U bevindt zich op: Home › Organisatie › In het land › Toespraken › 2010
Dinsdag 12 januari 2010 heeft de minister een speech uitgesproken om het voormalig-Tweede Kamerlid Marcus Bakker te herdenken.
Mevrouw de voorzitter.
Wij gedenken vandaag Marcus Bakker. Hij was bijna 26 jaar lid van uw Kamer. Van 1963 tot zijn vertrek als parlementariër in 1982 voerde hij de fractie van de Communistische Partij van Nederland aan. Marcus Bakker was tegen een teveel aan aandacht voor het persoonlijke in de politiek; dat vertroebelde volgens hem de blik op de inhoudelijke boodschap. Laat ik daarom beginnen met de opmerking dat Marcus Bakker voor alles een politiek vakman was en een parlementariër pur sang. Hij wist zijn standpunten scherp en kraakhelder te verwoorden. Ik denk dat ik namens menig voorganger spreek als ik zeg dat hij in het debat een gevreesde opponent was. Vooral werd hij gevreesd voor zijn trefzekere interrupties, vaak vanaf de achterste rij, zonder microfoon, maar altijd verstaanbaar. Rake typeringen rolden daarbij moeiteloos van zijn tong. Met een krachtige karikatuur of een gevatte grap zette hij menig collega in de hoek. Oud-Kamervoorzitter Van Thiel zei ooit over Marcus Bakker: "Hij prikt niet alleen een ballonnetje door. Hij prikt het ook nog op de juiste plaats door."
Liepen de Kamerleden tijdens de maidenspeech van Marcus Bakker in 1956 nog uit protest weg, later in zijn loopbaan stroomden de groene bankjes juist vol als hij met zijn zware stem en Zaans accent begon te spreken. In zijn betogen klonk zijn intelligentie en zijn politieke slimheid door. Hij blonk uit in een vak dat hij eigenlijk niet ambieerde. Zijn hart lag immers bij de journalistiek. Hij zei daar zelf over: "Journalistiek heeft het verrukkelijke wat bijna geen vak heeft. Dat moment waarop de krant op de redactie wordt rondgedeeld, en dan even kijken waar je stukkie staat, dat is de charme ervan. Je loopt met je werk in handen naar huis." Toch is het de persoonlijke verdienste van de parlementariër Bakker dat de CPN door de jaren heen meer en meer beschouwd en behandeld werd als een gewone politieke partij. Zijn optredens in deze democratische arena dwongen respect af. Dat bleek ook tijdens de receptie ter gelegenheid van zijn 25-jarige jubileum als Kamerlid. Links, rechts, confessioneel, communist: iedereen was van de partij. De ministerraad werd er zelfs voor geschorst en alle ministers stonden gewoon in de rij om hem een hand te mogen geven. De parlementaire democratie omarmde hem die dag. Dat moet hem diep in zijn hart goed hebben gedaan, omdat hij zelf altijd zei: ik zie de parlementaire democratie als een waarde op zich, een onmisbare functie.
Marcus Bakker was een democraat, maar natuurlijk bovenal iemand die voorop liep in de klassenstrijd. Iemand die zich met hand en tand verzette tegen het kapitalisme, iemand die trouw was en trouw bleef aan zijn communistische principes. Ook toen hij zelf -- naar hij zelf later ook toegaf, aan de late kant -- moest erkennen dat de Sovjet-Unie niet meer als de inspiratiebron functioneerde waar mensen zich aan konden warmen. In zijn boek -- het werd door u net al genoemd -- "Wissels. Bespiegelingen zonder berouw" uit 1983, gaf hij daar zelf min of meer een verklaring voor. Hij schreef: "Ik ben van het type dat waarde hecht aan stellingen die houvast bieden en ik ben geneigd daar vrij lang aan vast te blijven houden. Dat kan leiden tot het resoluut inslaan van de verkeerde weg, zoals ook is voorgekomen, maar liever een verkeerde weg dan besluiteloos geaarzel op het kruispunt."
Het oud-Kamerlid Maarten Schakel typeerde Marcus Bakker misschien wel het meest treffend: "Bakker is voor en achter het gordijn communist. Punt uit." Die markante man herdenken wij vandaag. Een standvastig politicus en een aardig mens. Onze gedachten zijn vandaag vooral bij zijn vrouw, zijn kinderen, kleinkinderen en andere nabestaanden. Ik wens hun alle kracht toe bij de verwerking van dit grote verlies.