Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Onderwerpen Internationaal Europa Economische en monetaire samenwerking Huidig dossier: Europa

Stabiliteits- en Groeipact

Het Stabiliteits- en Groeipact is een gevolg van de steeds nauwere samenwerking op economisch en monetair gebied (EMU).

In het Verdrag van Maastricht (1991) was bepaald dat er uiterlijk in 1999 één munt zou komen en dat in de jaren daarvoor de voorbereidingen moesten worden getroffen. Dat hield onder andere in dat landen hun inflatie, schuld en begroting op orde moesten hebben om mee te kunnen doen met de euro.

Daarnaast zijn er ook afspraken gemaakt over de begrotingsregels die na de invoering van de euro zouden gelden. Deze zijn opgenomen in het Stabiliteits- en Groeipact. Daarmee werd verzekerd dat landen ook na invoering van de euro hun schuld en begroting op orde moesten houden. Ten eerste om elkaars beleid niet in de wielen te rijden en ten tweede om het beleidshoofddoel van de Europese Centrale Bank (het handhaven van prijsstabiliteit en onverminderd dat doel, ondersteuning van het algemene economische beleid in de EU) niet te doorkruisen.

Het Stabiliteits- en Groeipact bestaat uit een aantal documenten. Onderstaand wordt toegelicht hoe die documenten zich tot elkaar verhouden en kunnen de documenten worden gedownload.

  • De basistekst voor het Stabiliteits- en Groeipact bestaat uit artikelen 121 (voorheen 99) en 126 (voorheen 104) van het EU verdrag. In deze artikelen wordt geregeld dat economisch en budgettair beleid een zaak van gemeenschappelijk belang zijn en dat daarbij gebruik wordt gemaakt van het zogenoemde 'multilaterale toezicht': iedereen let op allen.
  • In 1997 zijn de artikelen 99 en 104, zoals overigens voorzien toen die artikelen in 1991 werden opgesteld, verder uitgewerkt. De nadere afspraken zijn vastgelegd in verordeningen, zeg maar Europese wetten. Deze zijn in 2005 aangepast aan de wijzigingen waartoe de Ecofin op 20 maart 2005 besloot en die de Europese Raad van maart 2005 goedkeurde.
  • De eerste verordening (nr. 1055/2005) legt onder andere vast dat de landen moeten streven naar een overschot of nul saldo op middellange termijn.
  • De tweede verordening (nr. 1056/2005) gaat vooral over de precieze tijdslimieten en invulling van de buitensporig tekortprocedure. Zo wordt vastgelegd welke termijn in acht moet worden genomen bij het doen van aanbevelingen aan landen die een tekort van meer dan 3% hebben of waarvan de schuld te sterk toeneemt.
  • Met de ingang van het Verdrag van Lissabon per 1 december 2009 zijn de vroegere artikelen 99 en 104 vervangen door artikelen 121 en 126.

Preventief: Stabiliteits- en Convergentieprogramma’s

De landen van de eurozone moeten ieder jaar volgens het preventieve deel van het Stabiliteits- en Groeipact een Stabiliteitsprogramma indienen. De overige EU-landen moeten een Convergentieprogramma indienen. De programma's hebben tot doel te laten zien dat de budgettaire situatie op de middellange termijn gezond is en blijft. De programma's moeten normaal gesproken op 1 december binnen zijn. De Europese Commissie beoordeelt deze programma's en de Ecofin Raad (de Raad van de ministers van Financiën van de 27 EU-lidstaten) brengt er een advies over uit, op basis van het oordeel van de Europese Commissie. Het preventieve deel van het Pact heeft twee beleidsinstrumenten om buitensporige tekorten te voorkomen waar die dreigen te ontstaan: i) op voorstel van de Europese Commissie kan de Ecofin Raad een vroegtijdig signaal geven om een te groot tekort te voorkomen en ii) met een vroegtijdig beleidsadvies kan de Europese Commissie een lidstaat aanmanen de verplichtingen van het Stabiliteits- en Groeipact na te leven.

Correctief: Procedure bij buitensporige tekorten

Het correctieve deel van het Stabiliteits- en Groeipact bestaat uit de procedure bij buitensporige tekorten. Deze procedure wordt gestart zodra het tekort meer dan 3 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP) bedraagt, dan wel als lidstaten een tekort zien aankomen dat groter is dan 3 procent van het BBP. Dit is de grens die in het Verdrag is vastgelegd. Zodra wordt geconstateerd dat het tekort buitensporig is in de zin van het Verdrag, beveelt de Ecofin Raad de betrokken lidstaat aan om dit binnen een bepaalde termijn te corrigeren. Dit advies is gebaseerd op een analyse en aanbevelingen van de Europese Commissie. Als dat land aan de aanbevelingen geen gehoor geeft, volgen er uiteindelijk verdere stappen in de procedure. Voor landen in de eurozone zijn ook sancties mogelijk.

De toepassing van het Stabiliteits- en Groeipact, waaronder de jaarlijkse Stabiliteits- en Convergentieprogramma's en de gevoerde procedure bij buitensporig tekorten, wordt bijgehouden op de site van de Europese Commissie. Daar is voor ieder land na te gaan welke documenten als onderdeel van het zogenoemde 'multilaterale toezicht' zijn voorgesteld en/of aangenomen.


Meer informatie

Bekijk de volledige versie van Minfin