Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Organisatie In de Tweede Kamer Aanbiedingsspeeches

Prinsjesdag 2009

Speech van minister Bos bij het aanbieden van de Miljoenennota en de rijksbegroting aan de Tweede Kamer op Prinsjesdag 2009

Mevrouw de Voorzitter,

Vandaag is het 15 september 2009. Dat is – die rekensom kunnen wij allemaal maken - exact één jaar na 15 september 2008. Op de dag af één jaar nadat een bank die niet om kon vallen, Lehman Brothers in de Verenigde Staten van Amerika, toch bleek om te kunnen vallen.

Tussen die 15e september en deze 15e september is de wereldeconomie in een achtbaan van onvoorspelde en onvoorspelbare heftigheid terechtgekomen. Niet alleen raakten overal ter wereld banken en verzekeraars door eigen roekeloos gedrag in grote problemen, dat gold helaas ook voor vele ondernemingen en bedrijfjes die part noch deel hadden aan het ontstaan van deze crisis.

Niet alleen kwamen er overal ter wereld duizenden bankiers en financiële wonderkinderen op straat te staan, dat gold helaas ook voor gezinnen die hun hypotheek niet meer konden betalen, werknemers die hun baan kwijt raakten en ondernemers die hun persoonlijke geïnvesteerde vermogen als sneeuw voor de zon zagen verdwijnen.

Niet slechts talloze individuele dromen, plannen en ambities van vele hardwerkende mensen vielen aan gruzelementen, maar vooral die ene grote, naïeve kapitalistische droom viel aan gruzelementen, waarin markten het als vanzelf altijd goed doen, waarin overheden niets te bieden hebben en waarin geld vooral moet rollen, maakt niet uit hoeveel, maakt niet uit waar naartoe.

 

Mevrouw de Voorzitter,

Velen van ons zullen ooit onze kinderen en kleinkinderen vertellen dat we tussen 2007 en 2010 unieke tijden en gebeurtenissen mee maakten die we nog nooit hadden meegemaakt en die we daarna ook nooit meer mee maakten.

Ik hoop dat wij dat laatste vooral ook kunnen zeggen omdat we dan kunnen laten zien dat deze generatie politici lessen trok uit de crisis, zich voornam dit nooit meer te laten gebeuren en de rug ook recht hield toen de druk verflauwde, het grote geld weer ging lonken en de neiging om terug te vallen in oude praktijken weer toenam.

Dat we in staat zijn om lessen te leren uit een crisis hebben we overigens ook deze jaren al bewezen. Want hoe anders hebben regeringen in de hele wereld op deze crisis gereageerd dan op de crisis in de jaren '30 van de vorige eeuw?

Toen verergerde het overheidsoptreden de crisis, toen werd er tijdens de crisisjaren bezuinigd, toen betekende werkloosheid bijna meteen armoede, toen werkten regeringen ook nauwelijks met elkaar samen.
Nu stimuleren overheden de economie om sneller uit de crisis te raken, nu hebben we goede stelsels van sociale zekerheid zodat werklozen niet tot de bedelstaf zijn veroordeeld, nu werken regeringen overal ter wereld met elkaar samen.

Het gevolg daarvan is dat als wij vandaag de dag lezen en horen over voorzichtige tekenen van herstel, we ons moeten bedenken dat dit komt doordat de financiële sector, de sector die overheidsoptreden meer dan wie dan ook leek te verafschuwen, door diezelfde overheid is gered. En dat de politiek overal ter wereld deed waarvoor ze zo ongeveer is opgericht: het algemeen belang voorop stellen, markten corrigeren en kwetsbare mensen beschermen.

Zo ook in Nederland.
We nationaliseerden banken, we kwamen op voor spaarders en we garandeerden spaartegoeden. We houden de werkloosheidsuitkeringen op peil ondanks de toenemende werkloosheid. We bezuinigen niet ondanks de teruglopende belastinginkomsten.
En we besteden miljarden extra aan het bestrijden van de jeugdwerkloosheid, het bouwen en renoveren van scholen, woningen en verpleeghuizen, het investeren in duurzame energie en het verlagen van belasting- en regeldruk.

