U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › Internationaal › Europa › Economische en monetaire samenwerking Huidig dossier: Europa
Het Stabiliteits- en Groeipact is een gevolg van de steeds nauwere samenwerking op economisch en monetair gebied (EMU).
In het Verdrag van Maastricht (1991) was bepaald dat er uiterlijk in 1999 één munt zou komen en dat in de jaren daarvoor de voorbereidingen moesten worden getroffen. Dat hield onder andere in dat landen hun inflatie, schuld en begroting op orde moesten hebben om mee te kunnen doen met de euro.
Daarnaast zijn er ook afspraken gemaakt over de begrotingsregels die na de invoering van de euro zouden gelden. Deze zijn opgenomen in het Stabiliteits- en Groeipact. Daarmee werd verzekerd dat landen ook na invoering van de euro hun schuld en begroting op orde moesten houden. Ten eerste om elkaars beleid niet in de wielen te rijden en ten tweede om het beleidshoofddoel van de Europese Centrale Bank (het handhaven van prijsstabiliteit en onverminderd dat doel, ondersteuning van het algemene economische beleid in de EU) niet te doorkruisen.
Het Stabiliteits- en Groeipact bestaat uit een aantal documenten. Onderstaand wordt toegelicht hoe die documenten zich tot elkaar verhouden en kunnen de documenten worden gedownload.
De landen van de eurozone moeten ieder jaar volgens het
preventieve deel van het Stabiliteits- en Groeipact een
Stabiliteitsprogramma indienen. De overige EU-landen moeten een
Convergentieprogramma indienen. De programma's hebben tot doel
te laten zien dat de budgettaire situatie op de middellange termijn
gezond is en blijft. De programma's moeten normaal gesproken op
1 december binnen zijn. De Europese Commissie beoordeelt deze
programma's en de Ecofin Raad (de Raad van de ministers van
Financiën van de 27 EU-lidstaten) brengt er een advies over uit, op
basis van het oordeel van de Europese Commissie. Het preventieve
deel van het Pact heeft twee beleidsinstrumenten om buitensporige
tekorten te voorkomen waar die dreigen te ontstaan: i) op voorstel
van de Europese Commissie kan de Ecofin Raad een vroegtijdig
signaal geven om een te groot tekort te voorkomen en ii) met een
vroegtijdig beleidsadvies kan de Europese Commissie een lidstaat
aanmanen de verplichtingen van het Stabiliteits- en Groeipact na te
leven.
Het correctieve deel van het Stabiliteits- en Groeipact bestaat uit de procedure bij buitensporige tekorten. Deze procedure wordt gestart zodra het tekort meer dan 3 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP) bedraagt, dan wel als lidstaten een tekort zien aankomen dat groter is dan 3 procent van het BBP. Dit is de grens die in het Verdrag is vastgelegd. Zodra wordt geconstateerd dat het tekort buitensporig is in de zin van het Verdrag, beveelt de Ecofin Raad de betrokken lidstaat aan om dit binnen een bepaalde termijn te corrigeren. Dit advies is gebaseerd op een analyse en aanbevelingen van de Europese Commissie. Als dat land aan de aanbevelingen geen gehoor geeft, volgen er uiteindelijk verdere stappen in de procedure. Voor landen in de eurozone zijn ook sancties mogelijk.
De toepassing van het Stabiliteits- en Groeipact, waaronder de
jaarlijkse Stabiliteits- en Convergentieprogramma's en de
gevoerde procedure bij buitensporig tekorten, wordt bijgehouden op
de site van de Europese Commissie. Daar is voor ieder land na te
gaan welke documenten als onderdeel van het zogenoemde
'multilaterale toezicht' zijn voorgesteld en/of aangenomen.
21-08-2009
|
PDF bestand, 85 Kb
21-08-2009
|
PDF bestand, 93 Kb