisis nodig zijn om de langetermijndoelstellingen, zoals neergelegd in het regeerakkoord, te realiseren. De omstandigheden zijn door de crisis sterk veranderd en zijn reden om op een aantal terreinen keuzes grondig te heroverwegen.
De crisis heeft de economie sterk doen krimpen en structurele
schade aan de overheidsfinanciën toegebracht.
“Eén van de redenen waarom de gevolgen van de crisis voor heel veel
mensen tot nu toe beperkt zijn gebleven, is gelegen in het feit dat
de klappen zijn opgevangen door de schatkist. De extra
investeringen, de extra werkloosheidsuitkeringen, het niet
bezuinigen ondanks teruglopende belastinguitkomsten, voor veel
mensen was en is dat goed nieuws. Maar niet voor de schatkist"
(aldus de minister van Financiën bij het aanbieden van de
Rijksbegroting en de Miljoenennota 2010).
Het kabinet heeft het begrotingstekort laten oplopen om de schadelijke gevolgen van de crisis op te vangen. Het tekort op de begroting loopt in 2010 naar verwachting op naar -6,3 procent BBP en de schuld naar bijna 66 procent BBP. Het terugdringen van een begrotingstekort vergt forse inspanningen en kan vele jaren duren. Om herstel van gezonde overheidsfinanciën op termijn te garanderen zijn aanvullende acties nodig. Want zelfs als de economie terugkeert naar een groei die we gewend waren voor de crisis (ongeveer 2 procent gemiddeld per jaar) is de kans groot dat het tekort nauwelijks verbetert en blijft de schuld verder oplopen met ongeveer 30 miljard euro per jaar. Er zal geld bespaard moeten worden om de staatsschuld af te lossen en voor nieuw beleid.
Ook de problemen op de arbeidsmarkt, het klimaat en de financiële markten zorgen voor grote uitdagingen. Op de arbeidsmarkt bijvoorbeeld zullen de problemen minder snel verdwijnen dan dat ze gekomen zijn. In 2010 zijn er naar verwachting 600 duizend werklozen en dat betekent dat er in 1 op de 12 huishoudens iemand onvrijwillig werkloos is.
Minister Bos: "Alle mensen weten dat de rekening ergens een keer betaald moeten worden. Iedereen begrijpt dat we de komende jaren fors zuiniger aan moeten doen. En allemaal zijn we onverminderd ambitieus bij het streven naar de duurzaamste economie, het beste onderwijs, de meest innovatieve ondernemers, de veiligste buurt, excellente zorg en ga zo maar door. Meer dan ooit zal het de komende jaren dus gaan om zeer fundamentele keuzes" (bron: aanbiedingsspeech Miljoenennota 2010).
Het is duidelijk dat het kabinet de komende periode fundamentele
keuzes moet maken. Dat betekent dat veel overheidsbeleid de komende
jaren ter discussie komt te staan. Om daarover met elkaar te
praten, om verschillende opties af te wegen en - waar mogelijk – al
uit te voeren, heeft het kabinet zeven ambities geformuleerd voor
Nederland na de crisis. Nederland 2020:
Op orde brengen van de financiële sector
Het bestuur van banken zal worden verbeterd, de bonuscultuur zal
worden ingeperkt, het toezicht zal worden verscherpt. Nederland zal
een voorvechter zijn van internationale samenwerking in Europa en
in de G20. Het belastinggeld waarmee banken gered zijn, zal zo snel
als verantwoord mogelijk uit de banken worden teruggetrokken. De
kredietverlening aan bedrijven wordt continu gemonitored en waar
nodig ondersteund.
Duurzaam energie- en klimaatbeleid
Een tussentijdse evaluatie van Schoon en Zuinig was reeds voor 2010
gepland. Met als ijkpunt 2020 beslaat deze evaluatie de volle
breedte van het energie- en klimaatbeleid en zullen de
belangrijkste ambities en instrumenten voor een schonere toekomst
worden neergelegd. Ook zal het kabinet zich actief opstellen bij en
voorafgaand aan de komende klimaatconferentie in Kopenhagen in
december 2009 om een globaal klimaatakkoord af te kunnen
sluiten.
Bestrijden werkloosheid, verhoging arbeidsparticipatie
De komende jaren zal de werkloosheid helaas hoog zijn. Naast het
aanbodprobleem dat zich op middellange termijn onverminderd aan zal
dienen, zal op korte termijn ook van een vraagprobleem sprake zijn.
