U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › Staatsdeelnemingen
Op voorstel van minister Bos heeft de ministerraad in december 2007 ingestemd met de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2007. Deze Nota is vervolgens op 16 juni 2008 besproken met de Tweede Kamer. Binnen het beleid heeft een accentverschuiving plaatsgevonden: het kabinet wil met het aandeelhouderschap nadrukkelijker de publieke belangen behartigen.
Het uitgangspunt van 'privatiseren tenzij' wordt met de nieuwe Nota Deelnemingenbeleid verlaten. Alleen als blijkt dat het aandeelhouderschap van overheidswege geen of weinig toegevoegde waarde heeft voor de bescherming van publieke belangen, worden staatsdeelnemingen afgestoten. De deelnemingen die nu nog in staatsportefeuille zijn, hebben meestal een specifiek publieke taak (bijvoorbeeld gebiedsontwikkeling) dan wel een sterke invloed op de maatschappelijke en feitelijke infrastructuur.
De belangrijkste doelstellingen in beheer van staatsdeelnemingen zijn:
Kamervragen | 12-02-2010 | Staatsdeelnemingen
Antwoorden op vragen van het lid Tony van Dijck (PVV) aan de minister van Financiën over het bericht dat de eigenaar van het nieuwe reclamebureau van ABN Amro een vriend van de minister is. (Ingezonden 25 januari 2010)
Kamerbrief | 24-10-2008 | Deelnemingenbeleid
In deze brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Bos over de nieuwe strengere beloningscode voor staatsdeelnemingen. De staat zal actief van haar rechten als aandeelhouder gebruik maken om het beloningsbeleid bij staatsdeelnemingen kritisch te beoordelen en vast te stellen.
Beleidsnota | 07-12-2007 | Actueel
Met de nota Staatsdeelnemingenbeleid wordt ten aanzien van de privatisering van deelnemingen het uitgangspunt 'privatiseren, tenzij' vervangen door 'publiek, tenzij'.
Kamerbrief | 06-10-2008 | Deelnemingenbeleid
Brief betreffende de vermogenspositie van staatsdeelnemingen