U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › Financieel management overheid
Wanneer kan de overheid een stichting oprichten? In beginsel niet, uitzonderingen kunnen echter voorkomen.
Wanneer een ministerie een stichting wil opzetten, dan moet de minister in kwestie de Algemene Rekenkamer, de ministerraad en Staten-Generaal ervan overtuigen dat er geen andere manier is om bepaalde beleidsdoelen te bereiken.
De kernvraag is of er sprake is van een publieke taak. Zo ja, dan dient in de eerste plaats de overheid die zelf uit te voeren. Als uitvoering door de overheid niet de aangewezen organisatievorm is dan geldt als alternatief een bestaande publiekrechtelijke organisatie, bijvoorbeeld een zelfstandig bestuursorgaan (zbo). Soms is ook dit echter niet mogelijk of passend. In dergelijke situaties kan dan het opzetten van een stichting nodig zijn om beleid uit te voeren. Uitgangspunt is dan wel dat de rol van de overheid beperkt blijft tot het verstrekken van subsidie en het aangeven van de subsidievoorwaarden.
Naar bovenIn het algemeen geldt voor het oprichten van stichtingen dus: nee, tenzij. Het oprichten van een stichting waarbij de overheid betrokkenheid heeft, is een uitzondering die aan een groot aantal voorwaarden moet voldoen. (In het 'Beleidskader voor betrokkenheid van de Rijksoverheid bij het oprichten van stichtingen' worden deze uitgewerkt.)
De overheid kan op verschillende manieren een stichting oprichten:
Bij deelname aan de oprichting van de stichting moet vanwege de ministeriële verantwoordelijkheid goed gelet worden op de reikwijdte van de invloed die de overheid op de stichting uitoefent. Deze zijn voor een deel vastgelegd in de algemene wet bestuursrecht (Awb).
Het kan verder raadzaam zijn aanvullende bevoegdheden in de statuten op te nemen, die niet bij de wet zijn geregeld. Zo kan het wenselijk zijn zeggenschap te krijgen over het ontslag van bestuurders. Ook bepalingen over evaluaties of een algemeen inlichtingenrecht kunnen hierin worden opgenomen. Het gaat hier om maatwerk. Let wel: als de invloed van de minister al te zeer toeneemt, is het de vraag of de stichtingvorm nog wel gewenst is.
In alle gevallen moet de minister aan de Algemene Rekenkamer, Staten-Generaal en ministerraad duidelijk maken waarom er géén publiekrechterlijke alternatieven zijn en de stichting de meest aangewezen organisatievorm is.
Naar bovenDe procedure om instemming te krijgen met de oprichting van de stichting begint met interne afstemming. Vervolgens gaat het voorstel voor advies naar de Toetsingscommissie Verzelfstandiging, die bestaat uit de DG Rijksbegroting van het ministerie van Financiën en de DG Management Openbare Sector van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De volgende stap is een advies van de Algemene Rekenkamer, waarna de ministerraad een principebesluit neemt. De Staten-Generaal heeft daarna dertig dagen de tijd om informatie te vragen, wijzigingen aan te brengen of een wettelijke machtiging af te dwingen. Pas daarna kan de minister tot oprichting overgaan.
Naar boven