Met als resultaat dat mensen hun koopkracht redelijk op peil kunnen houden, dat we een nog grotere stijging van de werkloosheid weten te voorkomen en dat bedrijven in staat gesteld worden zo snel als enigszins mogelijk weer aan te haken bij de groei van de economie.

 

Mevrouw de Voorzitter,

Overal ter wereld hebben regeringen dus geleerd van vorige crises en worden die lessen nu toegepast. Wie echter terugkijkt op die andere grote crises uit de wereldgeschiedenis kan nog veel meer leren.

Bijvoorbeeld dat in tijden van crisis de werkloosheid in twee, drie jaar tijd enorm kan stijgen en dat het helaas zo is dat het veel langer gaat duren voordat die werkloosheid weer omlaag komt. Zelfs als de economie na de crisis net zo hard groeit als voor de crisis.

En bijvoorbeeld ook dat in tijden van crisis de situatie in de schatkist in twee, drie jaar tijd met 40 á 50 miljard euro kan omslaan van een jaarlijks overschot naar een jaarlijks tekort, en dat het helaas zo is dat het veel langer gaat duren voordat dat tekort weer omslaat in een overschot. Zelfs als de economie na de crisis net zo hard groeit als voor de crisis.

De harde waarheid is dat ook Nederland aan het eind van deze crisis armer is dan voor de crisis en dat ook wij, net als dat in elke huiskamer in Nederland geldt, als er minder verdiend wordt, dat ook wij de tering naar de nering zullen moeten zetten.

In de Miljoenennota van dit jaar besteden we daarom niet alleen aandacht aan de vraag hoe we met elkaar op een solidaire manier de crisis doorkomen, maar ook aan de vragen hoe Nederland er na de crisis uitziet, welke uitdagingen er dan op ons liggen te wachten en hoe we draagvlak creëren voor de moeilijke keuzes en de pijnlijke gevolgen die dan aan de orde zullen zijn.

Want moeilijk zal het zijn.
Eén van de redenen waarom de gevolgen van de crisis voor heel veel mensen tot nu toe beperkt zijn gebleven, is gelegen in het feit dat de klappen zijn opgevangen door de schatkist.
De extra investeringen, de extra werkloosheidsuitkeringen, het niet bezuinigen ondanks teruglopende belastinguitkomsten, voor veel mensen was en is dat goed nieuws.
Maar niet voor de schatkist.

De rekening die nu wordt opgebouwd zal op enig moment wel betaald moeten worden.
Alles afwentelen op mensen die nu werken of nu pensioneren, zou niet eerlijk zijn. Maar alles doorschuiven naar onze kinderen en kleinkinderen evenmin.
De vraag wie de rekening dan wel betaalt zal nog vele jaren centraal staan in het Nederlandse politieke debat.

Het is daarbij onontkoombaar om van iedereen een bijdrage te vragen.
Wij realiseren ons meer dan wie ook, dat we dat alleen kunnen en mogen vragen als we laten zien dat we tegelijkertijd de praktijken in de financiële sector die tot deze crisis hebben geleid, aanpakken en beëindigen.

In dat licht is het zonder meer prettig dat Nederland inmiddels internationaal koploper is bij het aanpakken van bonussen en excessieve beloningen. Maar een reden tot tevredenheid en rustig achterover zitten is het niet. Daarvoor zien we helaas in teveel landen in de financiële sector alle trekken van het oude, failliete op ongebreidelde hebzucht gebaseerde systeem terug komen. En die tijd, mevrouw de voorzitter, komt wat ons betreft nooit meer terug.

 

Mevrouw de Voorzitter,

Voor het komende jaar, als iedereen in zijn of haar koopkracht iets van de crisis gaat voelen, is het ons gelukt de sterkste schouders de zwaarste lasten te laten voelen.
Dat zal ook de komende jaren ons uitgangspunt blijven.

Maar bij het verder vooruit kijken zullen er veel grotere vragen gaan spelen.
Wij hebben er daarbij bewust voor gekozen om het crisisjaar 2010 te gebruiken voor een breed maatschappelijk en politiek debat over de keuzes die dan aan de orde zijn.
Omdat we het belangrijk vinden dat die keuzes niet slechts hier in den Haag gemaakt worden maar meegemaakt worden door zoveel mogelijk mensen in het land.