De doelstelling zou niettemin moeten zijn om de werkloosheid zo
snel mogelijk weer terug te brengen naar het niveau van voor de
crisis en verder te werken aan de ambitie van een
arbeidsparticipatie van 80 procent.
Revitalisering middenveld
Vertrouwen in democratische instituties, politici en bestuurders is
belangrijk en het is cruciaal om de maatschappelijke samenhang te
bewaken. Verdediging en handhaving van rechtstaat en
grondwettelijke vrijheden en het bevorderen van participatie en
integratie zijn daarbij onmisbaar. Ook moet de legitimiteit van het
maatschappelijk middenveld versterkt worden, maar het vertrouwen
dat daarvoor nodig is moet steeds weer verdiend worden. Het kabinet
zal daarom haar agenda rond matiging van salarissen in de
(semi-)publieke sector en het bevorderen van beter bestuur en
verantwoording bij zorginstellingen, onderwijsinstellingen en
corporaties, versnellen.
Groei, kennis, innovatie en ondernemerschap
Onderwijs, kennis, innovatie en (maatschappelijk verantwoord)
ondernemerschap zijn belangrijke bronnen van economische groei. Die
groei gaan we hard nodig hebben. In het crisispakket legde het
kabinet zich voor zijn inspanningen op het terrein van onderwijs en
onderzoek vast op het OESO-gemiddelde. Momenteel zit Nederland op
dat niveau. In het licht van de financiële krapte zal op korte
termijn de uitdaging vooral zijn om dat zo te houden. Ook moet
bekeken worden in hoeverre en in welk tempo deze doelstelling
verder aangescherpt kan worden ten behoeve van de kwaliteit van het
onderwijs en de innovatiekracht van de economie.
Brede heroverwegingen
Bovenstaande oude en nieuwe ambities van het kabinet dienen
gerealiseerd te worden vanuit een budgettaire uitgangspositie die
sterk is verslechterd. De Studiegroep Begrotingsruimte zal die
uitgangspositie nader analyseren en van adviezen voorzien. Tevens
is van belang om, teneinde op de middellange termijn weer tot
gezonde overheidsfinanciën te komen, de inzet van begrotings- en
premieuitgaven en belastinguitgaven te heroverwegen. Het kabinet
zal dit waar mogelijk betrekken bij de begrotingsvoorbereiding
2011/2012. Daarbij worden per onderwerp verschillende varianten
omschreven, waaronder een besparingsvariant van -20 procent.
Herziening Belastingstelsel
Een brede heroverwegingsoperatie roept ook fundamentele vragen op
over solide en solidaire financiering en over de
lastenontwikkeling. In dat kader zal een voorstudie worden gedaan
naar mogelijke vernieuwingen van het belastingstelsel.
Er zal geld bespaard moeten worden om de staatsschuld af te lossen en om geld vrij te maken voor nieuw beleid. Om fundamentele beleidskeuzes mogelijk te maken, is meer inzicht nodig in mogelijke opties en de budgettaire en andere gevolgen daarvan. Doel van de brede heroverwegingen is om onderbouwde keuzes mogelijk te maken door inzicht te verschaffen in besparingsopties en mogelijke gevolgen, zonder oordeel over de wenselijkheid.
Om dat inzicht te krijgen, start het kabinet in het kader van Nederland 2020 een serie van brede heroverwegingen. Het kabinet zal op 20 terreinen de inzet van begrotings-, belasting- en premie-uitgaven heroverwegen. Per terrein worden verschillende varianten omschreven waaronder één verplichte besparingsvariant van -20 procent. De op deze manier geïnventariseerde besparingen tellen bij elkaar op tot ongeveer 10 miljard euro.
De brede heroverwegingen moeten leiden tot een ruim aanbod van besparingsmogelijkheden zodat de politiek later kan kiezen. De operatie start in oktober 2009 en wordt in het tweede kwartaal van 2010 afgerond. Dit schept ruimte de resultaten waar mogelijk te betrekken bij de voorbereiding van de Miljoenennota 2011.
Met betrekking tot de collectieve lasten zal er tegelijkertijd apart een onderzoek naar de inrichting van het belastingstelsel starten. Met als uitgangspunt dat ook naar de toekomst toe een stabiele belastingopbrengst met een zo klein mogelijke verstoring van de economie, en een zo rechtvaardig mogelijke lastenverdeling gerealiseerd kan worden.