U bevindt zich op: Home
› Actueel
› Kamerstukken
Brief uitvoering motie Vendrik
Kamerbrief |
02-10-2008 |
Omzetbelasting
Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
Ons kenmerk: DV/2008/00772 M
Onderwerp: Uitvoering motie Vendrik c.s. in relatie tot btw-regime medische
diensten (complementaire behandelmethoden)
Geachte voorzitter,
De vaste commissie voor Financiën uit de Tweede Kamer verzoekt blijkens de
besluitenlijst van haar procedurevergadering van 25 september 2008 aan te
geven welke stappen het afgelopen jaar zijn ondernomen om uitvoering te
geven aan de motie Vendrik c.s. (kamerstukken II 2007/08, 31 205 en 31 206,
nr. 39) en of beide bewindslieden van mening zijn dat bijlage 2 bij het
Belastingplan 2009 op een correcte wijze uitvoering geeft aan deze
motie.
Mede namens de minister van VWS bericht ik u als volgt.
Begin januari 2008 heb ik mij tot de minister van VWS gewend met het
voorstel dat onze medewerkers de ingevolge de motie aan de Kamer te
verstrekken informatie over de toekomst van de Wet BIG en de relatie van
deze wet met de fiscaliteit, gezamenlijk vorm zouden geven. Daarbij heb ik
aangegeven ernaar te streven in het Belastingplan 2009 opnieuw een herijking
van de btw-vrijstelling voor medische diensten op te nemen en wel op een
zodanige wijze - gehoord de discussie in uw Kamer over het
herijkingsvoorstel dat was opgenomen in het Belastingplan 2008 c.a. - dat de
bestaande btw-vrijstelling voor artsen met betrekking tot complementaire
behandelmethoden in beginsel niet zou worden aangetast.
In april werd duidelijk dat de Wet BIG geen aanknopingspunten biedt voor een
oplossing zoals mij voor ogen stond, met name niet omdat de minister van VWS
voor de van overheidswege te reguleren (para)medische zorg als criterium
hanteert dat, zo overheidsregulering noodzakelijk is, daarvoor dan wel
objectieve kwaliteitsnormen moeten kunnen worden vastgesteld. Dit nu is voor
complementaire behandelmethoden niet het geval, aangezien deze niet als
"evidence-based' en protocolleerbaar worden aangemerkt.
Het overleg in april 2008 met de Landelijke Huisartsenvereniging bood in het
licht van het vorenstaande evenmin perspectief op een oplossing van de hier
bedoelde btw-problematiek.
Gelet ook op het in bijlage 2 bij het Belastingplan 2009 geschetste Europese
kader dat de Nederlandse overheid bij de vormgeving van de vrijstelling voor
medische diensten in de omzetbelasting in acht moet nemen, is met die
bijlage naar het oordeel van de minister van VWS en ondergetekende aan de
motie Vendrik c.s. op een correcte wijze uitvoering gegeven.
Hoogachtend,
de staatssecretaris van Financiën,
mr. drs. J.C. de Jager
Meer informatie