Al die mensen weten dat de rekening ergens een keer betaald moeten worden. Iedereen begrijpt dat we de komende jaren fors zuiniger aan moeten doen.
En allemaal zijn we onverminderd ambitieus bij het streven naar de duurzaamste economie, het beste onderwijs, de meest innovatieve ondernemers, de veiligste buurt, excellente zorg en ga zo maar door.

Meer dan ooit zal het de komende jaren dus gaan om zeer fundamentele keuzes.
Niet hoe je alles een beetje minder doet zonder die echte keuzes te maken, hoe je even 20% minder wegen bouwt of 20% minder jachtvliegtuigen koopt, hoe je voor 20% een begroting kort, een subsidie vermindert of een uitkering verlaagt, hoe je overal en nergens ditjes en datjes bij elkaar harkt en sprokkelt.
Ik zou haast zeggen: dat kan iedereen.

Nee, deze crisis en vooral deze uitdaging biedt de mogelijkheid om echt fundamenteel te heroverwegen waar de overheid zich wel en niet mee bezig moet houden, of elke belastingeuro even goed wordt besteed, of een fundamenteel andere organisatie van beleid, overheid en markt geen zicht biedt op een veel effectievere en doelmatiger overheid.

Dan gaat het dus al lang niet meer over een kaasschaaf hier en een kaasschaaf daar. Maar dan maar het bijvoorbeeld over de miljarden die rondgaan op de woningmarkt zonder dat het duidelijk is welk effect ze hebben; over de vraag hoe zinvol het is om vredesoperaties, ontwikkelingssamenwerking en internationaal klimaatbeleid zo streng gescheiden te behandelen; over de vraag of we werkelijk soms wel acht bestuurslagen en zestien departementen in dit land nodig hebben die zich ergens mee bemoeien of dat het misschien ook wel met wat minder kan.

De crisis biedt kortom ook kansen voor herontwerp, kansen om in beweging te brengen wat veel te lang vastgeroest zat, kansen om met minder middelen Nederland in 2020 nog steeds slimmer, socialer, schoner, solide en solidair te doen zijn.

 

Mevrouw de Voorzitter,

Bij dit alles moeten we ons goed realiseren dat de financiële crisis maar één van de crises is die de wereld op dit moment teisteren. En in een aantal opzichten ook niet de ergste.

Van een beurscrisis -ook dat is een les uit het verleden- weten we tenminste één ding zeker: het houdt een keer op, er wordt een keer een bodem geraakt en daarna gaat het weer omhoog.

Voor de klimaatcrisis en de wereldvoedselcrisis is dat helaas niet het geval.
Daar geldt, hoe langer het duurt, hoe erger het wordt.
En ook het verschil in daadkracht en actiebereidheid is schrijnend voor wie vergelijkt hoe de internationale gemeenschap is opgetreden toen de beurscrisis begon en hoe lang het duurt voordat wij met elkaar een vuist weten te maken in het kader van de klimaat en de wereldvoedselcrisis.

We zijn het dan ook aan onszelf en vele anderen verplicht ons ook op het internationale toneel onverminderd ambitieus te tonen, onze verantwoordelijkheid te nemen, ons in te spannen voor een succesvolle klimaatconferentie in Kopenhagen en voor een snelle afronding van de Doha-wereldhandelsbesprekingen.

Daarbij dienen wij ons tegelijkertijd te bedenken dat hoe sneller we onze eigen economie weer op orde hebben, hoe sneller we hier de werkloosheid weer omlaag hebben en hoe sneller we hier de schatkist weer gevuld hebben, hoe sneller we ook weer in staat zijn om bij het oplossen van al die andere grote wereldproblemen voortvarend onze bijdrage te leveren.

Voorzitter, dat is geen gemakkelijk perspectief maar wel een uitdagende gedachte.
Ik zie er naar uit om dat debat hier de komende jaren met u allen te voeren. Maar bied u eerst, daartoe gemachtigd door de Koningin, in alle nederigheid de ontwerpbegroting voor het komende jaar aan.
Dank u wel.

Bekijk de volledige versie van Minfin