Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Onderwerpen Internationaal Europa Economische en monetaire samenwerking Huidig dossier: Europa

EMU en euro

Op 1 januari 1999 is de euro ingevoerd. In 16 EU-landen is het nu de nationale munt.

Dit is het voorlopige hoogtepunt van de 'Economische en Monetaire Unie', oftewel de steeds nauwere economische en monetaire samenwerking die sinds de jaren 50 in Europa tot stand wordt gebracht. In 1991 is in het Verdrag van Maastricht opgeschreven hoe het EMU-proces zou moeten gaan verlopen om uiterlijk in 1999 inderdaad tot één munt te komen.

Het doel van de EMU is: één markt, één munt. Voor handelsland Nederland is een grote markt zonder belemmeringen positief. Een munt maakt dat de voordelen van die markt volledig kunnen worden benut. Wisselkoersbewegingen tussen EU-landen belemmerden namelijk in het verleden de handel en economische ontwikkeling. Dat is nu verleden tijd.

Een beschrijving van de monetaire en economische samenwerking sinds 1957 is beschikbaar op de site van de Europese Unie. De beschrijving valt uiteen in:

  • de periode 1957 tot 1992, gekenmerkt door veel valutaonrust,
  • de eerste fase van de EMU (1990-1993): gekenmerkt door verdere kapitaalmarktliberalisering,
  • de tweede fase van de EMU (1994 - 1999), voorbereiding op de euro, o.a. verankeren van onafhankelijke centrale banken,
  • de huidige derde fase (sinds 1999): de invoering van de euro in het girale betalingsverkeer en in 2002 werden de eurobiljetten en euromunten in omloop gebracht.

Bekijk de volledige versie van Minfin